X


De Wagen van Osiris - 7, Hebreeuwse letter Zain (zahyin)


Wanneer de mens waarlijk een spiritueel leven leidt komt er in dat leven een moment van beslissing, en dat is bepalend voor zijn gehele verdere levensloop.

Zoals de geboorte bepaalt of de mens een spiritueel type wordt, zo ligt de beslissing, de val en de overwinning eveneens, als embryo, in deze mens verborgen.

Het ligt aan het individu of hij de geboortestonde van deze hemelse mens zal meemaken of niet.

Velen zeggen ernaar te verlangen, maar zij willen zich daarvoor geen geboorteweeën of vermoeienissen getroosten.

In het beslissende moment is de twijfel verdwenen, men kan niet meer heen en weer gaan tussen materie en geest.

De keuze ligt bij de geestelijke geboortestonde en dus zal deze magiër - neofiet de risico's van zulk een geboorte moeten ondergaan en accepteren.

Wel, de mens van de Keuze is beslist een veranderd mens; hij is uitsluitend spiritueel gericht, hij kent niet de twijfels en de angsten, noch de overwegingen van de halfslachtige kandidaat.

Dit is klaar aangetoond in de zevende kaart, de Wagen van Osiris. 

De neofiet is uit zijn bezinning en zijn spirituele inkeer naar buiten getreden; ieder mens behoort zulk en een geestelijke voorbereiding te kennen, het is een tijd van overleg:

Wat doe ik? 

Ga ik verder? 

Welke weg kies ik? 

Meestal storten de zoekers zich impulsief in de één of andere leer, zonder zich af te vragen: 

Wat wil ik eigenlijk?

Voordat de zoekende mens zich tot een leer wendt behoort hij zich bezonnen te hebben op zijn levensweg en deze kan niet veranderd worden door leerstellingen, maar slechts door een absolute innerlijke verandering van de neofiet, d.w.z. verbreking van zijn banden met het ego, alle driften en begeerten, verlangens stilleggen, kortom, de dwaas van den beginne moet in deze mens werkzaam worden en dit kan op zeer jeugdige leeftijd dan wel op een rijpere leeftijd gebeuren.

Alles hangt af van die innerlijke schok, die werkt als een blikseminslag.

Plotseling - althans schijnbaar - ziet deze mens dat hij alles verkeerd heeft aangepakt, dat hij tot dan toe slechts speelde, de kaarten van de Tarot schudde en voor zich op tafel gooide om te zien waar de Joker (de kans) zich bevond.

Heel het leven van de aarzelende mens is een tarot-SPEL, de diepten van de bedoelingen ontgaan hem, en zo hij ze al ziet, legt hij deze op een occulte, dan wel dogmatische wijze uit, zodat hij geen risico's behoeft te riskeren. 

De enige die het risico accepteert is de Osiris, de Hermes, de Prometheus, de Christus en de dwaas.

Wij zijn maar al te dikwijls goochelaars des levens, soms lukt ons het experiment, dan weer mislukt het, maar altijd weer zien wij kans er overheen te lopen als de zingende wandelaar, de nar die de realiteit schuwt.

De realiteit verbergen is het enige doel dat de mens boeit, en dit streven heeft zich uitgedrukt in de kaarten van de gemoderniseerde Tarot.

Alles is een spel geworden: spiritualiteit, het gevecht des levens, het streven van de ziel, de tegenstand van het ego. En dit spel werd verrijkt door literatuur, poëtische ontboezemingen, intellectuele studies, interessante bezigheden. 

Alle attributen van de goochelaar of de tovenaar zijn aanwezig en allen worden gebruikt.

Daarom wordt de wereld geregeerd door de keizer en de keizerin van de materie, en door de paus en de pauzin van de dogmatische religie.

De mensheid heeft het Tarotspel ter hand genomen en de hoogste kaart getrokken die zij, volgens haar gaven, trekken kon!

De paus, de keizer en alle verdere diepzinnige gegevens blijven toegesloten. De ziele-hunkering van de mens is als een gevangen leider geworden, een paus, zijn ego is de keizer, en de mensen zijn de slaven van beiden. 

Wordt de mens door hen niet her- en derwaarts gezonden door het land des levens en is het in zijn ogen, vooral heden, niet onaanvaardbaar geworden om een dwaas te zijn?

Wie wil nog een dwaas zijn in deze twintigste eeuw?

Wie wil de eenling zijn, die wordt uitgelachen en gehoond?

Kijk maar naar het streven van de eenlingen, zij gaan alle onder door de bespotting en worden weggehoond of zij vallen door wilszwakte, omdat zij geen dwaas willen schijnen.

Nimmer tevoren lijkt het moeilijker te zijn geweest dan heden om een dwaas te zijn! De spotters zijn in hoeveelheid toegenomen, de onwetenden vermeerderen hun aantal en de slaven zijn nog niet positief in opstand gekomen tegen ketenen en meesters.

De hedendaagse tijd is een tijd van splitsing, het is de tijd van "het gekozen worden" of het zelf kiezen.

