De kreeft en de topaas

Hildegard von Bingen

De Topaas groeit rond het negende uur van de dag in de gloed van de zon, omdat de zon dan het reinste is, niet vertroebeld door de daghitte en de luchtveranderingen. 

Daarom is hij helemaal zuiver en tamelijk vochtig en warm, en heeft slechts weinig lucht en warmte in zich, en is klaar. 

Deze klaarheid lijkt op het water, maar zijn kleur is als het goud en hij weerstaat het gif, d.w.z. de vergiftiging en de "fechnisse", de vijandige aanslag, en deze verdraagt hij niet, zoals ook de zee geen verontreiniging in zich kan verdragen. 

Als een mens oogzwakte heeft, legge hij een Topaas drie dagen en nachten in zuivere wijn en moet dan bij het aanbreken van de nacht voordat hij gaat slapen, met de zo bevochtigde Topaas zijn ogen bestrijken, en wel zodanig, dat de vochtigheid ook het inwendige van het oog een weinig bevochtigt. 

Nadat hij de steen uit de wijn heeft genomen, kan hij deze wijn vijf dagen bewaren en zo hij zijn ogen 's nachts wil bestrijken dope hij de Topaas in deze wijn en strijke, zoals aangegeven, rondom de ogen.

De zomer is eindelijk aangebroken, de zon heeft zijn hoogtepunt bereikt, nu kan de teruggang rustig beginnen. Het warme jaargetijde doet zijn intrede, daartegen moet men de schaduw opzoeken, de intense inspanning van het klimmen naar het hoogtepunt maakt plaats voor het zich ontspannen, het zich overgeven: de top is bereikt, de rest komt vanzelf. 

De langste dag en de kortste nacht zijn voorbijgegaan; de heilige zonnefeesten hebben hun deelnemers vermoeid achtergelaten, nu is het zaak om het zonlicht te benutten, zoveel mogelijk profijt ervan te trekken, want met de dag vermindert zijn hoeveelheid. 

De vakantietijd is begonnen; men rust uit van de inspanning en maakt plezier met zijn vrienden en/of familie, de emotionele verbintenissen worden versterkt of nieuwe worden aangegaan. 

Het is het ogenblik waarin de ouders van de kinderen kunnen genieten en waarin de plichten van het werk worden afgelegd. 

Nu is de Kreeftmens op z'n best. Omringd door zijn vrienden of geliefden tracht hij het uiterste uit deze unieke gelegenheid te halen. 

Kreeften zijn moeilijke mensen, voor zichzelf en voor anderen, doordat zij zichzelf zulk een pantser hebben aangemeten en "kokend water nodig is om hen verteerbaar" te maken. 

Bang voor zijn eigen onbeheerste emoties verschuilt hij zich in zijn "hol", achter zijn pantser en observeert vanuit die veilige schuilplaats zijn omgeving. Felle schijnwerpers maken hem schuw; kreeften hollen terug naar hun schuilplaats als men het zonlicht op hen laat schijnen. Veiligheid voor alles. 

Omringd door de zijnen zet de Kreeft zijn beste beentje voor: bezorgdheid, moederlijkheid (vaderlijkheid), zorgzaamheid en het vertellen van leuke herinneringen uit zijn (haar) eigen jeugd. 

Zo wordt hij (zij) het middelpunt van het gezin of de intieme vrienden en doet zichzelf tegoed aan de belangstelling, die hij (zij) anders door zijn terughoudendheid tekortkomt. De Kreeft is geen optimist, geen zonovergoten, kleurig schepsel, maar een tobberige persoonlijkheid, alsof hij doorlopend bezig is zich zorgen te maken over het langzaam teruggaan van de zonnekracht. 

Aan de ene kant is hij bang voor licht, voor aandacht, en vooral voor het doorlichten van zijn eigen wezen, aan de andere kant stikt hij in de eigen tobberigheid en de vaak ziekelijke verbeelding, als hij tè lang aan zijn lot wordt overgelaten; dan kan een gezellige, ontspannen familie- of vriendendag hem uit zijn isolement te voorschijn halen en drinkt hij met volle teugen dit genoegen in. Hij wil aandacht, maar beslist geen ontmaskering. 

Hij kan vriendelijk zijn, maar ook intens humeurig, zeurderig, steeds weer hetzelfde voorval herhalend, niet loskomende van aangedane, meestal vermeende, miskenning. Hij is nogal eens druk met zichzelf bezig, het kreefterige vastbijten is ook hierin te herkennen. 

En vooral, de anekdote van de kreeftenvisser is op hem van toepassing: "Een toerist ziet een visser met een grote mand lopen en vraagt hem wat hij gevangen heeft. "Kreeften", luidt het antwoord. Verwonderd vraagt hij: "Moet er geen deksel op je mand, straks heb je ze allemaal verloren?" 

Lachend zegt de visser: "Kreeften verlies je nooit. Zodra één zich naar boven werkt storten de anderen zich op hem om hem terug te halen." 

