I


HET ZEVENVOUDIGE EN HET ACHTVOUDIGE PAD


Er zijn vele pelgrims die jarenlang het zevenvoudige Pad bewandeld hebben. 

Dat wil zeggen dat zij getracht hebben geloof en verstand met elkander in evenwicht te brengen. 

Het zevenvoudige Pad heeft voor velen een magische klank verkregen en het getal 7 werd heilig verklaard. 

Inderdaad is het getal 7 een mysterieus en spiritueel getal, want vele fundamenten zijn gebaseerd op een zevenvoudigheid. 

De Heilige Geest verdeelt zichzelf in Zeven stralen van toebereiding. Op alle gebied verbindt het getal 7 zich met een heilige voorbereiding. 

Het is het getal van binnenleiding in de wijsheid der Oernatuur, de Wijsheid der Gnosis of de Verborgen Wijsheid der Godsorde. 

Wanneer een pelgrim zich gereedmaakt om het Pad van Verborgen Wijsheid te gaan bewandelen, dan wordt hij door vele levens voortgeleid tot aan enkele beslissende fasen. 

De levens die achter ons liggen, hebben ons in dit leven tot een bepaald punt gebracht, bij de één zal dat anders zijn dan bij de ander. 

Want geen enkele religie die men aanhangt, geen enkele geloofsovertuiging kan op de mens een stempel drukken, waar hij innerlijk geen recht op heeft. 

Hiermede wordt gezegd dat onze levenservaringen in werkelijkheid ons Pad moeten vormen. 

Die ervaringen doen ons bewustzijn rijpen en bepalen het moment waarop wij een volgende fase der spirituele ontwikkeling binnen kunnen gaan 

Het is niet belangrijk of men uiterlijk een bepaalde religie voorstaat, maar het gaat er slechts om waartoe men innerlijk gekomen is! Wanneer er gesproken wordt over het betreden hebben van het zevenvoudige Pad, dan wil dat zeggen dat zij die daar aangekomen zijn, het zesvoudige Pad achter zich lieten! 

Men moet niet denken dat de gehele spirituele omwandeling slechts uit een zevenvoudig Pad bestaat! 

De zevenheid wordt aanbeden door hen, die niet verder kunnen zien dan het getal 7. 

Dat wil zeggen, die niet verder kunnen schouwen dan een toebereidende fase, die voorafgaat aan de volmaking! 

Men kan het logischerwijze herkennen in het schrijfteken van de getallen. 

Elk getal waar de nul in voorkomt of daarnaar overhelt, verbindt  de mens met een geestelijke ervaring. 

De cirkel of de nul wijst naar de eeuwigheid. 

Bij het getal 6, het eerste cijfer met een cirkel beneden, wordt de mens geconfronteerd met zijn diepere bewustzijn. 

Men kan zeggen dat hij daar wordt geattendeerd op een ander Leven.

Bij het zesvoudige Pad moet de mens kiezen tussen de twee paden. 

Men ziet dat hier dus een prelude plaatsvindt voor het getal 7, die het zesde en achtste Pad verbindt. 

Wanneer op het zevenvoudige Pad Geloof en Verstand verenigd moeten worden (zoals de Universele leer zegt), moet de mens, de pelgrim, daarvoor geïnteresseerd zijn en daar ook de mogelijkheden voor bezitten. 

In werkelijkheid bestaat elke spirituele Overwinning uit negen Paden, waarna, op een hoger niveau, de pelgrim verder geleid wordt op nog drie onzichtbare paden. 

Wanneer een mens negen Paden van Verborgen Wijsheid bewandeld heeft, is hij onbereikbaar geworden voor de grove belemmeringen der stof. 

Hij heeft dan reeds zoveel spiritualiteit in zichzelf verwerkelijkt, dat hij niet meer omziet naar de materiële geneugten. 

Daarom is het onmogelijk dat zij, die in waarheid en werkelijkheid (dus volgens hun bewustzijnsstaat) het achtvoudige Pad betreden, ondergeschikt zijn aan hen die het zevenvoudige Pad bewandelen! 

Het getal één is het prille begin van de aanraking van stof en geest. Het is de geboorte, zoudt u kunnen zeggen! 

U ziet dat ook aan het schrijfteken! 

Daarna volgen ervaringen die stof en geest verbinden, afstoten, beproeven, totdat het getal 6 de Geest zich in het onbewuste van de mens nederlaat en deze zich dus tijdens de ervaringen van het zesvoudige Pad bewust moet worden van de Geest of de Ziel in hem. 

Spirituele zoekers, zoals Gnostici, en dat is aantoonbaar, hebben het zesvoudige Pad met de daarbij behorende religies achter de rug! 

Ieder van hen is zich bewust geworden van het feit dat de materie hun de heerlijkheid niet schenken kán. 

Zij weten allen zeer bewust dat er iets anders bestaat, dat zij geroepen zijn tot een andere Levensvorm of tot een Nieuwe Aarde. 

