VII


De Zon van Osiris - 19, Hebreeuwse letter Qoph (kofe)


De heerser, de mens die tot op de top van de berg der versterving is gekomen, heeft zijn grens bereikt.

Hij kan niet verder gaan, hij beheerst de vier elementen en wacht nu totdat de ether der ziel zijn hoofdheiligdom zal openen.

De heerser wacht op het wachtwoord van de heerseres, die hem de poort tot de onsterfelijkheid zal binnenleiden.

In kaart no. 19 de tegenovergestelde kaart van de heerser zien wij dan ook hoe deze wachtende stonde zich voltrekt.

Heerser en heerseres, beide in hun simpele waardigheid van de pelgrims heffen de bloem der ziel op tot de Zon van Osiris, de geestelijke zon waarbinnen het pentagram schittert.

Op de top van hun aarde, hun land, verschijnt de regenboog in de harmonie van zijn zeven kleuren.

Heel de natuur is het eens met de voortgang van deze neofiet en maakt zich aan hem ondergeschikt; zoals bij de heerser getoond werd: de natuur knielt voor hem neer, hij is haar heerser.

De heerser en de heerseres, of de positieve en de negatieve stroom van deze natuur hebben zich verenigd om uit hun samenwerking de bloem der ziel geboren te doen worden en deze offeren zij aan de geest.

Niet voor niets draagt deze kaart het nummer 19. 

Het negentiende Pad is het Pad van de geestelijke werkzaamheid.

Zodra de heerseres en de heerser of de mens die op de grens van het volkomen Endura, de geestelijke overgave, staat, de bloem hunner ziel aan de Geest gaan overdragen komt er een nieuwe werking in deze mens.

De hoogmoed van de gevallen Lichtzoon is tot niets geworden, zijn persoonlijkheidszon is opgegaan in de geestelijke zon.

Ziehier het stadium waarheen wij allen worstelen tenminste als het ons ernst is met het Pad.

Het is de overgave van het individu aan de geest.

Zelden gelukt het een mens om op de top van de berg der versterving te komen en nog zeldener is het wanneer men niet verstrikt geraakt in een laatste gevecht op deze top.

De heerser, als de fiere, edele Lichtzoon moet in staat zijn zijn eigen vuurkracht te beheersen om de troon des vuurs ledig te houden voor de geestelijke zon.

De gekruiste benen van de heerser wijzen ook op deze instelling: het linkerbeen is gekruist over het rechterbeen, het hart houdt de drift van het denken in bedwang.

De heerser die wordt tot een beheerste, is de grootste overwinnaar en daarom zullen wij ook bemerken dat de beproevingen die nu nog komen door hem op de juiste wijze worden overwonnen.

De "kleine kracht" van de dwaas wordt na deze zelfoverwinning tot een lichtende macht, die zich vrijer in de mens kan bewegen; er ontstaat een nauwere verbinding tussen de ziel en de uiterlijke mens, waardoor de geestelijke kracht in de spirituele mens vanaf dit ogenblik sterker wordt.

Osiris, de Meesterbouwer, de beheerste magiër kan nu gebruik maken van de sleutel, die hij van de hogepriesteres heeft ontvangen.

Deze neofiet kan tot een zelfstandige handeling komen en doet dit dan ook op een zeer dienende en toch edele manier.

Wij zien hem in de hogepriester - kaart no. 5 - de sleutel die het geestelijke licht bevat, of de ontsluiting heet, doorgeven aan zijn naasten.

De hogepriesteres opende het Beneden de hogepriester opent nu het Boven, zoals de stand van de sleutel bewijst.

De geestelijke Zon van Osiris komt nu tot volle ontplooiing en toont zich zoals de Hebreeuwse letter Qoph (kofe) op de negentiende kaart aanduidt, als de keerzijde van het hoofd.

Vanuit de natuur ziet men de zon als een natuurlijke stralingskracht, maar hij heeft een keerzijde, de geestelijke werking en deze toont zich nu in Osiris.

Hij is nu de Zon van de Lichtzoon en niet meer de zon van het ego.

Deze hogepriester van de vijfde kaart is de wedergeborene onder het pentagram en zo heeft zijn kaart het nummer 5.

Vijf wil zeggen het hoogst bereikbare in de stof; men kan belemmeringen tegentreden, de natuur doorschouwen, arbeiden als een magiër en zijn naasten van dienst zijn op de wijze zoals de heerseres bedoelde.

U bemerkt dat deze Tarot echt niet gegeven voor de profane mens, maar dat slechts de werkelijke discipel in de Hermetische leringen waardig kan zijn om de verheven bedoelingen te ontvangen.

