VI - de derde sleutel

Het vuur is een onmisbaar element, doch het moet zich bewijzen ìn het water-element

De inspiratie des geestes moet door de ziel, het water, heenbreken om dat bovenaardse vuur-waterelement vrij te maken, dat een goddelijk lichaam kan opbouwen.

Dit is een Hermetische terminologie en het lijkt zeer intellectueel en veraf.

Wanneer men echter zegt: de inspiratie moet de ziel in beweging brengen, waardoor het lichaam gevolg geeft aan deze dringende Intuïtie, dan is dit een ervaring die de neofiet wellicht wel eens meegemaakt heeft.

Een blijvende bezielde innerlijke toestand werkt aan de opbouw, die zich uitdrukt in de zintuigen en in de lichamelijke organen.

De derde sleutel is het eenvoudige vermengen van ziel en geest, water en vuur, waardoor de aarde, het lichaam, mede gaat bewegen en dus, zoals de alchemisten zeggen, een olieachtige substantie wordt. een samenstelling van ziel (water) en lichaam (aarde).

Om het Pad der Verlossing te verbergen achter alchemische formules had natuurlijk een zeer belangrijke oorzaak.

Het Verlossingspad der ziel druist lijnrecht tegen de bedoelingen der misdadige en gevallen Lichtzoon in.

Er is sinds eeuwen een wereld-omvangend complot gesmeed tegen de terugkerende ziel, waardoor goedwillende, hunkerende zielen ontmoedigd en teleurgesteld hun zoeken afbreken.

De derde Hermetische Sleutel bestaat uit de ontwakende ziele-intuïtie, die als een onaards vuur-water element door het bloed slaat en daardoor het wezen, de persoonlijkheid mede lààt bewegen.

Er is hier geen sprake meer van ego-tegenstand, want het ego wordt overschaduwd, overvleugeld door de Intuïtie.

Op dat moment heft de sterke vleugel van Intuïtie, die tevens de vleugel van het Oerweten aanraakt, het ego van de grond.

Daarom zegt men: de aarde wordt olieachtig; de halsstarrige, rotsachtige saturnale natuur wordt soepeler, begint mede te bewegen.

Zodra men gevoelt dat men medebeweegt met zijn Intuïtie en het Oerweten heeft men de derde sleutel in de hand.

De neofiet bezit àlle sleutels om de poorten tot de hemelen te openen, en soms speelt hij met enkelen, of bemerken dat er een poort opengaat, voordat hij echter gebruik heeft kunnen maken van de wijsheid achter de poort sluit deze zich weer voor hem en staan hij opnieuw in de duisternis.

Het ego dat niet wil kan slechts een ogenblik overrompeld worden door Intuïtie en Geweten, omdat het denken, als luchtelement, meegevoerd wordt.

Maar na zulk een ogenblik valt de mens wederom neer als Icarus en hij kan opnieuw beginnen om zijn vleugels te repareren.

De mensen zijn Icarus'en, dromende van de Hemelen, zijn vleugels aangordende wanneer zij deze hemel als een werkelijkheid in zichzelf herkennen, opstijgende op de thermiek doch eigenlijk niet gereed zijnde om de hitte en het licht van de Geestzon te verdragen.

Gedurende deze stijging gevoelen de neofiel zich gelukkig, zijn denken wordt doorwaaid van de wind der hemelen, zijn ziel baadt zich in de geur der lotus en zijn hart is wijd geopend voor de oerherinnering, die als een zeker weten heel het wezen vervult.

Maar deze toestand is niet blijvend, omdat het ego niet bewust meewerkt, het werd opgeheven door die "kleine" kracht, die àlles overwinnen kan.

Totdat het zich deze overrompeling realiseert en dan vult het zijn denken met de eigen lucht, de ego-trilling en de ego-rede staat op, het hart verliest het geloof en het en zo is de val wederom een feit.

Slechts de herinnering blijft in het beste geval.

Is zulk een herinnering levendig dan gaat de ziel het opnieuw proberen, opnieuw zijn vleugels herstellen en de mens gaat voort op zijn Pad.

Maar het leven is wisselvallig, vol van gebeurtenissen en een herinnering kan sterven. 

