V


Alles in Allen - 21 , Hebreeuwse letter Tav (tahv) 

Middeleeuws: de Wereld


Tegenover de hogepriesteres staat de kaart die verondersteld wordt het Goede Einde van de Tarot voor te stellen.

Inderdaad is dit een prachtig einde: Isis omsloten door de slang met de staart in de bek, maar dit einde is niet bestemd voor de neofiet, zoals wij hem kennen, de mens dezer natuur.

Deze Isis stelt het hoogste aanzicht van zichzelf voor: een krachtveld der slangen, voortdurend belevendigd door zichzelf, door de eigen kracht.

Beide handen, links en rechts gebogen naar het hartheiligdom, het hoofd nu onbedekt, geheel en al vrij om zowel de indalende als de uitgaande stromen te ontvangen.

Haar rechterbeen is nu op de slang geplaatst, een positieve geladenheid vanuit de slang der wijzen, in zichzelf, is haar voortdurende bezieling.

Deze slang is het symbool van Hermes, de staf des harten, de staf der slangen, de slang der wijzen.

U weet dat menige leer deze slang vergelijkt met ons ruggemerg, waarbinnen de opgaande en neergaande elektromagnetische kracht ons het leven schenken.

De slang speelt een belangrijke rol in mythologie, religie en legende, zowel in het oosten als in het westen.

Op de kaart heeft men Isis ook nog omgeven door de vier mysteriedieren: adelaar, de leeuw, de stier en de engel.

De adelaar der luchten, de leeuw van het vuur, de stier van de aarde en de engel van de reine etherische wateren.

In de Egyptische mythologie kende men andere symbolen om de vier elementen aan te duiden vermoedelijk is de weergave hier enigszins verdicht.

Deze Alles in Allen is echter zuiver abstract: het is de geestelijke Adem, die in allen moet zijn en die tenslotte alle figuren van de Tarot wederom tot één maakt: één in de Fohatkracht van Isis.

U ziet dat deze Alles in Allen-kaart uitgebeeld wordt door een vrouw; door de vrouwelijke ontvankelijkheid van de ziel bereikt de neofiet uiteindelijk wederom de 0, zoals deze ook door de slang wordt aangeduid.

Daarom is het juist dat men de kaarten van de Tarot in een cirkel of een 0 legt, beginnende bij de Dwaas en eindigende bij de dwaas.

Steeds twee kaarten tegenover elkander plaatsende, twee fasen, een zielenfase en een aarde fase; een indalende en een opstijgende periode.

De eerste is bedoeld om de ziel tot rijpen te brengen, de tweede is bedoeld als een ziele-ontstijgen.

In het Alles in Allen is de ziel ontstegen, maar dan ook slechts de ziel die de beslissende fase van kaart no. 6 heeft doorstaan.

Voor de zoekende neofiet of de strevende mens eindigt de weg van Inwijding veel eerder; de fasen die daarna komen zijn voor hem niet te doorgronden als hij zijn eigen Inwijding niet reeds in de zesde kaart bevestigd heeft.

De Alles in Allen-kaart staat zo ver weg van de moeizaam pogende mens, dat hij ernaar wil uitzien als een kostbare overwinning, als een bekroning van zijn arbeid. Doch zulk een neofiet schouwt nimmer deze Alles in Allen van Hermes, hij schouwt haar ge-vangen genomen decadentie: de wereld, zoals de occulte en de middeleeuwse Tarot de 21ste kaart noemen.

De wereld wordt voorgesteld als een vrouwenfiguur met een magiërsstaf in haar hand.

Zij is omgeven door een lauwerkrans en de vier bijbelse mysteriedieren die het typische roomse heiligen-aureool dragen, behalve de stier die altijd als een onwaardig beest geldt.

Deze wereld is een hiërarchieke wereld van de dogma's: het is de gevangenis van een religieus astraal veld, er is geen teken van eeuwigheid, noch van bezieling, de ziel lijkt gevangen genomen door de religie van deze wereld.

