X - de universaliteit van het achtvoudige pad

Wij hebben gesproken over het achtvoudige Pad en wij hebben dit Pad bij de lezer ingeleid als zijnde de fase van Verwerkelijking, die ieder mens, die daartoe rijp geworden is, verstaan moet. 

Deze fase noemden wij: het gaan door de Poort van Saturnus of het doorwaden van de Jordaan. 

Voor velen is dit achtvoudige Pad onafscheidelijk verbonden met het Boeddhisme, daar dit eveneens het achtvoudige Pad kent. 

In de Universele leer aller tijden is de achtvoudigheid en het achtvoudige Pad echter bekend vanaf de grondlegging der  wereld. 

In de alleroudste leringen geldt het achtvoudige Pad als het bereiken van het goddelijk Evenwicht, dat het resultaat is van de spirituele gereedkoming. 

Voordat de astrologie haar intrede deed in de wereld - met de wetenschap omtrent de twaalfvoudige zodiakale gevangenis - kende de mens slechts een zodiak van acht beelden, die verdeeld werden in acht stralingen, acht horoscopische huizen, acht invloeden waardoor de mens het goddelijk Evenwicht kon bereiken.

Deze opvatting stamt uit de alleroudste tijden waarin de priesters de enigen waren die de astrologie beoefenden en daarom astrologie nog gelijk was aan astrosophie. 

Zoals men nu spreekt over de 12 aeonen (zie: "Het Gnostieke Evangelie van de Pistis Sophia") zo sprak men destijds over de acht aeonen, de acht fasen, de acht overwinningen. 

Uit die oudheid stammen ook onze bekende cijfertekens, waar de acht het evenwicht symboliseert en de 9 de Opstanding aanduidt, het optrekken van de cirkel der eeuwigheid in het hoofdheiligdom, terwijl de kandidaat niettemin met de aarde verbonden blijft. 

Wanneer wij dus spreken over de heiligheid van het achtvoudige Pad, dan nemen wij slechts de draad op van een universele gnostieke geloofsbelijdenis, die terug te vinden is bij de Druïden, bij de Boeddha, bij Zoroaster, bij de oudste Chinese leringen en tenslotte bij Jezus, die deze achtvoudige Heiligheid gestalte gaf in de Acht Zaligsprekingen. 

Allen die dit achtvoudige Pad verwerpen, zijn dus niet bereid een Universele Leer te aanvaarden, die terug te brengen is tot aan de grondlegging der tijden en door de Gnostici beleden werd. 

Als men doorgedrongen is tot dit achtvoudige Pad en de heiligheid daarvan herontdekt, betekent, dat er een muur omvergeworpen is, die de mens van de Universele Leer scheidde. Universeel wil immers zeggen: alomvattendheid, alles omringend. 

De bekende occulte leringen zijn allen blijven staan op het zevenvoudige Pad, d.w.z. zij klemmen zich allen vast aan de theorie, het pad van de theoretische voorbereiding en verwerpen bewust of onbewust de praktijk. 

Daar waar het occultisme zich scheidt van het Gnosticisme of  van de Universele Leer, begint het achtvoudige Pad. 

Slechts de allergrootste wijzen onderwezen of memoreerden dit Pad voor hun discipelen, zoals de geschiedenis leert. 

De tijd is wederom aangebroken dat dit achtvoudige Pad aan mensen bekend gemaakt moet worden, omdat de tijd van de Verwerkelijking aangebroken is. 

De ademhaling der eeuwen culmineert op gezette tijden in het ontsluieren van het Geheim van het achtvoudige Pad. 

Na deze bekendmaking sluit de Poort van Saturnus zich  wederom voor enige tijd, zoals de historie eveneens leert. 

Christus was de laatste, die met Boeddha en Zoroaster dit achtvoudige Pad openbaarde. 

Zij waren de voorlopers van deze Aquariustijd die geen boodschapper meer kennen zal, maar slechts groepen die de Boodschap van deze Levenschenkers verstaan hebben. 

Degenen, die zich eindelijk los kunnen rukken van de  sectarische, magische en kristalliserende dogma's, die alle stil blijven staan bij één der voorafgaande paden, zullen de Nieuwe Tijd, de Tijd der Hemelen kennen. 