Steeds zwakker wordt de herinnering, waardoor Intuïtie en Geweten fluisteringen worden en de zwarte raaf van Saturnus wederom de moed hervindt om de duif van Vrede en Wijsheid zijn voedsel te ontnemen.

Hoe sterk is de herinnering van de neofiet aan een innerlijke aanraking, aan het geluksgevoel of de ontroering der ziel?

Moet deze niet steeds opnieuw in hem gewekt worden? Opdat hij de moed vindt om verder te gaan?

Laat hij  iedere sleutel niet steeds vallen en vermorst hij niet veel tijd om hem op te zoeken in het zand der woestijn?

Er is de mens eigenlijk niets nieuws te vertellen. Iemand, die een Hermetische wijsheid bestudeert en vooral innerlijk begrijpt kan niet verwachten iets waarlijk nieuws te vernemen.

Alles was en is reeds in hem gedurende onheuglijke tijden.

Hoogstens kan een lichtstraal méér inzicht brengen.

Maar, en dat is voor vrijwel alle spirituele zoekers het geval, het weten, volkomen en duidelijk, is IN hen.

Zij zijn zich daarvan echter niet bewust.

Er is dikwijls een strijd tussen het aanvaarden van dat Weten en het afwijzen van dat Weten.

De mens is zich dikwijls niet van zijn innerlijk Weten bewust, maar is er iemand onder de zoekers die NIET weet dat een weg van Intuïtie en Geweten eigenlijk de oplossing van alle spirituele problemen ZOU schenken?

Zo eenvoudig ligt het.

Alle problematiek, iedere hoofdzonde, kan worden uitgedaan wanneer de mens Intuïtie en Geweten volgt.

De Intuïtie is de zuivere, bezielde, water-vuur beweging die in het bloed verankerd ligt; het Ge-weten is de Oerkennis die in de ziel besloten ligt en op de beweging van Intuïtie ontwaakt.

Een spiritueel, oprecht en serieus zoekend mens weet intuïtief wanneer hij fout handelt.

Ziehier die unieke combinatie: WEET INTUÏTIEF, de dubbele gave der ziel, wanneer hij zijn opdracht verraadt.

De mens is een expert in het negeren van dit intuïtieve weten. En hij is geslepen in het uitdenken van drogredenen om zichzelf te excuseren.

Maar de neofiet weet toch wat hij wel en wat hij niet kan doen? Hij kent zijn afbrekende gedachten en hij kent zijn opbouwende gedachten!

Hij draagt kennis, die niet uit zijn brein voortkomt.

Deze ingeboren Kennis kan zijn handelingen, zijn reacties controleren, maar hij wil dit niet: de uitkomst zou zo teleurstellend kunnen zijn.

De mens heeft spirituele injecties nodig om wakker te blijven, wakende in zijn zintuigen, zodat hij de stemmen van Intuïtie en Geweten kan onderscheiden.

Hij luistert en hij ziet, hij gevoelt en hij wacht af, hij droomt en hij proeft en tenslotte onderscheidt hij de etherische geuren van de spiritualiteit, maar dit alles doet hij slechts oppervlakkig, hij dringt niet door de uiterlijke façaden heen.

Zijn ego wendt zich af, terwijl hij de spirituele zintuigen aanwendt en daarom is er géén eenheid: de aarde beweegt niet mee, Saturnus wil de wake NIET aan de ziel overgeven, hij bemint zijn positie.

Onderscheidingsvermogen ligt in het bloed verankerd als een gave, één der zeven werkelijkheden.

Hoevelen bezitten zulk een gave?

Hoevelen kunnen luisteren tot ìn de ziel?

En ook: hoevelen kunnen meebewegen, als zij wéten waar de waarheid ligt?

Hoevelen zijn in staat een ogenblik hun eigen belangen te vergeten? Nu en op dit ogenblik- en morgen!

Zodra water en vuur, ziel en geest de Intuïtie en het Oerweten overdragen, vergéét-men zijn belangen, zijn kleine, miezerige egocentrische interessen, want op zulk een moment vliegt hij de hemelen tegemoet.