Ook hier mist die absolute inkeer, die reinheid en verhevenheid van de Egyptische aanduiding.

Wanneer de Tarot-bestudeerder meent dat dit het Goede Einde moet zijn waar de "Bonhommes" van zongen, die de ketters bezielden, wel, dan bewijst hij duidelijk dat hij de doorbraak in de beslissende fase niet heeft doorzien.

Zo men echter de weg van de pauzin is gevolgd dan wacht inderdaad deze Wereld.

Op deze kaart staat de Hebreeuwse letter Tav (tahv), hetgeen beduidt: merk of kruis.

Isis draagt het merkteken, het teken van de uitgeredden.

De Wereld-vrouw draagt ook een teken, het teken van het kruis der Hiërarchieën.

De 21ste. kaart schenkt het merkteken aan de neofiet en dit teken is uit deze wereld geboren dan wel uit hemzelf voortgekomen.

Het is een etiket dan wel een vlam, uitstralend over allen, deze vlam is Alles in Allen, zoals er wel eens van sommige Hiërarchieën gezegd wordt, dat zij Alles vóór Allen moeten zijn.

Soms zet men op deze kaart de Hebreeuwse letter Shin, die ook op de dwaas staat, omdat de Shin voor het goddelijke vuur staat, voor de opgang in God.

Wederom is er een verwarring: de dwaas draagt de Shin en de Alles in Allen zou de Shin moeten dragen.

De Kabbala bewijst hiermee dat zij jonger is dan de Hermetische leringen.

Het einde is niet Tav, het einde is Shin, Shin is de dwaas en Isis woont in deze dwaas.

De Tav is het merk van Shin, de dwaas geeft zijn innerlijke kracht aan Isis en vice versa. 

Daarom noemt men het één en twintigste Pad ook het Pad van Verzoening.

De verzoening met de dwaas en de verzoening met God, of Shin, Siva.

Deze verzoening van de 21ste kaart moet echter veel eerder plaats vinden, want het is een proces, een verzoeningsproces van de Lichtzoon met zijn God.

Daarvoor moet hij iets doen. 

Een offer brengen dat menigeen over het hoofd wil zien, maar dat voor de magiër en de dwaas geen offer meer is.

Zodra de magiër en de hogepriesteres elkander spiritueel gevonden hebben, hun krachten hebben gebundeld, is de neofiet klaar voor de volgende stap van Inwijding die gekenschetst wordt als:


De Heerseres - kaart 3, Hebreeuwse letter Gimel (geemel)


Uit deze neofiet staat nu op de heerseres, een ontvankelijke figuur die voor hem het heel-al, of de natuur opent.

Zij is het evenbeeld van Venus, de Morgenster, degene die het hartheiligdom en de daarmede in verbintenis staande zonnevlecht, die men wel "het kleine altaar" noemt, beheerst en leidt.

Zij is een ander aanzicht van Isis: Isis is de priesteres des harten, de heerseres is de heerseres van het hart.

De eerste leidt in de sfeer der ziel, de tweede leidt in de sfeer van de stof en vertaalt voor de neofiet de impulsen van Isis.

De heerseres draagt in haar rechterhand de magiërsstaf waarmede zij de adelaar aanraakt.

De adelaar is het zinnebeeld van de positieve zielekracht, vuurkracht, magische bezieling en de heerseres houdt verbintenis met deze kracht der ziel.

Toch gaat de dwaas steeds verder de stof in, het twaalfvoudige firmament, de zodiak gaat zich boven zijn hoofd sluiten.

De heerseres draagt een lotus met twaalf sterren, zij heerst over het heelal der stof en zij zal de dwaas de capaciteiten schenken om de belemmeringen te overwinnen, want zij is Isis belichaamd in de stof, de morgen- en avondster. 

Isis, die eigenlijk heerst over deze "tijdelijke dochter van de Oernatuur".

