Onze buitenwereld en onze binnenwereld

Wij hebben het voorrecht temidden van een harmonische natuur te kunnen luisteren naar de aloude wijsheid, die zijn hartenklop zowel om ons als in ons doet horen. 

Als mensen die zoeken naar de oorspronkelijke eenheid van geest, ziel en natuur, zullen we ervan doordrongen zijn dat slechts de harmonie van een innerlijke wereld bij machte is de harmonie van de uiterlijke wereld naderbij te brengen. 

We zijn allen, in mindere dan wel meerdere mate, geïnteresseerd in geestelijke en natuurlijke levenswetten. 

Op de één of andere wijze worden we allen gedrongen terug te keren tot het fundament van de enig geestelijk en lichamelijk helende drie-eenheid: geest, innerlijke mens, natuur. 

Allen gevoelen we ons min of meer aangetast door de verkrachting van de oorspronkelijk geestelijke- en natuurlijke wetten en deze situatie brengt ons tot nadenken. 

De woorden: "zo boven, zo beneden" en "zo buiten, zo binnen", zijn in de loop der tijden zo veelvuldig geciteerd dat we ze gedachteloos nazeggen, zonder te beseffen dat de sleutel tot wijsheid, geluk en gezondheid in hen verborgen ligt. 

De opkomst van de alternatieve zienswijzen confronteert menigeen met de oude wijsheid, waarvan brokstukken bewaard bleven in allerlei volksgeheimen. 

Vanaf de vroegste tijden heeft de mens in wisselwerking gestaan met zijn omgeving en was hij zich bewust van een leidinggevende kracht, die hem in staat stelde de natuur tot zijn levensdomein te maken en haar te gebruiken. 

Onze huidige, zeer leerzame tijd, blijkt de mens, na vele omzwervingen in de wereld van het intellect, terug te leiden tot waar de grootste misstap aller tijden in de geschiedenis van de mensheid werd begaan: het kruispunt waarop hij de eerbied verloor en deze verving door arrogantie. 

Allerlei wetenschapsmensen, die dag en nacht de wetten der natuur bestuderen, vinden de onontkoombare analogieën tussen de natuur en het menselijke organisme. 

Heel de schepping is één in elkander grijpend raderwerk, inbegrepen de mens, en zich daaruit losmaken betekent inbreuk maken op harmonische natuurwetten. 

Het filosoferen over een God of een Schepper is het menselijke schepsel ingeschapen en elk schepsel doet dit in verhouding tot zijn bewustzijn. 

Het is daarom geen uitverkorenheid wanneer men zich tot de geestelijke zoekers mag rekenen, het is de normale verhouding van het schepsel die de binding met zijn Schepper wil behouden. 

Na meer dan een eeuw geijverd te hebben voor een louter materieel bestaan met verwaarlozing van een Godheid, wordt heden een geestelijke zoeker beschouwd als iets zeldzaams, een buitenbeentje, een geroepene. 

Niettemin is juist hij de enig normale onder de talloze abnormalen, die zichzelf dwingen een schepping zonder geest te aanvaarden. 

De geest terugwijzen is weigeren in wisselwerking te treden met de onontbeerlijke levenskracht. 

Is het een wonder dat zulk een mens ziek wordt, daar ziekte, zoals we weten, niets anders is dan een ontregeling van de levensenergie. 

De voortschrijdende biologie dringt door in de grenswereld, waar fundamentele krachten geest, mens en natuur blijken samen te binden. 

Deze fundamentele krachten zijn verantwoordelijk voor de werking van elke organische cel in ons lichaam en blijken tenslotte invloed te hebben op onze emoties en ons denken. 

Onze emoties en ons denken behoren - gedeeltelijk - tot ons lichamelijke organisme, terwijl zij tevens in staat zijn de natuurlijke begrenzingen te doorbreken. 

De oude wijzen spraken doorlopend over de vrijheid van het denken en de reinheid van het hart, hoewel de materialistisch ingestelde mens deze uitspraken als mystiek getheoretiseer aanneemt. 

Niettemin blijken die oude wijzen de fundamentele structuur van de schepping hiermede te memoreren, daar de levensenergie zich uitdrukt in twee bepalende krachten: het bezielen en het vormgeven, en uit deze twee-eenheid komt de derde voort: de vrucht of het zijnde. 

