De vereniging in de meditatie

De naar buiten gekeerde meditatie of de vereniging met het hogere, is onderhevig aan stadia. 

Er zijn mensen die weerstand gevoelen tegen de inkeer of het z.g. "navelstaren", omdat je dan doorlopend met jezelf bezig zou zijn. 

Dat is niet helemaal juist natuurlijk. 

Het egocentrische met zichzelf bezig zijn is zuiver voortvloeiend uit het ego. 

Inkeer is het "wonder van de eenheid: geest - ziel - natuur" ontdekken, waardoor men zichzelf de vrijheid schenkt tot harmonische ontplooiing. 

Dat werkt ook lichamelijk genezend. 

Ontdekken dat het "wonder van herstel" in jezelf besloten ligt, voortkomende uit de eenheid: geest - ziel - lichaam. 

Om dit te ervaren moet je echter actief meewerken. 

Hopende op een "wonder van buitenaf", zoals gelovigen-op-gezag doen, gaat niet verder dan hopen. 

Pelgrimsreizen naar heilige plaatsen zijn hierop gebaseerd, alsmede alle suggestieve en geloofsgeneesmethoden via derden. 


Meditatieve ontplooiing is zelfactiviteit en dat kost moeite. 

Een moeite die velen schuwen. 

Hierdoor zullen uit hun methoden NOOIT geestelijke resultaten voortvloeien. 

Het lichaam LEREN ontspannen is nog NIET geestelijke adeldom verkrijgen. Dat verwarren velen! 

Het zichzelf verenigen met een hoge geestelijke beeltenis is moeilijker dan de inkeer. 

Er moet allereerst een besef zijn van dat hogere of geestelijke.

En dit zal bepalen in hoeverre men geestelijk groeien kan. 

De vrije keuze van het verbeeldingsdoel moet voorop staan. 

Een bloem of een landschap, zoals in de ontspanningsmethoden wordt geleerd, verheft ons niet, maar kalmeert ons. 

Daarom zal de eerste vraag zijn: 

"Wat vinden wij geestelijk?" 

"Wat is voor ons HET HOGERE?" 

Het is niet van belang of we nu een tekst, een gewaarwording of een beeltenis noemen, ALS het ons maar veredelt. 

Het gaat om de IDEE achter de vorm; een vorm is beperkt, maar de idee daarachter kan vrij zijn en ons leiden tot hogere stadia van denken en bewustwording. 

Het naar buiten gekeerde mediteren is als de mantram- of mandala-meditatie, met dit verschil dan men zelf zijn mantram of zijn mandala kiest. 

Een van derden ontvangen mantram is de suggestieve meditatie-methode, het zich verenigen met de idee of de beeltenis of de geconcentreerde tekst van derden. 

Zich dwingen daarmede één te worden. 

De beeltenis vóór zich zien of het mantram herhalen is als zich totaal daarin verliezen en zich erdoor laten inspireren. 

Ook hier dus: de overgave. 

Een praktijk die overspannen mensen vrezen en die slaafse, afhankelijke mensen misbruiken. 

Wanneer ik mij een voorstelling maak van Het Licht en de gedachte daaraan mij goed doet, kan ik Het Licht als mantram of beeltenis nemen, nooit vergetende dat mijn voorstelling van Het Licht wellicht volkomen anders is dan uw voorstelling en daarom blijft het MIJN mantram. 

Daarom kan ik mij daarmede goed vereenzelvigen. 

Hetzelfde geldt voor God of Geest, voor Gnosis of Ziel. 

De naar buiten gekeerde meditatie is altijd gebonden aan het innerlijke bewustzijn. 

Zij houdt gelijke tred met het ontvouwen van de bewustwording. 

Inkeer is ontdekken; naar buiten mediteren is als een hemelladder beklimmen die net zo hoog reikt als we zelf bepalen. 

Als we eraf vallen of niet verder kùnnen, bemerken we dat. 

Er gebeurt niets meer. 

Het oude vernieuwt zich niet meer in ons. 

Mediteren geen uitgevonden methode van de één of andere Boodschapper of Meester, maar zij is een ingeschapen behoefte, het tegenovergestelde van de behoefte om in de materiële wereld actief te zijn. 

De uiterlijke en innerlijke wereld worden door de mens met elkaar verbonden. 

Doen we dat niet of lukt ons dat niet, dan worden we onzeker, zwervers langs opgedroogde bronnen. 

Het zich verenigen met HET hogere stelt als eis dat we een zekere basis bezitten, nl. dat we onszelf los kunnen laten om ons met DAT hogere te vereenzelvigen. 

Aldus moeten we dat hogere liefhebben, anders lukt het ons niet. 

Hier geldt ook het: "Zo boven zo beneden".

Hetgeen in de natuur geschiedt, geschiedt ook in de geest. 

