XXII - Zesde Aeon: De Maagd II

In de aeon "Maagd" gaat de kandidaat een periode van rust binnen, waarin hij zijn geestelijke materiaal voorbereidt. 

Hij moet hier de nieuwe aarde gereedmaken, alle onreinheid uitbannen en de volmaakte maagdelijkheid bereiken. 

Hiervoor is rust nodigt, een sereniteit waarbij hij doorlopend op het innerlijke licht is gericht en de binding met dat licht bewaart door geloof en vertrouwen. 

Mercurius, de boodschapper, zal zich met de nieuwe aarde samenvoegen op het moment waarop deze gereed zal zijn en de zo benodigde reinheid is bereikt.

Door de weldadige werking van deze reine aarde hervindt Mercurius zijn rust, hij wordt herschapen in een vernieuwd denken, waarin geen plaats meer is voor gedachten van haat, oordeel, liefdeloosheid, klein zieligheid. 

In deze aeonische sfeer kan de kandidaat de liefde ontdekken van de maagdelijke schoot der nieuwe aarde, dan wel hij stoot op de ledigheid van zichzelf, op de ontdekking dat er bij hem geen materie voor de nieuwe aarde aanwezig is. 

Er wordt nu beslist of de kandidaat verder kan bouwen of niet; indien er geen materie aanwezig is, zal het onmogelijk zijn de verdere aeonen door te gaan, want zij vragen een vernieuwing van het gehele menselijke wezen. 

De komedie van de schijnheiligheid heeft hier totaal geen zin meer, want de innerlijke ledigheid getuigt voor zichzelf. 

Daarom noemt men deze sfeer ook wel het "veld der recht-vaardigheid". 

In de vorige aeon: de Leeuw, kon de kandidaat zich zelf opblazen, zichzelf omgeven door de schijnpracht en de schijnkennis van het ego, hij kon pronken en pralen met hetgeen zijn ego bijeen had gegaard. 

In deze aeon valt dit alles weg, er is slechts de stilte die gelijk is aan die van een slachtveld na de overwinning. 

De soldaat zinkt vermoeid terneder en kan terugblikken op wat is geweest en moet vooruitblikken op wat komen gaat. 

Wat gaat hij met deze overwinning doen? 

Wat maakt hij van zijn aeonengang? 

Tot welke conclusie komt hij nu de stormen van het strijdveld zijn gaan liggen en de intensiteit van de atmosfeer hart en hoofd, heel zijn wezen doordringt? Kan hij deze rust en stilte verdragen? 

Alle archonten en aeonen-trawanten uit de vorige fasen zijn nu een halt toegeroepen en zij ergeren zich mateloos aan de pelgrim die zich voorbereidt om de grenzen van de grove materie te over-schrijden. 

Zodra deze trawanten zich op het innerlijke Licht van deze pelgrim richten, stuiten al hun peilen af op een muur van Licht. 

De pelgrim gaat zich terugtrekken uit het aeonische levensveld. 

Hij is volledig geconcentreerd op het vervaardigen van de Materia Mater, die zich in hem zelf gaat aftekenen onder de trillingen van het Licht. 

Deze kandidaat is wederom een bevoorrechte, gelijk de over-winnaar van de aeon Gemini, de fundeerder van de eerste driehoek der aeonengang: Ram - Stier - Tweeling, een bevoorrechte was. 

In de aeon Maagd ontvangt hij de mogelijkheid om de tweede driehoek af te werken en dit betekent dat hij, na de overwinning in de Maagd-aeon, de sfeer der nieuwe aarde binnengaat. 

Dan wordt hij onder een nieuwe wet geplaatst en heeft zijn verdere klimtocht tot doel deze nieuwe aarde tot zijn bezit te maken, waarna zich over deze nieuwe aarde een nieuwe hemel-boog zal gaan spannen. 

Het toebereiden van de Materia Mater is als het leggen van een fundament voor een nieuwe hemel-aarde. Niemand die onvoorbereid is zal in staat zijn deze Materia Mater te vormen. 

Slechts de maagdelijke mens, hij die geen enkele onreinheid in bloed en wezen tolereert, zal het goddelijke fundament kunnen plaatsen. 

Hij zal in geen enkel opzicht, materieel en spiritueel, contact willen maken met de onzuiverheid en dat maakt dat deze mens waarheid en rechtvaardigheid bemint als geen ander. 

Noch door woorden, noch door gedachten zal hij de onzuiverheid tot zich trekken, maar hij is er altijd op gericht de consequente rechte weg te bewandelen. 

De pelgrims uit de vorige aeonen begrijpen deze mens nog niet, want hun gehele wezen is vervuld van strijd tegen hun aanvallers, van gezucht onder de wurgende angst en van het smeken om genade en redding. 

Zij worden omringd door hun pijnigers en door hen die hem beroeren en ontledigen. 