Zij heerst over geest, ziel en lichaam, zij is de heerseres binnen het rijk dat de dwaas nu betreden heeft en zo gaat er een handeling volgen.

Steeds zekerder worden de beeltenissen van de obstakels, maar ook de heerseres beschermt de neofiet, doch slechts BINNEN de zodiakale omarming, haar macht gaat niet verder.

In de Hermetische overlevering dalen alle krachten met de dwaas de stof in en zij maken zich ondergeschikt aan de trillingen van de stof.

Om deze zodiakale gevangenis te kunnen verlaten moet men de heerseres passeren en zij zal met haar staf de adelaar tot zijn vlucht naar de hemelen aanzetten.

De magiër kent de heerseres en geeft zich vrijwillig aan haar gevangen, omdat zij hem geen kwaad wil doen, maar integendeel hem zegt hoe hij moet handelen op zijn levensweg om de adelaar tot de hemelen te doen opstijgen.

Venus, de heerseres is de Morgenster en de Avondster op deze aarde; zij bewaakt ons heelal en zij is de bekendste ster voor het oog der mensheid.

Aan de ochtendhemel is zij een teken van nieuw begin, aan de avondhemel is zij een leid-ster.

Niemand ontsnapt aan dit heelal zonder de heerseres - Venus - te ontmoeten.

Denkt u hier even aan de reis van C.R.C. Ook op zijn reis ontmoette hij Venus; hij MOEST haar ontmoeten om de poort tot de hemelen te kunnen doorgaan en het wachtwoord te kunnen vernemen.

Men zegt altijd dat Venus de liefde is, de liefde des harten.

Zij is echter tweevoudig: lichtend en bemoedigend, maar ook lichtend en misleidend, verleidend.

Zij is net zo onbegrepen als het woord: liefde. 

Er is een liefde des harten en een liefde der ziel. 

De liefde des harten moet verheven worden tot de Liefde der ziel.

Indien men bij Venus of de heerseres blijft staan, komt men nooit door de barrière van de saturnale begrenzing heen.

Indien de mens slechts humane liefde kent, menselijke liefde, hoe onontbeerlijk ook, zal hij nooit zichzelf kunnen vergeten in de spirituele betekenis van het woord.

Want het hart zoekt weerklank, troost, koestering. Slechts de ziel zoekt zichzelve niet, maar God.

Dat is het verschil tussen de hogepriesteres en de heerseres.

De heerseres beproeft de neofiet op zijn liefde. Waaruit komt zijn liefdedrang?

Uit zijn bloed, uit zijn hart, uit zijn denken of werkelijk reeds uit de ziel?

De neofiet die bewijst de ego-liefde nog te kennen laat zij niet door, maar zij wordt dan de verleidster en misleidt hem.

Zij wordt zijn "keizerin" zoals de middeleeuwse Tarot haar noemt.

Deze keizerin houdt hem gebonden aan het rad der natuur, zoals ook de pauzin deed.

Zij beheerst zijn gevoelens en zijn denken, zij injecteert zijn denken en daarom zegt men dat degenen die door Venus overheerst worden gevoelig zijn voor de sensuele liefde.

Venus kan een Jezebel worden, de Jezebel die de zoekers uit hun evenwicht brengt en hen voorlopig in haar netten gevangen houdt.

Daarom zegt C.R.C. "Hij heeft Venus slechts aanschouwd", verder niet.

De aanschouwing, of de ontmoeting is een bewijs dat de liefde van de neofiet verder gaat dan Venus: hij volgt een hoger doel.

Geen enkele neofiet laat zich door deze Venus misleiden en voor hem wordt zij nooit de keizerin, maar wel een heerseres, een heerseres in haar eigen rijk en daarom de beste begeleidster in dat voor de neofiet onbekende rijk, MITS hij haar aanschouwt zoals zij IS. 

Menigeen aanschouwt haar niet slechts, maar draagt haar merkteken in zijn bloed, als u begrijpt wat ik bedoel.