Kortom, zij dragen bewustzijn van de Ziel in hen en daarmede, zo wij daar acht op geslagen hebben, bepaalden zij hun keuze en plaatsen zich aan het begin van de smalle weg d.w.z. het zevenvoudige Pad. 

Indien dat niet zo is, kan het zevenvoudige Pad hen en ook u niets gezegd hebben, want waartoe een Pad van heilige Voorbereiding, van evenwicht tussen geloof en verstand te bewandelen, als men zich niet eens bewust is van de Ziel-in-zichzelf?! 

Dan kan gerust gezegd worden dat zulk een mens wederom teruggevallen is op het zesvoudige Pad, waarin getracht wordt hem bewustzijn omtrent die ene Goddelijke Werkelijkheid bij te brengen. 

Want het vijfvoudige Pad schenkt slechts Kennis en Inzicht via het hoofdheiligdom. 

Dus allen die zich verdiepen gaan in de Geest des Eeuwigen Levens worden op het zesvoudige Pad geleid, opdat zij hun keuze zullen gaan doen. 

Daarna komt het zevenvoudige Pad, waarin de mens door het evenwicht tussen geloof en verstand de Heiligheid des Geestes gaat herkennen. 

Hij kan waarlijk binding maken met die Geest, doch slechts voor een ogenblik. 

De beroeringen zijn vluchtig, vandaar dat de 7 geen cirkel in zijn schrijfteken bezit. 

Men moet beslist niet denken dat deze cijfers zo maar in de  wereld gekomen zijn. 

Zij zijn uiteindelijk voortgekomen uit een heilig schrift, waarmede de diepere betekenissen der leringen werden aangeduid. 

De Heilige Zevengeest is door de Almachtige tot Zijn dienst geroepen, opdat hij de Trooster worden zou, de Troostende Adem, die de mens genezen zou van zijn wonden der gespleten natuur, hem balsemen zou nadat hij tenslotte het belangrijke besluit van de keuze tussen de twee paden genomen had. 

Ook dit kan de mens aan de hand van zijn eigen ervaringen nagaan! 

Het zevenvoudige Pad werd door hem gevonden toen de materie hem gepijnigd en misleid en teleurgesteld had. 

Na de zes paden is de pelgrim gereedgekomen met zijn bittere ervaringen, die hem verbijsterden, die hem tot een hel werden, waaruit hij geen verlossing zag. 

Hij moet vastgelopen zijn alvorens de Trooster, de Heilige Zevengeest, het zevenvoudige Pad, tot hem komt! 

Plotseling ziet deze mens de oplossing, hij ziet de noodzaak van het evenwicht tussen Geloof en Verstand, tussen Hart en Hoofd. 

Hij begrijpt eindelijk dat hij een innerlijk evenwicht moet vinden waaruit hij voortdurend de Geest zal kunnen benaderen. 

Hij vindt troost in de aanrakingen van de Geest en hij hunkert er slechts naar dat die Geest hem blijvend zal benaderen, dat hij doorlopend in dat inzicht, in dat goddelijk evenwicht, in die innerlijke harmonie zal blijven. Dat is de specifieke hunkering van de mens op het zevenvoudige Pad. 

Hij vindt die Troost van de Zevengeest een verrukking, hij wil daarin opgaan en hij wil ondergaan in die stralingskracht. 

Vandaar dat de trillingen van het getal 7 lunarisch zijn! 

Daarom alleen al kan het zevenvoudige Pad niet het hoogste Pad zijn. 

De maan geeft de stralingen van de zon weer, zij weerkaatst het Volmaakte, het Geestvuur, maar zij IS het geestvuur niet! 

Zij is de Troosteres, die in diepe duisternis toch licht verspreidt, doch zij IS het Licht niet. 

Zij speelt in de kosmos de rol van Johannes de Doper, die het Licht voorafgaat en die de pelgrim confronteert met hetgeen aanstaande is, doch zelf de Zoon der Zon, de Geestzon, het Licht, beslist niet IS. 

Men moet nu ook inzien hoe foutief het is zich blind te staren op een bepaald Pad en de verhevenheid van zulk een Pad tot het allerhoogste uit te roepen. 

Het is de grootste fout dié de mens op het zevenvoudige Pad kan begaan, want hierdoor sluit hij zichzelf op in de gevangenis van een fase, en een fase is er om te doorlopen en nooit om blijvend  te bezitten. 

Binnen de beweeglijke Wetten Gods, die in de kosmos zijn neergedaald, volgt onherroepelijk het moment waarop de pelgrim uit zulk een fase teruggestoten wordt tot in een lagere ontwikkeling, omdat hij onwaardig wordt voor het desbetreffende Pad. 

Dat is toch volkomen begrijpelijk en logisch. 

Er IS geen stilstand. 

Ieder schepsel, elk ding dat stil wil staan, kristalliseren wil, wordt buiten de Goddelijke Wetten gesteld en uit de levende materie gebannen. 