De vereniging met dat hogere - wat dit ook voor ons moge zijn - verandert ons. 

Zoals een mantram van derden ons verandert. 

Ik zeg niet: veredelt, maar "verandert". 

Deze meditatie-methode kan het gevaar inhouden dat we ons verenigen met iets dat we niet kennen of dat ons niet alleen verandert, maar ook verlaagt. 

Komt de beeltenis, het mantram of de tekst uit onszelf voort, dan kan deze ons niet schaden, omdat het reeds in ons aanwezig was. 

De doorlopende en regelmatige vereniging met het geliefde beeld of de geliefde tekst kan ons echter wel iets anders schenken: De wens naar iets nieuws, iets anders. 

Als wij de idee achter dit hogere doorgronden, kan het gebeuren dat we naar iets nog hogers gaan zoeken, omdat wij ontgroeien aan de oude beeltenis. 

Niemand kan zich immers het Allerhoogste, DE Schepper of God in al Zijn onaantastbaarheid voorstellen? 

Zodoende is er altijd groei, de beweging tot het nog Hogere. 

Dat is de zegen van de naar buiten gekeerde meditatie of het uit zichzelf voortgebrachte mantram of de beeltenis. Dat wat van buitenaf komt is niet van ons, maar van derden. 

Het begint van binnenuit en vindt aansluiting bij hetgeen buiten is. 

Wat van buiten komt is de impuls, de irritatie, de ervaring, de opwekking of de zweepslag. 

Wat rondom ons is - laten we dat niet vergeten - aan beeltenissen is een projectie van ons innerlijk. 

Innerlijk en uiterlijk zijn één. 

Wij zijn middelaar en geestelijk bezien is de ziel middelaar. 

De ziel wordt levend zodra zij bemiddelen moet en dat werk wordt haar opgedragen zodra het ego afwezig is, dus als we zelfvergetend zijn. De geestelijke wens, de liefde tot de geest, maakt ons zelfvergetend, een andere methode is er NIET. 

Mediteren is in werkelijkheid onszelf verenigen met DAT wat we liefhebben. 

Exaltaties op dit gebied zijn dikwijls het gevolg van het onderwerp waarmede wij ons verenigen en indien wij dit zelf voortbrachten, betekent het eenvoudig dat naar buiten komt hetgeen binnen was. 

Exaltatie is onbeheerstheid; in een ernstige vorm is het een ziektebeeld. 

Religieuze en ook meditatieve exaltatie is het gevolg van onbeheerste emoties; methoden, die dit in de hand werken proberen altijd de emoties te ontwrichten. 

Als de emoties ontwricht worden volgt even later ook het denken. 

Iemand niet meer redelijk kunnen benaderen is een gevolg van onderontwikkeling of onbeheersdheid van de emoties. 

De wens die de aanstichter is tot re-ligio - wederverbintenis - is een gevoelsaspect dat direct in binding staat met de ziel. 

Vandaar dat meditatie, die zo nauw met de emoties en met de wens te maken heeft, het risico van ontwrichting eveneens insluit. 

Zoals dat met zeer veel religies ook het geval is. 

Een pure geestelijke wens ontwricht echter noch de emoties noch het denken, maar corrigeert en ontplooit. 

Angst voor de diverse vormen van ontwrichting betekent wan-trouwen bezitten tegenover de geest en zichzelf. 

Alle verzet tegen een overgave is als een zelfverdediging, die soms goed soms belemmerend werkt. 

Iemand die door de geest wordt behoed, behoeft zichzelf niet te verdedigen. 

Een juiste meditatie - of die nu naar binnen dan wel naar buiten is gekeerd - behoort te beschermen, te veredelen en te verdiepen. 

Hij ontneemt de mens niet zijn autonomie, maar integendeel, maakt zich bewust van zijn autonome drie-eenheid: geest - ziel - lichaam. 


Elk mens moet zich ervan bewust worden dat uit het verleden het heden komt en het heden de toekomst vormt. 

Zij moeten ons meer bewust maken van de futiliteiten die ons overheersen kunnen, en ons sterk maken daarmede te breken. 

Aldus ons veranderend en inzicht schenkend. 

Elke meditatie-stonde is GEEN plicht, maar hij behoort een BEHOEFTE te zijn. 

Als we ervan uitgaan dat we allen behoefte hebben aan geestelijke verrijking en geestelijke heling, dan zullen de stilten tijdens de bezinningen vol zijn - vol van de geest - ledig van het eigen-belang. 

Als elk oprecht geestelijk strevend mens daaraan iets zal kunnen bijdragen, zal hij zijn leven GOED besteed hebben. 

Mogen daarom uw bezinningsmomenten vol zijn van geestelijke adeldom en ledig aan egocentriciteit, opdat de stilte volledig zij!

1970 - 2015, copyright Henk en Mia Leene