Hoofdstuk 17

Wanneer Henoch naar de vierde Hemel wordt gevoerd, komt hij in het rijk van het Licht, het door God aan de aarde of het universum geschonken Licht, als een weerspiegeling van het universele Licht dat zonder duisternis arbeidt. 

Op de vierde dag van de schepping schept God de grote lichten: de zon voor de dageraad en de maan voor de nacht, opdat het universum nimmer in totale duisternis zou worden gehuld.

Dit bekende licht van zon en maan is een symbool van het grote Licht der Eeuwigheid.

De lichten van het universum zijn alle vertegenwoordigers, in meerdere of mindere mate, van de lichtvibratie der eeuwigheid.

Vandaar dat er een astrologische leer is ontstaan.

Deze leer is gebaseerd op het licht der hemellichamen, vanuit hun licht komt de trilling voort waaronder de mensheid leeft.

De zeer langzame en lage trilling der absolute duisternis wordt voortdurend doorbroken door de lichttrilling, zodat de mens nooit de opgang, of de verbrekende trilling zal ontberen. 

Hierdoor behoudt hij de mogelijkheid tot uitgang of tot verlossing uit de duisternis.

Vandaar dat de vierde Hemel het rijk van de werken des Lichts genoemd kan worden.

Deze lichttrillingen worden geleid en bewaakt door wezens, die in staat zijn een onophoudelijk hoge lichttrilling te ondergaan.

Zij moeten de weerkaatsing van het goddelijke Licht kunnen door-geven.

Daartoe behoren zij in het bezit te zijn van een hoog absorptie-vermogen, gedragen door een zeer hoge frequentie, waarin hart en hoofd uitsluitend licht uitstralen.

Dit rijk ligt boven het paradijs, het is het fundament van het Licht, terwijl het paradijs de vrucht van het Licht vormt.

Vanuit deze vierde Hemel worden de drie lagere hemelen in stand gehouden, de duistere hemelen worden door deze sfeer gepijnigd, omdat de aanwezigheid van het Licht een pijniging betekent voor de duisternis.

De aanwezigheid Gods is een uitdaging, een zweep en een foltering voor de tot duisternis vervallen zoon des Lichts.

De zon, als sterkste weergever van het geestelijke Licht, bezit zeven maal zoveel licht dan de maan.

De zon is de bron van de zeven hemelen, of de zeven sferen, de kracht waaruit de zevenvoudige mens leeft.

De zon, als zichtbare krachtbron, vormt voor de natuurgeboren mens een vertegenwoordiger Gods, en zij is voor de gevallen Lichtzoon de inspiratie tot het goddelijke, dan wel de stuw tot de keiharde individuele koninklijkheid.

In deze vierde Hemel staat Henoch aan het einde van de ge-openbaarde vormen.

De vierde Hemel bevat de volkomenheid van het geschapene.

Binnen deze vierde Hemel treffen wij de symboliek van Ezechiël en het Openbaringenboek aan: de vier dieren, de vier apostelen, de vier Cherubim, de vier bestierders der elementen: Serafim, Cherubim, Tharsis en Ariël.

De Serafim heersen over het vuur,

de Cherubim heersen over de lucht,

de Tharsis heersen over het water 

en Ariël heerst over de aarde.

Doch al deze vier emanaties zouden niet kunnen bestaan wanneer het Licht hen werd onthouden.

God deed zijn eigen goddelijke Trilling in de chaos nederdalen opdat deze tot leven zou komen.

Het is de hemel van het spirituele zout der alchemisten dat zich gevangen laat nemen in de dauw. Deze hemel is de sfeer der openbaring, waaruit het Openbaringenboek wordt voortgebracht.

Deze vier hemelen vormen, in de oorsprong, de materiële open-baring Gods, de vormgeving uit God.

Het Licht manifesteert zich doorlopend in dit vierde gebied, zoals op aarde het licht zich doorlopend zou behoren te manifesteren in het vierde rijk : het mensenrijk.

Wat in de universele kosmos de vierde Hemel is zou op aarde het mensenrijk moeten zijn.

Bij de vier dieren uit het Openbaringenboek is de engel het symbool van de zielemens, die over de twee vleugelen van hart en hoofd beschikt. De mens die zich opwaarts kan bewegen, die beschikt over het nieuwe Denken en de hogere Verbeelding.

De vier grote sterren die de zon vergezellen, met onder zich 8000 sterren, hebben betrekking op de vier rijken die door de zon worden geregeerd.

Vier rijken, vier elementen, vier pijlers waarop de schepping rust, 

en deze pijlers zijn alle verdeeld in negatief en positief, in twee stromen.

Zoals Henoch zegt : vier grote sterren aan de rechterkant en vier grote sterren aan de linkerkant van de zonnewagen, elk onder zich 1000 sterren hebbende, tezamen 8000 sterren, die de zon vergezellen. 

