Over de heiligheid

Er bestaat een boekje "De Papalagy" genaamd, dat enige toe-spraken bevat van een stamhoofd van de Zuidzee-eilanden; hij beschrijft daarin het leven, het geloof, en het denken van de Europeaan. 

We komen er zeer slecht af, omdat de aan materiële goederen zo arme inboorling ons beklaagt en duidelijk zijn innerlijke adeldom tegenover de zo ontwikkelde en z.g. rijke Europeanen bewijst. 

Hieraan moest ik denken toen ik de heiligheid aan u wilde ver-klaren. 

De praktijk van de heiliging die tot heiligheid leidt, heeft niets te maken met het begrijpen van ingewikkelde filosofieën. 

De heiligheid staat zelfs dichter bij de vreedzame en deemoedige natuurmens, dan bij de arrogante stadsmens, die oververzadigd is van leringen, methoden, cultuur en maskerade. 

We maken ons allen een voorstelling van heiligheid, heiligen en hoe heilig te worden. 

We streven, bewust of onbewust, naar de beeltenis van heiligheid, zoals wij ons daarmee kunnen verenigen. 

Daarbij denken we veelal dat we "vooruit" moeten, terwijl we in werkelijkheid "terug" moeten. 

En het woord "terug" heeft een twijfelachtige klank gekregen. 

Het heeft iets te maken met falen, opgeven en minder worden. 

Het woord "heilig" bestond echter reeds lang voor de christelijke jaartelling en is synoniem met geluk, heil, ook met heel of heling. 

Geluk is dus gelijk aan heel. 

Een "heel" mens is een gelukkig mens. 

Naar dat "heil" verlangen velen, omdat juist deze vorm van geluk voor vrijwel het overgrote deel van de z.g. beschaafde mensheid volkomen verloren is gegaan. 

Het merkwaardigste is dat deze mens zich dat zelf heeft aan-gedaan, voornamelijk omdat zijn "Grote Geest' of God ver-drongen werd door geld en dode dingen. 

Oog hebben voor de scheppingen van God wordt ons grotendeels onmogelijk gemaakt, omdat we bezig zijn met dode dingen te maken, geld te vermeerderen, ons te wapenen tegen gevaren, angsten en misdaad. 

Er ontbreekt ons de oorspronkelijke centrale kern waar omheen ons leven opgebouwd werd en waar omheen wij onszelf in stand hielden. 

In de Oosterse Zen-filosofie spreekt men van Hara als het gulden midden; er is echter een individueel en een kosmisch Hara en als het individu zijn contact met de kosmos verliest, kan ook zijn individuele Hara niet meer die geestelijke adeldom bezitten die het oorspronkelijk had. 

Temidden van het geweld der dode dingen leren we nu Hara, concentratie-ontspanning. 

Ziek geworden van een wereld die we zelf eerst hartstochtelijk begeerden, zoeken we nu naar een ontspanning en het liefste zonder de zelfoverwinning van het "terugkeren". 

De wijsheid die de heiligheid vergezelt, komt echter uit een edel, puur en oprecht hart en dit zal nooit bezwaar maken tegen een "terugkeer in de schoot van de eenvoud". 

Laten we onszelf toch eerlijk bekennen dat we vermoeid zijn van onze levensmethoden; uit die vermoeidheid groeit het verlangen naar rust - vrede - ontspanning en ook heiligheid. 

We worden gedwongen ons met oprechte, eenvoudige en geestelijke dingen bezig te houden, omdat we aan het einde van ons uithoudingsvermogen zijn, waarop we geparasiteerd hebben, omdat we zo lang reeds leven TEGEN de wetten van natuur en geest. 

En vooral onszelf wijsmaakten: "We zijn gelukkig! Het is goed zoals het is!" 

Maar we kunnen onszelf niet doorlopen iets blijven wijsmaken, de gevolgen in organisme en ziel breken ons op. Zo zijn we dan op het punt aangekomen dat we tot het inzicht komen dat we werkelijk iets volkomen anders moeten doen om een gelukkig, een heel mens te worden. 