De opdracht voor de mensheid is: doordringen tot de  eeuwigheid, opgaan in de cirkel of de 0, waardoor direct het  heilig verklaren en als universeel en alleenzaligmakend zien van één der acht Paden, vervalt. 

Er is slechts één heilig Pad en binnen dit Pad bevinden zich de Acht leringen, die later zelfs gecompleteerd moesten worden tot de 12 leringen. Dat ene Pad is het Pad der Waarheid, dat altijd open staat voor  de Universele leringen aller tijden. 

Niemand bezit het privilege van deze Volkomen Waarheid, want elke groep, elke religieuze leider predikt één aanzicht binnen die Waarheid, één van de 12 Paden. 

Zo wij het achtvoudige Pad onderwijzen, wil dat niet zeggen, dat wij de volkomen Waarheid bezitten. 

Neen, wij gaan slechts verder, dáár waar anderen blijven staan.  

Wij willen doordringen tot de hoogste Waarheid, die altijd besloten ligt in de Overwinning, of het doorlopen van de twaalf leringen. 

De Universele Leer der Tijden bepaalde destijds het cijfer- systeem tot 10, hetgeen gebaseerd werd op de astrosophie der Priesters uit de verre oudheid.

Daarom vindt men in de astrologie de acht terug als het Saturnusgetal, terwijl de negen behoort tot het rijk van de Mysterie-planeten. 

Het terugkeren of doordringen tot het achtvoudige Pad kán dan ook inhouden dat de mens het Licht van de Eeuwigheid ervaren gaat. Hij komt, door het betreden van dit achtvoudige Universele Pad dichter bij de Volkomenheid. 

Het goddelijke Evenwicht daalt in hem - de strijd wordt terug-gewezen, hij redt zijn medemensen uit de stroom, uit de benauwenissen, door zijn innerlijke Stilte. 

De alleroudste Graalriten kenden de acht graden, die de Ridder innerlijk verwerven moest, wilde hij de Graalbeker ontvangen. 

Het kosmische Wiel met de acht spaken, zoals dit in de symboliek behouden is gebleven, kán niet verworven of genegeerd worden. 

Want dit Wiel trekt de mens, de kandidaat, op tot de hemelen en brengt hen wederom terug tot de aarde. 

Dit wiel is de verbintenis, de doorgang, of de poort tot de Hemel - en het ligt aan de mens zelf of hij terugkeert tot de aarde met dit wiel, of dat hij dit slechts aanwendt tot het bereiken van de  Hemel. 

Noemt men dit wiel: het rad van geboorte en dood, zo kan men het ook: het rad van het goddelijk evenwicht noemen. 

Dat ligt aan het bewustzijn van de kandidaat. 

Voor de massamens betekent dit rad een beweging binnen de aarde en haar dodenrijk. 

Voor de pelgrim op het Pad der Verborgen Wijsheid betekent  het de Doorgang tot de Hemel der Hemelen. 

Dit aloude Rad, dit Wiel met de acht spaken, is een symbool der oude priesters, die leerden dat de mens in doorlopende  verbinding met de geest of het Licht moest staan, wilde hij de Wijsheid beërven. 

Bezat hij deze Wijsheid, dan keerde hij aan het achtvoudige Wiel terug tot het dal der Schaduwen om deze Wijsheid aan de Onwetenden bekend te maken. 

De symboliek van dit Rad der Heilige Acht is dus veel dieper  dan de oppervlakkige toeschouwer denkt. 

De onwetende ligt door ketenen gebonden aan dit wiel, dat voor hem ervaring, bewustwording, lijden en verdriet betekent. 

De bewuste kandidaat trekt zich op aan dit Wiel, opdat hij de Hemelen zal schouwen. Gelijk Saturnus de massamens vastketent aan de materie, zo betekent dit Wiel voor dezelfde mens de gevangenis binnen het ervaringsleven der reïncarnatie.  

Doch, gaat men bewust de Weg tot de Verborgen Wijsheid dan ontloopt men dit Wiel niet.  

Men ontvlucht Saturnus niet hoewel allen dat willen. 

Daarom wijst men zijn harde Waarheid terug tot het land der onmogelijkheden of gevaren. 

Maar dit Wiel, deze Verbintenis tussen twee Werelden, deze doorgang door de Poort van Saturnus, deze doortocht door de Jordaan, blijft opgericht staan voor de pelgrim, zodra hij wil oversteken naar het Nieuwe Land. 

