Over de eenheid tussen innerlijke en uiterlijke mens

Men kan geen klassikaal onderwijs geven in spiritualiteit of meditatie, want we moeten wel bedenken dat spiritualiteit en een geestelijke weg afhankelijk zijn van het individu; "en groupe" kan men zulk een weg niet bewandelen, hoogstens horen de leden van die groep dezelfde leringen aan, die elk individu echter op zijn eigen wijze interpreteert. 

Er is niets persoonlijker dat de geestelijk weg; daarom zal elke levenswandel van mens tot mens verschillen, zelfs als ze beiden dezelfde geestelijke interessen tonen. 

In de loop der tijden zijn er talloze interpretaties voortgekomen uit één en dezelfde bodem; een scheidingslijn werd getrokken tussen uiterlijke en innerlijke leringen, uiterlijke en innerlijke mens. 

Vele leringen beoogden uitsluitend de innerlijke mens aan te spreken en  trachtten daarom door middel van voorschriften en methoden de uiterlijke mens uit het gezichtsveld te bannen. 

Daarbij vergetende dat in de totale samenstelling "Mens" zich een essentie bevindt uit twee elementen, nl. de ziel, gevormd uit de "ether en Gods geest". (Das Buch Henoch - Ercee Verlag )

De ziel die zich bij de natuur aanpaste en toch haar goddelijkheid niet kon loochenen. 

Scheidt men het innerlijke van het uiterlijke dan doet men deze ziel geweld aan. 

Omdat zij niet uitsluitend goddelijk meer is, maar teveel aardse smetten bezit, is zij helaas meestal vrij gemakkelijk te misleiden met nare gevolgen voor zichzelf. 

Deze ziel moet zich - vooral in het begin - behelpen met de zinnen van de natuurlijke mens, met zijn begaafdheden en zijn organische mogelijkheden. 

Wijst men echter alles wat uiterlijk is af, dan is het alsof men geen kelk bezit om de kostbare drank in op te vangen. 

De kelk omvat koesterend, eerbiedig en doeltreffend de drank; de natuurlijke mens behoort eerbiedig, gewetensvol en doeltreffend de innerlijke ziel te omvatten. 

Daar waar de uiterlijke mens onwaardig is geworden of waar hij gebukt gaat onder spanningen en ziekelijke waandenkbeelden, zwijgt de ziel verbijsterd en lijkt het of zij vlucht. 

Men kan dat enigszins ondervinden wanneer men in een depressieve gemoedsstemming is: de innerlijke verlichting, de bemoediging en de levenskracht lijken weg te vloeien. 

Menige godsdienst tracht bezit te nemen van de ziel door de natuurlijke mens te kastijden. 

Het resultaat is nihil, omdat zo zowel de innerlijke als de uiterlijk mens verwond worden en het enige waarop zulk een godsdienst tenslotte kan rekenen is: het schuldcomplex van beiden. 


Er is géén mens goed! 

Wat is goed? 

Wat is waarheid? 

Wat is gerechtigheid? 

Zolang we op aarde leven zal daar nooit een Afdoend antwoord op gegeven kunnen worden, daar hier beneden alles uit twee bestaat: goed en kwaad, waarheid en leugen, werkelijkheid en schijn. 

Daaruit kiest de mens volgens zijn innerlijke bewustzijn of volgens de staat van zijn innerlijke  mens. 

Hoe minder innerlijke mens des te meer men uiterlijk oordeelt; hoe meer innerlijke mens des te voorzichtiger men is en des te dieper men doordringt tot de waarheid. 

De twee die één zijn worden voortgebracht uit DE ENE die twee-in-één is. 

Om die ENE te vinden moet men de twee kennen wil men zijn Volheid begrijpen. 

Dat betekent dus:

Om tot DE Éne te komen moet men goed èn kwaad kennen, licht èn duister, waarheid èn leugen. 

Hoe kan men over de waarheid oordelen als men NIET weet wat leugen is? 

Hoe kan een mens - die gevangen is in een gouden kooi - over de vrijheid zingen? 

Zijn droombeelden toveren hem een geflatteerde vrijheid voor, wezenlijk verschillend van de werkelijkheid. 

Daar ieder mens op de één of andere manier gevangen is binnen gewoonten, ideeën en waan, zingt ieder een verschillend lied over de vrijheid, kent ieder een andere God. 

De uiterlijke mens kan samen gaan met de naasten in verenigingen, in clubs en leringen, de innerlijke mens bouwt verder aan zijn eigen verbeelding. 

De innerlijke mensen verenigen is als één verbeelding bezitten, één waarheid vormen, één God kennen, één uitgangspunt bezitten. 

Daartoe moeten allen aldus hetzelfde hebben ontdekt omtrent waarheid en leugen, omtrent licht en duister, omtrent goed en kwaad. 

