IV


De Hogepriesteres - 2, De Pauzin, Hebreeuwse letter Beth (bayth)


De heilige Verbeelding is een noodzakelijke werking om tot creatie te komen.

Uit de verbeelding ontstaan ziekten, maar ook heiligingen.

Een kenmerk van onze tijd is wel dat men de mens zijn verbeelding ontneemt; het kind wordt geremd in zijn beeldende vermogen, vooral door de T.V. en de stripverhalen.

Indien dit doelmatig geschiedt mist het kind op latere leeftijd soms zelfs a1 in de jeugd, iedere mogelijkheid tot zelfstandig denken, tot abstract scheppen.

Juist dit abstract scheppen is onmisbaar voor de spirituele ontwikkeling van het kind en de mens.

Een streng dogmatische religie ontneemt de mens eveneens zijn verbeeldingskracht, zij vormt zelf beelden en zo krijg je een religieus stripverhaal waar de mens zich aan vastklemt en waarvan de beelden hem niet meer verlaten.

De verbeelding verbreekt de mentale begrenzingen; een gemis aan verbeelding sluit de mens op in zijn gevangenis van het beïnvloede denkvermogen.

Er zijn mensen die zich aan uiterlijke feiten houden en er zijn mensen die de bron zien waaruit de feiten ontstaan.

De eerste mens mist beeldende kracht d.w.z. werkzaamheid van de hogepriesteres; de tweede mens laat de hogepriesteres haar arbeid doen.

Nu is het natuurlijk begrijpelijk dat de verbeelding afhankelijk is van zijn inspiratrice: hogepriesteres OF pauzin.

De hogepriesteres is een zelfstandige magische kracht; de pauzin is een gebonden natuurlijke kracht.

De hogepriesteres heeft een intuïtief beeldend vermogen; de pauzin is instinctief, natuurdwangmatig.

Het is niet verwonderlijk dat de loop der religieuze geschiedenis de hogepriesteres omvormde tot een pauzin, want van de hogepriesteres is het gevaar te duchten.

Zij fulmineert tegen gevangenschap, zij sluit nooit een onmogelijk schijnende mogelijkheid uit, kortom zij weet intuïtief dat hetgeen zij gelooft op een feitelijke waarheid berust, die echter niet zichtbaar kan zijn voor de aardse zintuigen.

De pauzin reflecteert uitsluitend hetgeen binnen de natuur werkelijkheid is en daarom siert haar hoofd zich met een maansymbool.

Isis, de hogepriesteres, kent de geopende lotus als hoofdtooi, het symbool der reinheid van de ziel die zich opent voor het licht.

In de linkerhand van de pauzin bevinden zich de sleutel met de baard naar boven en een kruis, beide zijn omgekeerd evenredig gehouden met de symboliek van Isis, bewust dan wel onbewust.

De troon van Isis is een vierkant, getooid met de Hah, de staf des harten of der eeuwigheid.

De troon van de pauzin is versierd met een zwarte sfinx, men zegt het symbool van geheimenis, maar deze kan ook het symbool van vernietiging vertolken.

Nu zijn de sleutel en het kruis later toegevoegd, de oudste weergave van de middeleeuwse Tarot ziet de hogepriesteres nog primitiever: een pauzin-figuur met een geopend boek en een geheel afgesloten hoofdheiligdom.

U kunt dit in overeenstemming brengen met de verplichte hoofdbedekking die sommige religies hun vrouwelijke leden voorschrijven.

Daar waar de verbeelding wordt gedood, daar is de mogelijkheid tot individuele spiritualiteit absoluut verkeken.

Zoals de oude middeleeuwse Tarot van de magiër een soort kermisgoochelaar maakt, zo maakt zij van de hogepriesteres een dogmatische leidster, een wezen dat haar oorspronkelijke taak niet meer kent, maar uiterlijke wetten volgt.

Deze kaart draagt het nummer 2 en de letter Beth (bayth).

Twee is het getal van samenvoeging en in de kabbala is het 2e Pad het Pad van de zich openbarende Geest, de Wijsheid.

Heilige Verbeelding schenkt wijsheid die niet op uiterlijke wetten stoelt, maar zich uitsluitend richt naar de intuïtieve zielekracht.

De Hebreeuwse letter Beth (bayth) draagt de symboliek van Thuis, het ingaan in een Tehuis des Geestes.

De heilige Verbeelding brengt de magiër inderdaad in een veld des geestes, een oorspronkelijk Tehuis van goddelijk denken.

Zonder deze hogepriesteres slaagt hij niet erin contact met het abstracte denkveld te krijgen.

Daarom is Isis gezeten op de troon die de eeuwigheid symboliseert, eeuwigheid door de staf van Hah en realiteit door zijn vierkantte vorm.

Iemand, die Isis tot de zijne maakt, bezit de sleutel tot het geheimenis en de wijsheid uit het Boek des Levens.

Maar hij spreekt daar niet over.

