De Maagd en de Chrysoliet (Olivijn)

Hildegard von Bingen

De Chrysoliet ontstaat uit de gloed van de zon en de vochtigheid van de lucht tegen het negende uur van de dag; hij heeft een bijna leven schenkende kracht in zich. 

Dit is zo sterk, dat, indien hij op het ogenblik van geboorte naast een vogeljong of dat van een viervoetig dier zou liggen deze door zijn kracht zo zou worden gesterkt, dat het voor de normale tijd beginnen zou zich voort te bewegen. 

Een mens, die koorts heeft verwarme wijn, houd de Chrysoliet boven de damp van de wijn, zodat het fluïdum van de steen zich met de wijn mengt. 

Dan drinkt hij de zo verwarmde wijn en legge de steen gedurende een klein uur in zijn mond. 

Dit moet hij dikwijls doen en het zal hem beter gaan. 

Hij die aan hartpijn lijdt dompelt de steen in olijfolie, strijkt dan de zo in olie gedompelde steen over de plaats waar het pijn doet, en het zal hem beter gaan.

De schroeiende hitte van de volle zomer wordt nu onderbroken door een troostende witte wolk, tot de mensheid gezonden door Tanith, de dame van de nachtelijke frisheid en de herboren dauw, die de heetgeblakerde aarde met verfrissende vingers zegent en bemoedigt. De beproeving is doorstaan. 

Glinsterende dauwdroppels hangen opnieuw speels aan de vermoeide grashalmen, de zon gaat reeds terugtreden voor de heerschappij van de nacht, heel de natuur kan weer opademen. 

De tijd van de oogst is in volle gang. Overal activiteit. 

De boeren haasten zich het graan binnen te halen en men spreekt al over de komende wintermaanden, die met volle schuren tegemoet moeten worden gezien. 

De aarde geeft haar vruchten af en laat zich de vrede na gedane arbeid welgevallen. Als een moegestreden moeder ziet zij haar vruchten overgaan in de begerige mensenhanden, terwijl zij zich gereed maakt om een hernieuwend innerlijk proces binnen te gaan. 

Het seizoen van de Maagd is begonnen, een figuur die in alle legenden en overleveringen hogelijk werd vereerd, want tijdens haar heerschappij kon men de vruchten plukken van lange noeste arbeid. Nu zal pas blijken wat en wie de toets van de beproeving hebben doorstaan, nu zal pas aan het daglicht komen wie de sterkste was en wie de brullende kracht van de Leeuw heeft getrotseerd. 

Het is de afstandelijke, koele Maagd, die zich beslist niet laat imponeren door gebrul en uiterlijk vertoon, maar droog en kritisch determineert, ijverig zoekende naar de innerlijke kern. 

Uit een Maagd werden de legendarische Boodschappers geboren. Zij, die het zaad, het eeuwigheidsprincipe in zich omdragen. 

De Maagd laat zich slechts "bevruchten" door een geestelijke liefde en zal zich nooit laten verleiden tot dwaas en oppervlakkig geflirt. Zij vraagt véél, zo niet àlles van haar geliefde. 

Vandaar dat Maagdtypen bekend staan om hun kritische observatie, om hun gevoel voor detail en vooral om hun serieuze keuze bij het uitzoeken van een levenspartner. Maagdmensen zijn kritisch tot in alle nuancen en op alle niveau's; zij houden van soberheid en reinheid en hun interesse is voornamelijk gericht op de praktische kant, op het uiteindelijke resultaat. 

Vandaar dat men zo vaak ziet dat deze typen overdreven precies zijn in hun werk en slordig op hun uiterlijk. Het gaat, typisch kenmerk van het seizoen, om de kwaliteit van de vrucht. 

Zij zijn geen theoretici, houden niet van gebabbel, maar nemen alles scherp in zich op en determineren het in gedachten. 

Deze observatie geldt zowel voor mensen, voor leringen, als voor materiële zaken. Hun uitgangspunt is zuiver, soms ongelooflijk idealistisch en zij rusten niet alvorens zij het ideaal hebben gegrondvest. 

Kritiek is hun lust en leven, maar kwaadsprekerij zonder enige grond is hen vreemd. Ook mentaal en moreel houden zij zich zuiver. Onder hen vindt men nogal eens reinheids- en gezondheidsfanatici, een uitwas van de kritische en detaillerende levensinstelling. 

Zij komen meestal koel over, maar dat is schijn, want zij hebben een gevoelig, soms zelfs emotioneel innerlijk. 

