De twaalf Nidâna's in beeld

De twaalf Nidana's die in China, Tibet, Indonesië en India worden gevolgd, worden door de onderstaande beeltenissen aangeduid en het is interessant hen te vergelijken met de letterlijke eigenschappen, die vooraf werden opgetekend. 


DE RAM 


Het zal de Ram niet meevallen dat hij in het Boeddhistische levensrad de plaats inneemt van een "blinde kameel of een onwetende ridder. die door een aanvallende slang van achteren wordt gebeten". 

Deze twee beeltenissen zijn niet bepaald complimenteus, maar komen duidelijk overeen met de impulsiviteit van de Ram, die moedig genoeg is om een "schip van de woestijn" te zijn of een ridder, maar veelal gebrek heeft aan overleg, zodat hij tenslotte zijn einddoel, het helpen van zijn medemensen, toch niet bereikt. 


DE STIER 


Veelal wordt de Stier in verband gebracht met zekerheid, met het aardse of het materialisme. 

Natuurlijk wil dat niet zeggen dat Stieren niet spiritueel zouden kunnen zijn, zoals sommige astrologen beweren, maar meestal zoekt de Stier allereerst een vaste grond onder zijn voeten, voordat hij zich tot abstracte of spirituele onderwerpen wendt. 

Stierkinderen tekenen altijd een huis, als men hen vraagt eens iets te tekenen. Vandaar dat de Stier-nidana een "pottenbakker uitbeeldt, bezig modellen uit aarde te vormen". 

Het vormen van aarde-figuren duidt op de verbinding van de Stier met die aarde en hoeveel inspanning en overgave hij er voor over heeft om de aarde in de vorm te kneden, die reeds in zijn verbeelding leeft. 

Hij is daarom wel fantasierijk, want aan alle materie gaat een immaterieel beeld vooraf. 

Hier is echter de belangrijkste vraag: Wanneer zal hij al zijn ideeën in vorm gegoten hebben? Zal daarvoor één leven genoeg zijn? 


DE TWEELING 


De Nidana van de Tweeling is wellicht vreemd voor westerse begrippen. hoewel het aan duidelijkheid niets te wensen overlaat. 

Hij wordt getekend als "een aap in een boom" en deze beeltenis is zeer reëel, want apen in bomen zijn de waarschuwers tegen gevaar voor het overige wild. Hun gekwetter rukt iedereen uit dromerijen en weg van de grazige weiden. Dat is ook hetgeen de Tweeling doet: hij is reëel en de eerste die de risico's en vooral de verlies- of winstpost kan overzien. Vlug in zijn reacties heeft hij zijn conclusies al getrokken als de anderen nog overleggen. Hij kan ook doen hetgeen de aap doet: hij loopt geen risico, het mogelijke gevaar kan voorbijgaan, hij kan te vroeg hebben geschreeuwd, maar hij schreeuwde nooit zonder enige aanleiding, 

De Tweelingmens is ook de prima reclame-man of -vrouw die met veel flair iets zal kunnen aanprijzen. Hij ziet uit over de vlakten, veilig vanuit zijn boom, maar hij moet altijd erop letten dat hij niet te vroeg misbaar maakt. 


DE KREEFT 


Kreeften worden altijd uitgebeeld in hun omgeving, het water. Zo ook in de Boeddhistische astrologie, waar hij wordt getekend als "een boot die een rivier of een zee oversteekt". 

Kreeften zijn sentimenteel en hebben behoefte aan een bescherming tegen het water- of het emotionele element, waardoor zij dikwijls worden geslachtofferd. 

Het oversteken van de zee of een rivier kan met gevaren gepaard gaan, vandaar dat de boot sterk en efficiënt moet zijn, een verwijzing naar de aard van de Kreeft, die zich moet consolideren in realiteit, en vooral zich moet wapenen tegen emotionele fantasieën. 

Zou het pantser van de Kreeft stukslaan dan zou hij reddeloos verloren zijn en zijn vijand is dan de zee, het water, de losgebroken emoties. 


