IV - de eerste sleutel

Het is de grootste wens van de spirituele zoeker om door te kunnen dringen tot het Hoe en het Waarom van het Leven en de geheimen te ontsluiten die achter de schepping verborgen liggen.

Een spiritueel mens gedrongen door het heimwee naar de Re-Ligio is altijd een onderzoekend mens, hij wil terugvinden hetgeen hij verloren heeft en al zal zijn start dikwijls foutief zijn, vele malen schenkt zijn zoekende aard hem de oplossing.

Hij zoekt nooit vanuit het intellect, nooit vanuit zijn emoties, maar altijd vanuit een oerherinnering; vandaar dat de waarachtig spirituele mens aan vele religieuze vormen voorbijgaat, hij kent hen uit vroegere stadia, soms uit vroegere levens.

De eerste stap van de spiritueel geborene is altijd het zelfonderzoek, hij begint nooit naar buiten met zijn onderzoekingstocht, maar altijd naar binnen.

"Hij zal", zo zegt een Hermetische Geschrift, "de donkere gevangenis onderzoeken, waarin het zwavel of het vuur is opgesloten, waarin de geest verborgen ligt."

Hoe kan een mens op zoek gaan naar hetgeen hij verloren heeft, als hij niet weet WIE hij is?

Moet zijn zoeken niet gericht zijn?

Moet hij niet weten waar zijn verlangen naar uitgaat?

Velen zijn niet zeker van zichzelf en zoeken om het zoeken zelf, zij willen een bevrediging, omdat ergens in hen een honger knaagt.

Daarom is het zo belangrijk dat de spirituele mens zegt: Wat zoek ik? Wie ben ik? Welk leven boeit mij het meeste?

Vanuit het antwoord op deze vragen kan hij zijn zoekerstocht doelmatig beginnen.

Daarmede zou hij vele nutteloze pogingen en vergeefse wegen kunnen voorkomen.

Zoals de Hermetische wijsgeer zegt: De wijze vermoeit zichzelve niet met de voetstappen te onderzoeken die in het zand der woestijn staan, hij exploreert zijn eigen weg, zijn blik gericht op de hemelen.

Daarvoor is individualiteit nodig, een sterk karakter en natuurlijk een ervaringsbewustzijn dat hem tot een volwassen spiritueel mens maakt.

De mens die zich verheft op de vleugels van Intuïtie en Geweten is degene die het zaad van het Nieuwe Lichaam vrijmaakt; in hem maakt dit zaad, waarin het zwavel des geestes besloten ligt, binding met Mercurius.

In onze woorden gezegd: de ziel maakt contact met het zenuwgestel, de vleugels van Intuïtie en Geweten nemen de mens op in hun vlucht en inspireren hem met de archaïsche Kennis.

Het zenuwgestel heeft nu de middelende taak van ziel tot lichaam , en van etherisch lichaam tot de geest.

Het zenuwfluïde bevat die persoonlijke trilling die bij aanraking van mens tot mens kan overvloeien.

Het kan allerlei boodschappen overdragen, sensaties van de laagste aard tot gedachten uit de hoogste regionen.

De aanraking met een medemens kan in de aangeraakte persoon hem onbekende gedachten oproepen; dit is afhankelijk van zijn eigen zenuwstelsel en de daarbij aansluitende dichtheid dan wel openheid van zijn etherisch lichaam.

Een groep mensen vormen op deze wijze een krachtveld; hun etherische lichamen stralen trillingen en kleuren uit, waarbinnen men zich prettig dan wel ongelukkig kan gevoelen.

Een krachtveld is het eigendom van het individu; slechts de slaafse mensen, zij die een zwak etherisch lichaam hebben, bezitten een overgevoelig krachtveld, hun deur, bij wijze van spreken, staat altijd voor iedereen open.

Vandaar dat dezulken een chaotisch denkleven hebben, dan weer gedeprimeerd, dan weer optimistisch, soms vol van wonderlijke ideeën; zij zijn een lopend ontvangststation voor vele zenders, die op hun route naar het doel een ogenblik bij hen aansluiten.

Voordat de mens zijn zoekersweg begint moet hij daarom weten wie hij is, hij moet zijn zwakheden onderkennen, zo niet, dan loopt hij velerlei gevaren, die hij onwetend riskeert, maar die hem blijvend kunnen slachtofferen.

