II

Maar al te vaak meent men dat de Hermetische Kunst of de alchemie zelfs de gnostieke leringen, een filosofie zijn die de intellectuele mens zal boeien.

Doch de praktijk wijst het tegendeel uit.

Veelal is het juist de eenvoudige, niet bijzonder intellectuele mens die de verborgen wijsheid vatten kan.

De intellectuele mens verlangt eerder naar een meditatieve mystiek om zijn hersenen de rust te gunnen die zij zozeer van node hebben.

De Hermetische leer, zoals die de mens overgedragen wordt in "De Hermetische Overwinning" een boekje uit de 17de eeuw spreekt echter duidelijke taal met betrekking tot het innerlijke begrip van de kandidaat.

De Hermetische mens moet zichzelf uit de aardse oorden kunnen verheffen op de vleugels van Intuïtie en Geweten, wil hij in staat zijn om door te dringen in de abstracte waarheid dezer archaïsche leer.

Het is, zoals in het "Scheikundige Huwelijk", en in alle bood-schappen der waarlijk wijzen wordt bewezen, zeer moeilijk om het laatste gedeelte van zulk een daadwerkelijke spirituele weg te bewandelen.

Het stil blijven staan bij intellectuele overwegingen, het zich verbergen in organisatorische arbeid, het doceren van filosofieën aan zijn medemensen zijn even zovele pleister, die op de wonden van een bloedend ego worden gedrukt.

Teleurgestelde mensen zoeken maar al te dikwijls genoegdoening in één of andere religieuze vorm.

Het duurt veelal lang voordat zulk een mens deze realiteit onder ogen wil en kan ziel

Daarom: een gezond ego, zelfs niet gewond en verbitterd, is noodzakelijk om al die zware fasen op het Pad te overwinnen.

Een beschadigd ego kan de zintuigen niet objectief gebruiken, noch is het in staat zich onbevooroordeeld tegenover de ziele-impulsen te plaatsen.

Diep ingrijpende ervaringen en hun daarmede verbonden emoties mengen zich altijd tussen het oordeelsvermogen en de innerlijke gevoeligheid van de mens.

Het bloed onderscheidt, kiest de spirituele leringen mede uit, bloedervaringen veranderen de chemische samenstelling van het bloed, zodat het nooit in staat is de oorspronkelijke smaak der Goden uit te dragen.

Wees daarop attent, vriend, vriendin.

Het bloed met zijn bewustzijnsverzegeling misleidt de mens in 9 van de 10 keren. 

De mensen zijn allen begiftigd met een andere bloed-samenstelling, etherisch en spiritueel.

Vandaar de verschillende meningen. Het ego is opgebouwd uit de waarnemingen der zintuigen (zintuigen zoals Henoch die ziet).

Het ego van de mens is niets anders dan een compact ervaringsbewustzijn dat zich uitdrukt in onze reacties, onze handelingen.

Om dit ego te onttronen is méér nodig dan een feilloos werkend intellectueel of mystiek systeem.

Het ego geeft zijn troon nooit af voordat het dit zelf wil. 

Alle gevecht tegen zulk een onwillig ego is nutteloos, in welke schone gewaden men dit gerecht ook hullen zal

Vele geraffineerd uitgedachte religieuze vormen hebben zulk een schoon gewaad, doch daaronder verbergt zich altijd dezelfde gestalte, het ego, dat tegen het ego strijdt om tot een zekere ego-bevrediging te komen, hoe dwaas dit ook schijnen mag.

De energie aan deze experimenten en pogingen gewijd gaat verloren om niets en wordt helaas onttrokken aan de edele Kunst der hermetische Omzetting.

Velen ontdekken dit dikwijls te laat en dan bemerken zij dat zij te vermoeid zijn om nog enige poging in het werk te stellen om de Waarachtige Kunst van Bouw aan te vangen.

Dan sluipt er droefenis in hun hart, want zij blijven steken tussen een hunkering en een oprecht Weten èn het Niet-realiseren.