God heeft ons niet geschapen met een T.V. in de hand, noch kwamen we op aarde met een mes tussen onze tanden om te doden voor onze existentie. 

De verhalen over de primitieve aapmensen zijn net zo veelvuldig als de verhalen over de heiligen. 

De eersten doden voor hun existen die, de laatsten behoeden als vanzelfsprekend het leven tot zegen van zichzelf en hun naasten. 

Heel en dood gaan niet samen, hetzij dat de doder uit dood heling of heiligheid kan herstellen. 

En dat kan geen mens! 

We kunnen vernietigen, dieren, bossen, mensen doden, 

maar nog nooit heeft één mens een zaadje gemaakt, waaruit de boom groeide, de cel gemaakt waaruit een mens of een dier groeide. 

We kunnen slechts de wetten volgen die de Schepper in ons legde en daarom kan de mens voortbrengen, zoals het plantenrijk, het dierenrijk en mineralenrijk. 

Leven scheppen kunnen we niet! 

Daarom hebben we ook niet het recht tot doden. 

We kunnen dagenlang praten over alle anti-geestelijke, anti-goddelijke en vernietigende handelingen van de mens, maar dat zal ons geen stap verder helpen. 

We weten dat allemaal wel, want juist daarom zien we uit naar heiligen en heiligheid. 

Ook de balsem van de woorden der heiligen kennen we allen, we maken er druk gebruik van. 

Het gaat er echter om: HOE realiseren wijzelf een heiliging? 

Hoe zouden we OOIT een heilige kunnen worden? 



Laten we beginnen met allereerst afstand te nemen van de ballast van onze zo vanzelfsprekende denkbeelden over heiligheid. 

We ontledigen ons dus, zodat we zijn als een blank stuk papier, een wezen met een rein hart en een ontvankelijk denken. 

Alles wat ons is geleerd, alles waarvan we MEENDEN dat het heilig was, vergeten we even. 

We zijn niemand, we staan onbevangen, zonder enig oordeel in het leven. Om met de heiligheid contact te vinden moeten we nl. de pure, eenvoudige vanzelfsprekendheid van een neutraal schepsel hebben. 

We willen in dit ogenblik niets léren, we wensen slechts te ERVAREN wat "heilig" en dus "geluk' is. 

Hebben we dàt eenmaal ervaren dan WETEN we wat heilig is en weten ook HOE we heiligheid kunnen verkrijgen. 

We zijn dus ledig van vooroordelen en vermeende heiligheids-voorstellingen. 

We zijn ontspannen en één met hart en ziel! 


Goed! 

Nu gaan we samen naar de heiligheid toeleven. 

Er is op aarde slechts één doel voor ieder van ons: harmonie met de Schepper of God; het geluk ontdekken in de levende scheppingen Gods; luisteren naar de kosmische melodieën zoals die voortgedragen worden door de zeeën, de bomen, de dieren. 

Alles wat doortrilt is van de etherische kracht van de zon en de regen, de winden draagt in zich een sprankeltje geluk, d.w.z. heling. 

Alles wat een atoompje van de Schepper in zich draagt kan ons een luttele boodschap van die God overdragen; als hart en ziel van onze naasten deze Schepper in zich herbergen, dragen zij ook die Schepper over. 

Geluk is heel zijn, aldus: een stroom van heling vinden in de wisselwerking tussen onszelf en onze medemensen; een trilling van heling ontvangen tussen enig levend wezen en onszelf, zelfs tussen een kunstwerk waarin de kunstenaar zijn trilling des geestes heeft neergelegd, kan ons iets van heling geven. 

Zichzelf heiligen is kort gezegd: een levende wisselwerking onderhouden tussen HET heilige en onszelf. 

Hoe? 

Door overal waar de Schepper zich bevindt, onverschillig onder welke vorm, slechts het kleinste atoom, de lichtste vibratie kan dienen, deze Geest des Levens van uit zichzelf te beantwoorden. 