Hoe kan men verwachten dat uit verdeeldheid eenheid ontstaat? Hoe kan men menen dat uit deze veelheid van spirituele keuze de juiste keuze gedaan kan worden?

Religio betekent inwijdingsweg tot God, terugkeer tot het oorspronkelijke begin, en zij houdt geen dwaalwegen en intellectuele studies in.

Zodra de mens zijn innerlijke beslissing heeft genomen bestijgt hij zijn zonnewagen, zijn omloop door de stof wordt vast en zeker, en hij laat zich dienen door de natuur. Geen enkele misleiding kan hem bereiken, want de planeten, zoals men zag in de kaart van de Ster, dienen hem.

Men kan deze beheersing van de stof wederom zien in de tekening van de vier zuilen: water, vuur, lucht en aarde, die bekroond worden door de drie vijfpuntige sterren: geest, ziel en lichaam.

De wagen is vierkant, de realiteit van de stof, en hij wordt voortgetrokken door twee sfinxen, een zwarte en een witte sfinx. 

Door deze mens is het mysterie van de sfinx opgelost en haar bedreiging deert hem niet meer, integendeel, hij spant de sfinx, de tempelwachters vóór zijn wagen en zij zullen hem voeren waarheen hij wil.

Hij is benijdenswaardig, deze Osiris, want hij kent niet meer de innerlijke strijd die zoveel mensen teistert, dat moeizame gevecht tussen ziel en ego, dat er eigenlijk in het geheel niet behoeft te zijn. 

Zou de mens een intensieve innerlijke bezinning hebben gekend, alvorens hij met zijn zoekersweg was aangevangen, dan zou de strijd waarover hij zo veelvuldig spreekt niet zijn deel zijn geworden, die strijd zou beslist worden door de Innerlijke Strijder, zoals in de "Stem der Stilte" wordt gezegd.

Maar deze Innerlijke Strijder komt bij ons niet zo dikwijls aan het woord.

De linkerhand van Osiris is verbonden, door zijn staf, met de vier zuilen en leidt tegelijkertijd de beide sfinxen. Hij gaat de weg des harten dwars door de elementen der natuur heen, terwijl de sterren van een nieuwe geboorte boven zijn weg lichten. 

Op zijn rechterschouder is de driehoek des geestes te zien, gedragen door de cirkel der eeuwigheid; driehoek en cirkel zijn met elkander verbonden en dus onscheidbaar. Het is het schild dat hem tegen de aanvallen zal beschermen, de geest overwint altijd de stof hoezeer dit ook anders schijnen mag.

Zijn vierkantte wagen heeft een wiel met vier spaken, wederom die verbintenis tussen materie en geest.

Maar de materie is hier ondergeschikt, de heerser is uit zijn bezinning opgestegen en hij heerst over alle aanzichten van zijn eigen natuur.

Juist daardoor bestijgt hij een wagen, zal hij de beweging kennen die hem vooruit brengt.

Hoevelen van de zoekende mensen kennen die vooruitgaande beweging die door niets wordt tegengehouden?

Denkt men niet veelal dat men stilstaat?

En waardoor komt dat?

Stilstand is geen rust, geen bezinning, maar altijd een kristallisatie. Men kan kristalliseren in zijn ideeën, in zijn gedachtebeelden, in zijn leringen.

Een mens op de spirituele weg van de Hermetische inwijding gaat van fase tot fase, maar iedere fase brengt hem verder.

Hij gaat nooit terug!

Slechts de goochelaar gaat terug, herhaalt zijn trucs, want hij wordt teruggestuurd bij de fase van de beslissing.

Deze beslissende fase van de zesde kaart draagt het teken van Venus, die de kandidaat niet laat gaan voordat zij hem heeft beproefd, en valt die proef in het nadeel van de neofiet uit, dan belet zij hem dóór de poort te gaan, zij wordt dan een sfinx, een leeuw met een vrouwenhoofd, die deze mens vernietigen zal.

Zo gaat zulk een zoeker de weg der herhalingen en hij bemerkt het niet, dat is nu die dronk van vergetelheid van Venus, dat is die misleiding in het bloed: men is een slachtoffer, een slaaf van Jezébel, de courtisane, en men weet het niet.

Het komt zelfs zover dat men allerlei excuses vindt voor zijn gedrag, en tenslotte verheugt men zich in dit spel. 

Heeft de goochelaar geen plezier in zijn trucs en gaat de nar niet zingend en opgewekt zijns weegs?

Zulk een leven is één grote leugen geworden en de mens zelf is de verpersoonlijkte leugen, omdat hij zich verschuilt achter zijn persoonlijkheid, zijn masker.

Hij is bezeten door de angst voor de vernietiging, voor een spel met de dood van het ego en hij bemerkt niet dat hij verslonden werd door de sfinxachtige Venus, die zo schoon schijnt.

