Het leven

Moe worden van het leven is een verschijnsel dat men vooral tegenkomt bij hen, die de zin van het leven niet hebben gevat. Het is een psychische vermoeidheid die altijd het gevolg is van een onevenwichtigheid, vooral van een intellectuele stress, die niet afgereageerd kan worden via de twee andere polen: hart en buik. 

Deze vermoeidheid treft men bovenal bij intellectuele zoekers aan, zij die nooit door enig normaal levensaspect werden geboeid. 

Bevredigd worden is een "must". Het brengt vrede. Vrede met zichzelf, vrede tussen de drie levenspolen. Het volgestouwd worden met theorieën maakt topzwaar, waaruit dan allerlei onaangename reacties voortkomen. 

Hetzelfde zie je dikwijls bij studenten. De theoretische zoeker, occult dan wel mystiek, is eigenlijk niets anders dan een student, die de levenspraktijk mist. Dan zijn er nog degenen die hun idealisme aan brokken zagen vallen en zich, gewond, teleurgesteld, terug willen trekken uit het leven omdat "er toch nooit iets van terecht komt". 

Beide soorten zijn onbereikbaar geworden voor een echte spiritualiteit, omdat hun drie-eenheid dermate is verstoord, dat alles waarnaar zij zoeken als enig doel heeft: deze eenheid te herstellen. Onverschillig de mooie etiketten die zij hun streven opplakken. Zij worden maar al te dikwijls het slachtoffer van psycho-spirituele bewegingen, die onder het mom van spiritualiteit niets anders dan psychotherapie bedrijven en dan nog op een stuntelige manier. 

Het werk van de Trooster wordt door hen overgenomen, maar wel op een veel lager niveau, dat lichamelijk nodig kan zijn, maar absoluut niet spiritueel is. 

De teleurgestelden en de gewonden vormen een moeilijk bereikbare groep mensen, want zij schermen hun hart af, verdedigen zich tegen mogelijke verdere ontnuchteringen en geven de voorkeur aan een neutraliteit, die noch voedt noch uiteindelijk bevredigt. 

In de praktijk zie je hoe velen afgeschrikt werden door de consequenties van een keuze tussen geest en materie, de zesde fase dus. 

Consequenties schrikken echter altijd degenen af, die geen werkelijke keuze hebben gemaakt, voor de overigen zijn consequenties de logische gevolgen van een levensloop. Slechts de gedwongen en pseudo-vegetariër b.v. mist zijn vlees, de bloedjus, de geur van het gebakken lijk. De echte vegetariër taalt niet naar vlees. Dat gaat met alle dingen zo. 

Als men innerlijk aan een keuze toe is zijn er geen overwegingen en worden de consequenties gemakkelijk aanvaard. Het zijn de onwetenden die de wetenden bewonderen, nooit andersom. Het is een wet dat de sterken, de wetenden, de wijzen, automatisch de leiding in handen krijgen, de natuur voegt zich daarnaar. 

Opvallend is dat degenen die instinctief als leider worden geaccepteerd altijd meer serotonine in hun organisme hebben dan de anderen. Dat geeft te denken. Het heeft dus iets te maken met het epifyse-reservoir waarin de serotonine wordt opgeslagen. De epifyse speelt dus wel degelijk een rol in de ont-wikkeling van het schepsel, waarbij hierdoor tevens een invloed merkbaar is op de wisselwerking met de medemensen: hij wordt erkend als de sterkste. 

De sterkste magnetische velden overheersen de zwakkere, daaraan ontkomt niemand. Er zijn natuurlijk niveau-verschillen; binnen elke groep kan éénoog koning zijn, onder de laagst ontwikkelde individuen is er minder serotonine nodig om leider te zijn. Deze ontdekking gaf een hausse te zien in het aanvullen van serotonine via het voedsel b.v. 

Een onoverkomelijk obstakel is echter dat serotonine geabsorbeerd wordt in verhouding tot de ontwikkeling van het hele individu, zijn organisme, zijn harmonie. Overvloedig serotonine tot zich nemen kan leiden tot slaperigheid of tot overdreven sexuele drift b.v. 

