XXVI - Zevende Aeon: De Weegschaal III

Iedere pelgrim die bewust de zevende aeon binnen gaat heeft een opdracht, nl. Venus terug te voeren tot haar oorspronkelijke lichtkracht, zodat zij een geleidende morgen- en avondster zal worden. 

Als een lichtend kleed zullen de stralingen van deze hogere Venus de kandidaat dan gaan omhullen en al haar charme, haar verleidelijkheid, haar schone woorden en vooral, die theoretische ikloosheid zullen moeten bewijzen een werkelijkheid te zijn. 

De kandidaat, die zich door de hogere Venus laat leiden, zal moeten bewijzen dat hij niet een rol in een maskeradepak speelt, maar dat hij oprecht is in zijn beloften. 

Dat wordt dan een beslissende fase. 

Het spelen met schone woorden en loze beloften neemt een einde en de pelgrim moet, of hij wil of niet, het oordeel van het Licht ondergaan. 

Slechts het zich volkomen verbergen in het Licht kan de kandidaat een bescherming bieden tegen de rauwe realiteit, die niet altijd even schoon is als hij meende.  

De confrontatie met deze realiteit kan deze mens doorstaan indien de woorden van de Pistis Sophia op zijn lippen liggen: 

"Gij zult mij redden, O Licht, want uw barmhartigheid is grenzeloos!" 

De onvolkomenheid van onszelf, onze handelingen en onze scheppingen inziende moeten wij ons toch durven blootstellen aan het oordeel van het Licht, vertrouwende op de hoge barmhartigheid. 

Wat er ook komen moge, Gij redt mij, O Licht! 

Dat is de houding van de kandidaat in de zevende aeon. 

Zodra de sterke kandidaat deze levenshouding praktizeert komt het oordeel ook werkelijk en dit trekt een scheidingslijn, zodat er bewogenheid kan ontstaan. 

Deze bewogenheid raakt vooral de nog niet bewuste kandidaat, die zich erdoor gevoelt opgebroken, maar zij die de zevende aeon als een noodzakelijke fase schouwen, zij verheffen zich boven de reacties van de onbewuste mens en laten zich de innerlijke sterkte en zekerheid niet meer ontnemen. 

Zij willen door de uiterlijke façade heenbreken tot in de binnenste waarheid, waardoor er een rust over hen komt, de zekerheid van de onoverwinlijke aanwezigheid van een lichtkracht. 

Wanneer deze mens zich van buiten naar binnen wendt en hij ontdekt dat er in hem waarlijke schoonheid en geest aanwezig is, gevoelt hij zich sterker dan ooit tevoren en geeft hij zijn onrustige zoeken-naar-buiten op. 

Niemand mag spelen met de gedachte dat hij recht zou hebben op een overwinning, dat hij beloond zou worden voor hetgeen hij zo schoon heeft opgebouwd, want er is geen stilstand, geen afwachting binnen de zware gang der aeonen. 

Elke aeon vraagt arbeid, bewuste inspanning. 

Het is in de zevende aeon de hoogste tijd dat de pelgrim zichzelf test: hebben zijn mooie woorden, zijn gedachten, zijn handelingen en zijn gedrag tegenover zijn medemensen de Materia Mater, de reinheid der ziel als uitgangspunt? 

Heeft hij zich waarlijk gefundeerd in de zekere aarde van de onbeweeglijke goddelijkheid? 

Of is hij nog steeds uit op een overwinning, een zegevierende eindfase, nadat hij zoveel reeds heeft ondervonden, geofferd en doorschouwd, zoals hij meent. 

Niemand kan de aan deze zevende aeon verbonden declaratie ontlopen, zij zal vroeg of laat voor iedere pelgrim op het Pad van Verborgen Wijsheid komen. Een declaratie tegenover de buiten-wereld, maar hopelijk ook tegenover onszelf. 

Dan zal het ziele-ik het Lied van Beslissing moeten zingen, doch dit doet het slechts wanneer het zich zelf heeft gezien. 

Iemand, die zichzelf niet ziet zoals hij werkelijk is, kan dit Lied niet zingen, maar hij zal verder gaan met zijn uiterlijke speurtocht, omdat hij dit diepste zelf ontlopen wil. 

Trek u terug binnen de Lichtkring, kandidaat, wanneer de benauwenissen komen en laat u niet misleiden door de raadgevingen van hen, die deze fase nog niet hebben bereikt. 

Laat u ook niet medevoeren op die schijnbaar liefelijke melodie van de zangen van Venus, die in het geheel niet verlangt naar de ontmaskering. 

Geeft u zich aan dit Licht over, dan zal het u beschermen, hoewel het u tevens oordeelt. 

Maar welke serieuze pelgrim vreest zulk een oordeel? 

Zal hetgeen hem overblijft niet waardevoller zijn dan hetgeen hem wordt ontnomen? 

Iedere pelgrim die rust, harmonie, veiligheid en bescherming zoekt, en dat doen alle kandidaten van de zevende aeon, begeven zich tegelijkertijd op weg naar het oordeel, mits zij de schijn-bescherming van de uiterlijke autoritaire machten afwijzen. 

Zo komt de bewustzijnstrilling van de eenling in aanraking met de hoge trilling van het Licht en deze ontmoeting schept het oordeel. 

Allen, die deze autonome bewustwording nog niet hebben bereikt, zullen absoluut niet verlangen naar zulk een confrontatie, noch naar die intensieve binding met het Licht, want zij hebben het nog te druk met andere dingen. 

Slechts de kandidaat, die voldoende Materia Mater in zichzelf heeft opgebouwd, gaat deze confrontatie vol vertrouwen tegemoet en de beslissing die daaruit voortvloeit interesseert hem niet. 

