Padvindertje Agrimonie

(Agrimonia Eupatoria

Leverkruid, Verkeerde klissen, Drakenbloed 


  We kwamen dikwijls langs je, daar waar je je tentje had opgesteld, een tentje van wonderschoon getande blaadjes, waarvoor de biologen allerlei droge namen hebben, maar die een kunstwerk van de Schepper genoemd kunnen worden. 

Je bent vrijwel altijd alleen, een enkel, dan wel twee rode stengeltjes rechtopstaande uit een getand tentje van groene blaadjes met diepe kerven, die autobanen voor de hemeldruppels lijken te zijn. 

Heeft iemand ooit die mooie blaadjes goed getekend? Iedereen kijkt naar je bloeiende stengeItje, dat als een vrolijke kiekeboe boven het gras uitsteekt op een plaats waar je niets verwacht. 

Je bloempjes zijn minuscule gele sterren, je vruchtjes nog leuker, een rood kopje in een kraagje van rode haartjes, die weldra gaan hangen, waardoor het klitjes worden en zich dan plagerig laten vallen op de vacht van voorbijkomende konijntjes, dassen of ander wild. 

Nou, jij bent ook een echte loep-bloem. Je sterretjes hebben soms gele, soms rode meeldraden en door een loepje doen je vruchtjes denken aan blozende juffers, die een stijve zondagse kantenkraag hebben omgelegd, alleen zullen zij die steeds gestreken hebben, terwijl jij er gauw genoeg van krijgt en na een enkele keer dragen je kraag eruit ziet als een rood vodje. Eigenlijk ben je een olijkerd en het is alsof je gele sterrenoogjes altijd schitteren. 

Je bent helemaal geen ordinaire plant, geen massaproduct, hoewel de biologen je "algemeen" noemen. 

Ach ja, die biologen hebben zo hun eigen termen, die elke plantenschoonheid kan doen verdorren tot een hoop fantasieloze wetenschap. Je verbeeldt je dat je een wachter bent, net als de fiere toorts, maar die heeft me al verteld, dat hij je niet meer in de leer wil hebben, want je bent hem te vrolijk. 

Één ding heb je met hem gemeen: je fierheid. 

Klein en fijn sta je rechtop langs de landwegen, dikwijls in de buurt van de toorts en probeert ernstig te kijken naar al die zinloze dingen, die je langs je heen ziet trekken. Je fijne stemmetje valt weg tegen de zware bas van de toorts, die moraliserend alle voorbijgangers aanspreekt, terwijl jij eigenlijk slechts een liedje zingt, een kinderliedje als: 

"Torentje, torentje bussekruit, wat hangt eruit, een gouden fluit. een gouden fluit met knopen. torentje is gebroken!" 

Jij bent het torentje, fijntjes, edel, met vele raampjes. Wat je met die gouden fluit met knopen bedoelt is een beetje onbegrijpelijk, maar de kinderen zongen het graag en vaak en dat is het voornaamste. 

Het is te begrijpen dat je knorrige, eenzame mensen opvrolijkt. Jij bent veelal eenzaam, maar het deert je niets. Ook trekje het je niet aan dat de toorts niet op je smeekbeden wil ingaan, want je vindt het leven goed zoals het is, niet? Je prachtige naam, padvindertje Agrimonie, komt uit het Griekse agros, veld, en monias, eenzaam levend. Er werd me verteld, natuurlijk door de toorts, dat je, net als hij, eigenlijk een strenge monnik wilde worden, maar de plichten van het monnikschap niet kon volbrengen. 

Waarom lach je en schud je je rode stengeItje heen en weer? 

Je vond die monniken vitters en religieuze fanaten? 

Zachtjes, zachtjes, straks hoort de toorts je! 

O, kan je dat niets schelen? Ik dacht dat je op zijn gunst was gesteld. 

" 't Is een godsdienstwaanzinnige," zeg je, "hij ziet de blauwe hemel niet. Hij staart maar voor zich uit en heeft een hoofd als een brevier. 