In de Maagd-aeon wijken zij allen terug, is elke strijd geslecht nu de zwaarste overwinning van deze gang is gevierd met de overwinning op het eigen zelf en nu kan hij aandacht besteden aan het vervolmaken, het perfectioneren van het innerlijke gebied. 

Het binnengaan in deze aeon schijnt de pelgrim dan ook een heerlijkheid toe.  

Eindelijk rust! 

Eindelijk vrede! 

Eindelijk rechtvaardigheid! 

Hij beseft echter nog niet dat de trawanten van deze Maagd-aeon hem tot zelfvernietiging kunnen pressen in de meest wrede vorm. 

Gelijk zij in de Tweeling-aeon hebben getracht deze mens door de Mercuriaanse onrust te ontledigen en uit te putten, zo zullen zij in deze tweede Mercuriussfeer hem trachten te vernietigen door middel van zijn hunkering naar perfectionisme en vervolmaking. 

Zo kan het geschieden dat hij door de ontdekking van de eigen innerlijke ledigheid zijn verbittering ontlaadt in cynisme, sarcasme en bijtende zelfspot. Hij vervalt in een niets ontziende kritiek, die gericht is op zichzelf zowel als op anderen. 

Hij wil alles kapot maken, omdat hij niet meer gelooft in de volmaking, in de overwinning, in de volkomenheid. 

Dit is de complete afgang van de schijnheilige Leeuwemens, die in de Maagd-aeon meedogenloos van zijn pronkerige koningsklederen wordt ontdaan en zo wordt aan hem het sprookje van de "kleren van de keizer" bewaarheid. 

De harde, rechtvaardige waarheid, die geen compromissen kent, is als een klievend zwaard dat de mens van deze aeon zowel op zichzelf als op anderen richt. 

De ontluistering vindt plaats door de confrontatie met het waarachtige Licht. 

Het binnentreden in het veld van deze aeon brengt het risico van de spiegel der waarheid met zich mede, de reflectie in het reine meer, de sereniteit van een etherische zuivere aarde. 

Vandaar dat de Pistis Sophia in deze boetezang zingt: "Als Gij, Heer, de ongerechtigheid gedenkt, wie kan bestaan?!" 

Alles is ongerechtigheid, onwaarheid, onreinheid. 

O God, wie kan er in Uw Licht blijven bestaan, daar de ongerechtigheid vrijwel alles en allen bedekt?

Binnen de sfeer van de rust herkent zij scherp en klaar de leugen, de onreinheid. 

Overal herkent zij hun uitdrukking en zij zou deze weg willen vagen, zij zou rein en waarachtig voor het Licht willen staan, opdat Het haar zou herkennen! 

Zij ziet de eigen bezoedeling, de verharding, de besmeuring vanwege de zware aeonengang, die achter haar ligt. 

Maar een ding weet deze Pistis Sophia zeker: Het Licht brandt in haarzelf, er is een sterke binding met dit Licht van den beginne, waardoor zij in staat was de onwaardige koning der onreine aarde te overwinnen. 

Deze pelgrim van de Maagd-aeon bezit een grote kracht, een ononderbroken vervoering bezielt hem, zo zegt de Oosterse Gnosis, en dat betekent dat er een onverbrekelijke band bestaat tussen het Licht en hem, waardoor hij doorlopend wordt gevoed door onaardse trillingen, die de reiniging in hem volbrengen en waardoor geen enkele aanvaller vat op hem heeft. 

Dit is hetgeen men "de muur des Lichts" noemt. 

Hij is het bezit van de bewuste, ontwaakte kandidaat, de oppervlakkige pelgrims bezitten slechts een muur van sarcasme of cynisme, waardoor zij zich opsluiten in een hermetisch af-gegrendelde cel. 

Dit is de karikaturale toestand van de Maagd-aeon.  

Helaas zijn er velen die zulk een karikatuur van zichzelf hebben gemaakt en zij verdedigen zichzelf door het zwaard der meedogenloze gerechtigheid voor zich uit te houden, als men hen naderen wil. 

Het is een hard, vlijmscherp en wreed zwaard, want het kent het onderscheidingsvermogen van de hoge Mercurius nog niet; het flitst heen en weer als bewogen door een angstige vuist, zelfhandhaving en zelfverdediging beogende, en het houdt zich nog niet onbeweeglijk in de trillingen van de rust, waarin de zielestrijder zelf beslist waarheen en waarop hij dit zwaard zal richten. 

De goede kandidaat binnen deze aeon heeft geleerd te werken met de Tijd, zoals de opgave luidde binnen de eerste Mercurius-aeon van de Tweeling en hij heeft geleerd dat de trillingen der oernatuur, de reine trillingen die het Licht overdragen de beslissing naderbij zullen brengen. 

Daarom zingt hij met de Pistis Sophia: "Mijn ziel heeft op Uw Woord gewacht!"

1970 - 2015, copyright Henk en Mia Leene