XII - het individuum op het achtvoudige pad

Zij, die een Achtvoudig Pad bewandelen krijgen tevens de opdracht in handen gelegd, om door te dringen tot de allereerste Kern, waaruit de Acht Zaligsprekingen en de Acht Gaven geboren werden. 

In deze Kern verenigen zich Christus en Boeddha, Lao Tse en Zarathoestra en nog vele andere Groten. 

De gedachte: "Verlies het Ik en gij zult de Verlossing bezitten" vormde de oorzaak van de verlichting van Boeddha. 

Ook het uitgangspunt van de toekomstige Gemeenschap wordt gevormd door de ik-verlorenheid, zonder welke geen Verlossing der ziel kan worden bereikt. 

Wel, alle Boodschappers predikten de ik-verlorenheid, doch slechts enkele volgelingen slaagden erin tot deze ik-verlorenheid te komen. 

Deze verwerkelijking van de ik-loosheid is niets anders dan de transfiguratie, het verwisselen van het ik-der-persoonlijkheid in het ik-der-ziel. Tussen deze beide verwisselingen liggen eeuwen van speurtochten, levens vol lijden en angsten en de meest onzinnige leringen. 

Iedere grote Boodschapper is in het beginstadium van zijn weg een zoeker geweest, iemand die zijn denken terug wilde voeren tot de Kern van alle oorsprong. 

  Er komt altijd een ogenblik waarop een Boodschapper de binding herstelt of hervindt met zijn microcosmische weten. 

De microcosmische erfenis - zo deze de verlossingsleer omvat - stempelt hem tot een Boodschapper. 

Van Christus vertelt men dat Hij de woestijn in ging om te mediteren en daar de verzoekingen moest wederstaan. Van Boeddha weet men dat hij zich tijdens zijn reizen nederzette  onder een Bodhi-boom om te mediteren, daar hij nog niet tot de innerlijke verlichting was gekomen. 

Tijdens zijn meditatie trachtte Mara hem te verleiden. 

In de stilte onder de Bodhi-boom kwam Boeddha wederom in binding met zijn in-eigen Gnosis (Oer-Kennis) en ervaart dat ik-loosheid (het Endura) de enige methode tot verlossing is. 

Deze herontdekking van het gnostieke Endura vormde  Boeddha's opname van de Draad van Ariadne, die door de  kosmos is geweven om de waardigen de Weg-terug te wijzen. 

De vijf discipelen van Boeddha die hem voor zijn verlichting volgden, hadden zich teleurgesteld afgewend daar zijn pogingen geen succes sorteerden. 

Zij begrepen zijn "zoeken" niet, zij wachtten slechts op een tastbaar en vooral stoffelijk wonder. 

Zijn vastenkuur - die hem tot op de rand van de hongerdood bracht - maar de verlichting niet schonk, konden zij begrijpen, want het is indrukwekkend een mens te zien uitmergelen omwille van zijn principes en hem daaraan tenslotte te zien bezwijken.  

Zoiets spreekt tot de verbeelding, maar men beseft niet dat de Boodschapper zelf nog zoekende blijft, omdat hij innerlijk ervaart op de verkeerde weg te zijn. 

Zo kwam Boeddha alléén te staan omdat hij eerlijk was en zijn volgelingen niet bedroog met een schijnheiligheid. 

Welnu, deze perioden van Boeddha spreken zo tot de pelgrim, omdat hij deze innerlijke ervaringen kan verstaan en kan medebeleven.

Met de kennis die de mens bezit komt hij niet tot verlichting,  want daar is iets anders, iets méér voor nodig, en omdat te onderkennen moeten hij een individuele weg gaan volgen. 

Tot nu toe werden en worden velen aangesproken als "groep" die gezamenlijk een weg gaat. 

Gezamenlijk zijn zij gekomen tot de overtuiging van de noodzaak van het Endura. Die overtuiging kregen zij overgedragen en zij werden daarvoor geplaatst van bovenaf, van buitenaf. Maar velen zijn niet van binnenuit, uit henzelf tot de Idee van verlossing gekomen. 

De gedachte werd op hen geprojecteerd en zij reflecteerden deze, maakten er binding mede.

Zou de enduristische idee uit henzelf op gestegen zijn, dan zouden zij daardoor innerlijk verlicht zijn geworden. 

De idee van de ik-versterving, als bloedsbezit, breekt een Andere Wereld in de mens open.  

Zodra men binding maakt met een oerwaarheid, die reeds als microcosmische erfenis in het wezen aanwezig is, declareert de mens zich als degene die hij in een vorige reïncarnatie was. 