Ik kijk peinzend naar je prachtig gesneden blaadjes en bedenk dat iemand met zulke schoonheden zich moeilijk ergens verbergen kan. De blaadjes zitten aan de rode stengel door middel van een steunvoetje, heel ingenieus, maar ook heel koket. De ernst van de Agrimonie doet denken aan een jong padvindertje, dat iemand naar de andere kant van de straat helpt en niet bemerkt dat diegene daar helemaal niet wil zijn, maar hem slechts zijn goede daad wil gunnen. 

Er is altijd een lach bij de ernst van de Agrimonie. Een vertedering om zijn moed bekruipt elkeen die hem beziet, want zijn zacht behaarde stengeItje is helemaal niet zo stoer en toch blijft het rechtop staan. 

Waarom verberg je eigenlijk dat padvinders-tentje van wonderblaadjes zo tegen de grond, Agrimonie? Velen denken dat je kaal bent. 

O, wil je er zuinig op zijn en moet het een verrassing blijven? Maar je bent helemaal zo'n verrassing, want de bijnaam Leverkruid kreeg je niet voor niets. Iedereen, die geboren werd met een zwakke lever, zou elke dag een half kopje Agrimonie-thee moeten drinken. 

Let wel, Padvindertje Agrimonie staat altijd bereid om iedereen te helpen. Ook wil hij graag met zijn ogen, die helder en volmaakt zijn, mensen met oogstaar bijstaan. Daarom heet hij ook, zeggen sommigen, argemonè, oogstaar. Zijn naam eupatoria komt van de Pontische koning Mithridates Eupatos (132 - 64 v.C.), die hem zou hebben ontdekt voor leverziekten. 

Hoewel hij vrijwel uit de plantenheelkunde is verdwenen, heel ten onrechte, is hij in Frankrijk nog bekend en krijgen leverzwakken altijd een kopje Agrimonie voor het eten. 

Natuurlijk speelt hierbij een belangrijke rol, dat de "foie" de zwakke plek van de Fransen is. 

Elk volk heeft zijn volksziekte, de Fransen hebben hun "foie". 

Suikerzieke mensen, die veel dorst hebben, kunnen Agrimonie nemen om hun dorst te lessen en zangers en sprekers kunnen er mede spoelen als ze een keelontsteking voelen opkomen. 

Je staat verveeld te kijken, Agrimonie, terwijl ik je goede hoedanigheden opnoem, wat hindert je? 

Wat zegje daar? Heb je een hekel aan mensen? Waarom? 

"Ze ritsen mijn bladeren af, het mooiste dat ik heb." Ja, maar ze gebruiken je bladeren en je bloemtopjes toch als medicijn en jij wilt de mensen toch helpen?  

"Dat weet ik nog niet," zegt Padvindertje Agrimonie heel eerlijk, als een kind dat een te zware last op zijn schouders kreeg, 

"ik vind het leven heerlijk en ik houd niet van verminkingen." 

Maar je hebt je padvinderseed toch afgelegd, Agrimonie, en daar moet je je toch aan houden, weet je wel? Elke dag een goede daad. 

"Ja, dat weet ik, dat heb ik genoeg van de toorts gehoord, die droogpruim, maar ik bloei toch elke dag en je vindt me zo mooi, is dat niet genoeg?"  

Helaas niet, Padvindertje, je moet iets van jezelf geven, wil het voldoende zijn. Geërgerd schudt Agrimonie met zijn vrijwel unieke blaadjes, zodat ik goed zie hoe zilvergroen ze van onderen zijn en hoe scherp de lijntjes, waarin het hemelwater zich verzamelt om zijn dorst te lessen, zoals hij de dorstige suikerzieken laaft. 

"Ik vind die leverzieke mensen mal, met hun gekanker, hun ontevredenheid, hun gebrek aan innerlijke adeldom en innerlijke trots," zegt Padvindertje humeurig, zo helemaal niet naar z'n aard. 

"Mensen, die hun zelfbeheersing verliezen kan ik niet bewonderen."  Nee, maar er zijn kinderen die met een zwakke lever geboren worden, Padvindertje, die help je toch graag? 

"Ja, die....." antwoordt ie met een lange uithaal, zo lang als zijn stengel, "die zijn onschuldig, hoewel....." 