De pinealis neemt op in zoverre zij kan, in zoverre zij actief is. 

Een inactieve pinealis verbruikt veel minder serotonine. Een teveel aan serotonine heeft even desastreuze gevolgen als een te weinig. 

Diverse diëten storen het evenwicht tussen melamine en serotonine, wat direct terugslaat op de hersenen, en van daaruit op het gehele organisme, maar ook op de psyche. 

Een leidende figuur houdt een groep tezamen. Dat is een herkenbaar feit op alle levensniveaus. Valt deze figuur weg dan valt de groep uiteen of klemmen zich vast aan herinneringen, aan gedrukte teksten, aan dogma's. 

De verlichting is echter verdwenen, deze ging heen met de leider. Een verlichting staat voor beweging, verandering, vernieuwing, ontwikkeling. Het is kinderlijk om te denken dat de wereld vergaat als deze speciale leider er niet meer is; de wetten van de natuur en de kosmos draaien door en er komt altijd ergens anders in de wereld een andere figuur, die op zijn wijze dezelfde licht-injecties geeft. 

Het kosmische wiel voorkomt verduistering of stilstand. 

Menigeen wordt noodgedrongen geconfronteerd met een verandering, die hem losweekt uit een fatale gewenning. 

Gewenning is het woord dat past bij de grote groepsbewegingen. Het zich veilig gevoelen binnen de bescherming van een groep, het gedekt worden door de verantwoordelijken, die altijd op eenzame hoogte zich trachten staande te houden tegen de afgunst van beneden en de druk van boven. Verandering, hetgeen een synoniem is voor "leven", beangstigt velen, men weet niet wat de verandering zal brengen en onwetendheid kan angst veroorzaken. 

Denk hier maar aan het inslapen. Slapeloosheid is altijd een gevolg van angst. Een onbewuste dan wel een bewuste, de angst voor het onbekende, want is slapen iets anders dan een beetje sterven? 

Niemand, op een enkeling na, weet bewust wat er gebeurt als de ogen gesloten worden. Vandaar de beveiliging daartegen: het comfortabele bed, de rustgevende slaapkamer, het bekende getik van de wekker op het nachtkastje, de beer of het knuffelbeest, de duim. Het overgrote deel der mensen zoekt veiligheid omdat er een onvoorstelbare innerlijke onzekerheid is. 

Daarbij komt, dat er eeuwenlang kunstmatig, vanuit groepen, autoriteiten en leringen, een angstgevoel werd aangekweekt, met straffen werd of wordt gedreigd, een schuldgevoel werd opgeroepen. 

Dat is niet bevorderlijk voor een innerlijke vrede en zekerheid. En innerlijke vrede is de sleutel tot gezondheid, maar ook tot een edele spiritualiteit. Via angst werd geprobeerd iemand af te houden van ontplooiing, want inzicht betekent bedreiging voor de gevestigde groeperingen, die op macht belust zijn. 

Macht zonder verlichting, zonder serotonine of een actieve pinealis, het aureool dus, kan slechts worden bewaakt via de angst van de ondergeschikten. En angst kan zo geraffineerd worden opgewekt en uitgebuit, dat de onwetenden geen idee hebben dat zij het slachtoffer zijn. 

Het leven is een mengeling van emoties, waarvan de fundamentele emoties zoals liefde, angst, haat, vertrouwen, droefheid, altijd de leiding nemen. De genoemde emoties zijn ook leidinggevend in het kiezen van een religie b.v. of het kiezen van een autoritaire figuur aan wie men zich wil overgeven. 

De liefde is hier dan een emotionele aanhankelijkheid die kan omslaan in haat. Anders dus dan de liefde. Als een speelbal van zijn emoties wordt de mens heen en weer gedreven op de levenszee, en daarvoor behoeft men werkelijk niet een sterk emotioneel type te zijn. 

De emotie is onontbeerlijk om te kunnen leven, evenals de rede onontbeerlijk is. Maar de emotie is belangrijker, omdat hier het hart centraal staat; zonder hart kan men niet leven, niet beseffen wat leven is. 