Zoiets bestaat nauwelijks. 

Innerlijke mensen kunnen niet van buitenaf worden samen-gevoegd, maar smelten samen op een teken vanuit de ziel, een elektromagnetische vonk of trilling. 

Een doel kan mensen verenigen, omdat het denken en het hart van allen geabsorbeerd worden door hetzelfde. 

Één hoop belevendigt allen. 

Een aangeleerde voorstelling van hemel, hel of God kan mensen verenigen, omdat allen juist DIE hemel of die God willen bezitten. 

Een klassikaal onderwijs in meditatie zou het denken van allen onder één noemer moeten brengen: b.v. het beeld dat de meester schept. 

Dat is groepssuggestie. 

Zoals vrijwel iedere godsdienst leunt op de groepssuggestie. 

Alles wat "en groupe" gebeurt werkt met groepssuggestie, massaregie. 

Daarom is bittere uitspraak: 

"Na zovele toespraken heb ik geleerd dat zij nutteloos zijn" grotendeels waar. 

Een toespraak, een rituaal, een voordracht bundelt mensen, maar kan slechts de eenling waarlijk bereiken. 

De onwaardige innerlijke mens, die door de streng dogmatisch gelovige uiterlijke mens in bedwang wordt gehouden, laat zich tijdelijk knechten, maar valt bij het vieren van de teugels terug in zijn onwaardigheid. 

De beker bepaalt niet de drank, de drank vraagt een bepaald soort beker. 

Het innerlijke is bepalend, niet het uiterlijke, maar het uiterlijke is noodzakelijk om het innerlijke te vergezellen. 

Een kapotte beker verliest zijn inhoud; een door ervaringen beschadigd mens kan zijn inhoud niet beschermen. 

De grootste "zonde" ooit aan zielen begaan, is de suggestie dat de natuurlijke mens slecht en verdoemd zou zijn, waardoor - via de gebroken beker - de inhoud vergiftigd kon worden. 

Ons denken en ons gevoelen behoren tot de uiterlijke mens, maar staan in binding met de etherische ziel en zodoende geleiden zij de gedachten en de emoties tot die ziel en veredelen, verknoeien of boeien haar. 

De uiterlijke mens heeft poorten die tot de ziel voeren, laten we dat vooral niet vergeten. 

Één daarvan is het hart, een andere is het denken, een derde is de lever, een poort die wij niet beheersen kunnen. 

Zodra men de uiterlijke mens scheidt van de innerlijke mens, komt de ziel om; zodra men denken en gevoelen voedt met angst-therapieën, lijdt de ziel pijn. 

Zoals wij via onze emoties in verbinding staan met de andere rijken der natuur, zo staan we via het hart in binding met de ziel of de geestelijke natuur. Dat is een ingeschapen verbintenis en GEEN aangeleerde, maar wel een voortdurend aanwezige binding. 

Een gevoelige ziel lijdt onder kwaadaardige gedachten of minderwaardige emoties, en een gevoelige ziel heeft de mens die zich met de geest WENST te verenigen zonder in gedachten te spelen met een doel of iets te willen bereiken, zoals: 

"Ik doe dit, omdat ......" 

"Ik ga uit, omdat ......" 

"Ik moet met vakantie, want ......" 

"Ik ga naar de kerk, omdat ......" 

"Ik geloof in God, want ......" 

De eenvoudige uitspraak: "Ik geloof!", is moeilijker te onder-strepen met hart en ziel dan het: "Ik geloof omdat ......" 

De uiterlijke mens heeft altijd een bepaalde reden om iets te bereiken, maar luistert hij naar de innerlijke mens dan valt die reden weg. 

De innerlijke mens gaat uit van de éénheid, de uiterlijke mens van de tweevoudigheid. 

"Dat is goed, want dat is kwaad!" 

De ziel zegt: "Het IS goed!" 

Dat is iets heel anders. 

Zij erkent geen kwaad, omdat zij geest uit geest is. 

Bezien vanuit de luciferische macht (Luciferische macht: heerschappij van gevallen Lichtzonen die niet wensen terug te keren tot het Licht. (Lucifer)) kan de ziel kiezen tussen uitsluitend GOED of uitsluitend Kwaad (Luciferisch), hetgeen dan een ompoling is van HET goede. 

Daar de goedwillende mensen geen van allen opzettelijk kwaadaardig zijn, maar slechts te doen hebben met vlagen van het kwade of inspiraties van de oerzonden, hunkeren we naar het ALgoede. 

Staat de uiterlijke macht direct onder invloed van de goddelijke ziel dan richt hij zich naar dat Algoede en doet geen kwaad, denkt geen kwaad, gevoelt geen kwaad. 

Waar geen interesse is verliest de leraar zijn macht. 

Hetgeen men niet lust eet men niet. 