Een moeilijk mens, de Virgo, voor zichzelf en voor degenen die met hen samenleven, omdat het determineermes doorlopend wordt gehanteerd en zo het gevaar bestaat dat de totaliteit, de grootsheid of de schoonheid van iets verloren gaat in duizend snippers. Dat werkt deprimerend, voor hemzelf en voor anderen. 

Natuurlijk bezit ook de Virgo een zwakke plek en dat is zijn zelfkennis; kritisch voor anderen wordt hij hevig geïrriteerd wanneer anderen hem kritiseren, daar hij door zijn doorlopende ijver met het ontleedmes vergeet, dat hijzelf ook een ontleedbeurt zou moeten hebben. 

De Maagd zou geen maagd zijn als ze niet alles van een afstand bekeek en lang overwoog voor ze een beslissende stap nam! 

Zorgvuldig wordt het innerlijk voor de buitenstaanders verborgen gehouden, een innerlijk, dat gekenmerkt wordt door trouw, standvastigheid en moed. 

Zou ze anders het teken van de oogst zijn? 

Een Maagd temt de Leeuw in de Tarotkaart no. 11, laten we dat niet vergeten. Ook de Eenhoorn wordt geleid door een maagd. 

Als zij zich door uiterlijke praal, door luxe of comfort zou laten verleiden, was ze reeds lang door die leeuw opgevreten. Uiterlijke schoonheid deert haar evenmin, het gaat haar meer om de kern van het object, om datgene dat eeuwig kan voortleven. Daarom kan het Maagdtype onvermoeibaar arbeiden aan een ideaal, dat anderen reeds opgegeven hebben. 

Het vermeende resultaat leeft voor hem dermate reëel, dat hij stomverbaasd is als anderen hun ongeloof uiten, sterker, hij wenst deze kritiek stilzwijgend aan zich voorbij te laten gaan.  Ordelijk, weloverwogen zijn innerlijke intuïtie, die eeuwige roep, volgende, werkt hij voort aan hetgeen hij meent dat het juiste is. 

Sterk moet deze Maagd zijn, onomkoopbaar. Maar soms is hij ook meedogenloos en halsstarrig. Zijn geloof in de uiteindelijke vrucht, na de felle teistering van de zomerzon, is dermate groot, dat hij daardoor zijn medemensen kan inspireren. 

Spiritueel is hij net zo kritisch als materieel. Hij gelooft noch in ongefundeerde redeneringen, noch verliest hij zich in geestelijke leringen, die geen vrucht kunnen voortbrengen. Zijn grote teleurstelling is echter voelbaar als hij bemèrkt, dat niet alles of niet iedereen "de brand van de wrede zomerhitte" hebben kunnen doorstaan en dat de vrucht dan mager is. 

Als hij niet struikelt over de kiezelsteentjes die zijn pad sieren, maar zijn blik gericht houdt op het grote en eeuwige, zal de Maagd in staat zijn goede dingen te volbrengen. 

Dat zegt ook zijn edelsteen, de prachtige chrysoliet of olivijn. 

Een van de weinige stenen die slechts in één kleur voorkomen. 

Dat is al typerend voor de Maagd. Er is immers maar één begrip voor maagdelijkheid: puur en onbezoedeld blijven. 

Zoals de Maagd haar innerlijke schat voor de buitenwereld verbergt, zo draagt het olivijngesteente de diamant, de steen des lichts. 

Olivijngesteente is algemeen, heeft een grauwgroene of bruine kleur door oxydatie, maar als zich daaruit een chrysoliet ontwikkelt, dan is het een zeldzaamheid. 

Hij heeft zijn naam van het Griekse chrysos, "goudkleur", en dankt dat compliment aan zijn merkwaardige groene kleur, die is als van een onrijpe olijf, maar dan vol van zonneschittering. 

Hij is doorzichtig (Maagd, neem er een voorbeeld aan!), maar die doorzichtigheid is pas na onnoemelijk veel moeite ontstaan, vandaar de zeldzaamheid van de schitterende olivijn. 

Olivijn gesteente kan ook, inplaats van zijn goudgroenglanzende vrucht voort te brengen, verweren tot serpentijn en dan krijgt hij een zwartachtig groene glans. 

Een waarschuwing voor de Maagdmens, om niet zo afgesloten en zo mensenschuw te worden, na teleurstellingen en idealen die in het water gevallen zijn, dat hij innerlijk verweert. 

Een verweerde olivijnsteen brengt nooit meer een chrysoliet voort! Natuurlijk is de chrysoliet slecht splijtbaar, net als de Maagd. 

Het grootse voorbeeld van deze edelsteen ligt in zijn "dienstbaarheid" aan de diamant en in zijn culminatie aan pracht als er een gouden ster in zijn hart herkenbaar is. 