Als met een brandend ijzer kan deze Venus, deze lichtende, stralende van schoonheid, haar merkteken in het bloed van de neofiet branden.

Dat merkteken ziet men nog van hem afstralen in de 21ste kaart, zulk een merkteken draagt dikwijls de vorm van een kruis. Het kruis van de verbintenis met een Venus of een Maan-religie, adorerende de beeltenissen van de maagd, aanbiddende de Heilige Vrouwe zonder te verstaan waarom en waartoe.

Zoals men in de pauzin de madonna aanbidt, zo aanbidt men in Venus eveneens een madonna.

U kent het verhaal wellicht van zwarte en de witte madonna.

De zwarte madonna werd aanbeden door de ketters, de witte madonna werd aanbeden door de roomse gelovigen.

Isis is de zwarte madonna; zij is neutraal, niet misleidend, niet aanbidding zoekende voor zichzelve want zij is zwart, de nacht niet verlichtende, geen licht voor zichzelf vragende en daarom is zij het symbool van de wachtende Isis: Komt hij, die mij HET Licht schenkt, reeds? 

De maan of de pauzin is de witte madonna, aanbidding aannemende, bemiddelende bij haar god, haar tovenaar.

Isis bemiddelt niet - althans niet in deze fase - maar zij wacht op haar Heer, haar magiër, die de sleutel overneemt .

Bij de pauzin-slaven gaat de adoratie uit naar de Maan, een bemiddelaarster, een reflector.

Bij de Isis of hogepriesteres-dienaren gaat de blik naar de Zon, de Shin, God, het Vuur.

Onder de pauzin werken en leven slaven, onder de hogepriesteres arbeiden dienaren met individuele taken.

De heerseres begeleidt deze dienaren, maar zij kan de verleiding niet weerstaan om de slaven te misleiden.

Reeds in deze beginnende fasen gaat de keuze van de neofiet zich al bepalen: Isis of Venus, zielenliefde of ego-liefde des harten.

Het hart is de poort tot de ziel, in het prilste begin woont in zulk een hart de keizerin, dan is er geen plaats meer voor de hogepriesteres, slechts de heerseres van dit heelal staat haar plaats af, omdat zij haar begrenzing goed kent en omdat de neofiet haar niet erkent als het allerhoogste.

Zij is het beste op aarde: liefde tot de medemens, indien zij niet ontaard is, maar zij brengt nooit de verlossing voor de ziel, slechts bevrediging voor het ego.

Humane liefde MOET er zijn, iedere neofiet MOET Venus aanschouwen, moet dus de humane liefde kennen en praktiseren, maar hij moet weten dat deze niet de overwinning brengt. 

Men kan niet zeggen: Dat is humanisme en dus verspilde tijd! 

Venus vraagt haar tol, eist haar wachtwoord en dit culmineert in een grootse offerande.

Als men deze heerseres niet tot een slaaf wordt, dan blijft er niets anders over dan dat zij haar tol neemt.

C.R.C. weet dit zodra hij haar heeft aanschouwd, dat is het moment waarop hij vermoedt wat hem wacht.

En zo gaat het precies met de zoekende mens. 

De sensuele liefde loochenen en haar omzetten in een ziele-liefde betekent offerande, naastendienst en tenslotte teruggaan tot het niets.

Wanneer de neofiet alle liefdebinding met de materie losmaakt - en juist de liefde die via het hart gaat, blijft hem niets anders over dan héén te gaan, door de poort te gaan, een losgeslagene te worden in deze natuur, door niemand begrepen, door Venus koel begeleid, en daarom zegt zulk een neofiet dikwijls: Ik zoek liefde, warmte, troost!

En toch vindt hij deze niet op de oude wijze. 

Dat is de worsteling, of de fase van de heerseres.

Zij zal u dienen, MITS u bewijst DE magiër te zijn en bereid zijt de dwaas zijn gang te laten gaan.

Hij, die wijs is, worde tot deze dwaas!

1970 - 2015, copyright Henk en Mia Leene