Musica

De Musica is, zoals vele menen, één van de meest hoogstaande kunsten, en zij zoekt haar bewonderaars slechts onder een bepaald soort mensentypen, die zich daardoor meestal wat verheven gevoelen boven de anderen, de gewone wezens, die a-muzikaal zouden zijn. 

Toch moet ook de Musica voldoen aan voorwaarden, zoals de andere zeven Wetenschappen, d.w.z. dat ook zij een Geometrische, Aritmetische, Retorische, Astronomische, Dialectische en Grammatikale inborst moet bezitten. 

Nogmaals, geen enkele onder de Kunsten staat op zichzelf, zelfs de Musica niet, al menen de musici beslist dat dit wel zo zou zijn. 

Muziek is klank of trilling. Van elke vorm gaat muziek of trilling uit; elke kleur heeft zijn eigen muziek, elk mens heeft zijn eigen klank, elk dier heeft zijn specifieke trilling. De Aritmetica bewijst zo mooi, dat alle tweevoudigheid een vrucht moet voortbrengen en dat de eenvoudigheid geboren is om zich uit te storten in de tweevoudigheid. 

Op de weg omlaag is de 9-voud meer dan de één-voud, op de weg omhoog is de één-voud meer dan de negen-voud; zolang we hier op aarde zijn, zijn we bezig met een weg omlaag en het diepste punt hebben we pas bereikt bij de negen-voud en dus kunnen we niet verlangen naar één-voud voordat we alle getallen tot en met de 9 hebben begrepen. We kunnen niet eenvoudig zijn voordat we meervoudig zijn geweest; de eenheid gaat vooraf aan de veelheid en de veelheid wordt door ervaringen en rijpen teruggebracht tot de eenvoud. 

In de kleuren herken je hetzelfde: het zwart, zo geminacht door velen, is de bodem, de aarde van alle kleuren, zoals de zwarte aarde ons zijn ontluikende en volle kleurenpracht nooit zal onthouden; daarna komt pas het volle wit, waarin alle kleuren zichzelf hervinden. 

Is het geen prachtig symbool dat de winter, als de kleuren van de zomer zijn gestorven, zichzelf culmineert in de witte sneeuw, waaruit de zon alle kleuren te voorschijn kan toveren? 

In de Musica worden de trillingen klanken en klanken kunnen worden tot vormen, geometrische vormen, zoals zand gestrooid op een bespeelde viool bewijst. In deze zin is ook wel eens te denken aan de golvende bewegingen van Tai Tji, die wel eens gekristalliseerde vormen zouden kunnen zijn van de, eens door een wijze, opgevangen kosmische trillingen. Tai Tji ontspant en spant tegelijkertijd, het is evenwichtig. Musica ontspant, maar kan tegelijkertijd opladen. Indien Musica slechts verbreekt mist zij het goddelijke evenwicht. 

Een sneeuwvlok is een gestolde trilling, maar een zandkorrel ook; mensen zijn eveneens gestolde vormen van een oerklank, hun specifieke eigen oerklank, die vorm aanneemt in een dikke, dunne, lange, korte, misvormde, dan wel harmonische gestalte, of in een driehoekig, vierkant of rond gezicht, met een korte dan wel lange neus, met vierkante dan wel langgevormde vingers. Alles is gestolde trilling. 

En de gestolde trillingsvorm, die we zijn, geeft dus zijn eigen vibratie weer, dat is begrijpelijk. Als iets gestold is wil dat niet zeggen dat het zijn einde of zijn dood heeft bereikt, want niets is dood, alles is op weg naar de stolling of terug op weg naar de oplossing. 

Muziek is een trilling, op weg naar zijn stolling. Zij stolt in een mens, in een vorm, in een bloem. Als men graag naar bepaalde muziek luistert, wil dat zeggen dat men daarmee in overeenstemming is, de eigen gestolde trilling herkent de nog ongestolde, maar gelijke trilling van het muziekstuk, waarachter vrijwel altijd een componist, een bepaald mensentype schuilgaat. 