Evenals de Bergrede bestemd was en is voor de discipelen en de taal der oude priesters een taal was voor ingewijden, zo is ook de Tarot de taal der spirituelen en nooit een taal voor onwetenden.

De linkerhand van de hogepriester is nu tot volle activiteit ge-komen, het ontvangende principe in de zoekende mens is geopend en hij heeft ingezien dat het verzamelen van intellectuele kennis hem geen stap verder heeft gebracht.

Bij de heerser moest dat beladen hoofdheiligdom nog gereinigd en geopend worden daarop wachtte hij en nu kan hij uit zijn stilte te voorschijn treden en eindelijk tot een daad overgaan.

U ziet: de daad volgt pas indien de ego-zon veranderd is in de geestelijke zon.

Zo ligt de weg opgetekend, ook in het Evangelie van de Pistis Sophia, waar pas in de vijfde boetezang de overgave uitgezongen wordt.

Zoals kaart 19 in de middeleeuwse Tarot niets anders weergeeft dan een primitieve zonnekracht, die over twee mensen schijnt, zo stelt ook de middeleeuwse weergave van de hogepriester juist de mens voor die het Goede Einde niet zal vinden.

Zij noemden hem de paus en in zijn handen legden zij de tekenen van zijn wereldse macht, zoals ook de zon in de middeleeuwse Tarot slechts wereldse macht schijnt te hebben.

De paus is in de wereld bekend als de hoogste priesterlijke macht, althans dit scheen de kerkvaders zo toe.

En daarom meenden zij dat de hogepriester van Hermes dezelfde functie zou hebben.

Het verschil tussen de één en de ander is frappant. 

De hogepriester is verbonden met de zuilen Boas en Jachin, positief en negatief, door zijn beide handen de rechterhand houdt Boas omklemd de linkerhand met de sleutel raakt Jachin aan.

Van hem gaat actie uit, van de paus gaat nu slechts afwachting uit, op een moment dat hij zou moeten handelen.

Zijn afwachting is echter niet een inkeer, een gericht zijn op innerlijke kracht, zoals men duidelijk kan waarnemen, maar zijn wachten gaat uit naar zijn onderdanen.

Dit is duidelijk een weergave van een wereldse-religieuze macht: zij is afhankelijk van haar onderdanen, die de zo benodigde fluïdumkracht moeten afstaan.

In de linkerhand van de paus is de zevenvoudige scepter - de begrenzing van de natuur, en zijn rechterhand heeft het bekende zegenende gebaar gereed om het kruisteken te tekenen.

Boaz en Jachin rijzen achter hem op, maar schijnen slechts als achtergrond te fungeren.

De hogepriester werkt door middel van hen, hij doet zijn geestelijk spirituele kracht indalen via de stromen der natuur.

Als u er nu aan denkt dat al deze beeltenissen in ons eigen leven op ons eigen Pad moeten worden volbracht, dan lijkt deze weg een eindeloze gang vol hindernissen en pijnlijke ervaringen. 

In de kaart van de heerser bespeurde men die intensieve concentratie, die men kan terugvinden bij die mens die het gevoel ondergaat dat er "iets in hem gaat gebeuren".

Bij de hogepriester breekt deze concentratie zich een weg naar buiten en daarom. is het ook des te merkwaardiger dat in de kaart van de paus, de middeleeuwse priester, geen sprake is van zulk een activiteit.

Geen enkel aan dogma gebonden mens kan actief zijn in de juiste zin van het woord.

Zijn activiteit is beperkt, gebonden aan wetten, aan banden gelegd door bepalingen.

Wij spreken hier uitsluitend over een spirituele activiteit, die in het hart en het denken gestaltenis neemt.

De adelaar der ziel zal zich waarlijk tot de hemelen moeten ver-heffen en niet moeten dienen als een etiket voor een wereldse macht.

Dit is wat de middeleeuwse Tarot geworden is, een verzameling van etiketten en zelfs deze etiketten vertolken de waarlijke de benamingen niet meer.

Iedere imitatieneofiet onderwerpt zich aan de wet van deze wereld, aan etiketten, maar de waarachtige hogepriester werpt deze wet van zich zonder ooit wetteloos te kunnen worden.

De zielloze mens, die uit revolte zich tegen de wetten keert, komt niet terecht bij een hogepriesterlijk stadium, maar hij vervalt in de negativiteit van de maankrachten, dan wel in de drift van de vuurkracht of de hoogmoed van de zon.