Nu is de opzet van het achtvoudige Pad - zoals ook Boeddha leerde - dat het Endura werkelijkheid in de kandidaat wordt, omdat hij de verlichting deelachtig zal worden. 

Om deze verlichtende werkelijkheid te bereiken moet de mens  een individu worden, een eenheid. 

Het achtvoudige Pad spreekt iedere ziel, als individuum, als ondeelbaarheid of atoom aan, want het is een individueel Pad. 

Zo men meent dat het individu nooit alléén de verlossing  bereiken kan, dan is de vraag: hoe wil men deze dan bereiken? 

Aan de hand van zijn leider, van zijn meester of voorganger? 

Dit achtvoudige Pad is er voor de kandidaat.  

Voor zijn ziel! 

Christus ging de woestijn alléén binnen; Boeddha zocht alléén de plaats van de Bodhi-boom en zij weerstonden beiden alléén hun tegenstander. 

Zij kwamen alléén tot innerlijke verlichting. 

Begrijpt dit alleen zijn toch vooral goed. 

Alleen zijn wil zeggen: individuum zijn. 

Als ondeelbaarheid ontvingen zij de verlichting. Men kan velen samenvoegen in een groep, maar de verlichting is slechts weggelegd voor het Individuum. De groep ontvangt samen de kennis, wordt samen onderwezen, maar welke raadgevingen kunnen geschikt zijn voor allen tezamen? 

Verschilt niet iedere ziel onderling? 

Daarom moet een leraar trachten binnen de groep het Individuum te bereiken, omdat deze de verlichting deelachtig zal worden. 

Binnen een groep kunnen er hoogstens enkelen gelijk zijn, doch ook zij moeten hun verlichting zelf bewerkstelligen 

In deze individueel gerichte methode herkent men tevens het terugkeren tot de eenheid, de eenheid als Individuum, als atoom, als Oer-atoom. Deze terugkeer tot die allereerste individuele eenheid sluit geenszins de eenheid van velen uit. 

Integendeel! 

Deze is uitsluitend afhankelijk van de groei der individuele innerlijke verlichting! 

Wanneer het individu verloren gaat in een groep, betekent dit het terugvoeren van de ik-ziel tot een groepsziel. 

Dit is altijd een achteruitgang. 

Dieren kennen een groepsgeest, een leidende macht, waarnaar zij zich richten. 

Het ondeelbare individuele ziele-ik forceren tot ik-loosheid  brengt ziekte, psychische storingen en geestelijke achteruitgang mede. 

Men moet nooit de enduristische verlichting verwarren met het breken van het individuele bewustzijn van het ziele-ego! 

Vele grote religieuze lichamen hebben eeuwenlang deze methode toegepast: het onderdrukken, verbreken en vernederen van het individuum, opdat daaruit zou voortkomen een groeps-individuum dat gehoorzamen zou aan de groepsgeest of opperste religieuze leider! 

Deze leefde dan uit de etherkrachten van dit groeps-individuum. 

Op het Achtvoudige Pad is het echter totaal anders. 

Ieder Individuum gaat zelf zoeken, gaat zelf de woestijn in en zal zelf zijn tegenstander moeten weerstaan.  

De kandidaat moet hier losgeweekt, en soms losgerukt worden van de oude, misschien vertrouwde groepsgeest. Van kuddedier moet hij zich wederom ontwikkelen tot mens, tot het Individuum. 

Dat is altijd zijn opdracht geweest en men kan in de historie zien hoe Álle Boodschappers hetzelfde hebben gedaan! 

Waarschijnlijk weet u, kandidaat, dat Boeddha, en ook Pythagoras, hun volgelingen individuele methoden tot groei over-droegen. 

Zij stonden hun volgelingen als Individuum terzijde. 

Zij werden niet allen over één kam geschoren en binnen de  kudde gehouden.  

Ieder individuum heeft recht op een eigen ontwikkelingsweg en het is van totaal geen belang of deze weg binnen een bepaalde groep, of binnen andere groeperingen wordt afgelegd. 

Zo velerlei wegen noodzakelijk zijn voor het Individuum, móet  hij deze gaan en niemand, geen leider en geen leraar, kunnen en mogen hem daarvan afhouden.  

Dit zullen zij ook niet doen, zo zij uit liefde tot het Individuum spreken en handelen. 

Het ten koste van alles de groep intact houden, onder een zekere leidende kracht gevangen nemen, staat gelijk aan het aanbidden  en onder de heerschappij komen van een rasgod. 

Sterke rassen dulden geen infiltratie van andere rassen, daar anders het bloed onzuiver wordt en de heerschappij van de  rasgod zou verflauwen. 