Onbevredigdheid gaat dan aan hun hart knagen. 

Er zijn ontelbare mensen die hierdoor worden geteisterd.

Het is moeilijk voor de gevallen Lichtzoon om tegelijkertijd een puur kind te zijn en een oprecht, serieus mens met een diepe kennis van de Waarheid.

Deze twee eigenschappen zijn in de ogen van het ego onverenigbaar, maar de Hermetische Kunst vraagt juist deze schijn-baar onmogelijke éénheid.

Een te grote intellectualiteit verontreinigd het hoofdheiligdom, een te onbeheerst mysticisme verontreinigd het hartheiligdom en hierdoor gaat het Kindsschap des Geestes verloren.

Een weg des levens is daarom nooit zonder gevaar, gevaren die men sporadisch onderkent, omdat de misleide Lichtzoon gaarne de gevaren tart, hij houdt van uitdagingen, een gevolg van zijn val in de chaos.

Een resultaat van een misbruikte eigenwil en een verregaande hoogmoedigheid. Uit hoogmoed komen overmoed, arrogantie, onwil, en ongehoorzaamheid voort.

Intuïtie en Geweten als twee Boodschappers der ziel trachten de Goddelijke Wet in deze Lichtzoon te herstellen; zij schrijven - of trachten te schrijven - voortdurend deze Lichtzoon een archaïsche wet voor, de wet dis hij ontdoken heeft door zijn allereerste experiment, de indaling in de chaos.

Daarom zijn voor velen Intuïtie en Geweten irritant.

Zij appelleren en herinneren hem aan het oerverleden, aan de realiteit van "hoe het zou MOETEN zijn".

Zij vormen voor hem een hindernis, een drempel op hun eigengereide en ongoddelijke weg.

Is het niet zo, dat als de mens zijn Intuïtie en zijn Geweten, gepaard gaande met die ondefinieerbare hunkering, er niet zouden zijn, er NIETS was dat de mens van de brede weg der materie zou afhouden?

Is de grens tussen de spirituele gang en de materiële weg niet haarfijn, soms zelfs onzichtbaar en schijnbaar afwezig?

Hoeveel is er nodig om de goed willende, eerlijk trachtende kandidaat terug te werpen op de brede weg der massale horden, die zich te goed doen aan de schijn-zaligheid van deze wereld?

Wat scheidt de mens in werkelijkheid van zijn onwetende naaste?

Zijn filosofie?

Zijn denkwereld?

Zijn levenshouding?

De scheidingsmuur moet zich in al zijn Zeven Werkelijkheden bevinden, zo men zeker wil zijn van zijn spiritualiteit.

Men kan zich nooit een spiritueel mens noemen, wanneer het denken van de mens zich nog amuseert met schijn-gouden schitteringen en het bloed onweerstaanbaar aangetrokken wordt door de uiterlijke beelden en het gehoor afgestemd is op de verleidende klanken van de schone, aardse sirenen en, het zenuwgestel van de mens slechts getroost kan worden door de verstrooiing der materiële afleiding.

Men realiseert zich pas wie men is, wanneer het spirituele Pad duidelijk voor zich ligt en er van bovenaf een "halt" wordt ge-roepen, zodat de mens genoodzaakt wordt stil te staan bij de ineigen realiteit.

Iedere omstandigheid die dit "halt" aan de mens bekend maakt heeft zijn welzijn tot doel, zijn spirituele inzicht. Men kan beter halverwege  keren dan tot het einde des levens dwalen.

De universele Religio kent geen begrenzing door wetten, en daarom is dit "halverwege keren" altijd gelegen in de denkwereld van de mens.

Het denken moet zich Omwenden, maar de andere zintuigen eveneens. Dit is als het beteugelen en omwenden van de paarden voor de wagen van het ego

Het hart IS niet om te wenden, het gaat zijn eigen weg.

Indien het hart - van den beginne - niet tot de spiritualiteit wordt aangetrokken, kan men het niet dwingen.