Deze twee krachten blijken in de schepping verantwoordelijk voor alle vormen, schepsels en elementen. 

Zij zijn tevens werkzaam in het menselijke organisme, tot in iedere cel, zowel van de hersenen als van het hart. 

Het hart vertolkt de bezielende kracht, het denken werkt met de vormende kracht. 

Indien hart en denken op de ene of andere wijze worden geknecht, worden hierdoor hetzij de bezielende, hetzij de vormende kracht, geweld aangedaan, waardoor tevens een levensinperkende reactie volgen zal in het organisme. 

Het één of andere orgaan kan dan geen gevolg geven aan het zichzelf bezielen en het zichzelf vervormen, veranderen. 

Elke seconde heeft er tot in de kleinste celstructuur een verandering plaats, als alles goed is. 

Wij zijn, tot in het kleinste detail, bewegende schepsels. 

Beweging betekent leven, groei, voortgang. 

Als ik in wisselwerking blijf met mijn medemensen, met mijn omgeving, draag ik mijn organische beweging uit in mijn emotionele wereld en in mijn denkwereld. 

Een natuurlijk levensproces vereist zulk een uitwisseling. 

Kluizenaars, zichzelf isolerende mensen, grijpen in in het biologische levensproces. 

Het verlangen naar isolement is een gevolg van een verlangzaamde biologisch veranderingsproces. 

Een overdreven hang naar contact is een gevolg van een versneld organisch veranderingsproces. Organische kwalen ontstaan uit beide disharmonische processen. 

Verantwoordelijk voor dit verlangzaamde dan wel overmatig versnelde veranderingsproces zijn ons denken en onze emoties. 

Doch deze zijn weer gedeeltelijk afhankelijk van de biologische voedingsprocessen van het lichaam. 

Tevens reageren zij op de geestelijke voeding die de mens wordt toegevoerd, omdat denken en hart grensorganismen zijn die kunnen overschakelen op een geestelijk orgaan. 

Een geestelijk denken en een geestelijk hart. 

Dit wellicht enigszins biologisch-technische betoog houden we om elkander ervan te doordringen hoe belangrijk onze gedachten en onze gevoelens zijn voor onszelf en voor onze naasten. 

Hoezeer een verziekt denken en gevoel organische kwalen kunnen veroorzaken, die veelal onjuist worden bestreden, omdat de oorzaak - de disharmonie in de tweevoudige fundamentele kracht - niet wordt onderkend. 

Menigeen gevoelt zich ongelukkig in onze huidige wereld, in die meedogenloze maatschappij, in deze technocratie, waar het hart aan is ontrukt. 

En dat is volkomen logisch en begrijpelijk. 

Het is een normale reactie dat de huidige mens neigt naar een verafgoding van de natuur, en zich blindelings stort in de nostalgie van het verleden. 

Het onvolwassen kind vlucht in de rok van zijn moeder, een innerlijk onrijp mens vlucht in de schoonheid van de natuur en wil blind blijven voor de tegenzijden. 

We zoeken, in alle opzichten, veiligheid; we gevoelen ons innerlijk en uiterlijk gewond, bedrogen, gemanipuleerd en dus verbergen we ons. 

De typische vluchtneiging die menig mens uit de 20ste eeuw kenmerkt, is karakteristiek voor een topcultuur, of, onvriendelijker gezegd, een eindtijd. 

De explosie is slechts een kwestie van wachttijd.

De rode, gele en zwarte rassen weten dit en keren terug tot hun eigen cultuur, op de dwazen na, die een verziekte blanke cultuur willen imiteren. 

Maar onder de beroeringen en achter de schermen wachten de wetende wijzen. 

________


Onze binnenwereld - als ons organisme en onze ziel - werden aangetast door de poging zich los te maken van een Universele Levensbron. 

Hetgeen we in de buitenwereld zien en wat ons wellicht ergert, is slechts een spiegelbeeld van hetgeen zich in de binnenwereld van een overgroot deel der mensheid voltrekt. 

De momentele volksziekten zijn karakteristiek voor de mankementen in het geestelijk-biologisch welzijn van de mensheid: de beperking en de kristallisatie. 

We leven in de eeuw van de "vrijheid", zeggen we, vergeet het maar! 

