Toverkolletje Absint

(Artemisia absinthium

Alsem, Aalst, Elst 


Je stinkt afschuwelijk en je ziet er uit of je in je bloei bent blijven steken. Nee, wordt maar niet furieus, je hebt ook iets goeds. 

Zonder ophouden woeker je voort, en degenen, die het in je buurt kunnen uithouden, moeten wel een bijzonder lankmoedig karakter hebben. Zelfs tante Salie moet het onderspit bij je delven, en ook pepermunt, anijs, kervel en koreander houden het niet bij je uit, hoewel ze toch ook een sterke geur hebben. 

Jij verjaagt hen allen. Enfin, je hebt ook je voordelen, hoewel men van je vertelt, dat de duivel je heeft gemaakt en dat je daarom niets vriendelijks bezit. 

Nou, nou, houd je kwek maar..... je doet me toch al denken aan die oude besjes, die achter het gordijntje elke dorpeling begluren en bekwekken. 

Wàt? Doe je dat niet? Kom nou, je bent zo jaloers als je groot kan worden, daarom verjaag je al die andere geurende planten. 

Sommigen noemen je grijze tongetjes zilverachtig glanzend, ik noem hen grijs, als de grijsblauwe haren van een oud vrouwtje, dat niets amusanters kent dan haar medemensen te beroddelen. 

O, vind je me onaardig? 

Kijk naar jezelf, zeg! Vroeger maakte men een absint-likeur van je, maar weldra vergalde je werking de lust tot drinken, omdat men er ziek van werd, er zelfs verlammingen door kreeg. 

O, vind je dat een andere vorm van geheelonthoudingsreklame? Wel, ik moet zeggen, eigenlijk mag ik je wel, maar op een afstand. 

Je kunt een sieraad zijn in de tuin, hoewel men moet oppassen met je buren en vooral geen sterk geurende planten, die een concurrentie voor je zouden kunnen zijn, naast je moet zetten. 

Je houdt meer van lieflijke, nietszeggende bloempjes, die je geen strobreed in de weg leggen. 

Je vaalgele bloemetjes, nou, bloemetjes is eigenlijk een te grootse benaming voor je gele knopjes, lijken alomtegenwoordige prikoogjes, waarmee je iedereen bespiedt. Je grijzige vingertjes wriemelen voortdurend zenuwachtig, alsof je je nooit op je gemak gevoelt. 

Is dat je kwade geweten, toverkolletje? 

Dat je temidden van de andere planten in een boek komt te prijken, heb je te danken aan je merkwaardige eigenschappen en je provocerende bitterheid, die al in de Bijbel als vergelijkingsmateriaal voor moeilijkheden en verdrietelijkheden werd gebruikt. 

Je bent dus de personificatie van de verdrietelijkheden, de moeilijkheden of de bitterheid des levens. Maar niemand kan om je heen. 

Je grinnikt vermaakt. Eigenlijk ben je een stukje venijn, toverkolletje. 

"Nou èn?" vraag je me. "Er zijn omstandigheden waarin de mensen slechts door hardheid leren kunnen, nietwaar?" 

Al degenen, die het leven "zo zwaar op de maag ligt" dat ze er darm- en maagstoornissen van krijgen, kunnen bij jou terecht. Hoe onverdraagzamer, agressiever of ontevredener een mens is, des te beter past hij bij jou. 

Je bent zo iemand bij wie het leven geen goed kan doen en die zich beklaagt, dat al het "goede en vrolijke" hem wordt onthouden. 

Maar je bent een grote persoonlijkheid! Luister maar eens naar tante Salie, die er toch ook mag zijn. 

Kijk! Als je naam wordt genoemd strekt tante Salie haar lijfje om een scheldkanonnade op je af te vuren. Tenslotte heeft ze het nooit kunnen verkroppen, dat ze het onderspit moest delven. 

