De zeven ziekmakers


Hoogmoed - Luiheid - Jaloezie - Drift - Wellust - Gulzigheid - Gierigheid 


"Alle zonde komt van binnenuit"

Menander


Tot één van de bewijzen voor een goede gezondheid behoort de gelijkmatige vriendelijkheid van het humeur, een opgave die menigeen zou willen vervullen, maar die slechts zelden uitgevoerd wordt. 

Het krioelt natuurlijk van vriendelijke mensen, maar hun artsen weten dat zij innerlijk worden verscheurd door allerlei irritaties en dat hun vriendelijkheid niets anders is dan een vernisje, dat moet voorkomen, dat de medemensen hen als onvriendelijk zouden beschouwen. Hoevelen zijn er niet, die het misnoegen van de omgeving niet kunnen verdragen? 

Is er iemand, die zich toont zoals hij is? 

Langzamerhand werd er zulk een schijnsituatie opgebouwd, mede door de maatschappelijke wetten en normen, dat vrijwel elk mens zich heeft gepantserd of zich voordoet, zoals hij meent dat er van hem wordt verwacht. Dit gedrag heeft een onaangename risico-factor, nl. het organisme, dat totaal geen weet heeft van schijn of maatschappelijke eisen en zich gedraagt zoals het van nature gewoon is, geraakt in een benarde positie. 

Zo ontstaat er een gespletenheid: aan de ene kant de wil, het intellect en de angst die aanzetten tot een schijnvertoning; aan de andere kant het organisme en het hart of het gevoel die zich blijven gedragen zoals het behoort en die instinctief en intuïtief reageren op prikkels van binnenuit en van buitenaf. Een schijnsituatie verplaatst dit organisme in een toestand van voortdurende prikkeling, waardoor het in spanning raakt, op zijn hoede is, omdat het gevoel totaal andere prikkels doorgeeft dan het intellect en er dus sprake zou zijn van een tijdelijke stresssituatie. 

Helaas, dit blijkt een vergissing te zijn, want onze maatschappelijke functies brengen maar al te dikwijls mede dat we blijvend gestresst zijn. Een andere situatie, die ons in het nauw drijft is het onderscheid tussen de innerlijke mens en de uiterlijke mens, waarbij de innerlijke mens bol kan staan van oerdriften, die hij liever niet aan de buitenwereld zou tonen. 

Er blijkt overduidelijk dat we de van oudsher bekende oerdriften dolgraag zouden willen verdoezelen, hoewel dit een onmogelijke taak is, daar zij in de natuur zijn ingeschapen. Ergens diep in ons binnenste beseffen we, dat ze niet "goed" zijn, dat ze eigenlijk in tegenspraak zijn met onze edele afkomst als "wezen uit de hemelen". 

Hoe we aan deze veronderstelling komen is een andere vraag. Natuurlijk kunnen we vermoeden dat een eeuwenlange censuur en dwang vanuit de kerken ons heeft ingeprent, dat zodra we toegeven aan één van deze oerdriften we "slecht" zijn, in de hel komen, of op de ene dan wel andere manier wreed zullen worden gestraft, zo niet hier dan zeker in het hiernamaals. Merkwaardigerwijze schijnt het ons nauwelijks te zijn opgevallen, dat menselijke organisaties van de godheid of de goden, wrekende, haatdragende, ijdele, jaloerse of gierige scheppingen hebben gemaakt, niettegenstaande de oudste literatuur en de wijzen altijd vermeldden dat de Liefde het hoogste geestelijke gebod zou zijn. 

Hoe het ook zij, er zijn heel wat mensen die organisch en psychisch ervaren, dat elk van de zeven oerdriften een funeste invloed uitoefent; en zo zij hun aangeboren aard dan niet voor hun medemensen willen verdoezelen, toch begrepen zij dat terwille van hun lichamelijke en geestelijke gezondheid het beter zou zijn indien zij niet zouden lijden aan die instinctieve emoties. 

Nu kent de natuur geen herstel via onderdrukking of schijnmanoeuvres, maar zij kent wel de wet van de omzetting. Oeremoties die onszelf schade berokkenen zouden kunnen worden omgezet in oeremoties, die weldadig voor geest, ziel en lichaam zouden werken. 

Iedereen weet heden ten dage dat gedachten en emoties ons gezond dan wel ziek kunnen maken. 