Bij Kreefttypen wordt slechts de gelijke geduld, strevers moeten teruggeplaatst worden, rebellen moet de mond worden gesnoerd, kinderen moeten bij moeder blijven, en uitblinkers zijn onuitstaanbare mensen. Alles moet rustig, zonder explosieve gebeurtenissen voorbijgaan. 

Het "grote" leven speelt zich meestal af binnen de kleine familie-, vrienden- of werkkring. Graag klampen ze zich vast aan een autoritaire figuur, omdat zij liever in de uitstraling van andermans licht staan, dan zelf de risico's van een lichtstraal te trotseren. 

Hun emotionele leven wordt beïnvloed door hun sterke verbeelding, die hen ofwel ten goede dan wel ten kwade beïnvloed. Zelfstandig, baanbrekend denken is niet bepaald hun afdeling. 

Zij imiteren graag, nemen vlug denkbeelden van van anderen over, pronken graag met andermans veren. 

Als Maantype bezit hij geen enorme energie, maar is vlug vermoeid, vreet de spanningen naar binnen, voelt zich altijd min of meer tekort gedaan en is het sterkste wanneer hij zich hieraan ergert. Dan blaast hij zich op, wordt wraakgierig, is plotseling onvermoeid en zeldzaam volhardend. 

Kreeften zijn veelal goedmoedig, wat treurig, mokkerig, vasthoudend, bezorgd voor geliefde personen, en zijn trouwe,  onderworpen discipelen. Hij is trouw op het fanatieke af, zeker als hij de persoon in kwestie bewondert. Zijn zwakte ligt in zijn emotionele en sexuele leven, dat zo dikwijls verziekt wordt door zijn verbeelding. Beangst om gewond te raken mijdt hij verantwoordelijkheid en opvallende daden; bijt zich vast in fantasieën en in zijn bezit, mentaal, emotioneel en materieel. 

Het "loslaten" en tolerant zijn komen in zijn vocabulaire niet voor. 

De vasthouder wint, is zijn devies. Zijn scharen slaat hij dan ook fanatiek om hetgeen hij te pakken krijgt en slechts kokend water, d.w.z. een keiharde confrontatie met tegenstand, of een intens ingrijpende emotie (water), kunnen hem dwingen het zozeer begeerde "bezit" af te geven. 

Zijn edelsteen is de topaas, die men in verschillende kleuren tegenkomt, maar geen enkele heeft een heldere, lichtende kleur, altijd is hun kleur zwak, en zelden is de steen zuiver. 

De gekleurde stenen kunnen niet tegen licht, waardoor ze verbleken. Hij is een typische geode-kristal, dat vooral voorkomt in de holten van grofkorrelig graniet, het mineraal dat gebruikt werd voor menhirs en Druïdenaltaars, omdat het zoveel kosmische trillingskracht in zich opslaat. Het is een sterk opladend gesteente. 

Niet voor niets vindt men daar dus de topazen. Een duidelijke analogie met de onzelfstandig denkende Kreeftmens. 

In de oudheid was de topaas nog een zeer gewaardeerde edelsteen, omdat men maar één enkele vindplaats kende. Het verleden van de topaas is dus voor hem de moeite waard om erover "te blijven napraten" (een analogie met de Kreeftmens). 

Zijn naam komt van het sanskriet "tapas" , hetgeen vuur betekent. 

Anderen menen dat deze afgeleid werd van het eiland Topazios in de Rode Zee. 

In de natuur komt de topaas echter slechts voor in de tinten helder wit of grijs. Zijn zachte kleuren krijgt hij door geringe bijmenging van verschillende metalen. 

Let op, Kreeftmens! Bijmenging van andere metalen geeft kleur! 

Zonder deze bijmenging is hij doorschijnend, wit of grijs. Interessante stenen zijn degenen met oneffenheden aan de buitenkanten, ontstaan door langzame oplossing. Het leven mag niet grijs, kleurloos zijn, Kreeftmens, het wordt pas interessant wanneer er aangrijpende gebeurtenissen zijn, die leringen inhouden, die je veranderen. 


De topaas, in tegenstelling tot andere stenen, wordt niet beoordeeld naar zijn gewicht, aangezien er vele grote stenen worden gevonden, maar op kleurnuance. Ook dit is een tip voor de Kreeft. Zelfstandig denken kleurt de aura. 

Ziele-ervaringen doorbreken het "pantser" en kleuren je, ondanks jezelf. Je bent het typische voorbeeld van: "Ik wil niet, maar ik moet!" Anders is er geen mogelijkheid. 

De meest kostbare topaas is de roze, de meest voorkomende kleur is goudgeel, hoewel talrijke andere stenen een imitatie van hem geven, zoals de topaas zelf gebruikt wordt om andere stenen te imiteren. 