Het opdringen - het moeten - het doen omdat het plicht is, vervulde en vervult de mens met leugen, kwaad en goed werden en worden vermengd en zo volgt het: dat is goed, omdat ik het zo geleerd heb en dat is kwaad, omdat de dominee of de meester of de ouder mij dat verteld hebben. 

De intuïtieve onderscheiding vanuit de ziel gaat verloren. 

Dan weet men op een gegeven ogenblik niet meer precies wat men wenst. 

Wat is beter? Wat is goed? 

Waardoor word ik gelukkig? 

Wat is leven? 

Vragen die steeds minder kunnen worden beantwoord. 

Tenslotte vindt men regels die zulke vragen een antwoord geven, NIET Beantwoorden, maar een antwoord geven. 

Dat is wat anders! 

Zodra de uiterlijke mens geen leiding meer ervaart van de innerlijke mens, geeft hij zich over aan zijn ingeschapen natuurinstincten in zoverre die nog aanwezig is. 

De geest domineert de natuur en daarom bewaart zij haar even-wicht. 

Als in ons die geest of de ziel zijn overheersing verliest, wordt de natuur of de uiterlijke mens ontwricht. 

Eeuwen van dwangmatige plichten en een aangeleerde scheiding tussen uiterlijk en innerlijk, waarbij de verdoemenis als bedreiging geldt, laten nu de uiterlijke mens ontwricht achter en werpen hem in de handen van degenen die via allerlei methoden evenwicht en rust prediken. 

De geest komt daardoor niet terug, maar de uiterlijke mens wordt als een bloem die reageert op het kunstlicht, haar bladeren sluit als de lamp wordt uitgedraaid en haar kelk opent als de meester 's morgens het licht weer aandraait. Heel de natuur, de maatschappij en de natuurrijken zijn op elkander ingesteld. 

De bio-industrie met zijn kunstmatige voedingsmethoden, zijn kunstmatige dag en nacht, is gelijk aan de uiterlijke mens die reageert op de geestelijke aan- en uitgedraaide lamp van zijn meesters. 

De innerlijke regels zijn verdrongen, intuïtie ging verloren, het geweten is stil geworden, de kunstmatigheid, de techniek, de methode en de gewenning hebben hun plaatsen ingenomen. 

Dit is het gevolg wanneer uiterlijke mens en innerlijke mens van elkander gescheiden worden, doordat het denken volgegoten werd met de therapie van de "verdoemenis des vleses". 

De worm en de spin, de kever en de vogels zijn verdoemd, zo zeggen de betweters uit techniek en monocultuur. 

De religieuze betweters, die hun groepen klassikaal onderwezen in goed en kwaad, bepaalden ook hun normen: dàt is verdoemd en dat is duivels. 

Wij zijn goed en jij bent slecht. 

En de arme, innerlijk verscheurde mens laat zich imponeren en misleiden, want hij heeft geen kennis en geen oordeelsvermogen meer. 

Dat is de kwelling van onze tijd: de innerlijke armoede. 

Ja, we worden bedolven onder religieuze groeperingen, maar deze heffen de innerlijke armoede niet op. 

Zij verzorgen of betuttelen slechts de uiterlijke mens en verdringen zich vooral rond zijn poorten: hart, denken en lever om zo macht te verkrijgen over zijn ziel. 

Daar waar innerlijke en uiterlijke mens in harmonie zijn met elkander, openen en sluiten de poorten zich op wens van de ziel, zoals er geschreven staat "dat God openen en sluiten kan". 

Zoals de magiërs kracht vrijmaken en binden kunnen. 

Een van zijn ziel losgeslagen mens bezit niet de kracht om zijn poorten te sluiten of/en te openen. 

Dat kunnen we allen bevestigen en constateren. 

Soms zijn we TE ontvankelijk en dan weer zijn we TE afwerend; soms weten we niet HOE we reageren zullen en soms voelen we ons ziek van alles. De T.V. is daarom funest: van hun ziel losgeslagen mensen kunnen niet onderscheiden en laten zich dus verzieken door middel van de poorten van hart, denken en lever. 

Het oog - als sleutel van de leverpoort - vertelt van die innerlijke verzieking of bitterheid; de tong - als klopper van de hartpoort - schreeuwt de innerlijke armoede uit en de gedachten brengen wensen tot vorm die zich kristalliseren in de tendensen van de menigten: de voeding via sensatie, exaltatie, geweld, seks, religieuze verslaving. 

De innerlijke mens is niet verloren gegaan, maar hij is vergiftigd via de poorten van de uiterlijke mens. 

HOE wil de leraar de ziel bereiken? 

Via het hart, via het denken, via de mystiek die op de lever slaat. 

Er is GEEN andere mogelijkheid. 

De meditatie behoort tot de mystiek en daardoor kan zij ontsnappen aan de controle van het denken, dat is het mogelijke en ingebouwde gevaar. 