Oeremoties zijn nog sterker dan enige andere emotionele aandoening en zijn veel moeilijker om te zetten of te ontwortelen dan vluchtige emotionele beroeringen. Een oeremotie, dat wil dus zeggen, een emotie die zo diep geworteld zit in "hart en nieren", dat ons hele organisme er onbewust op reageert en ons dusdanig uit onze zo goed uitgedachte koers brengt, dat zij ons hele leven kunnen opbreken. Het zijn deze oeremoties die achter onze ziekmakende, dan wel gezondmakende gedachten staan. 

Instinctieve, natuurlijke emoties kunnen ons gedragspatroon dermate veranderen, dat we van de ene dag op de andere een ander mens worden, soms zelfs in enkele seconden. 

Zij hebben ook te maken met onze materiële dan wel spirituele instelling en zijn niet los te denken uit ons levensbeeld. 

Zoals de oudste geneestherapieën de astrologie opnamen in hun diagnosen, zo heeft de psychosomatiek ontdekt dat de zg. negatieve gevoelens iemand ongelukkig, depressief, haatdragend, ziek kunnen maken. 

Wat zijn negatieve gevoelens? Emoties, die ofwel van binnenuit ofwel van buitenaf komen, maar die altijd aansluiten bij een latente gelijkgeaarde kern in onszelf, die hen gaat voeden. Bij de ene mens sluit b.v. roddel aan, bij de andere totaal niet. De oeremoties zijn ingeschapen, hetzij goede hetzij slechte, en zij worden altijd belevendigd door de planeten en sterren. 

Er zijn vaste sterren met een goede invloed en er zijn vaste sterren met een kwade invloed. Met de planeten is dat iets anders, zij zijn tweezijdig en kennen een "negatieve" en een "positieve" kant, zoals de astrologie zegt; de ouden noemden dit anders en spraken over een goddelijke en een demonische kant, waarbij zij ervan uitgingen dat de demonische zijde een omgezette goddelijkheid was en omgekeerd. 

Demon est Deus inversus. 

Bij de overtuiging van het "zo boven zo beneden" werd de mens beschouwd als een planetair wezen dat ook deze tweezijdigheid kent en daardoor doorlopend in een strijd gewikkeld werd tussen deus en demon. 

Volgens de natuurwet is er slechts sprake van omzetting: aldus òf deus òf demon. De uitdrukking "negatieve: gevoelens of "negatieve" zijde is eigenlijk niet juist, daar het negatieve en het positieve naast elkander kunnen bestaan, terwijl deus-demon elkander slechts kunnen vervangen. 

Ook de opvatting van kwaad en goed past hierin: wat is kwaad of wat is goed? 

Als we dit beschouwen als negatief-kwaad en positief-goed, zoals menigeen foutief doet, dan kunnen beide naast elkaar leven en krijg je het beeld van een mens die tegelijkertijd negatief zowel als positief, kwaad zowel als goed kan zijn. 

Daar kunnen we vrede mede hebben. Zeggen we niet: Och, je moet hem dat niet kwalijk nemen, aan de andere kant is het een beste kerel? 

Deze soort misstapjes worden ons niet aangerekend, d.w.z. we ondervinden daarvan noch lichamelijk noch psychisch nadelige gevolgen. 

Anders wordt het echter met oer-emoties die vernietigend dan wel vernieuwend kunnen zijn. Hiermede zijn hart en ziel, lichaam en geest annex. Deze kunnen ons ziek dan wel gezond maken. 

Zij kunnen ons leven hernieuwen of vergallen. Zij kunnen ons sterken dan wel verzwakken. Zij slorpen energie of zij schenken energie. 

En energie is het levenschenkende materiaal, nietwaar? 

Dank zij de energie bestaan we, maar ook vegeteren we, dan wel bezielen we. Alles staat en valt met energie. Voor elke gedachte, elk gevoel, elke handeling, elke minuscule organische beweging verbruiken we energie. 

Er is maar één soort energie, die door ons kwaadaardig dan wel goedaardig, opbouwend dan wel vernietigend kan worden aangewend. Vandaag bouwen we er iets mee op, morgen breken we dezelfde opbouw weer af en zo kunnen we heen en weer bewegen tussen opbouw en afbraak, in psychisch, mentaal en lichamelijk opzicht, als een nauwgezette reflectie van wat zich eeuwenlang in de mensheidshistorie voordoet, een opbouw en een afbraak zonder einde. 