De echte topaas wordt de ede/topaas genoemd, van een warm diep goudgeel, eerder zwemend naar bruin (warmte en geborgenheid) dan naar geel (rede). 

Om van zijn edelsteen te kunnen profiteren moet elke Kreeft, na een ernstig zelfonderzoek, zijn eigen kleur uitkiezen. De roze topaas werkt verruimend in denken en geeft energie; de blauwe topaas werkt mystiek en zuivert een tè heftige, soms zwoele en onzuivere verbeelding. 

De goudgele topaas maakt redelijk, bevordert het zelfstandige denken. Een kleurloze topaas is slechts goed voor de heerszuchtige, erg op zichzelf gerichte Kreeft, die meent alles voor zijn geliefden over te hebben, maar slechts lijdt aan een egocentrische zelfbevrediging. 

De diep verborgen kristallen ziel van de topaas is rombisch, de getallen 8 en 4 voeren de boventoon. De kruisweg van de Kreeft zit in die nauwte tussen de beide helften van de 8, dáár bevindt zich dat "kokende water" dat hij verafschuwt, maar dat hij ondergaan moet, wil hij die schitterende kern van zichzelf vinden. 

Het getal 4 staat voor de tegenstand die hij schuwt, maar die slechts door de daad (4) opgeheven kan worden. Harmonie betekent niet kleurloosheid, isolement of bescherming binnen je eigen kring, Kreeft! 

De topaas mag geen enkele vlek hebben, anders is hij waardeloos. Dat is een opgave, kreefterig mensje. De talrijke imitaties van de topaas, zoals de citrien, en de gebrande amethist, die in de handel topaas worden genoemd, maken het niet eenvoudig om een mooie topaas te vinden. 

Zijn soortelijk gewicht is echter zwaarder, dan die van de imitaties. 

Gevoelige mensen behoeven hem slechts in de hand te nemen om hem te herkennen. Men moet de "kreeft in de hand hebben" om hem te kunnen herkennen. 

De hardheid van de topaas is 8, behoorlijk hard. Ook hier de verwijzing naar de "engpas" tussen boven en beneden. Het zichzelf offeren zonder op eigen voordeel uit te zijn. 

Niet dat zelfbeklag, niet dat schijnbare offeren met andere oogmerken, zodat die "engpas" in wezen toch gemeden wordt. 

Een harde edelsteen is de topaas, met een tedere, vriendelijke uitstraling, waarvan de schoonste de edeltopaas is, zacht goudglanzend, als iemand die eindelijk zijn beslissende stap heeft gezet en nu voldaan, verzadigd rusten kan. Dat is pas de ware rust, Kreeft, rusten na de beslissende stap. 

Therapeutisch is de topaas een edelsteen voor hen, die hun kracht vinden in de offerande. Hij helpt hen dit offer blij en zonder enig voorbehoud te brengen. Vooral de edeltopaas werkt hier verfijnend. 

Deze goudgele edeltopaas werkt in op de verbeelding, verjaagt dwaze fantasieën en geeft levendsmoed. Aldus zal hij de Kreeft leren uit zijn schaduw of zijn hol te voorschijn te komen en het sterke levenslicht tegemoet te treden. 

Mensen van dit zodiakale teken hebben nogal eens last van maaninvloeden, zijn maanziek, of lijden aan nachtmerries of waanvoorstellingen. Hun slaapleven is zeer invloedrijk op hun dagleven. 

De topaas, weer de goudkleurige en hier vooral de warm bruingele, beschermt tegen maanziekte en funeste maaninvloeden, waakt voor een al te sterke emotionaliteit. Ook het sexuele leven ondergaat van deze steen een corrigerende invloed. 

De melancholische Kreeft, mokkend over een helaas voorbijgegaan verleden, over eigen tekortkomingen of miskenning wordt geholpen door de roze en de gele topaas. 

Onredelijke Kreeften, die slechts op hun gevoel afgaan, daar ze hun "intuïtie" zo hoog schatten, kunnen beter de gele nemen. 

Kreeften die leiden aan een minderwaardigheidscomplex moeten de meest stralende topaas uitzoeken, die zij vinden kunnen en dan in de kleur, die hen aantrekt. Maar vooral een uitgesproken kleur nemen. Nooit een kleurloze. 

Een topaas is goed splijtbaar (zoals de Kreeft allerlei meningen opneemt als de zijne), maar men moet oppassen met hitte en met slijpen. Dat zij je gezegd, Kreeft! 

Alle topazen werken regenererend op de lever (Kreeftkwaal) en behoeden tegen valsheid en roddel, maar de gele scherpt het verstand. 

Zoek de topaas die je tot voorbeeld kan zijn. Onderzoek daarom eerst jezelf en wees vooral eerlijk. Dan zal je intuïtie je de steen aanwijzen, die je kan helpen jezelf te overwinnen. 

Maar houdt niet de schijn op, dat brengt je tot de verkeerde keuze!

1970 - 2015, copyright Henk en Mia Leene