Liesje Wederik

(Lysimachia vulgaris

Gewone Wederik, Gele Wederik, Vossestaart, Wilde Wilg 


Ze stonden met een groepje langs de slootkant, de Wederiks, en praatten over hun nichtje het Penningkruid, dat iets verderop over de grond kroop. Het was net een stelletje kleuters, die in het speelkwartiertje samen aan het babbelen waren. Geen van allen waren ze tevreden over hun naam Wederik. Goed, als achter- of bijnaam, maar als betiteling klonk het veel te droog en te nuchter voor hun vijfpuntige bloempjes, waarvan zij er 3 tot 4 stuks tegenover elkander hebben staan in de holte van de blaadjes. 

Als je een Wederik plukt lijkt het of je een kleuterklasje in de hand hebt, een stelletje meiskes, ieder aan een blaadjeslessenaartje, keurig geordend, waakzaam luisterend naar wat het riet en het wilgenroosje, de grote pimpernel en het johanneskruid te vertellen hebben. 

Ze was blij toen we haar Liesje Wederik doopten en onze ogen haar prachtige bloemkes liefkozend streelden. Ging ze nog fierder rechtop staan dan ze al deed? Waarom zou ze een beetje uit de officiële kruidenboeken verdwenen zijn, terwijl het Penningkruid, dat onooglijke nichtje, vrijwel overal prijkt? 

Liesje, een troetelnaampje van Lysimachia, is een sieraad in het landschap en heeft zoveel kwaliteiten dat het eigenlijk een belediging is dat men haar vergeten heeft. In feite is Liesje een vondelingetje of wel een buitenechtelijk kind, want waar haar Latijnse naam Lysimachia vandaan komt, weet men eigenlijk niet. Misschien heeft ze daarom ook een beetje een minderwaardigheidscomplex, ze kan zichzelf niet goed thuisbrengen. 

Zie je hen in het landschap staan, een kleuterschooltje Lysimachia's, dan is het of er een felle zonnestraal over de aarde valt, want ze sieren de sloot met een helgele rand, zoals een foto in een lijstje wordt gevat. Daarom zet men hen vaak als sierplant langs de sloten. Ze waren een verrassing, toen we het wild groeiende riet uiteenbogen en ze zwegen verbouwereerd, toen we elkander op hen opmerkzaam maakten. 

Rond hun hoofden was de lucht fris, geen insecten waagden het in hun omgeving te komen en ze droegen het stempel van een edele afkomst. Men zegt wel eens, dat hun stamvader Lysimachos was, de veldheer van Alexander de Grote, die later koning van Tracië werd. 

Edele afkomst verloochent zich nooit en zo heeft Liesje ook iets beschaafds met haar gele pyramidevormige bloeiwijze. 

Naast de valeriaan ontneemt ze deze wat van zijn penetrante geur, want ze ergert zich werkelijk geel aan de kalmerende invloed, die de Valeriaan uitstraalt en die op menig mens een misselijk makende invloed heeft. 

Hallo Liesje, zeiden we, we zijn blij je hier te ontdekken, want het wordt tijd dat je uit de vergetelheid komt en je schoonheid opnieuw wordt ontdekt. We plukten een bos om deze in de keuken te zetten, waar hij vliegen af kon weren en het leek of die hele groep gele kleuterliesjes in onze hand een liedje begonnen te zingen, zo blij waren ze dat de mensen hen hadden gevonden. Een frisse bos Liesjes was het, helgroen van blad, diepgeel van kleur de bloemen, vrolijk en moedig rechtop de stengel, vol van verwachting, zoals jonge kinderen dat kunnen zijn tegenover het leven. 

Was het verbeelding of werd ons hart bij deze aanblik rustiger, onze blik welwillender? Liesje is nl. een vredesstichtster; soms wil men haar naam afleiden van luoo, opheffen, en machè, strijd. 

Plinius liet het verhaal achter, dat men vroeger ossen en paarden, die niet samen wilden lopen, in het gareel bracht door een takje van Liesje op hun juk te leggen. Er gaat dan ook een frisse rust van haar uit, een meiske dat door haar vrolijkheid de ruzie tussen de ouders kan kalmeren. Een kind dat twee tegengestelden tot elkander brengt. Kreeg ze daarom de bijnaam Vader-Moederplant? 

Een middelaartje dat tegengestelden samenvoegt? 

Ze keuvelt vrolijk en vriendelijk in mijn hand, druk uitpratende over haar kameraadjes aan de slootkant, de preutse pimpernel, het vurige wilgenroosje en het donkere, altijd bewegende riet, waar ze eigenlijk een beetje bang voor is. 

