Hoofdstuk 29

Het Boek Henoch leert ons de zeven sferen der natuur te her-kennen, alsmede hun invloed op de zichtbare scheppingsvormen. 

Zeven hemelen vertegenwoordigen zeven levensprocessen op aarde, tevens inspireren zij tot zeven ontwikkelingsfasen in de mens en houden zij verband met de zeven metalen. 

In de zesde Hemel vindt Henoch de harmonie der tegengestelden, het vredesbeeld van een oorspronkelijke schepping, waarbinnen dood en leven elkander opheffen. 

De krachten van zulk een natuur worden in dienst gesteld van de mens en deze gaat daarmede behoedzaam om, omdat hij de oerwet der natuur niet wil aantasten. 

Vanuit deze hemel wordt het evenwicht in stand gehouden en in hun midden bevindt zich een vertegenwoordiging van de kracht der hoogste hemel:

de zeven Phoenixen, als de zeven stralen der zon; 

de zeven Cherubijnen, als de zeven gereinigde zielen; 

en zeven Zesvleugeligen, als de weerspiegelende heilige maan-werking. 

Door deze driemaal zeven arbeidt de goddelijke Zon uit de zevende Hemel:

de positieve, zaad stortende zonnekracht; 

de negatieve ontvankelijke maankracht 

en de vereniging van hen: de zielvolle mens. 

Zij verenigen zich in de zesde Hemel waarin de Geestzon instraalt. 

"En de Heer verheugt zich over zijn voetenbank", zo staat er. 

Hetgeen niets anders zeggen wil dan dat de Heer uit de zevende Hemel, de Geestzon, die de machtigste levensenergie Gods uit de schepping bevat, zich verheugt over de harmonische doorwerking van zijn levenskracht. 

Nu de geleerden ontdekt hebben dat het aurische levensveld van de mens direct in binding staat met de hemel-lichamen en hun bewegingen zich in zijn licht weerspiegelen, kan men zich voor-stellen dat een individuele harmonische, spirituele zon-maan-werking het evenwicht van de mens bevordert. 

Hij komt dan in binding te staan met de zesde Hemel en hij wordt voorbereid tot een zielebezit. 

Zoals Paracelsus zegt: er zijn twee processen, zo kan men in het boek Henoch bevestigd zien dat de mens zevenvoudig wordt voorbereid, voordat hij gereed is voor de waarlijke zielenweg of het Pad der Zaligsprekingen. 

Al de zeven hemelen zijn verbonden aan de natuur, zij zijn één met de natuur, zij vormen met de zichtbare schepping als 't ware het grote Ik der natuur of der schepping.

De mens moet gelijk worden aan deze zevenvoudige Ik-natuur, zijn ego moet de zeven essentia der zeven hemelen bevatten, waarbij iedere hemel zijn eigen sfeer rein houdt. 

In de zesde Hemel vindt men een vrede, die intensiever is dan in de paradijselijke hemel. 

Iemand die de paradijselijke staat bezit, is inactief verbonden met de Geestzon. 

Iemand, die zich in de zesde Hemel bevindt, arbeidt met de doorgegeven kracht. 

Hij, die de zesde Hemel kent, ervaart zijn zielebewustzijn en hij gedraagt zich daarnaar door in geen enkele opzicht zich te vergrijpen aan de wet der natuur. 

Drie is de geboorte der ziel, zes is de werking van de ziel.

Vanuit deze zesde Hemel wordt de ziel bekend gemaakt met de Oerbron binnen de Schepping. 

Het vormloze, machtige Licht dat - van buiten de zeven hemelen - instraalt en in de zevende Hemel gecentraliseerd wordt. 

De zevende Hemel is de plaats waar het Avondmaal wordt gehouden, de bruiloftszaal van Christiaan Rozenkruis, de opper-zaal uit de Bijbel. 

Deze zevende Hemel is het allerhoogste dat voor het ego bereikbaar is. In deze opperzaal zal de ver-assing plaats vinden en deze is als een Avondmaal, een heilige ontmoeting, een innerlijke verwerking van het Brood des Levens en de Wijn van het Verbond. 

Het brood als het vuur, het levensbeginsel van de Geestzon en de wijn als het ontvankelijke, het vuur accepterende water, waardoor ziel en Geest verbonden worden en deze laatste dus de doorgang tot aan de eerste Dag des Heren, de achtste Dag kan bewerken. 

Het worden tot een zielvolle mens gebeurt op basis van de Reis der zeven dagen of het zevenvoudige proces van Paracelsus, maar deze reis is niet het laatste proces, noch het volmaakte einde, deze reis is het begin: de ver-assing van het lood, waarop het voornaamste proces kan beginnen. 

