Hoofdstuk 13

"De Levensboom bezit het beginsel van alle bomen en van alle vruchten, zijn wortel is in het paradijs bij de uitgang der aarde. 

Het paradijs echter bevindt zich tussen het vergankelijke en het onvergankelijke. 

En er komen twee bronnen uit te voorschijn, uit de ene stroomt honing en melk, uit de andere olie en wijn, en zij delen zich in vier delen en zij omgeven hem met een rustige stroom, en gaan naar beneden in het paradijs Edem tussen het vergankelijke en het onvergankelijke. 


Vier tincturen stromen in het paradijs, opdat ieder daarvan zal nemen en erdoor gelouterd en gerijpt zal worden. 

Melk is als de aarde, de essentie van het natuurlijke leven, dat wat de eenheid tussen het oude en het nieuwe, moeder en kind, vertegenwoordigt. Melk verbindt de mens met deze aarde en maakt hem lichamelijk sterker. 

Mensen, die te los in hun stoffelijke lichaam zitten, kunnen dit verhelpen door veel melk te drinken. Mensen die, volgens hun leringen, mediamieker, sensitiever of ook zenuwgevoeliger moeten worden, wordt aangeraden geen melk meer te drinken. 

Honing is een merkwaardig voedsel, waarover de voedsel-deskundigen het nog lang niet eens zijn. 

Het is een voedsel voor het etherische lichaam. 

Voedt de zenuwether, reinigt de gedachten, sterkt de etherische gezondheid. Veel mensen met een zwak etherisch lichaam vinden baat bij honing eten, maar ook honing is geen op zichzelf staande voeding, noch kan men er geestelijke vooruitgang van ver-wachten. 

Nog is het niet gelukt om zich heilig te eten.

In ons voedsel vinden we de reflectie van de natuurwetten, zowel als van de geestelijke wetten, daar geen enkele grondregel van de schepping los te denken is van de andere. 

Melk en honing behoren bij elkander als aarde en lucht.

Uitsluitend melk nuttigen verdicht het stoffelijke lichaam, uit-sluitend op honing leven maakt de mens etherisch overgevoelig. 

Het evenwicht tussen aarde en lucht is zeer belangrijk, geestelijk en lichamelijk gezien. 

Zoals de lucht de aarde omvat, haar doordringt, haar belevendigt, zo moet eveneens het etherische lichaam zijn stoffelijke metgezel omvatten, opdat hij gezond zal blijven. 

Een splitsing tussen beide lichamen maakt de mens, de drager van beide, onevenwichtig, abnormaal of ongezond. 

Dan zijn er nog de stromen van olie en wijn, twee mysterie-produkten uit vele esoterische en legendarische literatuur. 

Olie is altijd een heilig product geweest; men zalfde er de in-gewijden mee, men genas er wonden en aandoeningen mee, men nam het om het innerlijke organisme weer op peil te brengen.

Olie, het zuiver natuurlijke product, is de ziel van zijn voort-brenger.

Aardolie, olijfolie, zonnebloemolie, sojaolie, johannesbloemolie zijn de essentiële dragers van hun voortbrengers, waarin zich tevens hun "ziel" bevindt, d.w.z. de etherische kern, waardoor zij groeien, instinctief de natuurwetten volgen, kortom: hun Schepper bewijzen. Via een natuurlijke olie voedt de mens zich met de "ziel" van de betreffende plant. 

Nu zijn er edele planten en onedele, hoogstaande en minder hoogstaande, al naar hun rangorde. De hoogste plant is diegene die het duidelijkste de zon, hun lichtbron, volgt, zoals Hermes Tresmegistos zei. 

Die olie zou dus het beste voor het menselijke organisme zijn, die voortgebracht wordt uit de meest edele plant. 

Ja, en dan de aardolie, die we gedachteloos verbranden, waar-mede we huizen verwarmen. 

Wat gebeurt er als we de aarde al haar olie onttrekken? 

Wat gebeurt er als olie dagelijks om ons heen brandt? 

Door het raffineren wordt aan deze aardolie natuurlijk zijn essentie, zijn "ziel" onttrokken. 

Wat is het gevolg nu de mens zich zo omgeeft met aardolieproducten? 

Waarlijk, een onderwerp om over na te denken als men weet dat aardolie de "ziel" van de aarde bevat. 

Wat doen we met onze aarde door haar op deze wijze te ontzielen? Olie, in het Boek Henoch, als één van de vier stromen uit het paradijs, staat gelijk aan het element vuur. Vuur is geest. 

Vuur is "leven". 

Vuur is onontbeerlijk om iets of iemand te belevendigen.

Natuurlijke olie, als voeding, belevendigt het organisme, geeft meer weerstandskracht. 

En dan de vierde stroom: wijn. 

Wijn is eveneens in alle oude overleveringen een symbolische aanduiding, die echter overeenstemt met zijn natuurlijke gaven. 