Een Osiris op de zonnewagen kan de vernietiging geen angst meer aanjagen, integendeel, hij rijdt recht door deze ruïnen van zijn oude mens heen en daarom toont de tegenovergestelde kaart van de Wagen van Osiris, de Vernietiging - kaart 16, met de Hebreeuwse letter Ayin (ahyin).

Osiris op de zonnewagen draagt het teken van de letter Zain (zahyin), hetgeen wil zeggen: zwaard.

Hij heeft zijn ridderzwaard, het zwaard van Michael opgeheven en daarom rijdt hij op het hol van de draak toe, wetende waar deze huist.

De bliksem op kaart 16, van de Verbreking is als de innerlijke blikseminslag waarover wij spraken., hij vernietigt alles wat oud en voorbijgegaan is en zelf het oude ego verdwijnt, het stort met het hoofd omlaag uit zijn oude gebouw.

Er is geen leven meer in dat ego, zoals de geknakte boom weergeeft, deze boom des levens, deze ongoddelijke levensader is afgesneden.

Deze fase is één van de zozeer gevreesde beproevingen, waarvoor de goochelende neofieten beangst zijn. Slechts de dwaas deert niets en daarom loopt hij verder.

De kaart van de Verbreking of Vernietiging draagt het getal 16; in de kabbala is het zestiende Pad het Pad van Glorie en Overwinning, terwijl de occulte numerologie het een getal van beproeving, angsten en noodlot vindt. 

Zie hier weer die tegenstelling! 

De oude kabbala zag door de verbreking heen, de occulte zienswijze ziet slechts de uiterlijke kant.

Wanneer Osiris tegenover deze Verbreking staat, ziet hij deze niet als een noodlot, maar als een overwinning. 

Eindelijk geschied hetgeen zovelen hopen: het oude ego is door de bliksem getroffen en stort naar beneden, omgekeerd, gelijk de gehangene. 

U kent het symbool: zodra het ego gehangen wordt is het saturnale bekkenheiligdom ten hemel gekeerd en het ego valt van de troon in het hoofd.

De wetten zijn omgekeerd, het goud van deze wereld is als lood bij God en het lood is hemels goud geworden.

Voor iemand die zulk een Osiris wordt, is alles in het leven ook omgekeerd: wat is het goede, wat is het kwade?

Hetgeen hij voorheen als goed zag bleek kwaad en vice versa.

De Verbreking schenkt deze mens een totale ommekeer, die hem een taal doet spreken die onbekend is bij hen die de oude wet dienen. 

De overwinning van de geestelijke mens is tegelijkertijd een verlies voor het ego. En nog is het einde niet in zicht, maar de beproevingen zijn als een vreemd landschap geworden, waar de Wagen van Osiris doorheenstormt.

Is het land waarin het hol van de draak ligt niet altijd vergiftigd door diens adem? 

Daarom hoe dichter men zijn hol nadert, des te onaangenamer wordt het landschap, de beproeving, maar dat is een teken van de overwinning en nooit een voorbode van noodlot of falen.

Wanneer de neofiet zulk een mens geworden is deren hem geen aanvallen, geen hoon, want hij heeft zijn blik gericht op een zeker doel, en hij weet dat er anderen na hem komen, die zich vastklemmen en zich getroosten met zijn overwinning.

Want hetgeen hij kan, zullen anderen kunnen. 

De falende mens stelt zich tevreden met herhalingen, omdat zijn creatief vermogen hem ontnomen werd, en dat wil zeggen dat de scheppende Adem Gods hem heeft verlaten.

De Osiris-mens blijft scheppende uit de Geest en daarom ziet hij alles om zich heen als tijdelijke vormen, als dode lichamen, en voor deze zielloze vormen is hij nimmer beangst. 

Hij kan slechts mede-lijden gevoelen en hij wil het Vuur halen, en de draak doden, want hetgeen hij heeft leren kennen gunt hij ook anderen. 

Dit is nu die mysterieuze verbintenis die de oppervlakkige vrijheidsstrevers niet kennen.

Osiris, Hermes, Prometheus en de Dwaas zij gaan voorwaarts, omdat zij van binnenuit MOETEN.

Geestelijk scheppen, geestelijk leven brengt liefde-verbintenissen die uit de ziel voortkomen en niet in het brein van een courtisane zijn ontstaan.

Deze liefde-verbintenis kan wellicht bitterheid meebrengen, maar er is geen roos zonder doornen, men moet hen beiden accepteren.

Zij, die de Venus van de lagere schoonheid en bevrediging zoeken, willen een roos zonder doornen en zulk een roos is nimmer door de Materia Mater geschapen. 

Helaas kan Osiris geen weg voor de achter hem komende neofiet bewandelen, want ieder mens bewandelt zijn eigen weg, ontvangt zelf zijn wijdingen en beslist zelf wie hij kiest: de dwaas of de tovenaar. 

Wij hopen dat u reeds gekozen heeft, en zo u nog niet kiezen kunt:

Moge wijsheid uw deel worden, opdat de dwaas u zijn Tehuis binnenvoere!

1970 - 2015, copyright Henk en Mia Leene