De binding tussen de groep en de rasgod wordt dan afgezwakt.  

Religieuze lichamen volgen dezelfde methode. 

Zelfstandig denken brengt bloedsvernieuwing, bloedsbelevendiging, maar daardoor wordt de binding tussen de leider of de rasgod en zijn volgelingen verzwakt. 

De enige methode om de groep te kunnen blijven beheersen is: zich meester maken van het denken en gevoelen van de groep als massa, en dat betekent het individuele denken, de individuele ontwikkeling af remmen. Het brein en het hart van de groep worden dan gevormd door de leider of de god. 

Deze misdadige methode kan men gemakkelijk verwarren met de geestelijke ik-loosheid. 

Men houdt de individuele innerlijke ontwikkeling niet tegen, zo zegt men dan, maar men verbreekt het Ik. 

Het oppermachtige Ik breekt dan de "kaken" van hen, die zich aan hem vastklemmen in doodsnood. 

Zo forceert men het Individuum tot groepsgeest en dwingt hem tot een achteruitgang onder het mom van spirituele verheffing en geestelijke verlichting. 

De religieuze leiders zijn ongelooflijk vernuftig geweest in het uitdenken van methoden tot verbreken van dit Individuum. 

Want - en men moet dat duidelijk zien - de verbreking van het Individuum houdt de ziel Áf van een individuele verlichting. 

Want hij zoekt niet verder op deze wijze, maar er wordt voor hem gezocht. 

Heeft men ooit gedacht dat onze naaste voor ons de verlossing kan bewerken? 

Gelooft men waarlijk dat een verloste ziel alle zielen kan verlossen? 

Zo ja, dan kan men beter niet een individueel Pad betreden, want het Ziele-Individuum is dan nog niet ontwaakt en men klemt zich nog vast aan een groepsgeest. 

Het eeuwenlange onderdrukken, forceren, vernederen en misleiden en tenslotte breken van het Individuum staat gelijk aan een atoomsplitsing en het experimenteren met atomen.

Het woord "Individuum" betekent oorspronkelijk: Atoom, wat ondeelbaarheid inhoudt. 

De religieuze leiders die de etherkracht van hun volgelingen willen verrijken, onttrekken aan het Individuum zijn atoomkracht, zijn kernkracht, zijn eerste eenheid! 

Religie en wetenschap hebben waarlijk gelijke tred gehouden.

Vandaar de alomtegenwoordige explosiviteit, in de wetenschap, in de mens, in de ziel. De egocentrische machthebbers, zowel spiritueel als wetenschappelijk, krijgen de reactie op hun praktijken. De religie moet in deze era van het Individuum het stuur totaal omgooien. Men moet de mens nu benaderen als Individuum en pogen hem tot de innerlijke verlichting te brengen, die tenslotte het begin is van de Verlossing. 

Die Verlichting vindt hij in de Stilte, in de woestijn, dáár waar hij alléén is met zichzelf. Ieder Individuum moet waarlijk de woestijn in gaan en waarlijk onder zijn Bodhi-boom plaatsnemen. 

Dan zal het gaan geschieden! 

Want daar, op die plaats, Ïn die volkomen inkeer vindt hij de Verlichting en deze bewerkstelligt de transfiguratie in één oogwenk, in een enkele handeling: het persoonlijke ik, het maskerade-ik wordt verwisseld voor het ziele-ik van het goddelijke Individuum. 

Moge de innerlijke mens deze Waarheid verstaan en zich losmaken van de groepsgeest om op weg te gaan om de God van den Beginne, die zijn eerste Liefde bezat, te ontmoeten. 

De "eerste Liefde" was een gave van het Individuum. 

Indien een groep op weg wil gaan, laat deze dan bestaan uit Individuen die, vrijwillig, samengaan, daar zij individueel hun Eerste Liefde hervonden hebben, individueel de Eenheid kennen en individueel de Eerste Werken wederom doen. 

Dat is dan de hoogste Eenheid en het hoogst bereikbare doel op deze aarde. Niemand zal dan ooit zijn mede-individuum breken  of vernederen, maar integendeel elkander helpen tot groei. 

Niemand zal vragen hoe, op welke wijze en langs welke weg het mede-individuum moet groeien.  

Dat is van geen belang! 

De Wet der Liefde gebiedt: Leef en laat leven!

Leef als ziel, en laat ook andere zielen leven!

Opdat ieder Individuum langs de voor hem noodzakelijke weg de Verlichting en de Verlossing zal bereiken.

Moge deze gedachte des Levens allen helpen!

1970 - 2015, copyright Henk en Mia Leene