De zesde Hemel is - binnen de natuur - gelijk aan de achtste dag. In beide sferen wordt het begin gemaakt, de zevende Hemel bevestigt het succes der voorbereiding slechts.

Op de zevende dag ontvangt Christiaan Rozekruis de ring van de poortwachter en in de zevende Hemel ziet Henoch zijn geleiders van zich heengaan, nadat zij hem - van verre - de  Heer getoond hebben. 

Deze Heer is de kern van de Geestzon, waarbinnen dag noch nacht heersen, zij is doorlopend lichtend en kan niet met dag en nacht vergeleken worden. 

De ziele-trilling is hier dermate intensief dat een zielloos mens deze sfeer niet ervaren, of betreden kan. 

Het is de sfeer van het Hemelse Zout der alchemisten, vanuit deze hemel komt die etherische trilling de schepping binnen, waardoor de eeuwigheid aan haar bevestigd blijft. 

Uit deze zevende Hemel leven allen, die bezield zijn, die een oerherinnering bezitten en hierop reageren. 

Men kan zeggen dat de mens, die daadwerkelijk probeert een zielenweg te bewandelen, in binding staat met de zevende Hemel. 

Deze zevende Hemel kan de mens het onaardse geluk schenken, waarover het volksgezegde zegt: "wij zijn in de zevende Hemel!" 

De op- en neergang in de emoties der mensen bewijst dat deze zevende Hemel nog niet constant in de mens aanwezig is, hoogstens ondergaat hij een flits, wanneer hij op dat moment de zesde Hemel, of de innerlijke harmonie bewaart. 

In deze zevende Hemel ziet Henoch de principes en machten  van de  Cherubim (cherubijnen) en de Seraphim (serafijnen), van de tronen en de veelogigen. 

Alles wordt hier tot een vormloze kracht. die slechts verschilt in trilling, hoewel zij allen uit éénzelfde kracht voortkomen. 

Dit is de hemel van de grote Een, het hart, de klop van het eeuwige leven. 

Hij, die deze zevende Hemel betreedt, moet de klop van dat eeuwige leven bezitten, zo niet, dan wordt hij vernietigd als door een mateloos vuur. 

Deze hartenklop van tijd en eeuwigheid vindt men in het Boek Henoch terug door de aanduiding van het getal 10.

Tien legioenen, tien treden, een volmaakte eenheid van tijd en eeuwigheid, die niet door de loop van dag en nacht wordt onderbroken.

Nu kan men wellicht denken: deze zevende Hemel is ver van mij verwijderd, het is de opperste heerlijkheid, waarin ik mij eens baden wil. 

Vergis u echter niet!

De zevende Hemel is net zo dicht bij de mens als de eerste hemel. Zij vormen frequentie-velden die men door zijn eigen levens-instelling van de ene dag op de andere dag realiseren kan. 

Zoals de mens veelvuldig de sfeer der begeerte schept, zo kan hij ook de sfeer van harmonie en de sfeer van de inspiratie, de bezieling der zevende Hemel scheppen. 

Al deze hemelen worden uit de mens zelf geboren, terwijl zij tegelijkertijd om hem heen zijn. 

Het universum wordt beïnvloed door het denken der mensheid. 

Het aurische veld der mensen, die vele magnetische trillingen uitzend, schept vormen door deze trillingen. 

Men schept onbewust, vandaar dat de meeste etherisch geschapen vormen waardeloos dan wel misgeboorten zijn. 

De mens, en vooral de ziel-volle mens, moet eindelijk eens bewust stilstaan bij wat hij doet. 

Een actief zielemens wéét van minuut tot minuut wat hij doet.  Leven in onbewustheid is verloren energie, energie die besteed had kunnen worden aan het zozeer begeerde proces. 

Zij, die ziele-actief zijn, werken bewust met de positieve en negatieve machten der natuur, terwijl zij de daarin neerdalende geestelijke trilling bewaren tot een Herschepping op de Dag der Dagen, de Dag Gods. 

Voor iemand die slapend en volgzaam de instructies van zijn voorganger volgt, bevindt deze zevende Hemel zich veraf, want deze mens kent de zieletrilling niet als een individueel bezit. 

Vandaar dat het doorreizen van deze hemelen voor hem een filosofie, een interessante tijdpassering is. 

Ieder mens bevindt zich in verbintenis met één der hemelen, al naar zijn bewustzijn. 

Door al deze hemelen heen straalt de zevenvoudige zonnetrilling, maar zij is in iedere hemel tot een ander vuuraanzicht omgezet.

