Hoofdstuk 10

Wanneer men afstand kan nemen van het eeuwenlange religieuze bedrog, begonnen bij de indaling der Lichtzonen, dan zal er in denken en gevoelen van de mens een nieuw begin ontstaan. 

Waarlijke religio heeft slechts de Lichtzoon nodig, alle andere wezens vinden hun bevrediging binnen de biologische wetten der natuur. 

Het bestaan van de zeven hemelen of sferen is de weerspiegeling van de zevenvoudige zichtbare natuur. 

Onzichtbare en zichtbare natuur zijn onverbrekelijk met elkaar verbonden, zoals de mens verbonden blijft met zijn zevenvoudige wezen. 

De val van de Lichtzoon bracht een zevenvoudige verbrokenheid, de zeven gaven werden tot hoofdzonden; de zeven verbintenissen met God werden tot zeven onmachtige sferen. 

Binnen die zeven sferen is er echter één die de bemiddelende taak verrichten kan, omdat hij noch van de aarde, noch van de hemel is. 

Het hart, verduisterd door de greep van de begeerte, werd toegesloten, maar het lichaam dat zich bedient van de denk-ether, het etherische lichaam kan zich mogelijk  nog bewegen, gelijk het het kwikzilver. 

Het mercuriaanse lichaam dat ziel en stof verbindt, dat - ongrijpbaar het Boven en het Beneden door kan reizen - kan de Licht-zoon een paradijselijke staat binnenvoeren. 

Doch slechts in etherische zin, zolang de zeven sferen van de Lichtzoon nog niet ontheven zijn aan de verbrokenheid. 

Wanneer de tweede Hemel duisternis blijft, en het Licht geen toegang vindt, is de derde Hemel eveneens duister, verhardt, bevroren binnen een omheining. 

De derde Hemel biedt de Lichtzonen dan ook twee aanzichten: Licht of duisternis. 

Zoals Henoch kan waarnemen. 

De wijze mannen namen hem mede en voerden hem tot in de derde Hemel, onuitsprekelijk schoon en zij plaatsten hem  in het midden van het Paradijs. 

Indien iemand in het midden van het Paradijs geplaatst wordt, dan bevindt hij zich bij de bron der wisselwerking tussen Het Boven en het Beneden, het is daar waar de Heer in- en uitgaat. 

De ontwaakte en reagerende Lichtzoon bevindt zich aan de Bron van het Levensbrood, hij wordt doorlopend gevoed en hij staat rechtop, als een levende verbintenis tussen het Boven en het Beneden. 

Niet tussen de zeven hemelen en de aarde, maar tussen het Absoluut Goddelijke en de zevenvoudige beneden-wereld. 

Tussen de sterfelijke aeon en de onsterfelijke Aeon.

De onbewusten uit de tweede Hemel wachten totdat er iets geschiedt om hen te doen ontwaken of te laten bewegen. 

De engelen der derde Hemel zijn actief, hetzij in het ongoddelijke, hetzij in het goddelijke. 

De Boom des Levens in het midden van het Paradijs, ontvangt de Heer wanneer deze rust. De Rust des Heren vindt plaats op de zevende dag, waarop hij rust van zijne werken. De Heer rust in de Boom des Levens op de zevende dag, in het Paradijs. 

Wanneer de Lichtzoon het Paradijs binnengaat als een ver-werkelijker op de zevende dag, dan ontmoet hij de rust Gods, het is de rust van de overgave van Satanaël, die zich overwonnen ziet. 

De rust van de voleinding en op de achtste dag begint de verandering, zo staat er, begint het eerste geschapene van het Goddelijke Niet-Doen. 

Wanneer de Lichtzoon als een wetende het Paradijs betreedt - niet als een aanschouwer -, dan ondergaat hij de binnenkomst en de rust des Heren, waarop daarna de herschepping gerealiseerd is. 

De zevende dag is rust, de achtste dag is de volkomen om-wenteling. 

De beschrijving van de Levensboom geeft ook de kleur van de zevenvoudige voleinding weer: purper en goud. 

De kleur van een actief denkvermogen dat in binding staat met het Licht, doch ook deze glans zal ondergaan in de verblindende schoonheid van het witte Licht, het kleurloze, onbegrensde Licht, waaruit alle kleuren, alle activiteiten worden geboren. 

Het lichtende mercuriaanse denken van de mens, mits het gevoed wordt door de herstelde omringende overige hemelen, kan een paradijselijke sfeer in het menselijke voertuig scheppen. 

De Levensboom bevat alle boomsoorten en alle vruchten en hij bedekt het gehele Paradijs. 

Een lichtend, nieuw denkvermogen dat opstijgt uit een goddelijke stam, bestrijkt het gehele Paradijs, het gehele middelende land, alle hemelen en de aarde, en het toont van al die hemelen en de aarde de vruchten, die alle heerlijk zijn om te aanschouwen. 