Dat is nu de leeuwenaard vergeten en hem de vleugels aandoen, zodat hij vergeet een roofdier der jungle te zijn.

Men moet zichzelf totaal vergeten en daardoor verlaat het karakter de mens, hij verliest zijn aard, hij doorbreekt op zulk een moment de zodiakale ban.

De neofiet kan het, er zijn ogenblikken waarin hij het gekund heeft, maar zijn hersenen geloven er niet altijd in en zijn hart is bang, dat zijn de oorzaken van de val.

Het hart en de hersenen van het ego geven zich niet over, omdat zij angst hebben hun grond, de aarde, onder hun voeten te verliezen

Zij horen hier, op aarde, vleugels zijn voor de idealisten, de religieuze Lichtzonen. Alle idealisme is een afschaduwing van de hemelvlucht der Lichtzonen.

Idealisme is een uiting van heimwee; daarom minachten keiharde materialisten de idealist. Hij gelooft in dingen die onmogelijk zijn, luchtkastelen. Een leeuw die vliegen kan. 

In onze materialistische tijd wordt het idealisme geboren uit nood.

De materiële uitkomsten blijken fantasieloos, glansloos en vooral inhoudsloos te zijn.

Een hoogmoedige, recalcitrante Lichtzoon mag en kan niet in een verlossingspad geloven, want dat zou zijn eigen doodvonnis betekenen en daarom projecteert hij zijn idealisme, zijn heimwee in de stof.

Hij bouwt stoffelijke projecten, zoals de Zoon der Re-Ligio spirituele projecten realiseert, in zichzelf.

De spirituele Idealist, hij, die de Her-binding, de Re-Ligio wil belevendigen heeft geen uiterlijke bewijzen nodig hij vindt altijd een bevestiging in de aanwezigheid van de sleutel, die voor hem de Poorten openen.

Daarom, zoals de alchemist zegt, bewaart de wijze het stilzwijgen wanneer men hem naar de oplossing vraagt en spreekt hij tot zijn leerlingen in symbolen.

Hij wil het grote geheimenis niet ontluisteren en zijnsgelijken verstaan hem, er is voor hen géén verborgenheid.

Zodra de mens, in een spirituele bezieling, zichzelf vergeet, hoe zoudt hij dit ooit in woorden aan anderen kunnen uitdrukken  zonder dat hij zelf het gevoel heeft zijn innerlijke onder te profaneren?

Dit wonder is niet over te dragen, het is aanwezig tussen gelijken, of het blijft besloten in het individu.

Koninklijkheid is de gave van het individuum en hoe zou hij deze over kunnen geven aan een medemensen?

De koninklijken bewijzen zich aan elkander en zij herkennen elkander en zij staan elkander bij, dat is een ongeschreven en onuitgesproken wet.

Zij laten zich nooit belemmeren door grenzen, noch door autoriteiten, maar zij gaan daarheen waar hun Vleugels hen leiden.

En alléén zijzelf en hun gelijken begrijpen het hoe en het waarom.

Iedere uitleg betekent dan misverstand scheppen.

Hij, die de God des Levens dient, dient nooit de dood of de afbraak, of de duisternis: want Licht is Leven. 

Iemand kan een ogenblik verblind worden, zijn spoor verliezen, maar dan wacht hij, zoals de vijf wijze maagden met de olie van het geduld in zijn gebeente, tot hij de voetstappen van de Bruidegom hoort naderen.

Hij luistert met één der zeven werkelijkheden: met zijn vlees; de trillingen van de komende bruidegom dringen door zijn huid en bereiken hart en ziel.

Hart en ziel luisteren en weten! 

Dàn hervindt hij zijn weg en met de brandende lamp in de hand baant hij zich een weg door de nacht der rijping en der beproeving.

Want er is géén nacht zo duister of er volgt een Aurora!

Als men de olie van het geduld maar met overleg en inzicht gebruikt.

Dàn zal de lamp brandende blijven totdat het Aurora der Dageraad haar taak overneemt.

De gelovige en idealistische Lichtzoon kent deze zekerheid. 

Moge de neofiet daardoor blijvend bezield worden!

1970 - 2015, copyright Henk en Mia Leene