Het is helemaal niet zo moeilijk om dit om ons heen te kunnen vaststellen: de revolte van de materieel of stoffelijk ingestelde mens is intellectueel, scherpzinnig en spitsvondig, dan wel geëmotioneerd, geëxalteerd.

Hij wordt door Mars aangevuurd dan wel door Venus, door vechtlust uit machtswellust dan wel door sensuele drift uit genotzucht of wellust.

Deze twee menselijke gedragspatronen vindt men terug in veelal alle vormen van godsdienst.

Men vindt er de intellectuele studie, de spitsvondigheid, dan wel de wellust der ziel of de wellust der zinnen.

Uit deze beide driften komen dan de handelingen voort, de moeilijkheden op hun weg, de angsten, zorgen en benauwenissen. Noch de Hah, de staf der eeuwigheid of de intuïtie van de begeleidehond, zijn dan werkzaam.

Zij zijn beide veranderd in de ordinaire wandelstaf van de nar en de instincten van de begerige hellehond.

Men ziet deze beide duidelijk weergegeven op de kaart van de middeleeuwse dwaas. Zijn staf is niets anders dan eer stok, soms zelfs is er zijn levensvoeding aan vastgebonden en de hond is een bedreigend element geworden.

De hond van de pelgrim dwingt hem voort te gaan, de hond van de Nar maakt hem belachelijk, dat is het verschil!

En is - tegenover de intuïtieve mens - de instinctieve mens niet belachelijk geworden?

En is het niet de nar die tenslotte zal pralen met de scepter van een pausdom, een imitatie-meesterschap, een primitief plagiaat van een christelijk hogepriester?

De nar bedriegt zichzelf zoals de paus zichzelf bedriegt.

Daarom vindt de paus de negatieve werking van de maan tegenover zich en is hij paus geworden in een maanreligie; de hogepriester vindt de geestelijke maan tegenover zich, zoals kaart 18 - de Maan aanduidt.

De vijfde kaart van de hogepriester draagt de Hebreeuwse letter Heh (hay) en zijn beduiding is: venster.

Het venster tot de onsterfelijkheid is geopend.

Het pentagram of de Ster van Bethlehem is eveneens een symbool van dit venster, zoals de ster een venstertje in de hemelen is.

Het venster in het voorhoofd van de hogepriester is geopend en toch is hij nog niet gearriveerd.

Want hij is nog gebonden aan Boaz en Jachin en dat vergeten de occulte pauzen en meesters wel eens.

Dat venstertje in het voorhoofd moet NIET geopend zijn op Boaz en Jachin maar gericht zijn op de zon van Osiris.

En daarbij, zoals de tegenovergestelde kaart van de hogepriester laat zien, de geestelijke maan, de pinealiskracht als doorgeefster gebruiken.

De twee zuilen Boaz en Jachin houden op deze kaart binding met die maan, de maan is NIET zelfstandig, maar geeft ook positieve kracht door.

Aan de voet van de weg blaffen de honden, de afwezige, dus in geestelijke concentratie verzonken pelgrim, een waarschuwing en een begroeting toe.

Zij waken, opdat hij niet aangevallen zal worden door de kwade geesten die vooral hier hun slag zouden kunnen slaan.

Het teken van de zodiakale Kreeft, symbool van de negatieve maankracht, is opgesloten in haar eigen element, haar waterhol.

Deze maan verrijkt de slapende, of onbewuste geestelijke bronnen van de mens.

Wanneer de hogepriester afwezig is d.w.z. ontvankelijk slapende is, zijn bewustzijn niet waakt, waken intuïtie en Geweten, zo het goed is met hem, en alleen daardoor zal hij in staat zijn deze weg tot de hoogten van de spirituele maan te betreden.

Wanneer men slaapt en wakende blijft in de geest dankt men dit aan zijn begeleidehond, de Intuïtie en het Oerweten en deze houden bintenis met de geestelijke maankracht, en staan niet onnozel te blaffen tegen een primitieve aardse maan, zoals de middeleeuwse Tarot dit weergeeft.

De honden moeten de hogepriester wederom tot zijn taak roepen, hij moet gedwongen worden de afgebeelde weg verder af te leggen en dan riskeert hij dat de kreeft hem in het been bijt, zoals de mythen zeggen.

Slechts wanneer de kreeft opgesloten wordt in haar hol, is zij kansloos, want de emotionele maandriften betekenen het grootste gevaar voor een hogepriesterlijk mens.

Onze wereld is daarvan het beste bewijs door haar verdeeldheid en haar exaltatie in de religie.

Die hiervan leren wil, lere!

1970 - 2018, copyright Henk en Mia Leene