Het is een grandioze misvatting, of een prachtig zelfbedrog door  te zeggen: ik behoef niet aan dat wiel, ik ben bevrijd. 

Dat is de grootste vervalsing aller tijden!

Als men dat wiel niet wil accepteren, als men die doortocht door de Jordaan niet wil, hoe komt men dán in dat Land aan de Overkant? 

Men grijpt dat eeuwig draaiende Wiel vast in vrijwilligheid,  omdat men geen andere op lossing meer ziet, omdat men in werkelijkheid en waarheid van de Wijsheid des Hemels getuigen wil terwille van de anderen die achterblijven! 

De Transfiguratie of Omkering kent dit achtvoudige Wiel dat de pelgrim waarlijk omkeert, van binnen, als een machtige verandering, die niemand verstaan kan die het Wiel verwerpt. 

Dit Wiel, dat tegelijkertijd hemelse Wijsheid en Heerlijkheid en de pijnen van het tranendal bevat, is gelijk aan de rots van Prometheus, waaraan hij vrijwillig genageld werd omwille van het Hemelvuur. 

Het is het Kruis van Christus waaraan hij vrijwillig genageld  werd, omwille van het Woord der Waarheid.

Als men in arrogantie en eigenwijsheid zegt: Boeddha en al die Oude Wijzen, die vóór Jezus leefden deugden niet, omdat zij het Kruis niet kennen of verwerpen, dan zeggen wij: Neen, het kruis was voor hen slechts een moderne versie, dikwijls een misbruikte versie van het achtvoudige Rad en van de Rots van Prometheus. Zij behoefden dat Kruis niet te kennen, zij bezaten het Lichtende, etherische, spirituele Kruis reeds in hun eigen symbolen. 

Degenen die dit niet verstaan zijn blind geworden, omdat zij het venster van hun religieuze gevangenis hebben dicht getimmerd. 

Wanneer men die blindering wegrukt, dan is er wederom contact met de Universele Leer die in de wereld indaalde, opdat men de Hemelen zou leren kennen. 

Wel, dan heeft men tezamen wederom uitzicht gekregen op de oneindige wijdsheid der goddelijke Schepping en krijgt men  weer verbintenis met de Universele Wijsheid, die niet voor niets indaalde. 

Doch men mag niet verstarren in de overweldiging van deze eerste blik, de kandidaat mag nooit menen het privilege te  bezitten van een Universele Leer. 

Er is slechts één Leer, doch die is het bezit van allen die haar verstaan. Niemand zal van deze Leer der Waarheid buitengesloten worden, zo hij zelf niet wil. 

De pelgrim wil uit onze gevangenis uitbreken, hij wil daarvoor de aeonengang gaan, het twaalfvoudige Rad bestijgen en elke spaak overwinnen. 

Hij zal nooit zeggen deze aeonengang, dit Rad bestaat niet voor hem, want door zijn stofgebondenheid, door zijn geboorte in  deze natuur ontving hij dit Rad als een Genade, verstaat u ? 

Juist door het ontkennen van de aeonengang, het terugwijzen van het Rad, blijft hij geforceerd gebonden aan zijn wieling, aan de omklemming van de aeonen-omarming. 

De kandidaat moet niet ONT-kennen, noch in arrogantie deze machtige mogelijkheid kleineren of omzeilen, maar hij moet er doorheen. Dat is de Saturnuspoort, waar zovelen voor staan blijven. 

Men kan deze Poort niet ontkennen en denken: er komen straks engelen die mij op vleugelen omhoog dragen, opdat ik, vanwege mijn goedheid het lijden niet behoef te doorstaan.  

Dat is waanzin en grove arrogantie.  

Het is de gevangenis van de pelgrim in de Leeuwen-aeon die zijn papieren troon aanbindt.  

Het is de angst van de pelgrim in de Cancer-aeon die het  kokende water der kreeften niet in wil gaan. 

Het is de onwetendheid van hen die menen: astrologie is fantasie en leugen.  

De astrologen verkrachtten de astrosophie der eerste Priesters. 

Dat is de sleutel tot het geheim. 

Astrologie is de leer der gevangenis, de leer omtrent de lijdensweg der massa, die geforceerd gebonden ligt aan het Rad der reïncarnatie. 