Zo eenvoudig is het. 

U kunt in alle woorden van de door u geëerde heilige nalezen, dat zij allen hun best deden om hieraan te beantwoorden. 

Hun verdrietelijkheden ontstonden zodra zij deze wisselwerking kwijt waren, hetzij kort, hetzij lang. 

Heiligheid is als het nog of weer gelukkig kunnen zijn, in de meest erbarmelijke omstandigheden, en het nooit gehoor geven aan enige vorm van anti-spiritualiteit in de meest uitgebreide zin van het woord. 

Er zijn gradaties in heiligheid. 

De intelligente en alles doorvorsende mens eist een diepere heiligheid dan de onontwikkelde mens, die eenvoudig zonder problematiek kan leven van de dingen die God hem geeft. 

Beiden kunnen echter "heilig", "heel" zijn.  

We moeten beslist niet menen dat "heiligheid" vereist dat we allereerst alles weten van godsdiensten, verhoudingen, wetten. 

Heiligheid komt eerst en dan pas de kennis. 

Zichzelf heiligen is tegelijkertijd Kennis, gezien als Gnosis, directe kennis des harten, verkrijgen. 

Zo kunnen we dus NOOIT naar Gnosis streven om zo heilig te worden, het gaat, gode zij dank, andersom. 

Zoals heiliging uit onszelf ontwaakt, zo ontwaakt de Gnosis eveneens. 

Moeite doen om heiliging te verkrijgen beperkt zich tot: onder-houden van de levende wisselwerking tussen God en mens of geest en ziel, wáár deze geest zich ook bevinden mag. 

Geesteloosheid zal dan worden gemeden als een plaag. 

Als we over deze woorden even nadenken, kunnen we ons realiseren hoezeer we tegen deze basis dagelijks zondigen. 

Hoe meer we met de wisselwerking tussen geest en onszelf bezig zijn, des te rijker we onszelf zullen gevoelen en des te minder we nodig hebben, in alle opzichten. 

Geesteloosheid zet ons aan tot het begeren van dode dingen, ook van dode leringen. 

Geesteloze mensen zoeken vervangingen voor de geest. 

Precies zoals we een wereld gevormd hebben die vol is met dode dingen maar arm is aan geest. 

Mensen waarin de geest nog beweegt verlangen naar heil, geluk, willen graag zijn zoals een heilige die zij bewonderen. 

Helaas heeft nog geen woord van een heilige één van zijn bewonderaars tot heilige gemaakt. 

Hij kan hen slechts prikkelen om in wisselwerking te blijven met de geest, hij kan iets van die geest uitstralen, onverschillig waardoor, waarna degenen die met hem in contact zijn zich gevoed gevoelen en d.w.z. belevendigd door de geest, waarna ze weer een poosje alleen op zoek kunnen gaan naar de volgende opwekking. 

Tenslotte trekt geest geest aan, en zullen gelijken elkander bijstaan, juist omdat zij het gelijke in zichzelf omdragen. 

Onszelf heiligen, opnieuw helen, begint in de meest praktische zin met: steeds meer de dag vullen met geest belevende zaken en steeds minder met geest dodende zaken. 

Hoe krachtiger onze ziel gaat leven, hoe reiner ons hart wordt, des te meer behoefte we gevoelen aan de geest. 

En we moeten altijd gehoor geven aan onze innerlijke wensen. 

Nooit wensen onderdrukken, hoogstens hen determineren en hun mogelijke lachwekkendheid inzien. 

Maar dringende wensen kunnen beter worden vervuld dan onderdrukt. 

Er is één ding dat wij, als verknoeide mensen, ook moeten afleren: de valse schaamte. De schaamte te zijn, die we zijn. De angst onszelf te verraden, de vrees ons aan onze naasten te tonen HOE we zijn, zodat we van een mogelijk voetstuk zullen afvallen. 

