Weegschaal - vedaná

Emotioneel zelfbedrog; 

Avicenna - zelfverloochening. 


De Weegschaalmens is een verpersoonlijking van de lieflijke, vriendelijke Venus, die Horus-Mars wel wil helpen en genoeg geduld opbrengt om met deze hulp door te gaan totdat hij geheel is genezen. 

Ook in deze Weegschaalmens kom je de eigenschappen van Venus, als dochter van Nout, tegen in zijn verlangen om allen te omarmen met zijn liefde of sympathie. Overal, zo zegt hij, zit wel wat goeds in en hierin herken je direct die geërfde kwaliteit van zijn kosmische Moeder Nout, die iedereen liefheeft, hoewel zij haar voorkeur laat uitgaan naar haar oudste zoon Horus. 

Het Weegschaaltype is minder doelgericht dan de Stiermens, waardoor hij dikwijls wordt afgeleid van zijn taak: het verzorgen van Horus-Mars, die hem nodig heeft. Dit betekent dat de Weegschaal de noodzakelijkheid van zijn taak tegenover Horus afweegt tegen het omarmen van de wereld. En daarin ligt zijn "zwakte" of kwelling. Plichten te verzaken voor datgene wat hij "liefheeft". 

Zijn liefde is alomvattend, maar niet diepgaand; bekorend maar niet bewogen. Hij is de beste uitdrukking van de Venusfiguur zoals de Grieken deze zagen: lieflijk, maar misleidend, verborgen weerstand onder een vriendelijk uiterlijk. Venus moet hier, als opdracht van haar moeder Nout, Horus - Mars - Hephaestos verzorgen, maar eigenlijk hunkert zij ernaar om zich aan Ares, de herrezene, te geven, omdat zij zijn lelijkheid niet kan uitstaan. 

Horus - Hephaestos is lelijk geworden door zijn kwetsuren. 

Daarom hecht het Venustype zich bij voorkeur aan datgene of diegenen die succes en resultaat hebben; eigenlijk heeft de Weegschaal een hekel aan degenen die falen, dan wel een teleurstellende schijn ophouden. 

Avicenna zegt dat de Weegschaal aan "zelfverloochening" moet doen, of evenwel hiermede bezig is. Jawel, hij "offert" zich in plichten die hij verafschuwt en die hij beslist zal proberen te ontvluchten; soms moet hij leren zijn hang naar zelfstreling te verloochenen om de realiteit van zijn opdracht, vanuit Nout, te onderkennen. 

Alomvattende liefde begint dicht bij huis en sluit niemand buiten. Venus moet zich totaal geven aan die overgeërfde eigenschap van Nout: zelfverloochenende liefde voor allen, in eerlijke overgave zich geven aan hen, die hem behoeven, totaal belangeloos, los van de drang om de verleiding te laten prevaleren boven de Leiding, en dit in de twee betekenissen. 

Tenslotte wordt Venus ook uitgebeeld als een "leid-ster" en niet alleen als een ver-leidster of een mis-leidster. 

De Stier houdt het bij de leid-ster, de Weegschaal speelt met de ver-leidster en/of mis-leidster.

1970 - 2015, copyright Henk en Mia Leene