We kwamen een hele Absintvereniging van je tegen, als een kakelende vrouwenclub, groeiende op een oude vuilnisbelt van het dorp. En jullie deden het er best. Enkelen van jullie hebben we uitgegraven en neergezet rond de oude boerderij, in de kijkerd van iedereen, midden in de zomer overgeplant, maar bij voorbaat begoten met warm water, zoals Grootmoeders' raad het wilde. 

En kijk nu eens! Jullie hangen over de weg met jullie onooglijke gele bloempjes en 

volgen iedereen die langskomt, gelijk de oogjes van de oude vrouwtjes achter het gordijntje de dorpsweg afturen. 

Groot zijn jullie geworden. Opvallend in het grijsgroen, laten we zeggen: zilverachtig, dat horen jullie zo graag. Maar we passen wel op wie we naast jullie zetten. 

De tijm zal het, hopelijk, goed doen, want veel hebben jullie niet van dat devote kereltje te vrezen. En hoe vinden jullie de rozen in de buurt? 

O, zijn het hysterica, overdreven nuffen? 

Wat? Denken die dat het leven slechts uit schoonheid bestaat? 

Ach toe, Toverkolletje Absint, doe niet zo mokkerig, stop eens wat zoetigheid in je bittere toon en bezie jezelf eens wat beter: een grote zilvergrijze plant vol met gele bolletjes, een opvallende figuur, die echt geen concurrentie behoeft te vrezen.

O, zul je al die aanstellers wel eens uit je buurt verdrijven? Kom nou, wij zijn er ook nog! Je moet niet denken dat de wereld alleen van jou is. 

Zelfs onze Lieve Heer moet hem met de duivel delen. Hij zorgt voor het schone, goede en vriendelijke, de duivel voor het slechte, lelijke en onvriendelijke. Je hoort er dus bij. Is er één dorp denkbaar waar geen roddelbesjes achter een gordijntje zitten? 

Toverkolletje Absint, je "boze oog" is geen legende, want als men teveel van je profiteert, sla je terug met gif en vernietiging. 

Ai, ai, waarom hebben we zoveel moeite gedaan om je over te planten tijdens de zomermaanden? En zoals het bij al het kwade in de wereld gaat, dat woekert voort, ongeacht wetten en regels.  Als we je elke dag vriendelijk toespreken, Toverkolletje, helpt dat om je vriendelijker te doen stemmen? Neen? 

Heb je de pé aan vleierij en schijnheiligheid? Maar je bent toch echt wel mooi, in je soort. 

O, je wilt niet eens mooi zijn? Hoe je opvalt is niet van belang, àls je maar opvalt? 

Nou, dat is dan een signatuur voor de mensen die bij je horen, zeg! Die zijn onvriendelijk voor anderen, maar ook onvriendelijk voor zichzelf. 

Ze gunnen noch anderen noch zichzelf enige vreugde. Het lijken wel masochisten. O, je behoort tot degenen, die menen dat pijniging tot vrede voert? 

Je bent onredelijk, Toverkolletje Absint. Waarom maak je van je gele prikoogjes geen gouden stralende sterren? Vind je dat onnodig? 

Je kunt niet omgaan met je omgeving, je koestert een wrok, omdat je niet zulke stralende ogen hebt als de alant, of zelfs niet dat ongegeneerd slordige uiterlijk als het St. janskruid. 

Waarom schrik je nu terug? O, omdat St. janskruid tegen de duivel werkt? Doe niet zo onnozel, je weet best beter, want ook jou gebruikten ze tegen boze geesten. 

Ja, vroeger bestreden ze het kwade met het kwade, meen je, en dat hielp ook. Je hoort een beetje bij de digitalis, hoewel die mooier is (neem me niet kwalijk) en naast z'n schoonheid toch iets lugubers heeft. Jij bent kariger, als een oud vrouwtje dat met een heel klein pensioentje moet rondkomen en elke cent ronddraait voor ze hem uitgeeft. 

Het ruikt bij zo'n menske altijd een beetje naar kool en antimakassars, een vage geur van motteballen omgeeft haar en haar zwarte jurkje glanst groen. Ze heeft nooit werkelijk geleefd. Voor haar was het leven tobben. 