Hij kent uit ervaring de barmhartigheid en de liefde van het Licht en waarom zou hij dus vrezen? 

Dit is de kenmerkende houding van de kandidaat in de zevende aeon. Hij gaat bewust, op basis van een onderkende afwezigheid van het ik, het Lichtveld binnen. 

Zijn ego laat hij achter, omdat hij weet dat dit de eisen en de doelstellingen des Lichts niet verstaat, doch hij verbergt dat ego niet uit angst voor de trawanten van deze aeon. 

Daar waar het ego afwezig is, kan het niet misleid worden! 

Neen, de angst van de door de lagere Venus geleide kandidaten, ontbreekt deze pelgrim geheel en al. 

Hij zegt ootmoedig: 

"Vroomheid en oprechtheid mogen mij behoeden, want U verwacht ik, O Heer!" 

In tegenstelling tot de onbewuste Weegschaal-kandidaten heeft deze mens de oprechtheid van de Virgo-aeon bewaard en zo speelt hij geen verstoppertje met zichzelf en met zijn medemensen, hij bedriegt zich zelf niet, maar hij brengt vroomheid en oprechtheid tot elkander en dan wacht hij, in vol vertrouwen, op zijn Heer. 

Na het Lied van de Beslissing zal er daarom iets veranderen in deze mens, want een oude wereld is waarachtig achtergelaten. 

Het bewijs van de nieuwe wereld is aanwezig en dat Leven gaat de kandidaat nu doortrillen. ~

De chaos is doorworsteld, de hemeldemonen hebben beide aanzichten van hun gelaat getoond en dus moet nu de uittocht beginnen. 

De energie van de nieuwe wereld moet dienen om deze mans, deze strevende ziel, omhoog te stuwen en u kunt dit vergelijken met de mythe van Prometheus. 

Prometheus staat nu aan de voet van de Olympus en drijvende op zijn innerlijk weten en de kracht van het Licht beklimt hij die berg. 

Iemand, die niet weet wat hij wil, noch het Vuur des Levens met innerlijke ogen schouwt, begint nooit aan zo'n beklimming. 

Prometheus gaat zijn innerlijke vonk tot de Bron van het Vuur voeren om daarmede een uitstralende fakkel aan te steken. 

Hetgeen allereerst binnen was, zal hij nu naar buiten gaan dragen. 

Hem kan niets meer geschieden dat werkelijk misleidend en belemmerend is, want hij heeft de beker der bitterheid tot aan de laatste droppel uitgedronken en zo is hij gesterkt, gereed en voorbereid voor die zware tocht, die elkeen die deze beker niet gedronken heeft, zal slachtofferen. 

In deze Prometheus-mens klinkt zonder ophouden dat Lied van Vertrouwen, de zevende boetezang, die geïnspireerd is op ver-trouwen, hoop en hunkering. 

Zolang er innerlijke beroering is, worden de trillingen van dit Lied niet sterk genoeg vernomen, slechts de innerlijke stilte geeft de klanken door. 

Pas nadat de bewogenheden in de kandidaat tot rust gekomen zijn en dit vertrouwen uit zijn blik de medemensen tegemoetstraalt, kan er gezegd worden: 

Het is geschied! Ik ken U, Heer! Roseae Crucis! 

Roseae Crucis! Dit innerlijk woord dat een universele klank bezit. 

Een woord dat niet gebonden is aan enigerlei organisatorische beweging, maar dat zich als een inspiratie door de wereld spoedt om de zijnen aan te raken. 

Deze innerlijk verbondenen zullen elkander eenmaal herkennen en zij zullen zich een eenheid gevoelen, niettegenstaande uiterlijke afstand, ras en geaardheid elkander scheidden. 

De declaratie binnen deze aeon zal slachtoffers vragen: zij, die nog in de vijfde aeon stonden en ongeoorloofd zich onder de bewust oprecht spirituele mensen schaarden, zij zullen bewijzen positie-strevers, zelfhandhavers en zelfzuchtigen te zijn, en zij zullen afvallen. 

Degenen, die nog in de zesde aeon stonden, maar eveneens onvoorbereid aan de voet van de Olympusberg staan, zij zullen uit hun schuilhoek te voorschijn moeten komen, opdat zij duidelijk en klaar het Lied van Vertrouwen uit kunnen zingen, zo niet, zij zullen zichzelf een zwaard in het hart drijven en omkomen. 

De enkelen, die de zevende aeon voorbereid zijn binnengegaan en de absentie van het ego, de dienaarschap van het ik, tonen, zij zullen zich af moeten zetten op de nieuwe Aarde in zichzelf, dat getransformeerde ego, dat de ziel dienend begeleidt. 

Absentie van het ego wil niet zeggen dat men willoos, of futloos is, integendeel, zodra de egocentrische drift weggeëbd is, komt er een andere kracht voor in de plaats. 

Een kracht die ver boven iedere egocentrische handeling of egocentrische bevrediging verheven is en zich ook niet ophoudt met schijnheiligheid. 

De innerlijke waarheid toont de kandidaat in de zevende aeon wie hij is, en hij die waarlijk bewust het Pad van Verborgen Wijsheid bewandelt, trekt daaruit zijn conclusies: hij gaat op zijn schreden terug tot daar waar hij is blijven steken, dan wel hij neemt het risico en gaat verder met de "kleine kracht" als gids. 

Slechts zij die het valse vuur van het ego onderkent hebben en de moed gevonden hebben dit te doven, zij zullen de overzijde van de Jordaan, de symbolische stroom Gods, bereiken!

1970 - 2015, copyright Henk en Mia Leene