Astrologisch gezien komen we allemaal op aarde met een horoscopische blauwdruk van onszelf; in die horoscoop vinden we het gebruiksmateriaal waarmee we het in dit leven moeten doen. 

Dit materiaal is het resultaat van hetgeen we in vorige levens hebben volbracht, of misdaan, of juist niet hebben volbracht. Niemand kan zich beklagen over zijn horoscoop, daar deze een vervolg is op iets dat is geweest. 

Onrechtvaardigheid kent de natuur niet, niettegenstaande we dat wel eens menen, louter omdat we niet verder kunnen zien dan één enkele situatie, één enkel bestaan. 

Deze rechtvaardigheid schijnt wreed, maar is echter uitsluitend hard. Hardheid terwille van het voortbestaan, dat de enige levensdrang binnen de schepping is. 

Anders wordt het, indien een schepsel gaat menen, dat hij binnen deze natuurwetten, op aarde, of in de schepping niet thuishoort. Dat hij vermoedt of voelt of weet dat hij ergens anders vandaan komt. 

In deze situatie is het goed nog eens de "legende van de Lichtzonen" te lezen, zoals deze aan het begin van dit boek werd opgenomen. Misschien ligt hier de sleutel voor de wonderlijke innerlijke geloofsovertuiging van vele mensen omtrent een eeuwigheidsbestaan, een voortleven of een onsterfelijkheid. 

Hoe komen ze daar aan? 

Alles om ons heen is sterfelijk. Er is geen bewijs voor te vinden. 

Vanuit de kerken en bewegingen? Maar als die wegvallen blijft dat geloof leven. 

Een onuitroeibare zekerheid dat er, waar dan ook of hoe dan ook, een eeuwigheid is. Wijs je dan op de natuurlijke beweging van opgaan, blinken en verzinken, een perpetuum mobile, dan schudden ze hun hoofd. 

Nee, dat is het niet, er moet ergens sprake zijn van een voortdurend leven, zoals de quasars die zichzelf, al voortbewegende, voortdurend aansteken, op weg naar de uiterste grens van ons heelal, of op weg naar een ander universum om een totaal nieuwe wereld op te bouwen. 

Men weet het niet. Maar zij ontsteken zichzelf zonder hulp van buitenaf. In het "zo boven zo beneden" zijn zij het evenbeeld van de wijzen, die zich onophoudelijk wegschenken aan de medemensen, zichzelf doorlopend geestelijk ontsteken om hun omgeving te bezielen en te verwarmen. 

In deze wijzen leven de zeven ziekmakers niet meer, integendeel, zij werden vervangen door de zeven gezondmakers. En wat zij konden, zou ieder mens kunnen, nietwaar, als hij maar oprecht wenst gezond of wijs te zijn. 

Aan die oprechtheid mankeert het echter nogal eens. 

Oprechtheid is een emotie die reinigt, alle vuil en gif uitdrijft, maar die soms hard en meedogenloos kan zijn. 

Oprechtheid is de eerste stap tot herstel, want zij behoort bij de onbedorven natuur. Een dier veinst niet. Men vindt slechts veinzende dieren in de omgeving van mensen, zodra de eersten het karakter van de laatsten beginnen aan te nemen. 

Niets blijft totaal onberoerd. Alle schepsels en scheppingen leven in, uit en met elkaar, daar hun levensvelden zich doorlopend vermengen. Men kan slechts een zodanig trillingsveld om zichzelf scheppen, dat alle lagere velden daardoor worden overheerst. Dit is beslist niet democratisch, maar het is wel een oerwet, die door niets en niemand kan worden vernietigd. 

Het sterkste trillingsveld overheerst. Het zwakke leeft uit het sterke. De zwakke mens zoekt steun bij de sterke mens en als die sterke mens "hemelse" oeremoties heeft, beschermt, geneest en versterkt hij de zwakke, maar als hij "demonische" oeremoties heeft vernietigt hij hem, langzaam dan wel vlug. 

Daar iedereen, vanuit zijn instinctieve oerdrang demonische oeremoties heeft, vluchtig of blijvend, zwak dan wel sterk, zullen we hieronder de zeven oeremoties nader toelichten, opdat zelfkennis de aanleiding zal worden tot hun omzetting van demon in deus.



1970 - 2015, copyright Henk en Mia Leene