Inkerende meditatie

De inkeer is - als therapie - noodzakelijk voor de gespannen, druk bezige en vooral de buiten zichzelf zoekende mens. 

We kunnen haar in praktijk brengen op elk gewenst ogenblik van de dag, maar - vooral in het begin - vooral in een ruimte waar men niet gestoord wordt, het liefste ergens waar de eigen trillingen voelbaar aanwezig zijn of in 't algemeen een hoge geestelijke trilling huist. 

De inkerende meditatie wordt door allerlei soort mensen, ook zij die geestelijk NIET geïnteresseerd zijn, als ontspanningsmethode beoefent. 

Omdat ontspanning genezend werkt en meditatie is daarom ook een lichamelijk medicijn. 

Mensen die van zichzelf al een ontspannen natuur hebben, zullen geen behoefte gevoelen aan inkeer, maar meestal meer aan een uitstraling, het zich vereenzelvigen met het Hogere. 

Dikwijls bemerkt men dat introverte typen gemakkelijker een inkeer praktiseren dan extroverte typen, die meer voelen voor een vereniging met de geest rondom hen. 

Wij laten even diegenen buiten beschouwing die dermate gespannen zijn, dat zij noch de ene noch de andere meditatie kunnen praktiseren. 

Zij moeten zich allereerst onder leiding plaatsen om zichzelf te LEREN beheersen of te leren ontspannen. 

Meditatie is een vorm van overgave en innerlijke weerstanden beletten iemand daarin. 

Overspannenheid is een teveel aan weerstanden, een ziekelijke zelfverdediging, die niet meer onder controle kan worden gehouden. 

Meditatie en stilte zijn vrijwel synoniem. 

Stilte is de afwezigheid van het ego, in gedachten, in willen, in activiteit. De volledige stilte is een volheid van geestelijke activiteit en een ledigheid van ego-werkzaamheid. 

Het afwezig zijn van het ego is niet het ego terugdringen, maar er "eenvoudig niet mee bezig" zijn. 

Ook dit volgt uit de wens van de betrokkene. 

Ons hart - en daardoor mede ons denken - worden geboeid door het onderwerp dat wij liefhebben en dat is maar al te dikwijls het ego, ons zelf. 


Inkeer is het loslaten van bijkomstigheden en het schouwen in zichzelf. 

Het zelf zien als een objectieve waarnemer en zijn innerlijke krachten en zijn natuurlijke slapende begaafdheden ontdekken. 

Zich bewust worden van de eenheid: geest - ziel - lichaam en dus NIET van het ego. 

Zodra men in een gemakkelijke houding zit - een lotushouding is niet voorgeschreven - zijn ogen sluit, omdat men anders gemakkelijker wordt afgeleid, en zich naar binnen concentreert, ondergaat men een helende harmonie. 

Indien het uitgangspunt tot deze bespiegelingen echter egocentrisch is, lukt het niet. 

Men moet NOOIT iets willen bereiken, iets willen bezitten, voordeel willen halen uit een geestelijke bespiegeling. 

De geringste verbintenis met zulk een motief plaatst ons op de verkeerde weg en de vruchten van de overpeinzingen bewijzen dat. 

Het resultaat moet altijd zijn: ontplooiing, geestelijke verrijking, inzicht, kennis of Gnosis, en een innerlijke adeldom. 

Er MOET een verandering ten goede op volgen, niet uitsluitend in lichamelijke zin, maar vooral geestelijk. 

Inkeer is: ontspannen zijn en alles aan zich laten voorbijtrekken, uitsluitend omdat men in zichzelf is geconcentreerd, een gebalde concentratie ondergaan rond de zonnevlechtstreek en een soort bevrijding gevoelen in de borstholte, en zo maken de bemiddelende partijen van het lichaam: de zonnevlecht en de borstholte zich vrij van lagere invloeden. 

Dat is de oorzaak van het verheven gevoel. 

Maar het is NIET genoeg! 

Helaas denkt menigeen van wel! 

Er moet een gewijzigde levenshouding op volgen, een karakter-verandering, een omzetten van de oerzonden. (De zeven oerzonden - Henk Leene - Uitg. Ercee, Haarlem) Dat geschiedt automatisch indien de meditatie plaatsvindt op de hartewens van de betreffende mens. 

Als ik iets heel graag wens, ben ik daar innerlijk mee bezig en zo ik de kans krijg om te doen hetgeen ik wens, dan zal ik het niet nalaten, nietwaar? 

Dat is een logische gedachtengang. Iemand, die zich beklaagt dat iets niet lukt is er met zijn hart niet bij! 

Hij is innerlijk verdeeld, zoals zovelen die geestelijk geïnteresseerd zijn TE verdeeld zijn om geestelijk iets te kunnen ontplooien. 

Concentratie is welslagen. 

Concentratie-vermogen is innig wensen. 

Meditatieve inkeer is zichzelf wensen te ontdekken en de bron waaruit het Leven, ons leven en onze wensen, voortkomen. 

God kennen is God liefhebben. 

God zoeken is God wensen te kennen. 

Als er tussen de geest en onszelf iets anders staat, iets schijnbaar belangrijks: een huis, een baan, vrouw, man of kind, een reputatie, dan lukt het NOOIT de geestelijke diepten en hoogten te verkennen. De wens tot stilte, tot inkeer, tot kennis van God en gnosis is de leiding bij de praktijk. 

Iemand een wens overdragen of schenken is niet mogelijk. 

De wens ontwaakt als gevolg van ervaringen, inzicht, ontdekking. 

Zelfs kan hij aanwezig zijn in de prille jeugd als gevolg van vorige geestelijke ervaringen. 

Maar daar waar de wens waarlijk levend is, daar is dat te herkennen in de levensweg van de betrokken mens. 

Aan deze vanzelfsprekendheid is nooit te ontkomen. 

Hier gelden geen excuses, uitvluchten, beletselen.  

De wens geleidt of begeleidt ons. 

Als dit begeleiden leiden wordt is de mens bewust geestelijk actief.

1970 - 2015, copyright Henk en Mia Leene