Dit is geheel iets anders dan onbeschaamdheid. 

Een onbeschaamd gedrag is typisch voor de geesteloze mens. 

De heilige is tot in de toppen van zijn vingers innerlijk beschaafd en dat betekent: hij hindert geen enkel schepsel bij diens existentie. 

Hij laat ieder de vrijheid en de mogelijkheid te leven zoals hij wenst of zoals het wenst. 

Ziet hij dat anderen medeschepselen storen in hun existentie, dan zal hij hen daarop attent maken. 

Men kan zijn medeschepselen reeds storen door anti-spirituele of slechte gedachten. 

Men kan hen belasten door eigen egocentriciteit, verdriet, slechtheid. 

Deze regel van zijn naasten "de vrijheid van de ontplooiing laten" is zeer uitgebreid en heeft consequenties die we niet direct herkennen. 

Alles bestaat uit trilling: elke levensvorm, elke levensgemeenschap heeft zijn eigen krachtveld waaruit zij leven. 

Een totale harmonie binnen de kosmos bestaat hieruit, dat de schepselen en scheppingen elkander dus niet storen door tegen-gestelde trillingen, afbrekende of uiteenrijtende trillingen. 

Daartoe moet men werkelijk een heilige zijn: een harmonie op zichzelf. 

Of men nu in zichzelf besloten is, mediterend of uitstralend, schenkend, onze trillingen mogen NOOIT enig levende mede-schepselen hinderen. 

Moeten we daaraan nog iets toevoegen/ 

We kunnen bij onszelf, in onze eigen familiekring beginnen. 

Daar waar harmonie is, of daar waar de geest in de één of andere vorm aanwezig is, gedijt het geestelijke en verdwijnt het geesteloze. 

En waar het geestelijk gedijt, waar heling is, zal het levende rust vinden. 

Heiliging is slechts een kwestie van een innerlijke leiddraad volgen zonder afgeleid te worden door valse schaamten, die in de loop der tijden zijn aangekweekt. 

Het is vanzelfsprekend dat hierdoor het bittere èn het zoete de mens niet bespaard blijven, omdat zulk een innerlijke leidraad ons voor de consequenties van een doorlopende keuze stelt. 

Maar omdat bitter en zoet vermengd worden bemerkt hij het bittere nauwelijks. 


Onze voorstelling van heiligen is meestal vals. 

Heiligen zijn mensen, laten we dat niet vergeten, mensen, die geleden , geworsteld en gelééfd hebben. 

Zij hebben tijdens hun heilig worden ook vergissingen begaan, fouten gemaakt, dingen betreurd. 

Maar zij stonden nooit bij vergissingen stil en zij deden nooit bewust het slechte, d.w.z. het egocentrische. 

We moeten beginnen met niet heilig te WILLEN worden en afstand nemen van de idee dat we iets willen bereiken. 

Dat is een stap terug in het denken van de z.g. geciviliseerde mens, want deze is doorlopend bezig iets te bereiken. 

Eenvoudig doen zoals we ZIJN; in gedachten het geestrijke voorrang verlenen boven het geesteloze, zodat we zonder enige schaamte al onze gedachten kunnen uiten. 

Dat redt ons van schijnheiligheid en leugen die ons leven zo gecompliceerd maken. 

En hoe meer onze gedachten vol geest zullen zijn, des te meer inzicht in de geest we zullen ontvangen. 

Het geestelijke heiligt ons, en het geestelijke bevindt zich achter de vormen, de woorden, de scheppingen die UIT DE GEEST voortkomen. Twee mensen kunnen elkander heiligen, doordat zij samen de geest belevendigen. Zij helen elkander. 

Dat kan dus ook met meerdere mensen geschieden. 

Is de gezamenlijke heling sterk genoeg dan zet zij door ondanks storende elementen. 

Een mens heiligt zichzelf door het geestelijke in zich te laten rondcirculeren, hetgeen geschieden kan bij o.a. concentratie, meditatie of overdenking. 