Alle vier de rijken zijn afhankelijk van de zon, zoals de volgroeide en volwassen mens afhankelijk is van de geestelijke Lichttrilling.

Deze vier rijken, deze viervoudige mens, die tot het basisvierkant van de vier elementen, of de vier waarheden is gekomen, kan zich nooit van deze geestelijke zon bevrijden, hij moet met hem verbonden blijven wil hij het levende licht in stand kunnen houden.

De schepping is slechts volkomen in haar viervoudigheid, het schepsel is eveneens slechts volkomen in haar geopenbaarde viervoudigheid: adem, vochtigheid, vlees en beenderen.

Daarnaast kent men de verdelingen: geest, denkvermogen, ziel en lichaam; vuur, lucht, aarde en water.

De heerser binnen deze hemel is de zon, met als eerste dienares de maan. Deze beide lichamen, vuur en water, hier als lichtende vormen, bestieren de schepping.

Zij zijn in de mens neergedaald als ziel en, zo deze mens waarlijk volkomen zou zijn, als geest.

De zondeval der Lichtzonen ontnam hen echter de geestelijke zon, de geest, waardoor de ziel overbleef en dit geestelijke licht moest ontberen.

Deze gevallen Lichtzonen leven dus uitsluitend in het rijk van de maan, die haar licht ontvangt van de "valse" zon, of de hoog-moedige persoonlijkheid.

Hierdoor wordt de beschrijving van de vierde Hemel niet meer van toepassing op hen.

De 8000 sterren onder leiding van de vier grote sterren ontbreken bij deze gevallen Lichtzoon. Zijn schepping is verbroken, wordt doorkruist door een vals licht, een zwart vuur of een lichtloze nevel.

De zevenvoudige lichtkracht van de zon wordt vergezeld door 8000 sterren, de zevenheid is niet los te denken van de acht-voudigheid.

Een volmaakte zevenvoudigheid is een bewegende eenheid, die wordt vergezeld van een gerealiseerde achtheid. 

De vier grote sterren, of licht ontvangende rijken, drukken zich uit in de achtvoudigheid.

Een voorbereide zevenvoudige schepping wacht altijd op de in-straling van het achtste element.

De zevenvoudige zichtbare schepping met de zon als motor, is afhankelijk van het instralende goddelijke Licht uit het Rijk van de achtste Dag, of de volkomen stilte.

Deze vierde Hemel wordt doorlopend in evenwicht gehouden, zodat zij deze goddelijke Straling zal kunnen blijven doorgeven.

De eerste Hemel, waar het biologische leven ontkiemt, is nauw verbonden met deze vierde Hemel, zij zijn beide vertegenwoordigers van de levenstrilling.

De eerste Hemel is een biologische vorm, binnen de vierde Hemel beweegt zich de geestelijke adem.

Tussen hen bevinden zich het tweede en het derde lichaam, of de tweede en de derde Hemel, beide vormen verwerkelijkings-sferen van de eerste dan wel van de vierde Hemel.

De tweede hemel is biologisch dood; zij bezit noch de biologische wil, noch de vrije wil.

De derde Hemel is zowel biologisch als spiritueel zeer levend.

Zij is of absoluut zwart-magisch of absoluut gnostiek, bevrijdend magisch.

In de tweede Hemel ontbreekt het Licht, in het gedeelte van de verschrikkelijke derde hemel is het licht omgezet in zwart vuur.

Een donker vuur, dat niet licht, maar slechts verbrandt.

Men kan zich uiteindelijk beter in de sfeer van de tweede Hemel bevinden, waar nog geweeklaagd wordt, waar nog een mogelijkheid tot verlossing is, dan in de derde Hemel, waar het Licht wordt verkracht.

Des nachts, wanneer het licht van de zon wordt getemperd en de mens zijn waakbewustzijn heeft toegesloten, regeren "de engelen met zes vleugels". 

Dit zijn de wezens van de maankracht, zij die niet zelfstandig Licht schenken, maar via hun zes talenten het Licht doorgeven:

het talent van de rechterhand,

het talent van de linkerhand,

het talent van de rechtervoet,

het talent van de linkervoet,

het talent van het lichaam

en tenslotte het talent van het hoofd, in vernieuwing, dan wel in vernietiging.

De engelen met zes vleugels hebben deze zes talenten verenigd en zijn dienaren van de zon geworden.

Hierin herkent men wederom de harmonie van het dienen, het maan-element.

Rechter-organen en linker-organen verenigen zich als twee gelijk-gerichte stromen in het hoofdheiligdom, waar de zon zijn Licht ingiet.

De zes vleugels kan men ook beschouwen als de Hexalpha van Salomo.

Salomo, die nauw samenwerkte met Hiram Abiff als de zoon des Vuurs.

Aan het getal zes ontbreekt het zonne-element of de zevenheid.

Des nachts absorbeert de mens onbewust, zonder inmenging van zijn individuum, of zijn persoonlijkheid, dan wel zijn autonomie.