Daarom worden zij, die zichzelf gevangen geven aan het zevenvoudige Pad en daarop blijven staan, gebonden aan de maanstralingen, aan een maangodsdienst met alle negatieve werkingen die daarbij behoren. 

Wat zij ontvangen hebben aan troostende adem, aan weerspiegelende Geestzonnekracht, wordt tot een verkeerd gerichte magie. 

Omdat deze weerspiegelende Zonnekracht waarlijk enig Licht bezit, is zij geschikt om een magie uit te oefenen. 

Het is de gevaarlijkste magische vorm die de wereld kent, want  de pelgrim, de zo fanatiek zich vastbijtende pelgrim, kent nu het Licht enigszins. 

Zijn kennis is echter te oppervlakkig, te vluchtig en hij is nog niet geheel toebereid geworden, want zo hij dat zou zijn, zou hij zich nooit vastklemmen aan het zevenvoudige Pad, als zijnde het allerhoogste! 

Is de pelgrim toebereid en gekomen tot aan het einde van het zevenvoudige Pad, is hij werkelijk op de oever van de Jordaan geplaatst, dan zal hij weten dat hij verder moet en dat betekent de Jordaan IN en het achtvoudige Pad op. 

Wij willen nu beslist niet zeggen dat dit achtvoudige Pad het allerhoogste is. Neen, zeker niet!

De pelgrim, de mens of de ziel, die in de stof indaalt om met het getal 1 te beginnen, dat uitgaat van de Zon, moet zijn eerste periode eveneens eindigen bij een zonnegetal, d.w.z. op het  tiende Pad. 

Nooit zal een religie van zichzelf kunnen en mogen zeggen: dit is het ware geloof. Want er bestaat voor de mens niet een alléén zaligmakend geloof! 

In deze wereld zijn alle geloofsovertuigingen, alle vormen van religie, alle leringen, ondergeschikt aan de negen eerste Paden van de pelgrim. 

Na het negende Pad weet hij heel goed, dat de geloofsvorm die zich in deze wereld bekend maakt, voor hem geen waarde meer heeft, want na het negende Pad heeft hij alle geloofsmogelijkheden in deze wereld doorgemaakt. Wat er ook gebeuren moge, wat er ook komen moge, deze pelgrim staat boven een begrenzing, boven een door de Levensschool afgebakende periode. 

Hij volvoert zijn verdere ontwikkeling op een hoger niveau en is dan tegelijkertijd een Pelgrim op het Verborgen Pad van Wijsheid en een Arbeider op dat Pad. 

Vandaar dat het noodzakelijk is dat de mens zich optrekt u uit  een verstarring van het zevenvoudige Pad. 

De Pelgrim moet door die Jordaan heen, waar hem natuurlijk aangrijpende ervaringen wachten, maar waar hij ook doende moet zijn de leringen te verwerkelijken! 

Het achtvoudige Pad ligt IN die Jordaan!

Kijkt u maar naar het schrijfteken van de 8.

Het moet de pelgrim van het ene land naar het andere brengen en deze pelgrim kan daar ook aankomen, zo hij attent is op de gevaren, die veel riskanter zijn dan op het zevenvoudige Pad, want daar waren die gevaren denkbeeldig. 

De pelgrim werd op die mogelijke gevaren attent gemaakt, hij kreeg ze voorgespiegeld als in een reflex en hij kon zich dan wel verbeelden op het Pad te staan, op dat Pad van Verwerkelijking, maar daar was hij in Waarheid niet, omdat hij zich niet losmaakte van de zevenvoudigheid, die slechts de Trooster brengt! 

Het is begrijpelijk dat slechts een kleine groep zich gereed maakt om die Jordaan over te steken, want nu worden de gevaren reëel. 

Nu begrijpt de pelgrim misschien waarom hij in Gemeenschap moet arbeiden, omdat de eenling verdrinkt in die Jordaan! 

Men wordt niet toebereid om al eenling de doortocht te volbrengen, maar om in Gemeenschap die Jordaan te overwinnen. 

Deze Gemeenschap is geen uiterlijke organisatie, maar een innerlijke Gemeenschap van gelijk gestemde zielen.

Daarom zal er in de Gemeenschap altijd op gelet worden dat de band tussen de pelgrims hecht en sterk blijft. 

Dat moet!

Daaraan moet alles ondergeschikt gemaakt worden. 

Er mag niemand van het Pad afdwalen, omdat hier waarlijk de gevaren groter zijn dan ooit! 

Let daarom, o moedige pelgrim, op uw naaste of deze niet verdrinkt in de Jordaan. 

Let op uw broeders die worstelen, let op uw zusters die misschien te zwak zijn om de stroom te doorwaden. 

Let niet slechts op uzelf! 

Zolang gij op uw naasten let en hen meer liefhebt dan uzelf, zal God, de Geestzon zelve op U letten, zodat u niet verdrinkt! 

Sta niet stil, zie vooruit, want, pelgrims der Verwerkelijking, zij moeten nog VERDER!!

1970 - 2015, copyright Henk en Mia Leene