Wat hoewel? 

"Heb je wel eens van 

  gehoord?" vraagt ie twijfelend, terwijl hij zijn gele ogen strak op me richt. Ik knik bevestigend. 

"Nou, het zou kunnen dat ze die kwaal uit een vorig leven meegenomen hebben, en dat ze daardoor iets moeten leren of zo....." 

Je lijkt Paracelsus wel, Agrimonie..... 

"Ken ik niet," zegt ie afwerend, "ik weet alleen dat in de natuur niets voor niets gebeurt en als er al op de kleinste schepseltjes wordt gelet, waarom zouden de mensen dan aan een willekeur worden overgeleverd?" 

Ik kijk hem verbouwereerd aan. Zo klein, zo olijk en zulke diepe gedachten. Je lijkt toch wel wat op de toorts, Padvindertje. 

"Ach nee," zegt ie, "moraliseren is mijn vak niet. Je moet het leven nemen zoals het valt, maar één ding moet je nooit vergeten: je eigenwaarde." 

Sta je daarom zo fier rechtop en buk je je daarom nooit? 

Hij knikt. 

"Kruipers zijn er genoeg, maar de adeldom is zeldzaam." 

De kleine kruipende potentilla aan zijn bladervoet krimpt gepijnigd in elkaar en knippert met haar helgele bloempjes, die groter zijn dan de zijne. 

"Tegen jou heb ik het niet, Potentil," zegt ie vergoelijkend, "maar je kent die lui, die zich altijd aan je vastklampen en proberen je omlaag te trekken." 

De kleine potentilla ademt op, haar gele bloempjes gooit ze omhoog. 

"Ik help de mensen toch ook?" fluistert ze. Agrimonie knikt ernstig. 

"Kijk, daar komt weer een leverzieke, zie maar hoe geel hij is, dat is jouw en mijn kleur. Maak je zichtbaar Potentil, misschien kunnen we hem helpen." 

En de Agrimonie rekt zich uit boven het gras en geurt, terwijl de kleine potentil een helgeel bloempje langs een grassprietje wurmt, zodat het plotseling zichtbaar wordt. 

Een man komt naderbij, slepende voetstappen en een zware ademhaling. Ineens een verraste uitroep en een blik achterom: "Hé, moet je hier zien, wat een leuk stel. Wat is dat?" Hij bukt zich en de vrouw zegt zeer gedecideerd: "Dat zijn Agrimonia en Potentilla, die zou jij moeten gebruiken met je zwakke lever." 

Glimlacht Agrimonie werkelijk omlaag naar potentilla, die olijk terugblikt? 



HOMEOPATHIE IS ZEKER NUTTIG, 

KNIKT PADVINDERTJE AGRIMONIE 


In de homeopathie is Agrimonie te verkrijgen onder de naam Agrimonia-tinktuur, dat tegen maagaandoeningen en nierbezwaren werkt. 

In de kruidentherapie kent men Herba Agrimonniae, dat als thee kan worden gezet tegen diarree (vooral in de zomer) en een uitstekend middel is voor suikerzieken. 

De blaadjes, gekneusd, op wonden en verstuikingen, lenigen direct de pijn, als men het over z'n hart kan verkrijgen zulke kleine wonderen te kneuzen en, zoals gezegd, Padvindertje Agrimonie is trots op zijn blaadjes. Hij staat niet voor niets zo fier rechtop, een concurrent voor de zwaarwichtige Toorts. 

Je kunt Agrimonie ook een constitutie-middel noemen, want van huis uit zwakke constituties vinden werkelijk heil bij elke dag een kopje Agrimonie-thee. 

Zij, die sterk willen staan in het leven, maar eigenlijk geremd worden door allerlei innerlijke angsten, een minderwaardigheidscomplex of die fatale eigenschap om van "muggen olifanten te maken", moeten eens naar de fijne, maar sterke Agrimonie kijken. 

Neem de tijd om hem eens op te zoeken op zijn kampeerplaatsje, waar hij alleen of met een broertje staat bij hun kostelijk gevormde tentje, en praat eens met hem. Leg die vervelende nuchterheid, die je niet kunt gebruiken bij het begrijpen van planten, eens af en luister naar wat het Padvindertje allemaal van de Grote Akela heeft geleerd. 