Het gevaar is ingecalculeerd in de geestelijke weg. 

Niet een gevaar dat de ziel angst zou moeten aanjagen, maar het risico. 

Elke vrije uiting, elke vrije handeling en elke vrijgelaten gedachte en elk vrij geuit woord roepen iets op: nl. tegenkracht. 

Zonder tegenkracht bestaat er GEEN beweging, GEEN groei, GEEN leven. 

De ziel moet door de sfeer van de tegenkrachten heen komen tot de eenheid, de harmonie. 

Tegenkrachten neutraliseren, moeilijkheden wegnemen, kritiek verbieden, twijfel voorkomen, ontnemen de ziel zijn levens-mogelijkheid en de uiterlijke mens de onderkenning van de ziel. 

Confrontatie toetst en sterkt. 

Angst voor ondergang betekent innerlijke onzekerheid. 

Innerlijke onzekerheid is twijfelen aan de geest en aldus een gebrek aan liefde voor de geest. 

Daarop kan men noch mediteren noch zich geestelijk ontplooien. 

De wens die is als een inwonende Shin (Hebreeuwse letter behorende bij De Dwaas van de Tarotkaarten), een ziele-tinteling, helpt iedereen door de tegenstanden heen. De innerlijke mens kan beter tegenstanden omzeilen dan de plant, die het toch prima verstaat stenen opzij te drukken. 

Angst voor tegenstanden is een ziekelijke aandoening van de uiterlijke mens, die de leiding der ziel verloren heeft; zoals een ziekelijk plantje dood gaat bij te veel tegenstand. 

Daarom spreekt men altijd over de moed als de eerste vereiste voor een geestelijke weg. 

De moed die de tegenstanden niet schuwt. 

De Goede Moed die de spot van de wereld overwint. 

De uiterlijke mens - alleengelaten door de ziel - kent moed en lafheid; ieder mens heeft zijn moed en zijn lafheid; de door de ziel geleide mens kent slechts DE Goede Moed, die zich wellicht anders uit dan zijn naasten het verwachten, maar die altijd de zege behaalt. 

Omdat het onmogelijke mogelijk wordt. Omdat het Goede niet eindigt in het kwade of het barmhartige in het meedogenloze. 

Er zullen nooit twee kanten van iets zijn, maar altijd maar één: HET IS GOED zoals het is. 

Om dat te kunnen beamen in hart en ziel, in denken en via de levenskracht of de lever, moet men de achtergronden doorschouwen kunnen. 

Moet men DE of HET Ene zien, het waarom en het waartoe. 

De natuur heeft altijd een doel, een reden. 

Zolang de ziel binnen die natuur ronddoolt en daar gedeeltelijk mede annex is, zoekt zij een reden. 

Totdat zij de natuur overheerst, dan valt de reden weg en komt het uitsluitende ZIJN terwille van het ZIJN. 

Niets is eenvoudiger dan ZIJN. 

Om tot een vereniging van de innerlijke en de uiterlijke mens te geraken moeten we beginnen met: 

1. luisteren, bezinnen, stil zijn. 

2. angst, zorgen en twijfel laten voorbijgaan, geen contact maken met ondermijnende gedachten. 

3. hart en denken baden in Licht, via tekst, beeltenis of idee. 

4. impulsen van kracht uit de bezinning of dergelijke bewaren, vloeien ze weg, direct belevendigen door herhaling van de bezinning. NOOIT de hunkering naar stilte of Licht wegdrukken. 

5. de natuurlijke mens altijd zien als de noodzaak die doelmatig blijft door de eenvoud, maar door protserigheid zij nut kan verliezen. De beker is daar om de inhoud te ondersteunen. 


Geestelijke ontplooiing is niet gecompliceerd, niets om over te tobben of zich er mede over te vermoeien. 

Zodra de mens de kracht, de diepte en de waarheid van de eenvoud - NIET de primitiviteit - verloren heeft, versiert, breekt en bevuilt hij de beker, daar de nectardrank voor hem zijn smaakt verloren heeft, gewend als hij is aan de trog der zwijnen en overvoerd als hij is met kunstmatigheid. 

Zoals de uiterlijke mens de gave van zijn zinnen verloren heeft of hen verknoeide, zo kan de ziel vergeten dat haar zinnen er zijn om de weg tot de Hoogten te onderzoeken en af te tasten. 

Opdat zij zeker en vreesloos afgronden en bergtoppen trotseren zal. 

De inspanning der ziel is de ontspanning van de uiterlijke mens. 

En is dat niet wat de hedendaagse mens zo hartstochtelijk zoekt? 

Hij, die zijn ziel vertrouwt, zal het wonder Gods IN zich ervaren.

1970 - 2015, copyright Henk en Mia Leene