Is het leven niet mooi, zeg je? Nou ja, àl te beroerd behoeft het ook niet te zijn. Dat ligt aan jezelf. 

Jaloezie is een knagend venijn, dat het hart aanvreet en zich allereerst aan het schone, goede en vriendelijke vergrijpt. 

Toverkolletje wendt zich verachtelijk af: er komt iemand langs de weg en ze moet nodig commentaar leveren voor haar familieleden, die verder naar achteren staan. 

"Ik heb genoeg van je morele gezwets," zegt ze nog snel, voordat haar gele krentenoogjes zich op de weg concentreren. 

"Dat mens moest eens wat meer Alsem nemen," roept ze over haar schouder tot haar zuster, "ze krimpt van de maagpijn, ze houdt vocht vast en ze heeft een bitter hart." Zuster Absint knikt toestemmend. 

"De mensen zijn 't aankijken eigenlijk niet waard," antwoordt ze, "alles wat bitter is vermijden ze, ze zoeken schoonheid, vreugde en vriendelijkheid. Toch vult dat maar één kant van de wereld. De andere helft vult de duivel met onvriendelijkheid, boosheid en lelijkheid en die helft negeren ze." 

Toverkolletje knikt nadenkend. 

"We zullen nog wel lang bezig zijn, voordat zoiets tot de mensen doordringt, dus zijn we echt niet overbodig," zegt ze tevreden. Tante Salie aan de overkant snuift minachtend. 

"Houdt je gesnuif voor je, Salie," roept Toverkolletje, "anders zullen we je daar ook even wegjagen." 

Wat een geharrewar bij die planten. Had je dat ooit gedacht? Het lijken wel mensen. 



HOMEOPATHIE? VRAAGT TOVERKOLLETJE ABSINT, IK HOUD NIET VAN DIE NIEUWE FRATSEN 


Toverkolletje Absint is in de hele mensheidsgeschiedenis een bekende figuur geweest; Egyptenaren, Grieken en Kelten kenden haar en zij werd het voorbeeld van bitterheid en een medicament dat "slecht in de mond het hart gezond maakt". 

Het beste helpt het in kleine hoeveelheden, zoals 30 gram bladeren en bloeiende toppen trekken in een halve liter kokend water, of Alsem D 3 tegen wormen. Zelfs bij malaria werd het samen met duizendguldenkruid, gele gentiaan en schietwilg met uitstekende resultaten aangewend. 

In wijn, bier en likeur wordt het nog zelden gebruikt, nadat in de vorige eeuw vele gevallen van zenuwverlamming werden ontdekt. 

Absint vermouth is nog het meest onschadelijke. 

Verder houdt Toverkolletje Absint zich bezig met alle meisjes en vrouwen die last hebben van menstruatiestoornissen, zowel pijn als onregelmatigheid, vooral bloedarme typetjes vinden baat bij haar. 

Ze is een provocerende plant, werkt daarom goed op de spijsvertering, de maag en het gehele zenuwstelsel. Mensen, die hun levenskracht niet gebruiken, die eigenlijk een beetje vegeteren, vinden kracht bij de Absint. 

In heel kleine hoeveelheden gebruikt, ook als een enkel blaadje door de groente, schenkt zij eetlust en daardoor levenskracht. Uitnemend voor zenuwzwakke mensen, die eerst een provocatie nodig hebben voordat zij tot activiteit overgaan. 

De symboliek van Toverkolletje is heel interessant: zij zou geschapen zijn door de duivel (hoewel zij de Griekse godennaam Artemisia draagt) en daarom mist zij vriendelijkheid. 

De "duivel" is de provocateur in het mensenleven want, om met een oude Franse monnik te spreken, "zou de duivel er niet zijn geweest, dan was Jezus nooit op aarde gekomen." 

Een uitspraak met een zeer diepe grond. Elke "verzoeking van de duivel" is als een provocatie. Zo kunnen we Toverkolletje Absint zien als de provocatrice, die een levensmoe mens dwingt zijn laatste krachten in te spannen voor een hernieuwd levensbegin. 