Isis ziet de magiër op zich toekomen en daarom mag zij nooit gesluierd zijn, want hij die haar ontmoeten gaat is nooit een falende, nooit een spitum lanficummaker, maar altijd DE magiër.

Isis is niet te overmeesteren door wil of geweld, zij trekt zich terug, zij lost zich op in nevelen, zoals de Hoge Verbeelding zich terugtrekt van de neofiet, die zich uitsluitend op zijn ego-wil en zijn ego-kracht baseert.

Slechts de pauzin schikt zich naar de wil van het ego naar de macht van de tovenaar of de goochelaar.

Zij gaat dezelfde weg als hij en daarom mist zij de gaven van Isis en komt de neofiet met haar niet waar hij werkelijk zijn moet.

Pauzin en tovenaar worden egocentrische magie en egocentrisch mysticisme, ontaardende in alle vormen van occulte, zwarte magie en exaltatie.

Onder de druk van de pauzin verbreekt men de zichtbare begrenzingen en komt men in het onzichtbare gebied van DEZE natuur.

Hierdoor ontstaan helderziendheid, overgevoeligheid, medium-schap en alle vormen van negatief zienerschap.

Dan is de neofiet inderdaad de slaaf geworden van de magische kracht van de pauzin, want hoe weinigen komen er los van zulk een vernietigende begaafdheid?

De hoge verbeelding is deze mens niet slechts ontvallen, maar bij hem werd Isis veranderd in de pauzin en dat leidt tot verslaving als bij drugs en tenslotte tot velerlei vormen van krankzinnigheid.

De magiër is de slaaf van niemand, maar ook de hogepriesteres is de slavin van niemand; zij zijn elkanders gelijken en elkanders noodzakelijke samenspelers.

Links en rechts - negatief en positief zijn elkanders tegenpolen en op een weg van Inwijding moeten zij beiden een harmonische arbeid afleveren.

Alle tegenzin tegen het rechtse of het linkse, de verachting dan wel de haat voor de man dan wel de vrouw komen voort uit een innerlijke onevenwichtigheid en een totaal onbegrip van de natuurlijke en spirituele wetten.

Innerlijke onevenwichtigheid is angst; angst door een ervaring waarin men is blijven steken en waarbij men zichzelf heeft gepantserd.

Angst is een dikwijls onoverkomelijke drempel op de weg van geestelijke Inwijding; de hogepriesteres schenkt de mens soms angst, omdat zij hem confronteert met een microcosmisch verleden, met de rugzak van de dwaas.

De pauzin doet dit niet, zij doet helemaal niets, maar laat zich leiden door impulsen, instincten, die voortkomen uit machtswellust. 

De hogepriesteres wéét dat zij de magiër of de neofiet beproeft, want er komt altijd een ogenblik waarop, de heilige Verbeelding tot een innerlijke ontmanteling voert en daarom is Isis ongesluierd, openhartig, rein, l maar stilzwijgend. 

De occulte Tarot heeft de pauzin nog allerlei occulte symbolen toegedacht. De neofiet moet deze allereerst leren lezen voordat hij haar tempel kan binnengaan.

In de Hermetische leer is Isis echter de eenvoud zelf: de magiër moet slechts de sleutel in ontvangst nemen en in staat zijn het Boek des Levens te leren lezen.

Het Boek des Levens is als het geheimenis der oorspronkelijke Natuur; iedere alchemist weet dat in dit geheimenis het Pad van Inwijding ligt opgetekend.

De natuur is niet verdoemd in de wijsheid der Gnostieken, maar zij is de tijdelijke dochter van de Goddelijke Natuur en momenteel is deze dochter ziek, zoals de mensheid ziek is geworden en zoals zij versteend door gemis aan innerlijke Verbeelding.

Zij wordt steeds verder de weg van de saturnale verharding opgeleid, zodat zij tenslotte "dood" zal zijn voor de geest.

De spirituele mens die dit nog niet ziet, moge hij leren lezen op de open bladzijden van dit Boek des Levens.

Dat wat de mens niet bezit kan hij aan zijn kinderen niet doorgeven en zo groeit er momenteel een generatie op van verbeeldingsloze mensen, creatiefloze schepsels, slaven van een goochelaar en een pauzin.

De goochelaar is het intellect, met al zijn uitwassen, de pauzin is de vergiftigde verbeelding, geworden tot in de vorm gegoten afbeeldingen, een dode verbeelding zonder creatief vermogen.

De Gnostiek kent geen ingewikkelde symboliek; zij kent slechts eenvoud, een enkele beeltenis draagt een wereld van wijsheid in zich.

Kijkt u maar naar de Egyptische Tarot, zij is ontroerend van eenvoud en direct treffend door haar wijsheid.

Alle ingewikkelde theorieën, symbolen, uitleggingen ontstonden op de occulte weg omlaag, omstandigheden werden ontvlucht door uitwegen; beproevingen werden teniet gedaan door leugens; de waarheid werd bedekt door een bombast van klederen, in allerlei symbolische kleuren.