Ook planeten geven muziek af, zoals Keppler zei, en zoals door de moderne techniek wordt bewezen. Deze "sferenmuziek" wordt bepaald door de afstand van de planeet tegenover de zon, dus zijn geometrische verhouding tot de zon. Deze geometrische, die zeker ook spiritueel van toepassing is, verhouding omschrijft Hermes Tresmegistos in zijn literatuur als: de scheppingen worden geordend naar hun verhouding tegenover het licht. De verbintenis met het licht, de eenheid of ontvankelijkheid voor dat licht bepalen de innerlijke rangorde van de schepping of het schepsel. 

Onze verhouding tot het licht bepaalt onze ineigen Musica. 

Van de vroegste tijden tot nu hebben we het gevoel dat het meest lichtende, het meest stralende, beter is dan het duistere, of datgene dat in de schaduw leeft, nietwaar? 

Daarom is de 2 minder dan de 1, zij is verborgen, haar licht komt niet naar buiten, maar dat wil niet zeggen dat zij geen licht bezit. Op gelijke wijze worden de planeten in hun keten gerangschikt: Mercurius, de kleinste, maar het dichts bij de zon staande planeet, gevoelt zich de "meeste" en wordt "boodschapper der goden" genoemd, zijn "onderdanen" zijn intelligent of scherpzinnig en lijden aan de intelligentste onder de oerdriften, de jaloezie, maar kunnen ook de essentieelste oergave bezitten: de begeerte naar heil. Jupiter staat vrijwel onderaan in de rangschikking, maar omdat hij groot is, veel licht kan ontvangen en dus, zoals wij dat zouden zeggen "een grote mond heeft", beschouwt hij zichzelf als de grootste onder allen, de beste en de verhevenste en wordt ook Vader Ether genoemd. 

Zijn oerdrift past bij hem: de gulzigheid, die zich in een mens ook kan uiten in betweterij en het doorlopend beleren van zijn medemensen. Maar ook zijn oerdeugd is de moeite waard: de creativiteit, die het beleren omzet in het zelf scheppen. 

Al die planeten hebben hun eigen Musica, een soort zoemen of vibreren dat onderling zeer verschillend is. De Musica is uniek, omdat zij de achtvoudigheid herbergt in haar octaaf; zij kan dus herscheppen, zij kan de waarheid uit iemand halen, of hem met zichzelf, zijn innerlijk, confronteren. 

Om voor de Musica gereed te zijn moet er een hang zijn naar de achtvoudigheid, de realisatie of de waarheid. Een musicus, begrepen naar menselijke maatstaven, behoeft nog geen Musicus te zijn naar de oorspronkelijke begrippen. Men kent immers de uitvoerende en de scheppende musicus, een scheiding van beoefenaars dus. Maar in werkelijkheid heeft slechts de scheppende componist, die tevens zijn eigen composities kan uitvoeren, recht op het predikaat: Musicus. 

In Muziek herkent de muziekliefhebber een soort heimwee, dat mede gestalte aanneemt door het octaaf, het spelen met de 8. Alle getallen hebben, ook in de Musica, een opdracht. 

Bach was de Geometrist en de Aritmeticus onder de componisten, waarvan zijn Toccata getuigt, die feilloos zeker opgebouwd is op de getallenleer, een opeenvolging van de karakteristieke trillingen van de getallen 1 tot en met 9, gebaseerd op het "Onze Vader". 

Muziek beluisteren met de oren, met de huid en met hart en ziel. In de "huid" ligt het gehoor zegt God tegen Henoch in het Boek der Geheimenissen Henochs. 

Dat we met die huid "luisteren" bewijst de ervaring als we "kippenvel" krijgen: er worden dan vijandige, ons opbrekende trillingen geregistreerd. Als hart, ziel en huid en ook de oren door iets in beslag worden genomen, straalt dit mede uit via de haren en kunnen we ons de uitspraken in herinnering brengen: "met hart en ziel ergens zich aan overgeven", "met huid en haar verzwolgen worden", "de haren rijzen me ten berge". 

Hart, ziel, huid, haren reageren zodra de oren ergens door worden getroffen, maar ook zonder dit uiterlijke zintuig kunnen zij reageren. Muziek komt niet alleen door onze oren binnen. 

Een heel oude gnostieke legende vertelt dat "Maria zwanger werd via het rechteroor" . En dit verhaal moeten we echt niet glimlachend terugwijzen als een fabel van onwijze, onwetende, primitieve mensen, want die ouden wisten precies dat het gehoor ook een psychische betekenis heeft, zoals de laatste technisch-geneeskundige proefnemingen bewijzen, waar geconstateerd werd dat alle zintuigen uitdrukking geven aan een psychische situatie van de betrokkene. 