DE TAFELS VAN TIEN HEB IK NOOIT GELEERD, ZEGT TOVERKOLLETJE ABSINT 


Toverkolletje is eigenlijk een ideale plant voor de 5-mens, die zo gemakkelijk zichzelf "vergiftigen" kan door bitterheid, zelfmedelijden, hysterie of onbevredigdheid. 

De Absint is eigenlijk de personificatie van het verborgen gif dat in de 5-mens, als het kwik van de planeet Mercurius, kan voortwoekeren. 

Gif dat een verborgen vuur in zich draagt, aldus vernietigen kan. Hieraan moet de 5-mens denken als hij op zijn fanatieke of zelfmedelijdende, dan wel jaloerse toer is. 

De signatuur van de "duivel" bij ons Toverkolletje zegt ook dat haar "gif" van onaardse oorsprong is en in de uitwerking dus zeer ruïneus kan zijn. Zij past dan ook bij hen, die (zoals veel vijf-ers) hun heil of interesse in bovenaardse dan wel immateriële zaken zoeken. 

Zodra dit soort mens innerlijk giftig wordt, wordt hij een kwelling voor zijn naaste omgeving en zou ik niet graag zijn vijand willen zijn, want hij schuwt geen middel om zijn zg. tegenpartij te vernietigen. 

Absint zal dit soort mens helpen bij: maagpijnen, menstruatiestoornissen door geestelijke bezwaren en alle mogelijke zenuwaandoeningen, die een geestelijke oorzaak hebben. 

Toverkolletje Absint kan helpen om hen de "rede" terug te laten vinden, want over 't algemeen zijn ze onredelijk. 

Dan is ze nog een goed kruid voor de 3-mens, die bitterheid, teleurstellingen en tegenstand niet kan verdragen. Ook hij blinkt niet uit in redelijkheid. 

Tegen verminderde eetlust (ook in het leven) en bij eventuele wagenziekte: een klein stukje van het blad in de mond verhelpt het euvel, als men de bittere smaak er voor over heeft. 



IK BEVECHT DE HEMEL, 

ZEGT TOVERKOLLETJE ABSINT 


Aan de hemel heerst er een strijd tussen Mercurius, de boodschapper der goden, en Uranus, de Vader van de hemel, om de gunst van de Absint. 

Dit betekent dat Toverkolletje Absint werkt via trilling en straling, aldus een sterk etherische invloed heeft en als zodanig direct op het centrale zenuwstelsel, zowel als op het gemoed inwerkt. De Mercuriustypen, zoals Tweeling en Maagd, lijken op haar: de eerste door zijn praatzucht, de tweede door zijn bitterheid. Beide kunnen zichzelf vergiftigen: de eerste tart naast zichzelf, tevens zijn medemensen, de tweede ruïneert zichzelf geestelijk. Bij beide typen spelen de zelfcontrole en de rede een belangrijke rol. 

De Uranusmens (als de Waterman geestelijk wordt geïnspireerd, komt hij onder invloed van Uranus) leert van de Absint wat meer rede te gebruiken tegenover het leven, niet zo "zweverig" te worden en vooral zich niet te verschuilen achter de schijn. 

Absint wordt zowel voor de Mercuriustypen als de Uranusmens een shock-preparaat, dat hen tot zichzelf brengt. Natuurlijk werkt het dan ook goed op de Saturnustypen, die dikwijls zo geremd zijn en soms een "schok" nodig hebben om tot zichzelf te komen. 

Uranus wordt beschouwd als een hoger octaaf van Mercurius, daarom zullen vooral de geestelijk gevoelige typen, die een fijnbesnaard zenuwstelsel hebben, door de Absint kunnen worden geholpen, maar dan wel in kleine hoeveelheden. 

De Saturnusmens kan meer aan. De bittere en teleurgestelde Saturnusmens (of de 8-mens) zullen vrijwel altijd een goed medicijn vinden in de Absint, bij alle kwalen die bij deze plant horen. 



