Retorica

Vanuit de Grammatica kunnen we gemakkelijk overgaan tot de Retorica, daar lezen en spreken nauw verwant zijn. 

Maar spreken is toch abstracter dan lezen, omdat het lezen zich bedient van abstracte beeltenissen die het in een taal omzet. 

Het veel praten en niets zeggen is een alom bekend verschijnsel, de woordenbrei die de toehoorders volkomen uitput, d.w.z. hun energie aftapt. Of die we aan ons voorbij laten gaan, doordat we ons afschermen tegen de vermoeidheid en de verveling. Niets is energieverslindender dan de verveling, het verveeld worden. 

Retorica behoort echter bij de rede en een Retoricus behoeft helemaal niet lang van stof te zijn, integendeel, hij ziet kans met een enkel woord talloze beeltenissen op te roepen, aan te zetten tot denken, op te wekken.

Een woord kan meer zeggen dan een lange redevoering, nietwaar? Hoe langer iemand spreekt des te slapper zijn ingrediënten worden. Hoe meer je aanlengt des te smakelozer het gerecht. 

Retorica is de kunst om abstracte beelden via de spraak over te dragen op de toehoorder. Ook hier is weer de Retoricus de middelaar tussen twee velden: het hemels onstoffelijke, of het aards stoffelijke. Elke redenaar weet hoe moeilijk het is de abstracte duidelijk en direct in woorden te vangen. Er is een enorme spraakverwarring over de betekenis van de woorden, over de begrippen die erachter staan en het lijkt of dit steeds erger wordt. Waarom? 

De interpretators verschillen. Een mens is een individu en interpreteert aldus individueel. Elk mens luistert anders, absorbeert via zijn eigen middelende ziel zowel kosmische als spraakklanken. Dit heeft met de muziek te maken. 

Geen enkele Kunst is van de andere te scheiden. Eigenlijk zou de mens, als goddelijk wezen, in alle Kunsten begaafd 

moeten zijn, daarin schuilt niets tegennatuurlijks, integendeel. Het is niet noodzakelijk dat men geniaal is in één der Kunsten, want zo zou het kunnen gebeuren dat men de andere Kunsten niet onderkent en dit kan leiden tot onevenwichtigheid. 

Alle Kunsten moeten meer of minder in iemand leven: hij zal er voor open moeten staan, er contact mee moeten hebben. 

Een evenwichtig mens heeft de aanleg tot het beheersen van de zeven Kunsten ingeschapen gekregen, omdat deze behoren bij zijn oerdeugden, als onevenwichtigheid bij zijn oerdriften, en bij de demonen die ons beheersen, de zeven planeten. 

Een vlot spreker, zoals een verkoper, is beslist geen Retoricus, maar veeleer een zwetser. Degene die weinig spreekt, maar het juiste woord op de juiste plaats laat vallen, is een Retoricus. 

Kunst bestaat veelal uit het weglaten, niet uit het toevoegen. 

Dit is een gave die van binnenuit komt en die geen rekening houdt met de overweldiging, het overbluffen van de ontvangers. Overweldigen, overbluffen, misleiden zijn vormen van de oerdriften. Een onkundig, onwetend, onedel mens houdt zich bezig met versieren of opsmukken. 

Kunst mag nooit ledig zijn, ledige kunst is geen Kunst en geen hemelse gunst, het heeft het kennen-kunnen principe verloren en bepaalt zich hoogstens tot het kunnen, een aangeleerde techniek. 

Elke Kunst is van oudsher magisch, de bezitter van een hemelse magie, de Kunst van de ingedaalde "engelen". 

Magie betekent: verborgen kracht. De Gulden Snede is magisch, een geschreven of gesproken woord kan magisch zijn. 

Een Retoricus behoort de hemel omlaag te brengen en daarvan mee te delen aan zijn luisteraars. In zijn woorden verbindt hij de hemel met de aarde, de abstractie met de concretie, het bezielende met het te bezielen object. 

Kan door een spreker niet eenzelfde woord bezield dan wel ontzield worden? Kunnen twee sprekers of twee toehoorders er niet verschillende betekenissen aan geven? 

De magie binnen deze zeven Kunsten beroert de nazaten van de "goden", omdat zij de onaardsheid, het hemelse, de kracht herkennen. Kracht herkent Kracht. 

Het gelijke trekt automatisch het gelijke tot zich. De Retoricus werkt met de Rede, met een hoofdletter geschreven en houdt zich ver van het wegredeneren. De Rede met een hoofdletter was vroeger het begrip voor Geest, waarin een samengaan van hart en verstand, ziele-vervoering en Denken, (het evenwicht tussen linker- en rechterhersenhelft) verborgen lag. 

Zodra iemand redelijk is, is er met hem te praten. Dit is een populaire opvatting die veel verder reikt dan wordt vermoed. 

Onredelijke mensen zijn onevenwichtig, waardoor zij ontoegankelijk zijn voor de Wetenschappen, maar ook voor de Kunsten. 

Elk schepsel is, volgens zijn eigen begaafdheid, een kunstenaar, waarin altijd iets van de zeven Kunsten tot uitdrukking komt.

1970 - 2015, copyright Henk en Mia Leene