Uit deze bedrieglijke imitatie groeiden de uiterlijke religies, het uiterlijke oog bekorende door hun kleurenpracht, hun schittering, hun rijkdommen en hun praalzucht.

Het occultisme - in zijn huidige vorm - is een pralende leer; de neofiet zoekt macht, kennis, bezit, bewijzen van zijn graduele staat.

Wat zoeken de Dwaas, de Magiër en Isis?

De dwaas wéét nog niet wat hij tegen zal komen, maar is voorbereid op alles, en daarom is hij dwaas en arm en vraagt niets voor zichzelf.

De magiër zoekt niet, hij wacht.

Isis wacht op haar beurt op de klank van de magiër, op het teken van zijn staf, op de trilling die ontspruit uit zijn innerlijk wachten.

Dit is nu het stadium waaraan alle grote persoonlijkheden, de vuurtypen een hekel hebben: de magiër wàcht op Isis en Isis wacht totdat de magiër zich tot haar keert.

Dit alles geschiedt binnen de innerlijke tempel, in de stilte van het individuele heiligdom, dat de dwaas meedraagt, anders zou hem de moed tot zulk een weg ontbroken hebben, dat de magiër de kracht schenkt tot wachten en tot overgave aan Isis en dat Isis de openhartigheid en de angstloosheid schenkt om de magiër open en vrij tegemoet te blikken.

Zij vreest geen gevaar, want dit bestaat niet voor haar!

Alle drie de figuren worden beschermd door een innerlijke kracht, de kleine kracht Davids, en zij tonen dit duidelijk, zoals de intuïtieve waarnemer kan constateren.

Naast hen zijn de occulte Tarot-figuren protserig, onwetend, oppervlakkig en doelloos.

Wanneer een mens hunkert naar een oplossing voor zijn spirituele problemen dan kan men hem niet helpen door hem een in-gewikkelde theorie voor te leggen.

Zulk een mens vraagt om een bevrijding uit zijn gevangenis; hij heeft soms slechts één woord, één voorbeeld nodig om hen uit zijn pijn te verlossen.

Het moet vrede schenkend en innerlijk verrijkend zijn geweest om door de tempelgang te lopen waar de beeltenissen van de Tarot waren weergegeven, want iedere beeltenis straalt een trilling uit, een heiligende trilling, ziele-balsemend.

Zo vulde zich deze ruimte met een spanningsveld waarbinnen de neofiet in zijn Verbeelding de gehele Terugweg voor zich zag.

In zulk een moment - u weet het waarschijnlijk zelf - vallen angst, zorgen, moeilijkheden van de mens af en wòrdt hij de dwaas.

De dwaas die terug wil naar zijn Tehuis, die iedere verschrikking durft tegentreden, die afscheid neemt van bezit, eer en aanzien en die vanaf dat ogenblik een eenzame, een eenling wordt temidden van een wereld vol betweters.

Voor deze dwaas zijn de beeltenissen van de Tarot aanwijzingen, waarschuwingen en leringen.

In de magiër herkent de hogepriesteres deze spirituele dwaas en daarom reikt zij hem de sleutel van verre!

De pauzin weet nog niet wat er komt, zij is afwerend, houdt alles zelf vest, kortom zij twijfelt en de twijfelaar werpt zich op uiterlijke macht, op uiterlijke feiten, op de bezittingen van de magische occulterij.

De magiër bezit innerlijke adeldom, daarvoor behoeft hij zich niet te sieren met de uiterlijke protserige symboliek van zijn dogmatische macht.

De innerlijke kracht maakt de mens maar al te dikwijls uiterlijk arm, maar geestelijk rijk.

Deze geestelijke rijkdom, die de wereld een dwaasheid is, wordt niet geteld door de goochelaar noch door de pauzin, zij zoeken beide niets anders.

De sfinx op de troon van de occulte pauzin vertelt van haar gevaarlijke macht: zij verslindt degenen die zich aan haar overgeven.

In de legende was de sfinx het mysteriedier dat allen verslond die haar vragen niet juist konden beantwoorden.

De pauzin stelt vragen, eist, zoals uiterlijke wetten eisen en drukken en indien nodig vernietigen.

Isis eist niet - zij schenkt.

Maar slechts zij kan zich de weelde veroorloven om openhartig te schenken omdat zij de magiër ZIET.

Bij Isis is geen vernietiging bekend, zoals zij met een falen geen rekening houdt; alles aan haar is vastbesloten, zeker, onaantastbaar. 

Dezelfde eigenschappen als bij de dwaas, die vastbesloten zijn weg kiest en de magiër die positief wacht.

De twijfelaar kan iets nieuws ontdekken, maar hij is NOG niet de arme dwaas, hoogstens probéért hij de weg der dwazen.

Maar waar hij zal eindigen weet, hijzelf nog niet. 

De dwaas van de Hermetische Tarot wéét dit wel!

Moge u, neofiet, dezelfde positieve beslotenheid kennen!

1970 - 2015, copyright Henk en Mia Leene