Wijn is het gevolg van een gistingsproces, waarbij de olie en het sap van de plant samen een omzetting volbrengen.  

Wijn is eigenlijk de transmutatie van de druif.

Daarom wordt wijn in de alchemie het "levende water", ook wel het levenswater genoemd. Wijn werkt in op de ziel van de mens, op zijn geestelijke gesteldheid, zijn emoties en zijn denken. 

Bij zwaktetoestanden wekt wijn de levenswil op, waardoor de levensinteresse weer actief wordt. 

Teveel gegist sap drinken is van invloed op de astrale ziel en kan zelfs op de geestelijke ziel in gaan werken. 

Iemand, die dronken is, verliest de zelfcontrole, hetgeen niets anders betekent dan dat hij de vier krachten: aarde - melk, water - honing, vuur - olie (geestziel), en lucht - wijn (astrale ziel) niet meer kan beheersen. 

Aarde is als zijn stoffelijke lichaam, honing als zijn etherische lichaam, olie als zijn denken of geestelijke ziel en wijn is als zijn astrale of emotionele ziel, die, als alles goed is. met zijn geestelijke ziel samengaat, waardoor de "wijn" ontstaat. 

In het paradijs, dat tussen het vergankelijke en het onvergankelijke ligt (ook in onszelf), vloeien de vier voornoemde tincturen samen, omdat in dat paradijs de Levensboom staat, waaronder "de Heer rust als Hij het paradijs binnengaat". 

Het paradijsverhaal is een universele symbolische weergave van de oerwet, waaraan de gehele schepping, inclusief de mens, moet gehoorgeven.  

De vier tincturen, in de alchemie de vier elementen genoemd, behoren samengevoegd te worden in de retort (het lichaam) van de alchemist, waardoor een volkomen nieuwe schepping wordt gevormd: de naar lichaam en ziel herschapen godenzoon, waarin de vijfpuntige wedergeboortester brandt. 

Om dit tot stand te brengen moet deze alchemist echter allereerst in het paradijs zijn, in dat land dat tussen het werkelijke en het onwerkelijke ligt, of het vergankelijke en het onvergankelijke, want slechts van daaruit ziet hij de "vier stromen", de Levensboom en zijn opdracht en daar alleen kunnen "de leeuw en het lam" samenleven, hij, die zich offert, het ego of het lam en hij, die het lam niet vreet, de leeuw of de geest.  

In de lang vervlogen tijd waarin werkelijk de leeuw en het lam samenleefden, leefde de mens nog in "het paradijs", het land van waaruit hij het vergankelijke en het onvergankelijke kon overzien, en zo beide levensvelden kon beheersen in vrede en voorspoed, zoals de Heer hem had opgedragen. 

Wanneer we in de volksmond zeggen: "Het is een land van melk en honing" menen we dat het een gebied is van overvloed, maar het betekent tevens dat we daar naar lichaam en "ziel" gezond zijn, want niets anders is dan dat we lichamelijk en etherisch verbonden zijn met de geest, die ons de heiligheid of heling brengt. 

Allereerst beginnen we, indien we in dat paradijs binnengaan, ons te voeden met "melk en honing". 

Baby's, die nog van melk leven zijn lichamelijk nog niet volgroeid, hebben dus behoefte om hun lichamelijke voertuig te sterken. Moedermelk verbindt moeder en kind, de moeder is de "moederaarde" voor het lichamelijke kind. 

Honing komt wanneer het etherische lichaam, dat het leidende voertuig is, gezond en sterk moet worden gehouden, terwijl er, in de plaats van melk andere voedingsstoffen voor het lichamelijk volgroeide organisme nodig zijn. 

Melk is een bindende kracht tussen twee dezelfde, lichamelijke wezens. 

Honing komt van de honingbijen, die in de oude literatuur, de "tranen van de Zoon van de Zon" worden genoemd en altijd beschouwd werden als heilige insecten. 

Het zijn insecten die heel sterk met de etherische sfeer in binding staan, vandaar de vele mediamieke gaven die hen worden toegedicht. Een honingbij reageert direct op de etherische uitstraling van een mens. 

Een bij is een edel insect en zijn product veredelt de mens, in zoverre hij nog niet het stadium van de honingbij heeft bereikt, d.w.z. evenwichtig is, ijverig zich aan een zelfopofferende taak wijdende, slechts gericht op het schone en reine in de natuur. 

Als de fase van de honing doorlopen is, komt de fase van de olie. De astrale ziel gaat medespelen. 

De mens wordt bezield voor het edele in de natuur, in zijn naasten, en zoekt naar het geestelijke. 

Hij zoekt naar "de zalving" die zijn "kruin opent". 

Maar, voor alles, dit hele paradijselijke proces voltrekt zich slechts "in het paradijs", daar waar de Levensboom staat en de Heer binnengaat en rust. 

Moge deze diep wijze symbolische taal menigeen verlichten.

1970 - 2015, copyright Henk en Mia Leene