DE LEEUW 


Ook de Leeuw zal niet blij zijn over het Boeddhistische beeld van zijn teken, maar ook hij kan er iets door leren. 

Zijn Nidana is een "leeg huis of een menselijk masker". 

Leeuwen houden de schijn op, zij kunnen zijn als een onbewoond huis, een bouwsel zonder kern en zulke bouwsels worden uiteindelijk nutteloos als zij hun doel, het bewonen, niet bereiken. 

Ook het menselijke masker zegt dat. Het is moeilijk voor de Leeuw om zichzelf te zijn, om niet voortdurend te pronken met of zich niet vast te klemmen aan façades. 

Hij moet in zichzelf schouwen en ten snelste de innerlijke bewoner zoeken, die dat leegstaande huis gaat bouwen. Dan pas zal voor hem de rust aanbreken. 


DE MAAGD 


Maagden schijnen te behoren bij het voorbereidende werk, want zij worden gesymboliseerd als "een ploeger die de akker bewerkt of een paartje dat zich omarmt". 

In beide gevallen gaat het om een voorbereidende fase en het zou kunnen zeggen, dat deze typen eigenlijk altijd bezig zijn om voor anderen iets gereed te maken: de aarde, het leven. 

Het komt overeen met de dienstbare taak die veel Maagden hebben en waarin zij zich moeten schikken. Ook kan er tegenover hen wel eens sprake zijn van een ondankbaarheid of zij kunnen zelf het gevoel hebben nooit met iets klaar te zijn. 

Inderdaad, zij oogsten veelal niet, maar werkten aan een proces dat nog diverse stadia moet doorlopen. Het is beter hiermede in het leven rekening te houden. 


DE WEEGSCHAAL 


Voor de Weegschaal is de nidana ook niet vleiend: "een pijl die een oog treft of een speer in de rug". 

Weegschaalmensen zijn zo druk bezig om het zichzelf, dan wel anderen, naar de zin te maken, dat zij niet bemerken dat de realiteit totaal anders is en zo kan de pijl of de speer al onderweg zijn om hem te treffen, zonder dat zij het bemerkten. 

Het ontwaken is meestal pijnlijk en het beweeglijke van de Weegschaal heeft er ook mee te maken, dat een bewegend doel moeilijker te treffen is dan een stilstaand. 

Realiteitszin en vooral: de narigheden en de onbetrouwbaarheid van een situatie onder ogen zien kan de Weegschaal beter helpen dan de vlucht, want de pijl zal zijn oog of de speer zal zijn rug treffen. 

Het leven kent altijd situaties die pijnlijk, zo niet verwondend zijn en hiermee moet men terdege rekening houden. 


DE SCHORPIOEN 


Laat de Schorpioen zich niet beledigd gevoelen door de Nidana van "een dronkaard of een speler", want bij Schorpioenen gaat het altijd om "alles of niets" en dit houdt risico's in. 

In ieder geval wijst deze Nidana naar een totale overgave aan iets en het ligt er nu maar aan waaraan de Schorpioen zich overgeeft. Vechtende schorpioenen houden immers ook niet op voordat één van beide dood is? 

Zonder totale inzet is het resultaat echter altijd ten dele, en dat is iets wat de Schorpioen haat. Zaak is dus, het doel zeer goed uit te kiezen, want een Schorpioen gaat te gronde aan zijn eigen doelen, of het zou een doel moeten zijn dat zijn wedergeboorte bewerkt, zijn herschepping in een adelaar, waar hij kan opgaan in de wijdsheid der hemelen. 

Elk materialistische doel zal een Schorpioen opbreken en hij zal er altijd in teleurgesteld worden, zoals de dronkaard en de speler altijd berouw hebben van hun verslaving en de realiteit hen ontluistert. 


DE BOOGSCHUTTER 


Boogschutters zijn mensen die niet rusten alvorens zij resultaat hebben geboekt en die zich altijd afvragen: wat is het nut van mijn werk? 