Zijn wortel ligt in het Paradijs, bij de uitgang der aarde. 

Bij de zevenvoudige mens die arbeidt aan de zeven dagen van zijn Heer, of op reis is op de zevenvoudige tocht van Christiaan Rozenkruis, ligt de wortel der Levensboom in het bekken, de uitgang der aarde. 

Bij de Lichtzoon, die de achtste dag binnengaat, ligt de wortel in het hoofdheiligdom, het Nieuwe Begin, de absoluut goddelijke cyclus, of de goddelijke week van het Heilige Niet-Doen. 

Dat is de algehele verandering: de omwending tussen de zevende en de achtste dag, nadat de Heer rust op de plaats van de Levensboom. 

Het Paradijs bevindt zich echter tussen de werkelijkheid en de onwerkelijkheid. 

Het bevindt zich "in het midden", als een middelende sfeer, waarbinnen de Heer in en uit kan gaan, zoals Mercurius daar in- en uitgaat als de boodschapper der goden. 

Verheft de mens zich via zijn denken in de paradijselijke sfeer, dan bevindt hij zich op dat moment in twee werelden: een wezenlijke en een onwezenlijke. Een zichtbare en een onzichtbare. 

Vanuit dit Paradijs kan de mens schoonheid overdragen in het stoffelijke gebied, en hij kan geestelijke voeding schenken aan zijn ziel. 

En er ontspringen twee bronnen, uit de ene stromen melk en honing, en uit de andere olie en wijn. 

Honing, melk, olie en wijn. 

Vier substanties die onontbeerlijk zijn voor de instandhouding van het volmaakte leven, zo wij de symboliek van deze benamingen kennen. 

Melk is de oorsprong van het biologische leven, honing is de voeding voor het etherische leven, olie is de samenvoegende materie, die ziel en mens verbindt. 

En dan tenslotte het "levende water" zoals de alchemisten de wijn noemen, het water met de verborgen levenskracht, het verborgen vuur, het middel dat de ziel met de Geest verbindt. 

Wanneer de mens veel melk tol zich neemt wordt zijn levens-kracht gesterkt, leeft hij op honing, zoals de predikers in de woestijn, dan wordt zijn spirituele zintuiglijkheid versterkt. 

Honing is het voedingsmiddel voor de spiritueel ingestelde mens, mits het samengaat met melk. 

Honing kan soms een geneesmiddel, soms een gif zijn. 

Olie, en hier meent Henoch altijd de hogere oliesoort, die voor de inwijdingen wordt gebruikt, maakt de kruin sensitief. 

Het is geen voedingsmiddel voor het lichaam, maar een materie die de beslotenheid van de huid wegneemt, die een afsluiting doorbreekt en etherische trillingen absorbeert en overdraagt. 

En wijn is het water dat de "geest" bevat. 

U kunt dit vergelijken met het onweerswater. 

Aan wijn wordt een trilling toegevoegd, die de mens buiten zinnen kan brengen, uit zijn evenwicht, uit zijn zevenvoudige dis-harmonische beslotenheid. 

Wijn is altijd het symbool voor het verbond tussen ziel en geest, omdat wijn de "geest" bevat, de trilling die zich openbaart na een gistingsproces, zoals er eigenlijk een gistingsproces in de mens teweeg zou moeten worden gebracht. 

Gisting is innerlijke verhitting. 

Een gevallen Lichtzoon zou door de ziel verhit moeten worden zodat er gisting ontstaat tussen stof en ziel, waarbij de ziel over-wint en de Geest tot zich roept. 

Men zegt ook niet voor niets: "Dat is een land van melk en honing."  De mens moet tweevoudig gevoed worden: stoffelijk en etherisch, geestelijk zo u wilt. 

Noch van melk alleen, noch van honing alleen kan de mens leven. 

In het Paradijs staande ontvangt de mens 4 spijzen, 4 onontbeerlijke spijzen, hoewel hij hen niet alle vier door de mond tot zich neemt. 

In het Paradijs bevindt zich de mens in het land, dat omgeven wordt door de vier stromen, voortkomende uit twee bronnen. 

Een bron voor het land Beneden en een bron voor het land Boven. 

En dat is ook in overeenstemming met het middelende land van het Paradijs, het dient als middelaar tussen het Boven en het Beneden. 

Het is het land van Hermes of Mercurius. 

Daar waar de zielen over de Styx worden geleid. 

Ieder van de stromen deelt zich in 10 delen, 40 delen in totaal, en zij stromen over de aarde. 

