Hoofdstuk 19

Wanneer Henoch de loop van de zon heeft aanschouwd, voeren de mannen hem naar de loop van de maan, die een afspiegeling is van de zon. 

Ook zij gaat door 2 x 6 poorten ten oosten en ten westen

Zij is gedoemd de zon te volgen en haar levenskracht uit te gieten over de aarde, want maan en aarde zijn nauw verbonden. 

Door middel van de maan ontvangt de aarde de zonnestraling des nachts. 

De maan is een doorvoerkanaal, een bemiddelende, zoals de engelen met de zes vleugels bemiddelende wezens zijn. 

De maanwerking is noch creatief, noch oorspronkelijk, noch bevrijdend. 

Integendeel, tijdens de nacht is de maanwerking berovend, het individu ontkrachtend, haar straling is koud en egocentrisch. 

Ook de kring van de maan, de halo, heeft zeven berekeningen.

Zeven maanwerkingen moet het individuum doormaken, één voor elk hemellichaam. 

In het midden van de hemel zag Henoch gewapende scharen die de Heer loven. Deze schare is de maan-menigte, die innerlijk gewapend is tegen de creatieve zonnekracht. 

Zij zijn gewapend door de egocentriciteit en de immuniteit van de maan, opgaande in hun eigen lofprijzingen. 

Zij menen de Heer te loven, doch zij bevredigen slechts zichzelve. 

De gewapende scharen zijn toegesloten, zij zijn onbereikbaar, zij verlustigen zichzelf in hun eigen arbeid. 

De maanwerking op het menselijk organisme is tweevoudig: bevorderend voor de groei, vergiftigend voor het spirituele leven. 

De gulden schoonheid en de briljante activiteit die wij in de sfeer van de zon aantroffen, herkennen wij dus niet hier in de maan-sfeer. 

Er zijn slechts gewapende scharen, die zingen, buiten de wezens van de maan, de zes-vleugelige engelen. 

Ieder mens die zich aan de maanwerking overgeeft wordt bewapend, hij is verloren voor de geest-zonnekracht, omdat hij opgesloten wordt in de maan-kringloop, die onlosmakelijk verbonden is met de aarde. 

Vanuit het geest-zonnelichaam kan de ziel tot voor de poort worden geplaatst, het antimonium, of de eerste trilling buiten het zevenvoudige gebied ontfermt zich over hem, maar de kringloop der maan is ondergeschikt, lager dan alle kringlopen des hemels en sneller dan de wind. 

Daarom raakt de maanaanbidder snel uitgeput, zijn levenskracht wordt door de maanwerking wederom geabsorbeerd, want de maan schenkt niet, zij stort zichzelve uit om zichzelve wederom te vervullen met zichzelf. 

Men noemt de maan een "dood lichaam" d.w.z. een zielloos lichaam parasiterende op de zon, vampieriserende op de aarde. 

Hij, die een maanreligie belijdt, zal worden gelijk deze maan: zielloos, parasiterende op de ziel van een ander, een vampier, levenskracht puttende uit het astrale aarde-lichaam. 

De maan voldoet slechts aan haar opdracht wanneer zij zichzelve offert op de juiste wijze, haar eigen ego negeert, dan wordt zij het middelende lichaam, een spiegel die de zonnestralen weerkaatst. 


Dan nemen de wijze mannen Henoch mede tot in de vijfde Hemel en daar ziet hij de leiders der Lichtzonen, de reuzen, de Gregoroi, zij, die een geweldige natuurkracht ontwikkeld hebben. 

Zij daalden neder op de kracht van hun wil en zij zijn geketend in de vijfde Hemel, waar zij geen dienst aan God belijden, doch zwijgen, terwijl hun gelaat duisternis is. 

Wel, deze vijfde Hemel is het grote mysterie van de zondeval, het rijk waarbinnen de halsstarrige Lichtzonen geketend blijven totdat hun vrije wil hen beveelt terug te keren tot den Heer der Heirscharen. 

Hun mond is echter stom, hun gelaat duister. 

Er is geen licht in hen, noch enige klank van berouw, van erkenning of van eerbetoon. Hun wezen is versteend, verhard. 

Zij wensen niet terug te keren en daarom zwijgen zij. 

Hun leider is Satanaël, zegt Henoch, of Saturnus.  

In een andere uitgave van het Henoch-boek wordt hij Sannhasai genoemd. 

En hier stuiten wij wederom op het geheim van Saturnus, de laagste onder de laagsten en tegelijkertijd de hoogste onder de hoogsten. 

