Drift - Mars


"Laat de zon niet opgaan over uw toorn". 


Merkwaardig, dat de drift niet in zo'n slecht blaadje staat als de jaloezie of de luiheid en dat komt waarschijnlijk omdat men drift een dommekracht vindt, een emotie die gaat en komt en nooit geraffineerd te werk gaat. Goedmoedige mensen kunnen tegelijkertijd driftig zijn, wanneer het vuur hen plotseling aangrijpt en iedereen weet, dat je dan beter weg kunt zijn voordat het toeslaat. 

Drift is ook een positieve emotie, d.w.z. hij is geladen met energie en vuur, een emotie die slechts een lont hoeft te hebben om ontstoken te worden. Wat de jaloezie uit zichzelf doet, moet de drift door anderen, of van buitenaf krijgen. 

Iemand wordt nooit zomaar driftig. Er zijn aanwijsbare aanleidingen, die eventueel voorkomen hadden kunnen worden. De drift bewoont de grote persoonlijkheid, die ofwel niet tot zijn recht komt, ofwel meent in zijn rechten te worden aangetast. 

Maar de drift is goedmoedig, als ze nog niet blind is. Blinde drift is, evenals blinde jaloezie, vernietigend, met dit verschil dat de drift berouw kan tonen. Drift is recht door zee, jaloezie neemt omwegen en slaat van achteren toe. 

Een driftig mens is een warmbloedig, vaak ook een hartelijk mens, hij is nooit kil, afstandelijk, bewust vernietigend. 

Jaloezie is eveneens warm, maar kan ook koud zijn als hij wil, berekenend. Drift is nooit koud, hij heeft geen tijd om zijn aanval te berekenen, noch weet hij vooraf waar hij zal toeslaan. De zwakke plek van de opwekker interesseert hem niet, hij valt aan, in blinde woede. Vandaar dat drift toch minder gevaarlijk is dan jaloezie, hoewel ook hij de bezitter kan uitputten door het verbruiken van energie. 

Drift is ontstellend vermoeiend, omdat hij gaat en komt en onverwachts uitbarst, waarna het herstel weer evenveel energie neemt. De drift herstelt zich, ijvert daarvoor, zoals de jaloezie voor de vernietiging ijvert, indien de driftige niet uitgeput is geraakt van dat afbreken en weer opbouwen. 

Een driftig mens kan moedeloos worden, hetgeen een typische woordspeling is voor de gave die de drift om kan zetten: de moed, de edele of eerste moed. De edele of eerste moed maakt gebruik van de edele gaven van zijn bezitter: de energie natuurlijk, maar ook de hoge moed, en de wens tot rechtvaardigheid en mede-leven. 

De moed komt op voor de zwakken, zoals de hoge moed de zwakken sterkt. De drift raakt sterken en zwakken, hij telt de kracht van zijn aanvallers niet, hij is over-moedig, niet vernietigend, maar wondend, dan wel misslaande. 

De drift sluit de rede buiten, het denken; het hart, bewoner van de hoogmoed, wordt gemolesteerd door vuur, de hersenen, als orgaan van de luiheid, worden totaal genegeerd, maar de stem en de keel als organen van de jaloezie spelen mede. De jaloezie lacht als hij de drift heeft kunnen ontketenen, zoals hij lacht als hij de luie naar zijn hol sleept en triomfeert als de hoogmoedige zich afkeert uit minachting. 

De bescherming van de hoogmoedige ligt in zijn wens naar innerlijke adeldom, de omzetter; de bescherming van de drift is de edele moed, die geen gevaar telt, ook zichzelf niet telt, maar in totale zelfovergave het gevaar te lijf gaat, terwille van de zwakken, of terwille van een zelfherstel. 

De pionier moet moed bezitten, maar de ketter ook; de deemoedige moet moed bezitten, maar de leider ook; de moeder moet moed bezitten, maar de heremiet ook. Moed is onmisbaar in de weg van demon naar deus, zoals eigenlijk al die andere edele emoties onmisbaar zijn, maar de aanwezigheid van één al voldoende is om de anderen welkom te heten. 

leder mens wordt aangetrokken, of is gepredisponeerd voor één van de edele dan wel onedele emoties. Zelfkennis zal ons vertellen waar onze demon of onze deus zich bevindt en alle begin ligt altijd in het omzetten dan wel ontplooien van de ineigen demon of deus. 

Niemand is beter of slechter dan de andere. Iedereen kan bij vlagen bewoond worden door een andere demon, zelfs door een andere deus, maar dat is van tijdelijke aard, een vluchtig bezoek. De ineigen deus of demon blijft aanwezig, gaat mede tot aan onze dood, kerft littekens in onze ziel, laat daar herinneringen achter en onderwijst ons in een volgend leven. 

Let eens op de karakteristiek van uw ascendant, uw tijdelijke begeleider, wiens symbool verlicht werd op het tijdstip van uw geboorte. Niet voor niets moeten we, als bepaald zodiakaal type, ons levenspad bewandelen in gezelschap van deze begeleider. 

Wat moet hij ons leren, dan wel afleren? Welke provocatie heeft hij voor ons in petto? Remt hij ons af, dan wel jaagt hij ons voort? 

De drift trekt zich daar niets van aan, slaat erop los, en berouwt het. De drift is, evenals de hoogmoed, een soort ridder: vechtend, vergevend, bouwend, afbrekend, beweegt hij zich over het slagveld, soms terugtrekkend, soms aanvallend, maar altijd op zijn hoede. 

Dat geeft spanning en spanning kan teveel worden. 

De drift rust met geopende ogen op zijn legerstede. Hij slaapt pas wanneer alles, in zijn omgeving, pais en vree is. 

En wanneer is dat? 

Als hij omringd wordt door b.v. ja-knikkers, of schuchteren, of beangsten. Maar ook dat zal niet altijd goed zijn, want de drift is een energieke kracht en roept om uitwisseling en akte en daarom kunnen ook de schuchterheid en de angst hem provoceren, want hij is een bewonderaar van de moed. 

Zijn eerlijkheid en oprechtheid zijn zijn herstellende gaven, omdat hij de rede kan terugvinden of erkennen, zodra de drift, hoewel met open ogen, rust. 

Wijsheid, moed, warmte zijn zijn vrienden en degenen die deze kunnen tentoonspreiden kunnen hem ketenen, hem mak maken, hem helpen de drift om te zetten in de edele moed, die denkt voor hij doet, en slechts strijdt indien dit nodig is. Dan kan er uit de driftige mens een Michaël geboren worden, een ridder, dus een edele, die de draak verslaat voor zijn medemensen, maar wel goed voorbereid de strijd tegemoetgaat, opdat de draak voor altijd vernietigd zal zijn. 

De edele moed om de draak tegen te treden komt echter altijd uit de ridder, die de hoge moed en de adeldom bezit, en voor zichzelf een onneembaar harnas en een onverslaanbaar wapen heeft kunnen smeden. Ook hij, zoals de hoge moedige, de geestelijk edele, wordt een Adamas, een onoverwinnelijke. 


"Zijn toorn bedwingen is zegevieren over zijn wreedste vijand," - Seneca.

1970 - 2015, copyright Henk en Mia Leene