Zulk een mens zal echter nooit het moment verzuimen waarin hij deze geest met anderen kan delen, want wisselwerking ver-meerdert geest. Het geestelijke opwekken ontstaat door wissel-werking; dat is het begin. 

Heiligen bestaat erin het begin uit te breiden tot een standvastige aanwezigheid van de geest. 

Alles wat ons deze geest wegneemt zonder er iets geestelijks voor terug te geven, vermindert onze geestelijke kracht; dan kunnen we twee dingen doen: die geest aanvullen door wisselwerking of direct de diefstal van het geestelijke stopzetten. 

Men speurt zulk een geestelijke diefstal als men zich ineens diep ongelukkig, innerlijk ledig, troosteloos gevoelt. 

Of we ontnamen onszelf de geest, òf we lieten ons deze ontnemen. 

Laten we nooit de schuld buiten onszelf zoeken. 

We moeten leren onszelf te openen en te sluiten op de beslissende momenten, en als we dat niet kunnen hebben we zelf schuld aan onze innerlijke toestand. 

De heiliging brengt eenvoudig mede dat we dit inzien en praktiseren, alleen al omdat het heilige ons te heilig is om het te laten ontstelen. 

We passen helaas beter op ons geld dan op onze innerlijke God! 

De eerste logische reactie van de naar heiliging verlangende mens is, dat hij hetgeen hij heilig vindt, eerbiedigt, en daartoe behoort in eerste instantie zijn innerlijke God. 

Deze eerbied verandert zijn gedrag reeds. Als hij zijn innerlijke God eerbiedigt, eerbiedigt hij eveneens die God in zijn naasten. 

Hij zal dus nooit diens innerlijke harmonie willen storen, aldus valt elk onbeschaamd gedrag weg. 

Laten we echter één ding duidelijk zien: innerlijke harmonie heeft NIETS te maken met enige vorm van ziekelijke overgevoeligheid. 

Zoals de zichzelf heiligende mens zich openen en sluiten kan, zo zal dat eveneens zijn naaste die dezelfde innerlijke aspiratie volgt, dit kunnen of betrachten. 

De heilige IS - en stoort niet. 

De heilige IS - en kan niet worden gestoord. 

De twee aanzichten van de heiligheid: uitstralen naar buiten brengt zegen - de eigen verbintenis met de geest laat hij niet verbreken. 

Betrachten dus allen - die dit ZEGGEN te wensen - deze heiliging, dan is een hoogste onderlinge harmonie het gevolg. 

Het geesteloze vervaagt, het geestvolle vermeerdert zich. 

En tenslotte de enige basisregel om heiligheid te verkrijgen is: ONDERHOUD DE WISSELWERKING MET HET GEESTE-LIJKE. 

Daar waar dit geestelijke te vinden is, treden we in contact daarmede en dat kunnen we altijd, omdat geest de geest aantrekt, zoals het gelijke het gelijke zoekt. 

Niemand kan zich verontschuldigen dat hij zichzelf niet kan heiligen, want het atoompje goddelijkheid dat hij bezit zal direct uit zijn lethargie ontwaken, zodra de eerste stap op de weg van heiliging wordt gezet. 

Dan ontvangt de mens àlle hulp en àlle kracht die hij behoeft. 

Hij, die met de praktijk der heiliging bezig is, zal het kunnen bevestigen. 

Één stap op de weg tot de Hoogten is voldoende om omstraald te worden door het Aurora des geestes en dit is de voorbode van de heling, het geluk en de gloed van de heiligheid. 

Vandaar dat allen die waarlijk de heiliging innerlijk behoeven nooit de weg der Hoogten verlaten. 

Zij behoeven niet te worden gedrongen en geappelleerd; zij appelleren hun naasten, op de wijze van de heiligen, door te bewijzen dat de Geest waarlijk leeft! 

De heerlijkheid der heiligen worde uw deel.

1970 - 2015, copyright Henk en Mia Leene