Hij tracht de Lichtzonen van hun denkbeeld af te brengen, want hij zegt: "Ik vrees dat ik alleen zal moeten boeten voor uw vergrijp." .

Deze woorden ontsluiten alle beeldspraak rond Saturnus - Sannhasai, Saturnus - Christus, Lucifer - Christus. 

Hij wordt degene die aan de poort de wacht houdt en de zijnen kent. Slechts via hem zal het de Lichtzoon gegeven worden de terugkeer te vieren. 

Paracelsus zegt: Het antimonium verandert Saturnus in Venus. 

De buiten de zevenvoudigheid bevindende lichttrilling, of elektromagnetische spanning verbreekt het pantser van Saturnus, breekt de zwijgende monden open voor de klank van berouw, voor de hartekreet van Venus, verlicht de duistere gelaten door het licht van Venus, de gevoeligheid des harten. 

Sannhasai, de zich offerende leider van de leiders der Lichtzonen, de opperste, hun intelligentie en hun aanvoerder gaat mede om de terugweg open te houden. 

Hij sluit zich op binnen de zevenvoudige sfeer, hij was en is de eerste - onder zijn leiding daalden zij neder - en hij zal de laatste zijn - via zijn wachtwoord keren zij terug. 

Satanaël noemt men dikwijls "de duivel". 

Het is het wrokkende protest van de afhankelijke volgelingen, zij mokken tegen hun opperste leider, geven hem de schuld en wachten totdat hij hen terugvoert! 

Er is geen duivel, dan de hoogmoedige wil in het individu. 

Niemand is schuldiger dan de Lichtzoon zelf, of hij nu leider, een positieve denker, dan wel een afhankelijke, een negatieve volgeling is. 

De bewoners van de tweede Hemel roepen "ach en wee", zij beklagen zich gelijk de laffe en zwakke mens de schuldige altijd buiten zichzelf zoekt. 

Er is moed voor nodig om de schuld te aanvaarden, de hoogmoedigheid te erkennen, daarom zwijgen de Gregoroi, zij erkennen hun schuld niet. 

Zij kunnen deze niet erkennen, zolang zij Venus, het hartstralen niet hebben aanschouwd, zoals wij dit kunnen lezen in het Scheikundig Huwelijk van C.R.C. 

De Lichtzonen daalden neder op de berg Hermon, waarvan de betekenis woordelijk luidt: "uit de Hoogte." 

De berg Hermon heeft voor de Israëlieten, Libanezen en Arabieren dezelfde betekenis als de Olympus voor de Grieken. 

Het is het punt dat tot in de hemel reikt en waarop de goden nederdaalden, toen zij de aarde wilden bevolken. 

De afdaling der goden of lichtzonen is een universele zienswijze. 

Het hemelse en het aardse werden vermengd, waardoor het hemelse gevangen genomen werd in het aardse en zich nu daarvan moet bevrijden door middel van velerlei boetedoeningen, handelingen en offeranden. 

Niemand kan echter het aardse, het vlees straffen voor wat de Lichtzoon de ziel heeft aangedaan. 

Daarom zijn alle lichamelijke boetedoeningen nutteloos, het berouw, de erkenning en de deemoedigheid moet in de ziel wederkeren. 

Op deze zienswijze baseerden ook de Gnostici hun leringen. 

Het vlees is niet zondig, maar wordt dit zodra men zijn verlangens boven de ziele-hunkering stelt. 

De leiders der Lichtzonen werden "zondig" d.w.z. buiten het Licht geplaatst toen zij hun eigen wilsverlangen, hun begeerte en hun denkkracht richtten op de materie, op het stofgeborene. 

Juist op dat moment zegt Sannhasai: "Ik vrees dat ik alleen voor u zal moeten boeten." 

Hij wordt gebonden aan de poort. 

Hij kan niet meer in- en uitgaan, zoals de Lichtzonen was toegestaan, maar is gebonden aan allen, die langs en door hem de terugkomst moeten vieren. 

Dit nu is de grootste offerande, Sannhasai, ziende de afdwaling der Lichtzonen, offerde zijn eigen vrijheid en werd poortwachter. 

Wij hopen dat allen die zo hartstochtelijk over "de vrijheid" spreken, deze lering zullen kunnen verstaan. 

Vrij te zijn, een leider van de Lichtzonen te zijn, begiftigd met intelligentie en de hoogste kracht der schepselen Gods, hij offert dit alles omwille van zijn volgelingen. 

Hieruit kunnen zij tevens bemerken dat hij, die deze offerande brengt, beschikken moet over intelligente en liefde. 