Mensen met een zwak etherische dubbel, mogen nooit experimenteren met enige occulte methode, noch mystiek, noch magisch.

Zij dreigen hun persoonlijkheid te verliezen en uitgezogen te worden door willekeurig wie.

Om een spirituele weg te gaan moet men een persoonlijkheid bezitten, want de mens moet kunnen kiezen.

Hij, die voor zich láát kiezen, heeft de strijd reeds verloren, voordat deze begonnen is.

Pas wanneer deze koninklijke persoonlijkheid zich aanbiedt aan de koninklijke ziel, komt de Oerkennis vrij.

Om dit te kunnen heeft men de persoonlijkheid nodig, een sterk mens om, coûte que coûte gehoor te geven aan de stemmen van Intuïtie en Geweten, zonder daarbij valse hoogmoed te demonstreren.

Het is het ware, individuele koningschap om neder te knielen voor de ziel, om van haar de orde van Graalridder te mogen ontvangen.

Er kunnen nooit twee koningen zijn in één menselijk wezen: er is de ridder, die zijn leven aanbiedt en de koning die op zijn ridder vertrouwt

De ziel kan deze persoonlijkheidsridder echter zelden vertrouwen; hij is òf ziekelijk hypocriet, zichzelf pijnigende, zoals een middeleeuwse monnik, dan wel hij is arrogant eigengereid en denkt er niet aan voor welke koning dan ook ten velde te trekken.

De koninklijke ziel rest dan niets anders dan te wachten te wachten totdat de mens zich bij de ziel aansluit, om zo tot een zielemens te worden.

Voor deze transactie zijn er echter twee nodig. 

Het is nonsens om te menen: de ziel moet het doen.

Wat is de ziel zonder het wezen waarin zij gevangen ligt?

De Zeven Werkelijkheden bevinden zich in dit microcosmische menselijke wezen, en de ziel heeft hen nodig.

Zij moet zich uitdrukken via dit organisme, en daarom moet de neofiet erop letten dat hij zijn organisme niet schaadt door allerlei experimenten, door moedwillig gezochte ervaringen.

Er is een grens aan het menselijke incasseringsvermogen De ziel kan niet constructief zijn zonder een redelijk uiterlijk instrument.

De Zeven Werkelijkheden moeten nog opgewekt kunnen worden; het vlees, het ego moet willig zijn om te luisteren; het bloed moet krachtig genoeg zijn om zijn oer-smaak terug te winnen; het gebeente moet gezond genoeg zijn om het geduld te kunnen herbergen; het denken moet individueel en zelfstandig genoeg zijn om zijn eigen heerlijkheid te zoeken; het oog moet nog scherp en objectief genoeg zijn om de achtergrond  achter de vormen te onderscheiden; het zenuwgestel moet evenwichtig genoeg zijn om de spiritualiteit te kunnen aanvoelen en de ziel moet nog levend genoeg zijn om attent te blijven op de geur der goden en haar voort te brengen. 

Daartoe heeft men een gezonde persoonlijkheid nodig, die kan beschikken over een redelijk organisme.

De belemmerende ziekten zitten nooit in het lichaam, maar in de geest van de mens, d.w.z. in zijn etherische organen en zijn etherische zintuigen.

Vanuit het etherische lichaam komen de ziekten.

Er is geen ziekte die niet door de Geest genezen kan worden.

Mits de persoonlijkheid mee wil werken. 

De ziel is angstwekkend nauw met de persoonlijkheid verbonden en slechts zijn toestemming geeft haar de vrijheid.

Daarom moet het ego wel degelijk begrip hebben voor hetgeen er in het oerverleden is gebeurd en hetgeen er geschieden moet en waartoe hij dient, waarom hij leeft.

Een geïrriteerd ego is altijd onwillig, slechts een ervaringsrijp ego is bereid te luisteren.

Maar iedere ziel zoekt voor zijn wederkomst op aarde de persoonlijkheid uit, die zij nodig heeft, die voor haar mogelijkheden bevat!

Daarom is het zo'n onzin om te veronderstellen dat iemand iets NIET zou kunnen.

Onmacht komt door onredelijke egocentrische tegenwerking, die er NIET zou behoeven te zijn.

De mensen worden allen geboren met spirituele mogelijkheden, zo er sprake is van een zielenhunkering in hemzelf.