Sinds kort zijn er toortsen in haar buurt geplant en dat verontrust de Liesjes, want ze kijken zo streng. Blakend van energie en levenslust is zij ook één van degenen, die het niet kan aan zien dat dat "wonderbaarlijke sap", het bloed, wegvloeit en zo helpt zij tegen alle soorten bloedingen, zowel longbloedingen, maagbloedingen, kraamvrouwbloedingen als neusbloedingen. Het is dan de gewoonte het kruid op de bloedende plek te leggen, in te brengen, dan wel de tinktuur in weinig water in te nemen. 

Ze behoort tot de familie van de geelsoortigen en dus brengt ze optimisme en tolerantie en is ze altijd goed voor mensen, die jaloers van karakter zijn. 

Een oud gebruik om Liesje te gebruiken voor het verdrijven van insecten, herkennen we in het versje van Beaumont en FIetcher: 

"Yellow Lysimachus, to give sweet rest 

To the saint shepherd, killing where it comes 

all busy quats and every fly that hums." *) 

Ze heeft zulk een sterke kleur, dat men haar bloemen gebruikt om het haar lichter dan wel geel te maken, terwijl haar wortel wordt gebruikt om een bruine kleur te verkrijgen. 

Ze staan nu rechtop in de groene glazen fles en sieren de boerentafel in de keuken, de vliegen haasten zich het raam uit en Liesje giechelt vermaakt. Opgewonden kwekt ze met haar vriendinnetjes en haar gele oogjes twinkelen van genot. 

Haar blaadjes, prachtig van kleur, kunnen gebruikt worden om een gorgeldrank te bereiden, terwijl bladeren en bloemen te samen koorts, diarree en scheurbuik verdrijven. 

Een plant, zo mooi en zo fier, geeft men toch niet de naam Wederik? Dat doet denken aan de middeleeuwen, en past bij de naam Wede voor wilg, maar wat is een wilg vergeleken met Liesje Wederik? 

Gele piramiden wuiven de somberheid van het riet weg en spotten met het hard rose van het wilgenroosje en maken de rode pimpernel nog beschaamder. Spottende kinderen zijn het, overlopend van overmoed, gezond, fris, bereid de oudere mensen, die het leven met argwanende ogen gaan bezien, op te monteren. Op een tafel waar een boeket Liesjes staat, moet men in een goede stemming komen, haar vreugde slaat over, haar vredesgezindheid tempert elke afbrekende discussie. Ben je niet zo filosofisch ingesteld, Liesje? 

Ze schudt met haar gele pluimen. Een onzinnige vraag vindt ze het. Het leven zelf is haar filosofie, haar bloemen haar vreugdebewijs, haar gaven haar mensendienst. Haar piramidekopje buigt ze zelden, het lijkt of ze doorlopend haar halsje rekt om boven haar omgeving uit te komen en of ze haar gele bloemen steeds op een verre horizon richt, daar waar de toekomst wenkt. Liesje is een schatje, wie kan boos blijven als zij in de buurt is? Vanmiddag gaan we erop uit, nog meer Liesjes zoeken, want een huis vol van deze blije meiskes moet een goede invloed op de mensen hebben. 

Ze bezit ook Vitamine C, het levensvitamine. Geuren doet ze niet, hoewel de insecten het daarmede niet eens zijn. Het is voornamelijk het beeld dat op je overkomt. Een plant met de naam Wederik zou eigenlijk niet zo mooi kunnen zijn als zij! Een klasje vol helblonde kleuters, begerig het levenselixer indrinkend, spelend aan de rand van een pierebad, zoals ze de sloot zien, en onophoudelijk kwebbelend over de meest uiteenlopende dingen, maar zich bemoeiend om de blijdschap te verbreiden, die ze in hun sierlijke lijfjes voelen borrelen. 

Liesje Wederik, Lysimachia zoals haar doopnaam luidt, een klein wondertje op zichzelf, een onuitputtelijke bron van moed en levenskracht, bereid om dáár te bemiddelen waar strijd dreigt op te laaien. 

Liesje, Liesje, mooie Liesje, je naam "Lis des tenturiers" (lelie van de ververs) en "Chasse-quereel" (zij, die de ruzie verdrijft) draag je met ere. 

Sier de sloten, Liesje, ook al verpesten de chemicaliën deze, want een sloot zonder jou is als een laan zonder bomen. Dan lachen de Liesjes, een vrolijke zonnige lach en maken van hun blaadjes een lange neus tegen het riet dat, somber en bruin, geërgerd terugkijkt. 


*) Planten en hun naam. H. Kleyn. Uitg. Meulenhoff 






LIESJE WEDERIK LEERT HOMEOPATHIE 


Lysimachia was in de middeleeuwen een bekende plant, die men uitwendig gebruikte tegen insecten en wonden, en waaraan men waarde hechtte als vredestichter. 

Heel veel gebruik maakte men ervan om stoffen te verven, zowel de wortel voor de bruine kleur, als de bloemen voor de gele kleur. 