In de Chinese filosofie staan de oren in verband met de nieren. 

Wie is nooit "Oostindisch" doof? En wat heeft dat met de nieren te doen? 

De stem is het klankbord van onze innerlijke, psychische en organische Musica, hier staat stemtechniek volkomen buiten. 

Is onze stem niet veranderd indien we droevig, wantrouwend, ziek, dan wel blij zijn? Wat doen spanning en ontspanning met onze stem? Wat voor stem-ming drukt onze stem uit? De Musica kan ons stemmen, zoals alle zeven Wetenschappen een mogelijkheid bezitten om onze stem-ming te beïnvloeden. Een goede, gelijkmatige stem-ming is een bewijs van gezondheid, zeiden de oude Chinezen. 

De componist beluistert hemelse of kosmische trillingen, die hij tracht gevangen te nemen in de geaccepteerde muziek-symboliek, de noten. Maar het ons bekende muziekschrift was ook niet altijd zoals heden. De muziekvertolker tracht die hemelse klanken weer uit hun notengevangenis te bevrijden, waarvoor hij moet kunnen "lezen", dus een Grammaticus moet zijn, maar waarvoor hij ook een innerlijke Geometrie, een Gulden Snede moet bezitten en tevens moet hij, zoals reeds gezegd, een "Sophisticated of een Dialectisch" mens zijn, die de ziel van de Muziek moet herkennen en vooral beroeren, wil deze met hem de "bevrijding", de abstractie weer ingaan. 

Is de vertolker niet in staat deze "muziekziel" te raken, dan noemen we zijn Muziek technisch perfect, maar zielloos, hetgeen een absoluut juiste beoordeling is, want zijn Muziek is dan eenzijdig, logisch, vormelijk. Om een componist te zijn is een ontvankelijkheid noodzakelijk, een vergeestelijkt gehoor vangt geestelijker trillingen op dan een grover, lichamelijker gehoor; elke ontvanger stemt zich af op het gelijke, dat is een onontkoombare wet. 

Het gehoor luistert zoals het innerlijk van de bezitter er uitziet; precies zoals het oog kijkt, de stem spreekt, de neus ruikt, de ziel en het hart "voelen", de tong tast, volgens de innerlijke kwaliteit van hun eigenaar. 

Ook de gebaren geven hiervan uiting als evenzovele moedra's die de ziel noodgedrongen loslaat, als tekens in de ruimte. 

Let eens op de handen en op de gelaatstrekken als iemand spreekt of musiceert, of zich concentreert op de ene of andere hobby, dan wel kunst of wetenschap beoefent. 

Moedra's zijn kristallisaties via de ledematen, die op hun beurt dienaren zijn van de linker- en rechterhersenhelft en van de zintuigen, en in laatste instantie van de ziel. 

Het innerlijk drukt zich altijd, onwillekeurig, naar buiten. De opgelegde wilsbeheersing leidt tot ziekten, storingen, ongelukkigheid. Het lezen volgens de oude wet van de Grammatica, maakt van de Musicus, zowel van de componist als van de vertolker, een heiligende wetenschappelijke kunstenaar, die tegelijkertijd religieus is. 

Elk mens, die op deze wijze bezig is, is religieus, hier ook in de oorspronkelijke betekenis van het woord. Zijn "kunst" is in staat zijn medemensen geestelijk te "bevrijden" of "op te wekken" of hen vrede te schenken, een vrede die de Katharen de "Diepe Vrede van Bethlehem" noemden. 

De Musica wordt dan tegelijkertijd een genees-kunst, zoals experimenten in de alternatieve geneesmethoden reeds hebben bewezen. Het gaat erom de in-eigen klank of trilling, de Muziek van de zieke te bevrijden uit de disharmonie, de cacofonie van trillingen waarin hij zichzelf gevangen heeft laten nemen. 

Ziekte is disharmonie, of gestoorde energie, of een trillingscacofonie, die de harmonie van de sferen, die een mens heiligt, dichter bij zijn Schepper brengt, of heelt, verstoort. 