Men is nooit te oud om zichzelf te leren kennen.

Daar waar de neofiet zwakheden bezit, daar tegenover staan zijn sterke eigenschappen, die er zijn om gebruikt te worden en de zwakte te overwinnen.

Het Endura der Katharen is geen zware offerande, maar het is een zelfontleding, waardoor men het kwade van het goede onderscheidt; alles op basis van de ziele-Re-Ligio, waarbij het ego bereid is mede te arbeiden.

Wil het ego medewerken?

Dat is het kernpunt.

Vandaag zegt het "Ja", d.w.z. onder invloed van een ziele-inspiratie, morgen zegt het "neen", onder invloed van een bevredigende ervaring in de stof.

Hij, die de Re-Ligio kent, blijft JA zeggen en vooral JA doen!

Dan wordt het Endura geen pijnlijke dwang, of een irriterende wet, maar de wens tot dit Endura gaat van het ego uit! 

Hij wil dit en hij kàn het, juist omdat hij wil en zijn zintuigen erop zijn ingesteld.

Als men gewend bent vlees te eten en drank te drinken, maar plotseling smaakt het vlees en de drank niet meer, dan taalt men er niet meer naar.

Zo is het ook met de spiritualiteit.

Zolang de zinnen van de mens hunkeren naar de materie, blijft de spiritualiteit voor hem een spel.

Heeft hij echter ondervonden dat de materie hem niet van zijn zielenhonger bevrijden kan, dan verlangt hij er niet meer naar.

Dit is de harde weg van de ervaring, maar het is niet de weg der wijzen.

De wijze wéét dat modder stinkt, daarvoor behoeft hij zich er niet in te rollen.

De onwetende mens besmeurt zich alvorens het weten te bezitten.

Is de Re-Ligio in de neofiet levend dan wéét hij wat hij doen en wat hij laten moet, terwille van de ziele-adel.

De zwarte draak moet onthoofd worden, d.w.z. het ego moet zijn egocentriciteit verlaten, de leeuw in 't hoofd, het moet slechts een eenvoudig ego worden om de weg te gaan die de ziel voor-schrijft.

Een koninklijk ego bezit in zijn aderen het bloed van de pelikaan, bloed dat stroomt terwille van een herrijzenis, het voedt de Zeven Werkelijkheden, opdat zij krachtig en vaardig zullen worden.

Het bloed van een egocentrisch mens, en dat zijn de mensen instinctief allen, voedt de stoffelijke zintuigen, zodat zij op het belang van het ego worden gericht, de leeuw der jungle. 

Maar het bloed van de onthoofde draak, bezit wederom de smaak der Zeven Werkelijkheden.

Dit bloed komt regelrecht uit het hart: het hart, als innerlijke middelaar

der Zeven Werkelijkheden schenkt het Nieuwe Leven zijn geconcentreerde bezielende kracht.

In het hart ligt de lotus der ziel, en de jonge Zeven Werkelijkheden in het koninklijke ego voeden zich uit deze zielenlotus.

Zonder het hart verliest de ziel haar woning.

Het hart is haar geboorteplaats en het denken is haar bewustwording.

Wanneer deze zielenlotus in het hart woont, zoekt zij intuïtief hetgeen zij ééns verloren heeft, maar slechts hij slaagt, die begint bij het juiste begin:

Wat zoek ik?

Wie ben ik?

Ontsluit de donkere gevangenissen waarin de ziel besloten ligt en onderken de kracht van de individuele zwarte draak.

Want ieder mens bezit een persoonlijke draak, die zijn specifieke zwakke plek bezit: de geduldige, ridderlijke neofiet wéét die plek te vinden en aarzelt niet om deze draak te onthoofden.

Slechts hij, die heimelijk deze draak liefheeft, aarzelt om hem te doden.

Wees daarom eerlijk tegenover uzelf en begin bij de eerste stap.

Ga de individuele weg, zamel de graankorrels der wijsheid, maar geef nooit op hetgeen u begonnen bent, want de inzet is te kostbaar.

Uw archaïsch goddelijk Licht staat op het spel!

Het gaat in de spiritualiteit waarlijk om uw Leven.

Zodra de zwarte draak zijn leven verliest zult u HET behouden!

1970 - 2015, copyright Henk en Mia Leene