De kruidenkunde begint haar eerst nu opnieuw te ontdekken en wel als een zeer heilzaam middel tegen bloedingen, diarree en koorts. Een zeer oude Slavonische legende vertelt hoe de Wederik is ontstaan uit de tranen van Maria, toen zij op weg was naar haar zoon. Het is een merkwaardige plant, die altijd wat verscholen staat aan de slootkant tussen het nietsontziende riet, maar die menig oog tot zich trekt door haar beminnelijke schoonheid. 

Ze doet denken aan het wilgenroosje, of de fakkel van St. Andrée, maar dan in het geel. 

In de homeopathie is men momenteel de gaven van Liesje aan het onderzoeken, omdat zeer oude kruidkundigen zo hoog van haar opgaven. Men zal beslist een bewijs van haar kracht vinden. 



LIESJE KAN MAAR NET TELLEN 


Liesje is een kind van Venus, houdt van liefde, van levenslust en ongecompliceerdheid. Zij is verleidelijk als Venus, vanwege haar schoonheid; een boeket Liesjes Wederik vrolijken heel hun omgeving op, maar zij beleert met een ondertoon van ernst. 

Ergens diep in haar groene steeltje, daar waar haar sap stroomt, herinnert zij zich dat zij ook een schepseltje van de grote Schepper is en daarom past zij goed bij de 6-mens, die met zijn vage herinnering aan het schone en volmaakte, steeds op zoek is naar harmonie, vrede, saamhorigheid en liefde. Liesje zoekt iedereen tot elkander te brengen en haat strijd en spanningen. 

Welke "zes-ser" tracht niet te bemiddelen? Zelfs tegen beter weten in? Maar zijn bemiddelingspogingen berusten vooral op een ingeboren angst voor spanningen en een aversie tegen onenigheid. Hun karakter kan zoiets moeilijk verdragen. Daarom is Liesje hun geliefde plant: bemiddelend tussen het harde riet en de vele plantwoekeringen aan de slootkant, daar waar het water bij de hand is om "aan de wijn toe te voegen". 

Mensen, die tè snel hun persoonlijkheid opgeven, hun individualiteit opofferen terwille van de "lieve vrede", vinden steun bij Liesje tegen koorts en bloedingen van allerlei aard. 

De 9-mens ziet niet zoveel in Liesje Wederik, hoewel zij hem Ieren kan zijn agressie eens wat op te schorten en wat beter te luisteren. 

Voor hem tegen koortsen en wonden. 



LIESJE HOUDT VAN LICHT, DUS OOK VAN DE STERREN 


Als Venusplant behoort Liesje bij de Weegschaal- en de Stiermens, wier beiden eigenschappen ze bezit. Tolerantie èn stijfkoppigheid als een eigenwijs kind. 

De Weegschaalmens, net als de 6-mens, kan zich in haar vrolijkheid en tolerantie en bemiddelingskracht spiegelen, maar hij moet eens opmerken hoe fier en sterk ze rechtop blijft staan, ze buigt beslist niet gauw door, dus "waait toch niet met alle winden mee." 

Voor hem is ze een prima kruid tegen diarree en verlies van levensmoed. 

De Stiermens, die haar kleur wel mooi zal vinden en vooral haar vorm zal waarderen, kan haar nemen tegen hartkwalen, en vooral toestanden waarbij hij veel bloed verliest. 

De tinktuur, opgelost in een beetje water, is dan het beste. 



LIESJE MAG ALLEEN UNI-KLEUREN 


Haar geel is warm en vrolijk, met een ondergrond van ernst. 

Het is een kleur waar kleine kinderen van houden, zoals zij ook rood zo graag mogen. Dit geel is tolerant, energiek, warmhartig en spontaan. Uitstekend voor hen, die energie verliezen, treurig zijn of aan bloedarmoede lijden. Gal- en leverlijders moeten zich vooral met goudgele kleuren omringen, de hartpatiënt moet zeer kieskeurig zijn met zijn tint geel, vooral niet roodachtig geel kiezen, maar wel een verzadigd geel. 

Liesjes kleur is niet direct voor zieken, maar veel eerder voor de zwakken. En vooral voor hen, die het geloof in zichzelf dan wel in het leven hebben verloren. 



LIESJE ZIET WEL IETS IN STENEN 


Ook Liesje heeft twee stenen die ze prachtig vindt: de Opaal, als hij roodachtig is en de Barnsteen als hij mooie tekeningen heeft. 

De Vuuropaal, liefst in zijn ruwe vorm, bevat weerstand, kracht, wekt op tot levensmoed en maakt de mensen, die hem dragen, vriendelijk, maar nooit slaafs. 

De Barnsteen maakt onvermoeibaar, wekt liefde op voor de natuur en is zeer magnetisch, waardoor hij het persoonlijke magnetisme van de drager verhoogt. Aldus iets wat Venusmensen beslist niet verafschuwen, integendeel! 


Zie voor Barnsteen ook blz. 145, 271, 272 

Zie voor de Opaal ook blz. 235, 247, 249, 295

1970 - 2015, copyright Henk en Mia Leene