Muziek kan ons, in zijn demonische vorm, verwijderen van het licht of de "zon", terwijl we ons juist gelukkig zouden gevoelen indien we er "dichter" bij zouden komen. De depressie is een afwezigheid van licht. Alle volksziekten ontstaan door een gebrek aan innerlijk licht en veelal, in analogie, ook aan uiterlijk licht. Natuurlijk licht, beslist geen kunstlicht, dat een storende werking kan hebben op ons organisme. 

Bepaalde ziektevormen uiten zich door een afkeer van licht bij de zieke. Dat zegt veel. Andere ziektebeelden uiten zich door een honger naar licht, dus een over-eten aan licht, ook dit spreekt voor zichzelf. 

Maar er is altijd een aspect van onevenwichtigheid te bespeuren. De Muziek kan dus diagnostisch worden aangewend en maakt gebruik van dia en van gnosis. 

Is het een wonder dat de geneesheer, die een goede dia-gnose heeft, iets bezit van de Dia-lecticus en een sophisticated mens moet zijn? 

Maar een goede dia-gnose bezitten is een zeldzaamheid onder de geneesheren en bovendien heeft dit niets te maken met de techniek, maar vooral met een kennen, dat zich uitdrukt in een kunnen. Het kennen, de "gave van het onderscheiden" en het "kunnen", de "kunde" bezitten om deze gave te concretiseren. 

De Musica is een feilloos diagnosticus, anders zou zij haar toehoorders niet harmoniseren. Alle andere vormen van muziek, die het aurisch lichaam van de toehoorders uiteenscheurt, hen nerveus, gespannen, geïrriteerd, driftig of onbeheerst maakt, bewijst daarmede haar slechte afkomst. 

Het voorbeeld van de plant die zich neigt naar klassieke muziek en zich afkeert van disco-klanken is hier welsprekend. Een plant reageert spontaan en hoewel hij niet direct te vergelijken is met de mens, is hij opgebouwd uit hetzelfde celmateriaal als de laatste en geeft hij aan dezelfde natuurwetten gehoor. Iedere schepping en ieder schepsel trekken instinctief naar het gelijke, het harmoniserende, of het provocerende, het compenserende, dat aanvult en daardoor tevens bevredigt of harmoniseert. 

De tegenstellingen provoceren en geven daardoor genoegdoening, indien er honger naar actie aanwezig is; het gelijke harmoniseert indien er behoefte aan ont-Iading aanwezig is. 

De Musica doet beide, maar zij doet nog meer, zij kan een harmonisch mens, waarin yin en yang, positief en negatief in evenwicht zijn, optrekken tot boven zijn eigen begrenzing, zijn eigen tijdelijkheid, en voert hem tot de hemelse extase, die een re-ligio kan zijn. En hier ligt het aan die betrokken mens of deze extase een wellust voor het lichaam wordt of een wellust voor de ziel. Maar de Musica, als enige onder de zeven Wetenschappen is geparenteerd aan de extase, maar kan ook exploderen in een uitbarsting van liefde, die, in de beste zin, een vereniging is van ziel en geest, mens en God. 

Waarschijnlijk is zij daarom de meest geliefde onder de zeven Wetenschappen en voelen degenen die een beetje kleinerend "a-muzikaal" worden genoemd, zich buitengesloten, onmachtig deze "extase", die ook Liefde kan zijn, de "meeste van allen" en onontbeerlijk voor de ziel, te ervaren. 

Niets is echter minder waar. Er zijn slechts predisposities. leder mens heeft een predispositie voor één der heiligende Wetenschappen en daardoor is hij tevens muzikaal, want hij wordt tot zijn eigen Wetenschap aangetrokken via een "liefde" die zich uit in een extase voor zijn eigen "kunst". 

Hierdoor pakt hij de rode draad die hen alle verbindt en kan hij zijn eigen muzikaliteit ontdekken, die anders zal zijn dan van de arrogante, betweterige, meestal slechts technische musicus, maar die echter herkenning en waardering ondervindt van de waarachtige Musicus, die immers in de extase van deze mens zijn eigen "liefde" voor zijn Muziek wedervindt. 

De "liefde" is de meeste van allen, meer dan geloof of hoop, en deze "liefde" is onbegrensd aanwezig in een ieder, die één van de zeven Wetenschappen beoefent. 

Alle stromen komen tenslotte uit de Ene Bron en storten zich uit in de universele Oceaan van Ea.

1970 - 2015, copyright Henk en Mia Leene