KLEUREN INTERESSEREN ME NIET, 

ZEGT TOVERKOLLETJE ABSINT 

0

Een eigenaardige kleur heeft ze, zilverachtig groen met een vaal geel. 

Noch het groen noch het geel kunnen tot volle werkzaamheid komen. Haar groen is noch kalmerend, noch ooggenezend (zoals de smaragd) en haar geel heeft niets van de gouden pracht van b.v. de alant. Alles blijft "en cachette" zoals de Fransen zeggen. 

Haar provocerende geneeskracht zit vooral in haar bitterheid en de chemische stoffen, die op het centrale zenuwstelsel werken: glycosidische bitterstoffen, thuon- en thuyolverbindingen. 

Ze streelt het oog door haar vorm, die tussen andere helgroene planten prachtig uitkomt. 

Maar haar uiterlijk wekt de nieuwsgierigheid, omdat men altijd wil weten "wat dat wel voor een plant is?" 

Door haar afwijkende kleur en soms enorme grootte is zij een opvallende persoonlijkheid, méér nog dan tante Salie, en haar vale geel zegt toch nog dat zij de mensen tot "redelijkheid" wil brengen. Haar geel werkt tevens op de zonnevlecht (zenuwknoop). 

Gele bloemen brengen vreugde, redelijkheid, licht, uitwisseling en bereidheid tot offerande, haar vale geel tempert alles wat tè is: tè veel zelfofferande of tè weinig levenskracht; tè veel energieverspilling of tè weinig zelfcontrole. 

Kortom: redelijkheid en zelfcorrectie. Zoals de dorpsvrouwtjes achter hun gordijntjes jan en alleman "corrigeren en controleren", zo helpt Toverkolletje mede aan een zelfcontrole. 



ALLES WAT ONDERGRONDS ZIT BOEIT ME, ZEGT TOVERKOLLETJE ABSINT 


Ze houdt niet zo van kleur en geur, wel van stank, ons Toverkolletje Absint en ze heeft een voorliefde voor zwavel. De kleur en de stank bevallen haar en bovendien vindt ze dat zwavel de mens provoceert, hem aan de hel doet denken en hem eraan herinnert dat de "duivel altijd op pad is om hem te bespringen." 

Waarlijk, ze houdt er weer een sympathieke redenering op na. 

In gebieden waar veel zwavel in de grond zit, of waar zwavelhoudende bronnen zijn, zou iedereen die levensmoe is, minstens een vakantie moeten doorbrengen. Bovendien helpen zwavelhoudende bronnen goed tegen huiduitslag, vooral bij hen die zich niet kunnen uiten, en tevens is de geur zo prikkelend, dat deze zowel de spijsverteringsorganen als de geest opwekt. 

Het heeft een afschuwelijke lucht, zeg ik tegen haar, zwavel doet me denken aan rottende eieren. 

"Nou, dat is precies waar een levensmoe en depressief mens op lijkt," zegt ze energiek, "een jong leven dat al begint te vergaan. 

Als iemand goed beroerd wordt van de geur, is dat als een provocatie en als een depressief mens de energie kan opbrengen om te protesteren tegen stank, is hij niet ver meer af van zijn genezing." 

Na deze logische redenering wendt Torenkolletje zich tot haar zuster en fluistert geïnteresseerd over iets, dat ze aan mij opmerken. Nou, wat mij betreft, kan ze opvliegen, Toverkolletje Absint, ze is een naarling en een bemoeial. 

Als ik mij omdraai, hoor ik het nerveuze gewriemel van hun zilvergrijze vingertjes, alsof ze doorlopend bezig zijn een kous te breien. 

De hemel blijft blauw, blauw, blauw..... en tante Salie knikt me wijs toe: "Onsympathiek mens, niet, die toverkol?" 

Ik ga er niet op in, ik riskeer geen twist tussen haar en de Absint. Ze staan tenslotte tegenover elkaar en daartussen ligt de weg, waarlangs ik zo dikwijls loop.

1970 - 2015, copyright Henk en Mia Leene