Het biologische vuur in de eerste Hemel; 

het begeertevuur in de tweede Hemel;  

het zwarte of het herscheppende vuur in de derde Hemel; 

het stabiliserende vuur in de vierde Hemel; 

het beslissende, omzettende vuur in de vijfde Hemel;

het alles louterende harmonische vuur van de zesde Hemel; 

en het uitreddende vuur, dat oordeelt, in de zevende Hemel.

Men kan iedere filosofische lering opnemen onder invloed van de trilling van één der zeven hemelen.

Zij, die de eerste Hemel ervaren, verstaan de zieletrilling nog niet, zij zetten alles om in biologische levenskracht. 

Zij ondergaan de levensopwekking als een biologische energie, hun ziel moet nog op de weg der zoekers worden geplaatst. 

De mensen van de tweede Hemel ervaren de zieletrilling wel, maar zij weten niet wat zij ermede moeten aanvangen en zo zoeken zij naar een tegenpool, zij wensen een uitlaatklep voor hun innerlijke onrust. 

De mensen uit de derde Hemel ervaren de trilling uit de Geestzon als een opwekking uit de dode, zij komen tot inzicht. 

Zij zijn degenen die plotseling ontdekken waar zij heen moeten, wààr zij vandaan komen en wat zij zouden moeten doen om een einde aan hun heimwee te maken. 

De filosofie die doorgegeven wordt, vindt toegang via het bewustzijn deze individuele hemelen. 

Vandaar dat het resultaat der leringen zich op zulk een ver-schillende wijzen uit. 

Men wil de materie ermede omvormen, men wil allerlei mystieke, of sensuele ervaringen ermede bewerkstelligen, of men wil gestimuleerd worden tot nieuw inzicht. 

Men kan  zichzelf in deze hemelsferen herkennen. 

Maar al deze reacties blijven beperkt binnen het ego. Dat is niet foutief, want het ego moet zichzelf omwenden om tot een bruikbaar instrument te worden, maar de kandidaat moet vooral zijn eigen reacties niet verwarren met hoogstaande, ziele-impulsen. 

Het aanwezig zijn in de zesde Hemel en zodoende dienen als "voetenbankje" voor de Heer, is een genade en tegelijkertijd een vreugde, maar het is niet de voltooiing van het proces. 

Het is niet belangrijk of wij theoretische een zevenvoudig dan wel een achtvoudig Pad gaan. Zolang deze paden theorie blijven, hebben zij geen van beide enige waarde. 

Het gaat er slechts om: is het eerste proces, de ver-assing, het worden tot as, aangevangen of niet? 

Men kan twisten over vormen, over uiterlijkheden, daar de zintuigen de uiterlijke beelden begrijpen, maar men kan nimmer twisten over innerlijke ervaringen, over innerlijke gradaties, want zodra dit innerlijke weten naar buiten wordt gedragen om vernietigd te worden, heeft het reeds zijn innerlijke kracht verloren. 

De uiterlijke zintuigen, het verstand, de emoties, grijpen slechts hun gelijken aan en alles wat zich binnen de zevende Hemel bevindt, is ongevormd, ongrijpbaar.

Vandaar dat de wijsheid, de trilling uit de zevende Hemel eveneens ongrijpbaar is voor de uiterlijke zinnen. 

Dit is de genade Gods. 

Zodra het uiterlijke zich vergrijpt aan het innerlijke, trekt het innerlijke zich terug en slechts de ledige vorm blijft achter. 

Zo geschiedt het ook in het leven. 

Daar waar men zoekt naar innerlijke waarden via de uiterlijke zintuigen, waarbij verstand en emoties worden ingeschakeld, ontgaat de mens de innerlijke kracht. 

Hij grijpt slechts de vorm en staat daarbij stil, overwegend, filosoferend, strijdend en terwijl gaat de tijd voorbij. 

Is dit niet de veelvuldige fout die de mens steeds weer maakt? 

Vergeet men niet àl te dikwijls de kennis die men herontdekt, te benaderen met dat hemelse zoutelement, die vuur-water trilling uit de zevende Hemel?

Eenvoudiger gezegd: vergeet men niet al te dikwijls zijn aloude herinneringsweten in te schakelen bij de onderscheiding der waarden?

Gebeurt dit omdat het herinneringsweten van de mens slaapt, of omdat hij lui en laks is? 

Het is aan hem dit met betrekking tot zichzelf te onderzoeken, want de zeven hemelen van Henoch vormen geen uiterlijke filosofie, maar een lering die tot inzicht leiden moet.

En slechts de ziel-volle mens zal deze lering verstaan!

1970 - 2015, copyright Henk en Mia Leene