Het hart van een waarachtig spiritueel mens is op de spiritualiteit gericht, onbewust wellicht, of vaag, of zoekend, maar het zoekt een opening tot de Geest of God.

Dat is ingeboren Religio, een universele her-binding met God, die niet door ras, volk, of huidskleur wordt bepaald.

Het hart van de mens is overal gelijk: òf het amuseert zich met Jezébel, dan wel is het puur en spiritueel.  Slechts het denken wil experimenteren, want de "val" der Lichtzonen ontstond immers in het denken.

Het hart blijft een poort, niet ondergeschikt aan de wil (zoals het orgaan aanduidt). Men wordt geboren met een geopende hartenpoort, of opent zich wellicht in de loop van het leven. 

Maar voor alles moet er die ingeboren Religio zijn, hetzij als een latente kracht, hetzij als een actieve kracht.

De hermetische kandidaat, of hij in vroeger eeuwen leefde dan wel in dit heden, wordt aangetrokken tot het onderzoek des geestes.

Hij bezit dat ondefinieerbare "HET" (IT), dat de intellectuele en mystieke onderzoeker mist. Dit "IT" is aanwezig in zijn hun-kering, en in de Intuïtie en het Geweten. Het is zijn redding en zijn behoud, zijn stimulans en zijn rem, het is die kleine "grote" kracht die hem van verwoestende, en geestdodende experimenten afhoudt.

Dit "IT" vindt men terug in een Universele Religio, die zielen omspant en door het masker der mensen heenziet. Daarom is het individu dat dit "IT" bezit een vrijheidlievend mens, in de spirituele betekenis van het woord.

Hij aanvaardt geen grenzen en tracht men hem te vangen binnen dogma's, dan slaat hij zijn verzenen tegen de prikkels en hij breekt uit ten koste van offers en materie.

Hij is nooit te vermoeid om uit te breken!

Daar waar deze Religio in hem levend is, daar hervindt hij altijd zijn levenskracht, omdat hij van binnenuit gedwongen wordt de eenheid met zijn Universele God te herstellen.

Dat is Godsdienst! 

De Lichtzoon is NIET tegen te houden op zijn terugweg tot God, niet door een meester, niet door een beweging, niet door materiële omstandigheden en niet door ego-wonden.

Alle belemmeringen zijn slechts tijdelijk, totdat zijn Inzicht zich wederom baadt in het innerlijke Aurora, dan hervindt hij zijn weg.

Hij aanvaardt de verantwoordelijkheid van zijn innerlijke Koningschap en hij neemt risico's ten opzichte van de materie, maar hij zet NOOIT zijn ziel op 't spel.

Hij kan alles verliezen, hij wil elk gevaar trotseren, maar hij ris-keert NOOIT zijn innerlijke Licht.

Eenmaal heeft Adamas, de Lichtzoon, dit Licht op 't spel gezet en tot op de dag van vandaag draagt hij daarvan het stempel, de gevolgen.;

Hij wéét nu immers wat zulk een spel hem heeft gebracht?

Of wéét u dat nu NOG niet, mijn vriend?

Zijn de doorwaakte uren in de nacht en de pijnen van het hart en de strijd in het denken en de twijfel en de bitterheden en de wonden nog niet voldoende bewijzen geweest?

Niemand zal trachten de mens te binden aan een wet, een uiterlijke groepering, maar er wordt verwacht dat men zichzelf bindt aan een innerlijke wet, voordat men zielloos geworden is en dat men de adeldom bezit om zijn ziel niet in het spel der demonen te werpen.

Spiritualiteit, de religio Universalis, is geen amusement, mijn vriend!  Zij is een aanwezigheid, een werkelijkheid tussen de mens en God.

Hij, die deze Religio ingeboren bezit, hij laat niet af, maar hij volgt zijn grote spirituele Ideaal, die Realiteit kan worden, dat is zijn lichtende WETEN !

1970 - 2015, copyright Henk en Mia Leene