Hij was in vroeger tijden een veel gevraagde edelsteen voor kerkelijke doeleinden. 

Is de Maagd niet "gelovig"? Zeker in eigen doelstellingen? 

De Tweeling en de Maagd als Mercuriustekens hebben beiden een groene steen, maar welk een onderscheid in kleur. Leg beide stenen naast elkander en zie het verschil: appelgroene chrysopraas, doorzichtig tot ondoorzichtig, zachtgroen, bijna week. Olijfgroen, schitterend, glasachtig doorzichtig de chrysoliet, hard tonend. 

Beide zijn edel, maar volkomen tegengesteld in karakter; de kristallen ziel van de chrysoliet is rombisch, gedrongen zijn de kristallen, betrouwbaarheid en standvastigheid uitdrukkend. 

Het getal 4 heeft de boventoon: realisatie. Maar nu een rustige realisatie na de beproeving van de felle hitte. Er is zekerheid dat nu het sterke te voorschijn komt. 

Daarom is het Maagdtype zeker van zichzelf, zoals het olivijngesteente na onvoorstelbaar geduld de chrysoliet te voorschijn brengt. Niet vele stenen, niet vele kleuren, maar één steen en dan een zeldzaamheid en vooral niet te groot. 

De Maagd eert het kleine, maar fijne! Een chrysoliet dwingt de blik naar zijn schoonheid en vooral naar zijn ongewone kleur, scherp door licht, fel door de doorgestane ervaringen, maar ongeëvenaard mooi. 

Therapeutisch doet de chrysoliet dingen, die de Maagd moet leren waarderen: hij wekt berouw na gemaakte fouten. Berouw, een moeilijke emotie voor de Maagd, net als zelfkennis. Berouw maakt soepeler en minder kritisch tegenover anderen. Een instelling die een Maagd hard nodig heeft. 

De hardheid van de chrysoliet is 7: triomf, overwinning, vastbeslotenheid, maar innerlijk o, zo zachtaardig. Daarom verbergt de Maagd zijn innerlijk, daar zit zijn zwakke plek, daar draagt hij zijn kostbare diamant, die hij eigenlijk jaloers voor anderen verborgen houdt. Maar een "diamant dragen" zoals het olivijn gesteente, betekent toch dat de bovenaardse trilling van de diamant verdragen wordt, zoals het Maagdtype de hitte van keiharde confrontaties in zijn leven goed doorstaan kan, zonder een stap opzij te gaan. 

De chrysoliet is koud, onaangenaam, zoals de Maagd schijnt. 

Maar hoe warm is zijn glans, hoe bijna verblindend zijn gouden gloed. Hij geneest koorts en remt impulsiviteit van medemensen af. Wat zul je hierover tevreden zijn, Maagd! 

Hij schenkt vreugde aan het hart, maakt dus optimistisch en lichtend. Dat is ook je kracht, Maagdmens, zonder deze lichtende ster in je chrysoliet ben je nergens, slechts olivijngesteente, dat de diamant mag dragen, maar zelf wordt weggeworpen. 

Of zelfs serpentijn, de slangesteen, waarin wijsheid geworden is tot zwarte onwijsheid. 

Neen, licht moet je hebben. Innerlijk licht. Ook de chrysoliet is ontstaan door een vereniging van Mars en Venus en tenslotte werd hij gezegend door de Noordelijke Kroon, die hem zijn gouden, innerlijke ster schonk, na zulk een langdurige beproeving als "drager van de diamant". 

Tenslotte, Maagdje, werkt de chrysoliet op de welsprekendheid. 

Helpt dus om je te uiten. Houdt nonsensgezwets tegen (waar je zulk een hekel aan hebt) en behoedt je tegen het verdwalen in de details of het jezelf verliezen in pietluttigheden. 

Houdt je oog gericht op de innerlijke ster. Je wéét dat je een diamantdrager bent, maar ijver om zelf een chrysos, goudsteen, te worden. Je olivijnkleurige edelsteen, zwaar van zonlicht, stimuleert je nieren, helpt hen onreinheid af te voeren en voorkomt aldus schijnheiligheid. Dat zal je zinnen, Maagd! 

Daarom: een chrysoliet is een edelsteen die alle Maagdmensen provoceert om het beste uit zichzelf te voorschijn te halen, zich niet te verliezen in bijkomstigheden en vooral hen helpt de blik te houden op de lichtende horizon, die een eeuwige dageraad belooft, waar de dauw de moegestredenen troost en hen slijpt tot goudglanzende edelstenen, gelijk prachtige olivijnen.

1970 - 2015, copyright Henk en Mia Leene