We breken los uit de kristallisatie en noemen dit "vrijheid", hoewel het niets anders is dan een revolte. 

Een revolte, die menigeen niet kan beheersen, organisch en geestelijk. 

En we revolteren uitsluitend omdat we geestelijk en organisch verziekt zijn en nu wel eens eindelijk beter willen worden.

We hopen daarom met een kinderlijke hoop en met onvolwassen gedrag op allen, die ons iets anders aanbieden dan we eeuwenlang verteerd hebben, maar er is niets anders wezenlijk herstellend dan hetgeen de aloude wijzen reeds aanraadden: vrijheid van denken en een rein hart. 

Ergerlijke abstracte woorden, hoewel, als we doordringen tot hun kern, uiterst praktisch en volkomen waar. 

Als we onze gedachten hun loop laten nemen, waar gaan zij dan heen? Als we onze gevoelens niet beteugelen, waarheen wenden zij zich dan? 

Het antwoord is de sleutel tot ons werkelijke zijn. 

Denkbeheersing en gevoelsbeteugeling betekenen onvrijheid, het wil zeggen dat we onze gedachten en onze gevoelens beheersen MOETEN, want anders gaan zij daarheen waar zij niet mogen zijn, of wij hen niet hebben willen, maar wel WENSEN, anders gingen zij niet daarheen! 

Daar waarheen onze verborgen en vrije gedachte gaat, daar zijn wij en daar waar ons hart is, daar zijn wij ook. 

En de onenigheid tussen deze vrije gedachte en dit vrije gevoel brengt ons tot wanhoop, omdat zij ons innerlijk verdelen. 

________


Wanneer zo menigeen tot ons zegt: "Je moet je vrij denken!", dan is dat goed bedoeld en bezit dan ook een kern van waarheid, maar ons ergens van vrijdenken is niets anders dan revolteren en revolteren is nog geen vrijheid, maar slechts een mogelijkheid tot die vrijheid.

Door dit samenzijn boeien we elkanders denken, wij leiden onze gedachten in een bepaalde richting en we voelen ons er wel bij, omdat de richting boven het banale denkniveau ligt, maar het gaat er om wat onze gedachten doen, welke richting onze gevoelens nemen zodra we buiten deze deuren komen, zodra we contact opnemen met onze naasten en zodra we ons van deze gezamenlijke denk-adeldom verwijderen. 

Eerlijkheidshalve moeten we zeggen: zoals we hier zijn, zijn wij eigenlijk niet, maar WILLEN we zijn, hopen we te zijn! 

We zullen ons best doen om te worden, zoals we lezen kunnen in de woorden der wijzen, maar het beroerde is, dat we daarvoor ons best niet KUNNEN doen. 

Misschien willen we dit liever niet weten, want als "we er ons best niet voor kunnen doen", wat kunnen we dan doen om een edel, wijs of waarachtig mens te worden. 

Op school werd ons bijgebracht dat "als we ons best maar deden zouden we er wel komen"; helaas moest menig kind ontdekken dat dit "zijn best doen" niet voldoende bleek om zo knap te worden als zijn kameraadje. 

Er is een essentieel onderscheid tussen elk mensenkind, volwassen dan wel onvolwassen. 

Dit essentiële onderscheid bevindt zich bij de geboorte reeds in zijn organisme, en ieder van ons moet accepteren zijn levensweg te beginnen met de riemen die hij meekreeg, en nooit verlangen naar het materiaal dat een naaste bezit. 

Één ding hebben we allen gelijk: de bezieler en de vormgever behouden ons.

Om degene te worden die we WENSEN te zijn, behoeven we slechts gehoor te geven aan "dat wat ons bezielt" en aan "de gedachte die het bezielde vormt." 

Hebben we er wel eens bij stil gestaan of er iets is, dat ons bezielt? 

Menen we soms dat "bezieling" behoort bij iemand, die meent dat hij een roeping of een gave bezit? 

Iedere mens behoort, qua geestelijk-natuurlijk schepsel, ergens door bezield te worden. 

Indien dit niet zo is, wordt het tijd dat we onszelf eens onderzoeken, op de helling trekken, flink door elkaar schudden. 

Het zich geven aan iets dat bezielt, betekent dat er door ons lichaam een regenererende levensstroom trekt, hetzij dan dat we ons laten bezielen door een luciferische, d.w.z. bewust vernietigende kracht. 