Het is de moeite waard. 



VERTEL ME HET NUT VAN REKENEN EN IK BEGIN ER VANDAAG NOG AAN, 

ZEGT PADVINDERTJE AGRIMONIE 


Hij heeft heel wat gele bloempjes, maar je komt nooit aan tellen toe, omdat als je de ene telt, de andere al is uitgebloeid en de volgende reeds begint. 

Hij heeft het doorlopend druk met knopjes maken, openbloeien, vruchtjes uit hun kraagjes laten steken en klitjes laten vallen. 

Het is een bezig baasje, zoals het een goed Padvindertje betaamt en daarom behoort hij ook bij de energieke, bezige mensen, die echter de voorkeur geven aan intellectueel werk boven grof handwerk. Tenslotte is een Padvindertje geen welp meer. 

Er zijn rangen en standen, vindt ie. Wel, 3-mens, die zo graag oplossingen zoekt voor problemen, kijk maar eens goed naar dit aristocratische kereltje, dat beslist innerlijke beschaving heeft en zeker niet houdt van kruiperigheid. 

Hij houdt van een positie, een plaatsje waar hij opvalt, nu ja, niet zo overdreven als de Toorts, maar toch..... 

Ja, ja, Drie-er, als je zijn thee eens dronk tegen nieraandoeningen? 

En de Drie-er, die van huis uit niet al te sterk is, waarom niet elke dag een kopje Agrimonie? Vind je zijn kleur niet mooi, echt "redelijk" geel, niet vals, maar ook niet gespeend van eerlijke logica en bemiddelingskracht. 

Net iets voor jou. En de dikke Drie-er, die zich zo ergert aan zijn eigen figuur: elke dag een half kopje Agrimonie-thee, of een eetlepel tinctuur in een kopje warm water. Volhouden dat recept! Een maand is voldoende om resultaat te zien. 

Ja,5-mens, een beetje redelijk verstand is echt wel goed, en ook een beetje zelfrespect. 

Suikerziekte kan ook ontstaan door ergernissen. In dat geval, roep dan Padvindertje Agrimonie, hij staat te trappelen om zijn goede daad te verrichten. En niet een dagje of twee daagjes met dat Padvindertje in zee gaan, vijf-er, maar minstens drie weken, dag in dag uit. Daarna kun je hem pas beoordelen. 

Een plant kan een vriend worden, net als een dier, vergeet dat niet, mensenvrienden vindt men moeilijker. 



STERREN ZIJN ONONTBEERLIJKE LICHTEN, 

ZEGT PADVINDERTJE AGRIMONIE 


De Agrimonie en de Toorts zijn een voorbeeld van tegengestelden, die elkander raken, de eerste een Jupiterplant, de laatste een Saturnusplant, die echter één eigenschap gemeen hebben, waarom ze toch zo goed langs de weg met elkander harmoniëren: innerlijke kracht en trots. 

Iedereen kan zien dat ze beide hun taak ernstig opnemen en bij beide is dat: waken. 

Waken tegen disharmonie, waken tegen decadentie, degeneratie, lichtloosheid. 

Iedereen doet dat op zijn manier: de Agrimonie door vreugde en wat olijkheid, de toorts door gestrengheid, een beetje "zuur", zoals zijn geel ook laat zien. 

De Agrimonie maakt tolerant, welwillend. Dat is prima voor Jupitermensen: de vaak wat te strakke Boogschutter en de wat overdreven mystieke of religieuze Vis. 

Vissen zijn over 't algemeen niet àl te sterk van constitutie, hoewel zij daar zelf al wat tegen kunnen doen door wat minder in "drabbige wateren te zwemmen" en hun zenuwgestel te sparen. 

Agrimonie helpt tegen migraine, Vis, hij is nI. afvoerend. 

En jij, felle Boogschutter, wat minder doelgericht kan ook wel, en je ergeren aan dat "logge paardelichaam", dat je moet meeslepen, helpt je helemaal niet. Soepeler worden! Maak jezelf niet suikerziek en Iet vooral op je lever! 