Dit Rad draait door en men weet niet waarom, men lijdt in onwetendheid, men gaat dit lijden verheerlijken om aan de smarten  te ontkomen. 

Men gaat onder in zelfbedrog en schijn-gnosticisme om de folteringen van het Universele, Oude Rad te ontlopen. 

Doch dit Rad blijft wachten op allen.  

Het Kruis blijft wachten op allen.  

De Rots van Prometheus blijft wachten op allen. 

Deze waarheid moet slechts erkend worden en de sleutel tot het diepste Geheimenis, wordt in de handen van de pelgrim gelegd. 

Daarom, de pelgrims binden zich, stuk voor stuk, en als Gemeenschap, aan dit Rad met de acht spaken, het Saturnusrad, opdat zij de Hemelen schouwen zullen in bewustheid. 

En al zouden maar enkelen van hen deze Hemelen bewust zien  en ervaren, dan kunnen zij al die anderen, die vrijwillig aan dat Rad opgetrokken worden, bevrijden, zodra de wieling van dat  Rad één van hen binnen de hemelsferen brengt. 

Men is niet verplicht terug te gaan naar het tranendal - gebonden aan dit rad - maar zodra men de Wijsheid des Hemels bezit wil men terug uit liefde. 

Dat is een Gnostieke Daad, 

en een Wijsheid van Boeddha, 

en van Zoroaster, 

en een Daad van een Graalridder, 

en een Prometheus-opgave, 

en een Christelijke Daad.  

Door de vrijwillige binding aan dit Achtvoudige Rad wordt de pelgrim een deeltje in die Universele Religie, in die Gouden Draad van Boodschappers en Ingewijden. 

Door die nageling aan deze achtvoudige Opgave, aan de verwerkelijking van de Zaligsprekingen, die voor de onwetenden een ergernis betekenen, maar voor de pelgrim een verlossing, krijgt  hij pas deel aan het Universum, aan de Universaliteit.  

Voordien praat hij over een Universele Leer, maar hij kent deze niet. 

Universeel worden betekent: de Universele Taal der Boodschappers, in woord en daad uitdragen, tot in alle consequenties. 

Niet verwerpen waarin men geen lust heeft, niet negeren of verdraaien waar men tegen op ziet.  

Neen! 

De Leer der Boodschappers aanvaarden, zo als hij overgedragen werd van het begin tot het einde, inbegrepen de doortocht door  de Jordaan met al zijn consequenties. 

Christus was niet de enige Boodschapper, hij was één der Groten uit een Keten van Ingewijden. 

Hij nam de draad der Universele leringen wederom op. 

Verwerpt men één van deze Boodschappers, zoals Boeddha, Zoroaster, Apollonius van Tyana, dan verwerpt men tevens Christus, die deze zelfde leer vastlegde in zijn Acht Zaligsprekingen. 

Door de Zaligsprekingen, door het Bergrede-leven beërft men de Wijsheid en de Vernieuwing. Dit Bergrede-leven is de Saturnuspoort, het is het Rad des Verbonds tussen Hemel en Aarde, het is de bewuste eenwording van God en Mens. 

Het is de enige mogelijkheid om God in de mens te verwerkelijken.  

Daarom zullen de pelgrims dit Pad door de Jordaan gaan, omdat zij niet anders meer kunnen.  

Zij hebben de realiteit en de harde, maar wijze Waarheid hiervan ingezien.  

Moge het u eveneens zo gaan, opdat een Gemeenschap velen zal redden die door de stromen van deze Jordaan naar de Dode Zee gevoerd worden. 

Het Universum Gods is oneindig, onbegrensd, zijn Boodschappers prediken deze onbegrensdheid. 

Begrijpt u hoe inzichtloos het zou zijn, u aan één van hen vast te klemmen als zou hij de enige Waarheid bezitten? 

Bouw u geen gevangenis binnen de gevangenis der 12 aeonen. 

Zo u waarlijk door de Poort van Saturnus gaat, ziet u het Universum: wijds, groots, adembenemend en u kunt slechts de woorden vormen: 

"O Mijn God, Schepper van deze Oneindigheid, hoe klein is  mijn vermogen tot begrijpen.  

Leef Gij in mij, opdat ik zal doorbreken tot de oneindigheid van Uw Universum!"

1970 - 2015, copyright Henk en Mia Leene