Daarom is het universum erop ingesteld dat des nachts het licht afneemt, de geestelijke lichttrilling verzwakt.

De mens is dan willoos, behalve zij die van de nacht een dag gemaakt hebben en hun geestelijke werkzaamheid des nachts verrichten.

Uit deze beschrijving van Henoch kunt u opmaken dat zulk een spirituele instelling niet correspondeert met de goddelijke bedoelingen.

Wanneer het Licht afneemt moet men daarbij rusten van de geestelijke activiteit, men houdt slechts de trilling in beweging, maar actieve werkzaamheid is op dit tijdstip ongoddelijk; slechts persoonlijke, het zwarte vuur dienende magiërs bedienen zich van het nachtelijke licht.

Zowel het getal 1000 als het getal 100, de engelen-getallen van de nacht, hebben betrekking op in-activiteit, op barmhartigheid, bescherming, de negatieve werking van het absorberen.

In werkelijkheid zou niemand positief naar buiten moeten treden, zo hij niet beschikte over de geestelijke werkzaamheid van de goddelijke zon.

Alles wat de mens zonder deze geestelijke werkzaamheid doet is foutief, noch de paradijselijke hemel, noch de vierde Hemel dienende.

In de volwassen, op de vier elementen of de vier waarheden steunende mens, moet het ritme van de dag en de nacht aanwezig zijn, zowel materieel als spiritueel.

Dit ritme is in onze hedendaagse wereld verstoord door de aan-wending van alle vormen der imitatie.

Met het misbruik van het goud, het zonnemetaal, volgde de imitatie-levenshouding, in de meest uiteenlopende vormen.

Kunstlicht maakte van de nacht een dag, klatergoud gaf de schijn van adeldom, schijnreligies riepen een schijn-geestelijkheid op.

Het ritme, de ademhaling van het universum is verstoord.

De vierde dag der schepping is mislukt: het Licht werd niet onderkend, waardoor er geen scheiding werd getrokken tussen licht en duisternis.

De mens verwisselt de nacht en de dag, spiritueel en natuurlijk.

Hoe kan het spirituele absorptievermogen van de mens zich openstellen, wanneer hij zijn organisme tot een nachtarbeid dwingt?

Er zijn mensen die zeggen: "ik kan 's nachts beter denken", dit slaat op horizontale denkactiviteit, die geen enkele inspiratie aan een geestelijke instraling ontleent.

Er zijn ook mensen die zeggen: "ik krijg 's nachts mijn inspiratie".  Het is opvallend hoevelen onder hen tot de zwarte-magiërs of tot de mediamieke nevel-figuren behoren!

Een medium gaat de nacht of de verzwakte lichttrilling binnen, voordat hij zijn werk kan doen. 

Er zijn mensen die nimmer uit deze nachttoestand ontwaken en daardoor een voortdurend maan-bewustzijn bezitten.

Zij lopen met een verglaasde, waterige blik rond, hen ontbreekt de positieve, autonome vuurkracht.

U kunt hen overal herkennen.

In de ergste gevallen zijn zij geworden tot zwart-magiërs, mensen uit wier ogen het donkere vuur straalt. 

Ook deze kunt u herkennen.

De zeven dagen der schepping moeten, bij de autonome, indivi-duele paradijsmens, ritmisch op elkander volgen.

Zodra dit ritme wordt verstoord blijft men steken in een der scheppingsdagen, menende dat de schepping voltooid is!

Met alle nadelige gevolgen daaraan verbonden.

De terugkerende Lichtzoon moet herscheppen, zichzelf, zijn zevenvoudige wezen, zijn omgeving.

Daartoe moet hij bij de eerste dag beginnen: het herscheppen van het biologische ritme, de natuurlijke dag en nacht.

Een dag en een nacht die nog niet het goddelijke Licht kennen, maar in zichzelve het ritme belevendigen.

Dit is de harmonie der tegengestelden. Op de eerste dag knielt de natuur om het Leven en de Vorm Gods te ontvangen.

Deze eerste dag moet nog vele mensen voortbrengen, want zij zijn nog steeds chaos, ongevormd, ongeopenbaard.

Zij kennen God niet, over hen is nog niet het "Er zij Licht" uitgesproken en zij dolen in de chaotische onwetendheid rond.

Voor u, kandidaat, is echter deze eerste dag opgegaan, want gij kent het bestaan van het Licht!

Uw nacht heeft daardoor een dag toegevoegd gekregen!

Vanuit deze ritmische ademhaling tussen uw nacht en uw dagbewustzijn moet u tot het Licht komen dat de eeuwigheid over-draagt. Dan pas is uw zevendaagse reis, of uw zevenvoudige her-schepping begonnen!

De vierde dag brengt de beslissing voor de duurzaamheid van uw ziele-bestaan, want de Eeuwigheid neemt u dan in zijn Licht op.

Indien u, kandidaat, waarlijk tot de vierde Hemel ingegaan bent!

1970 - 2015, copyright Henk en Mia Leene