Geen ergernis is het waard dat je je gezondheid ruïneert. Drink maar Agrimonie, elke dag een half kopje, maak er je lievelingsdrank van en je zult eens zien. 

Nee, natuurlijk geloof je dat nu niet, maar probeer het maar, eigenwijze Boogschutter! 

En denk eraan, Vis, om een "wachter" te worden, moet men een "wachter voor zijn lippen zetten"  

Leer van Padvindertje Agrimonie, hij blaakt van ijver om zijn wijsheid over te dragen. Waarom zou je hem geen plezier doen? 



MIJN LIEVELINGSKLEUR IS GEEL, 

ZEGT PADVINDERTJE AGRIMONIE 


Padvindertje Agrimonie hijst een vlag van geel en rood, beide kleuren zeer goed op elkander afgestemd, helemaal niet schreeuwerig, maar zeer decent. 

Dat zegt meteen dat hij een bescheiden karakter heeft, innerlijk is uitgebalanceerd en blaakt van levensmoed, die geen overmoed is. 

Rood is de kanten kraag van zijn vruchtjes, een beheerst rood, dat opgewondenheid vermijdt, gezond bloed geeft en het hart iets onstuimiger doet slaan. Daarom is ook dit rood ontstekingsremmend, zeker als het met het Agrimoniegeel samengaat. 

Het geel van de Toorts is feller, Agrimonie neemt het niet zo erg nauw, want hij zegt: "De soep wordt nooit zo heet gegeten als hij wordt opgediend" en zo heIt zijn geel naar goud, met juist die ondertoon van rood, die het geel zo warm maakt. 

Een hartverwarmende "redelijke" kleur. Een kleur van begrip, een kleur voor suikerzieken, die overal begrip zoeken en voor gespannenen die geen uitweg zien. 

Het is de kleur van een "oplossing" voor alle problemen. Energie en goede wil zijn twee voorwaarden om tot een overeenstemming te komen. 

Padvindertje Agrimonie is altijd van goede voornemens bezield, hij wil graag goed doen, maar het moet niet te zwaar, te problematisch of te moralistisch worden. De kleine wachter aan de wegen, bruggen en kruispunten doet denken aan een tentje, waar je verfrissingen kunt kopen op een hete zomerdag. 

Zo verkwikkend werkt de Agrimonie. 




HIJ KAN GEEN BESLUIT NEMEN BIJ ZIJN KEUZE VAN MINERAAL, DAT   PADVINDERTJE AGRIMONIE 


Hij is gek op Topaas, vooral de Goudtopaas, maar vindt de rode Jaspis ook niet slecht. 

Wel, ze passen beide bij hem. De ongeslepen Goudtopaas heeft vrijwel dezelfde kleur als de Agrimonie, een verfijnd en gedragen geel en is van een zachtmoedige uitstraling, die het hart troost. 

Onzinnigheid en dwaasheid doet hij verdwijnen en schenkt wijsheid. Dat is nu net wat de Agrimonie zou willen. 

Men zegt dat een Topaas, goudgeel van kleur, 's nachts licht kan schenken, vooral als hij op een gewijde plaats staat. 

Nou, hoe is deze analogie met ons Padvindertje, dat vindt dat hij een "wake" te vervullen heeft en door zijn gele kleur altijd hel oplicht? 

En dan de rode Jaspis, ongeslepen wat dof, precies zoals het vruchtje van de Agrimonie, zeker als het gaat hangen. Maar zie je de ongeslepen Topaas en de ongeslepen rode Jaspis naast elkander dan heb je de kleuren van de Agrimonie. 

Vandaar dat hij van beide houdt, zoals hij steeds in de weer is met zijn gele bloemen en zijn rode vruchtjes. 

Wat mij betreft, mag hij ze beide adoreren, ons Padvindertje, want edele figuren weten edele stenen te waarderen. 


Zie voor de Topaas ook blz. 109, 190 

Zie voor de Jaspis ook blz. 133, 225, 248, 249, 315

1970 - 2015, copyright Henk en Mia Leene