Zo de stofgeboren mens, waarbinnen de gevallen Lichtzoon gevangen genomen werd, in staat is de vier bestanddelen tot het ene leven te ontvangen, dan worden de vier aanzichten: stof, ether, ziel en geest tot een absolute eenheid, tot een samenvoeging van tijdelijkheid en eeuwigheid. 

Het getal tien is altijd het symbool van de eenheid van tijd en eeuwigheid. 

De één (1) is de verbinding, de nul (0) vormt de bekroning, de opname in de eeuwigheid. Ieder van deze stromen bewerken hun eigen volmaking, hun eenheid: 

melk brengt het leven, de voortdurende geboorte, 

honing brengt de verbintenis tussen stof en ether, het verbond van het zichtbare en het onzichtbare, 

olie brengt de eenheid tussen middelaar en stof, ziel en stof, 

en tenslotte bewerkt wijn de eenheid tussen ziel en geest. 

Hier is dus steeds sprake van de samenvoeging, die binnen het getal tien (10) besloten ligt. 

Gelijk de anderen elementen der lucht, zo bezitten ook deze stromen hun ommekeer binnen hun kring, hun omloop. 

Duidelijk verwijst  Henoch naar het spirituele aanzicht van deze stromen, zij stromen met hun loop van Boven naar Beneden en van Beneden naar Boven, gelijk de elementen van de lucht cirkelen, een magnetisch veld omsluitend. 

Deze stromen zijn dus opstijgende en neerdalende stromen, het Paradijs en de aarde omcirkelende. 

Het middelende veld - het etherische lichaam waarbinnen zich de mercuriaanse ziel bevindt -, en het stoflichaam tezamen voegende, en verbindende met de oorsprong,  de Heer. 

Men behoeft geen intellectueel te zijn om deze beschrijving van het Paradijs te kunnen vatten, maar men moet wel de intelligentie van de Lichtzoon bezitten het innerlijke Weten, dat opnieuw kan ontwaken. 

Henoch geeft geen intellectuele beschrijving, wetenschappelijk is zijn aanduiding volkomen nonsens. 

En toch wordt deze Henoch aangezien voor een wijze, een kenner, een profeet en een schriftgeleerde.

Henoch kent de verborgen geheimenissen en hun overdrachtelijke taal. En bovendien spreekt hij tot zijn zonen, mensen die van zijn ras zijn. 

De waanzin om het paradijs op aarde te zoeken is slechts mogelijk wanneer onwetenden zijn geschriften bestuderen. 

Want hij zegt duidelijk: het paradijs bevindt zich tussen het wezenlijke en het onwezenlijke!

Ook de beschrijving van de stromen: melk en honing, olie en wijn, zo men letterlijk te werk zou gaan lijkt nonsens. 

De onvoorstelbare schoonheid van het paradijs is echter te danken aan deze vier stromen en hun bestanddelen. 

Het individueel middelende veld wordt schoon wanneer deze vier stromen het voeden. 

De levenskracht, gezondheid, energie, reinheid van de oorspronkelijke natuur, de etherische kracht uit de onzichtbare gebieden, uit de ongeschonden zeven hemelen, de middelende kracht der goden, die het goddelijke overbrengen, en tenslotte de geestkracht uit het goddelijke Al zelve, wanneer het Paradijs tot voldoende wasdom en rijkdom is gekomen. 

Men zoekt zo dikwijls de Weg, de Verlossing zo ver buiten zich-zelf, terwijl de oplossing in de mens zelf ligt, en in zijn voedingsbronnen, materieel en spiritueel.

Men moet beginnen. met melk, de evenwichtigheid der reine natuur, daarna kan men beginnen met de harmonie van het etherische veld, de honing, en pas daarna kan de bemiddeling ontstaan, de olie, om tenslotte over te gaan in de goddelijkheid, de wijn.  

Heden begint men maar al te vaak verkeerd, een logisch gevolg van de degeneratie en de decadentie, van de misvorming van ge-dachten en etherische beelden. 

Men is het juiste begin bijster geraakt. 

Men moet eerst een volwaardig lood bezitten indien het proces een aanvang kan nemen, zo zegt de alchemist. 

Men moet de reine onverbroken kracht der natuur bezitten, wil het proces doorgang vinden.  

Zelfkennis en herstel van het zelf, de stabilisering van een neutraal gezond ik vormen het begin van de omzetting, de aanvang van de reis tot aan de achtste dag. 

Omdat dit echter moeiten en verdrietelijkheden medebrengt, tracht de mens deze eerste stap te vergeten, waaruit dan al die mislukte en ook misdadige religieuze praktijken voortkomen. 

Men moet zijn huis op de rots bouwen, ook in de spiritualiteit. 

Op de rots van het volwaardige lood. 

Die het verstaan kan, volvoere het!

1970 - 2015, copyright Henk en Mia Leene