Maar elke bezieling stuwt zùlk een energie door ons lichaam, dat we, in denken en gevoelen, in organisme en ziel, totaal anders worden, zolang de bezieling duurt. 

Elke bezieling gaat gepaard met een vormgeving. 

We scheppen gedachtebeeltenissen en soms zelfs brengen we zichtbare werken voort. 

Zulk een bezielende kracht, die samengaat met een vormgever, is de oorzaak van de schepping geweest en zal de oorzaak van de voortgaande schepping blijven. 

Een bezielde mens, onverschillig waardoor hij wordt bezield, bedient zich van een "eerste woord", een scheppingswoord. 

Zolang ik mijmer en overpeins, mediteer of filosofeer, bedien ik mij niet van het "eerste woord", maar drijf op het eens uitgesproken eerste woord. 

Elke bezieling brengt op de een of andere wijze een doorbraak, iets nieuws, het maakt oude dingen nieuw; hij maakt oude scheppingen nieuw, hij bedient zich van de biologische vormgevende kracht en zo zien we dat een "bezieler" geschiedenis schrijft, ergens iets beweegt, opwekt, vervormt of herstelt. 

Bezieling en vormgeving vraagt wisselwerking; alleen jezelf bezielen is onmogelijk, omdat bezieling je eigen grenzen verbreekt. 

De bezieling springt je ogen uit, doordringt je woorden, je gehele organisme en steekt de naasten aan. 

Als de bezieler ons verlaat, trekt ook de vormgever zich terug. 

Gevolg: kristallisatie. 

We kunnen dit om ons heen in allerlei groepen en bewegingen zien: het teren, drijven op het eens door een bezieler uitgesproken woord. 

Gevolg: kristallisatie, ontzieling het uitsterven van de geest die bezielt. 

Heel de maatschappij is daarvan een sprekend voorbeeld, inclusief de cultuurziekten. 

Cultuurziekten, die door innerlijke bezieling en levend, d.w.z. bezield voedsel, genezen kunnen worden. 

Ontneem de mens zijn interesse, zijn hartewensen en hij zal wegkwijnen. 

Dat is analoog met de fundamentele natuurwet. 

Zodra de bezieler vervangen wordt door imitatie, komen er deformaties, en het gedeformeerde wordt door de onbezielde als het waarachtige gezien. 

Dat is de tragische waarheid van ons hedendaagse bestaan. 

We zeggen zo dikwijls: Waar is de waardige geneesheer? 

De hartelijke mens? 

De geroepen kunstenaar?

De wet van de analogieën zegt, dat in een tijd waar de "bezieling" ontkracht en genegeerd wordt, de "bezielden" uitzonderingen zullen zijn. 

Zoals in een tijd waarin harteloosheid en meedogenloosheid hoogtij vieren, hartkwalen een volksziekte worden. 

Alles vindt zijn oorzaak in de verbroken eenheid tussen de binnenwereld en de buitenwereld, de innerlijke mens en de uiterlijke mens, de microkosmos en de macrokosmos, de ziel en de geest. 

Gebrek aan harmonie met de elementen, met de aarde, met de natuur, met onze naasten en met onszelf, maakt ons ziek.

Aardmagnetisme maakt ons ontvankelijk, aldus ontspant ons, verlost ons aldus van kwalen, die door "overspanning" komen, en behoefte aan aardmagnetisme dringt de mens zich te ontspannen in de natuur, om opnieuw van Moeder Aarde te leren wat devotie, ontvankelijkheid en bescheidenheid is. 

________


Temidden van deze natuur, daar waar in het aloude verleden de wijzen lazen in het Boek der Natuur, zullen ook wij moeten leren onszelf te zijn d.w.z. degene die we waarlijk zijn. 

Moge deze mens, die we altijd zo verborgen houden, een edel en wijs mens zijn, want elk van ons heeft behoefte aan harmonie, aan diepe vrede, en aan de adeldom die het hart siert. 

Moge daarom Diepe Vrede in dat hart wonen, want slechts zulk een Vrede heelt de ziel, zodat zij ons bezielen kan voor hetgeen zij liefheeft!

1970 - 2015, copyright Henk en Mia Leene