Hun Nidana is dan ook "een oogster", maar oogsten gebeurt niet zomaar, er gaat een proces aan vooraf en dat vergeet de Boogschutter wel eens. Hij jaagt zichzelf op om de rijpe vruchten te plukken, hij zweept zichzelf voortdurend op om resultaten te vergaren, maar het lijkt of hij er zelden in slaagt iets naar zijn zin te oogsten. 

Boogschutters zijn altijd op een doel uit; onrust doet hen doorlopend een doel zoeken, dat hen zint, en dat vinden zij niet zo vaak. Niettemin willen zij oogsten en o wee, als de oogst tegenvalt. 

Tevreden zijn met wat het leven hen geeft, en schatten zoeken in het dichstbijzijnde doel, dat meestal voorbijgezien wordt, dat is de remedie tegen die onrust om de "oogst binnen te halen voordat het te laat is". 

De oogster kent zijn tijd en hij zal wachten totdat de vrucht uit zichzelf gerijpt is. 



DE STEENBOK 


Een prachtig symbool heeft de werkzame Steenbok: "een zwangere vrouw met abnormaal grote borsten", een aanduiding die vrijwel niemand bij de Steenbok zou zoeken, maar in een Steenbok vergist men zich snel. 

Hier is het dus de vruchtbaarheid en het voeden die op de eerste plaats komen, vaak het voeden van andermans kinderen. 

Welke Steenbok beijvert zich niet om medemensen van dienst te zijn, hetzij in zijn werk, hetzij in zijn gezin? 

En aan die nijvere dienstbaarheid lijkt geen einde te komen, totdat de Steenbok uitgeput raakt en menigeen zich verwonderd afvraagt hoe "dit toch mogelijk is". 

Bij een zwangere vrouw telt zijzelf niet, maar het kind. Zij bereidt zich voor om dat kind sterk en volwassen te maken, waarbij zij zichzelf wegcijfert. In dit beeld zit ook de eigenschap van de Steenbok om "uit te zien naar morgen", het ogenblik waarop zijn tijd van rust en geluk zal komen. 

Zichzelf ondermijnen en zichzelf geforceerd wegcijferen zijn het risico dat zulk een Steenbok loopt. 


DE WATERMAN 


De Nidana van de Waterman toont dat hij glimlachend "een kind terugbrengt naar zijn moeder", waarop de moeder deze vriendelijke en behulpzame Waterman uitbundig zal bedanken, zodat hij trots en tevreden heen kan gaan. Watermannen zijn idealisten, maar ook bemoeizuchtigen, die hun idealen aan anderen kunnen opdringen, zoals een "kind terugbrengen naar zijn moeder" hoewel het kind misschien helemaal niet wil. 

Het is een soort padvindersgebaar, gedaan om het te verwachten compliment. Degenen die echter de ware motivatie van deze grootse en vriendelijke geste zullen onderkennen, moeten van goede huize komen, want een Waterman is een toneelspeler die zijn rol terdege kent. 

Ook hier zijn oprechtheid en realiteit gewenst in het idealisme, en moeten moraalprediking en veinzerij worden gemeden. 

Een kind terugbrengen naar zijn moeder is mooi, maar het leven vraagt ook nog andere dingen: attentie op de eigen zaken. 


DE VISSEN 


De Vissen schrikken wellicht als zij hun Nidana kennen: "een lijk of een skelet op een draagbaar", want er zijn leuker afbeeldingen. 

De Vissen behoren echter tot de laatste in het rij van zodiakale tekens en hun intentie is altijd gericht op een droomwereld. Dromen zijn goed, maar allereerst moet het "lijk" worden opgeruimd, het verleden worden uitgewist of vergeven en vergeten. 

Vissen leven veel in de etherische werelden, maar ook hier moeten zij "lijken" opruimen, nieuwe ideeën opdoen, muffe beelden afstoffen en het wagen "opnieuw" te beginnen. 

Zij moeten afleren zich met de doden bezig te houden, of met voorbije dingen te spelen. 

Vissen vragen fris water, waarin de zon zijn levensenergie instraalt. Anders kunnen zij niet zwemmen.

1970 - 2015, copyright Henk en Mia Leene