Hij moet de dwaling van de wils-waanzin doorzien, deze niet tegenhouden door geweld, maar met de zondaren, de falenden, medebewegen, opdat zij een hulp zullen hebben. 

Slechts zij die over een sterke innerlijke kracht beschikken zullen deze opdracht kunnen volvoeren zonder onder te gaan in de tegenbeweging. 

Hij, Sannhasai, is één van hen, uitgenomen "de zonde", herken deze beeldspraak over Christus. 

Hij daalde neder en keerde terug via de zelfofferande. 

Begrijpt u nu dat zij die zeggen "de weg best alleen te kunnen bewandelen" zichzelf verraden? 

Dat zij daarmede te kennen geven nooit een Sannhasai,  een Om-zetter, maar altijd een Gregoroi, een zwijgende en een in duisternis gehulde te zijn? 

Hij, die weet, de dwaling ziet, de verbetenheid en de volharding van de Lichtzonen onderkent, blijft niettemin aan hun zijde, opdat zij - op hun dag van bezinning - de poort bewaakt en gereed-tot-openen zullen vinden. 

De individuele Sannhasai draagt de wacht aan de poort pas over wanneer er een koninklijke mens arriveert. 

Zowel in groot verband gezien als in individueel aanzicht, zijn de Sannhasai de wachters die zichzelf veranderen zodra het "wachtwoord" wordt uitgesproken. 

U kunt dit principe ook terugvinden in de legende van Hiram Abiff. 

Het gaat altijd om het "wachtwoord", die harmonische zeven-klank, gevormd door de Lichtzoon die de zeven sferen heeft gereinigd. 

Tot op de dag van vandaag dolen de Lichtzonen van de vijfde Hemel rond, op zoek naar een oplossing, op zoek naar een weg die het berouw en de inkeer en de terugkeer kunnen vermijden. 

En zij binden hen, die uit de tweede Hemel zijn, aan zich, deze zien tot hen op, omdat zij "de leiders" zijn, de denk-krachtigen, die de leeuwenkracht achter hun voorhoofd hebben aangewend tot een verdoemenis. 

Zij zwijgen hautain en gaan voort met hun werken. 

Doch allen zullen zij Sannhasai, de poortwachter in zichzelf moeten naderen, omdat deze zich vrijwillig aan hen gebonden heeft. 

En dan zullen zij opnieuw hun gelofte moeten uitspreken, dat wachtwoord dat slechts de Lichtzonen kennen en wier klank zij verbraken op de Berg Hermon. 

Zo ging het wachtwoord - gelijk er in de Hiram Abiff-legende staat - verloren.

Men probeert nieuwe wachtwoorden uit, maar zij dienen slechts de hoogmoedige Lichtzonen en vermurwen Sannhasai, of de poortwachter, niet. 

U kent vanuit de literatuur of uit uw eigen ervaring, de meesters wel die beweren een heilige klank, een heilig mantram of woord gevonden te hebben, waarmede de poort tot de hemelen of de kosmische verruiming ontsloten zou worden, maar zij vergissen zich en dolen rond in het rijk van de maan, de verbeelding, de astrale sfeer van de aarde. 

Zij vampieriseren deze sfeer, waardoor de aarde-planeet mede van haar levenskracht wordt beroofd. 

Niet slechts de stoffelijke milieu-verontreiniging is een catastrofe, maar mede de geestelijke verontreiniging door die duizenden Lichtzonen die halsstarrig voortgaan op een weg van hoogmoedigheid en ik-adoratie. 

Zoals een medium uitgeput raakt door het parasitisme op zijn levenskracht door de elementalen, zo raakt het etherische aarde-levensveld uitgeput door het parasitisme van vele duizenden maan-occultisten. 

Zij voeren, gelijk de maan, maan-levenskracht aan hun volgelingen toe, die tegelijkertijd seksuele of aardgebonden levensdrift en spirituele uitputting betekent. 

Vandaar dat zij, die aan de vijfde Hemel gebonden zijn de spiritualiteit uitleven via hun aardmagnetisme, of hun seksuele levens-drift. 

Dit is overal te herkennen.

De hoogmoedige, fanatieke, volhardende Lichtzonen werken altijd met hun persoonlijkheidsfluïdum en nooit met hun zielekracht, omdat de ziel niet tot leven is gewekt, maar zij kracht putten uit een andere energie. 

De vijfde Hemel in het Boek Henoch schenke u de lering omtrent occultisme en gnosticisme en laat de begaafden, de intelligente en hartgevoelige Lichtzonen hun keuze maken.

1970 - 2015, copyright Henk en Mia Leene