De emotieloze staat naast het leven, hij is iemand die ordent, maar zelden de hoogten van de vreugde of de diepten van de droefheid leert kennen en deze beide zijn noodzakelijk om het leven te proeven. Hij die niet kan lachen kan ook niet huilen en omgekeerd. Zolang men zich schaamt voor zijn tranen wordt het lachen een onmogelijkheid en zolang men niet om zichzelf kan lachen is het moeilijk te kunnen huilen om anderen, maar ook om zichzelf. Dan blijft er die harde brok ter hoogte van de zonnevlecht, voelbaar in hart en maag, en tenslotte de kei in het hoofd, die de gevoelsstroom tegenhoudt. 

Elke dag opnieuw wordt iemand voor een keuze geplaatst, een soort tentamen voor de beslissende keuze. Elke dag opnieuw kan men in zichzelf worden teleurgesteld, dan wel worden bemoedigd. De bemoediging dringt tot voortgang, de teleurstelling kan dringen tot opgeven. 

De evenwichtige beschouwt de teleurstelling zowel als de bemoediging als een levensles. Onevenwichtigheid is duidelijk merkbaar in die groeperingen, waar de individuen vechten om de macht, of uit nijd, of uit onderwaardering. Binnen vrijwel alle groepen kent men zulke situaties, die soms slechts voorkomen kunnen worden doordat men respect of angst heeft voor de leider. Respect is echter geen liefde. Men respecteert elkander uit redelijke overwegingen, niet uit een "hart"elijke bewogenheid. Zodra iemand besluit de theorie om te zetten in de praktijk komen er ingrijpende confrontaties met de werkelijke levensopgaven en dan kan men wel eens ontdekken dat men voordien nooit heeft geleefd, dat men het leven niet kent, dat men niet opgewassen is tegen de dagelijks voorkomende emoties en keuzen, doordat men nu eenmaal totaal verkeerd werd voorgelicht, ofwel blind wilde blijven voor de realiteit. 

Het feit doet zich namelijk maar al te dikwijls voor, dat leiders hun volgelingen afhouden van het ongecompliceerde natuurlijke leven, dus van de kosmische en natuurlijke wetten. Plichten verduisteren de normaliteit van een uitwisseling tussen mens en natuur en via een evenwichtig organisme met God of de Schepper. 

De realiteit, die altijd staat voor de acht, die immers de waarheid aanduidt, is een ontmoeting tussen boven en beneden, maar dan ook tot in de kleinste details. Iemand die onvoorbereid hiertoe overgaat wordt vermalen. Er is geen onderscheid tussen de kosmische en de natuurlijke wetten dan uitsluitend in een niveauverschil. 

Men kan zichzelf de schoonste idealen voorspiegelen, men kan zich van buitenaf het meest wonderbaarlijke idee laten insuggereren, ééns komt het ogenblik van de realiteit. Dat wordt dan een schok. 

De ontdekking dat het leven, de waarheid, de kosmische wet totaal anders zijn dan werd gepredikt en dus geloofd. 

Niemand kan zichzelf totaal buiten het leven plaatsen. Het beweegt zich immers tot in de kleinste cel van het organisme. Zondigen tegen oerwetten, en dat doen theoretici dagelijks, vraagt om een afrekening. 

Die afrekening komt zodra alle theorie aan de praktijk wordt getoetst. 

De innerlijk sterken, de waarlijk spirituelen, die dus een onaantastbare zekerheid bewaren, schrikken daarvoor en daarvan niet terug. Die zekerheid maakt echter niet hoogmoedig, integendeel, daar men zich ervan bewust is dat alle uitzichten van minuut tot minuut kunnen veranderen. 

Heel wat zoekers gaan verloren in de maalstroom van het leven doordat zij vroegtijdig, of om een futiliteit, een veilige oever loslieten en niet wisten waaraan zij zich dan moesten vasthouden. Na wat rondzwalken strandden zij dan weer op een andere oever, die echter veelal teleurstellingen brengt, ofwel dezelfde tegenzin oproept als voorheen. 

De toets in de praktijk wordt niet door allen doorstaan. Het getal 8, van Saturnus of Satan, staat voor de beproeving. Een satanische beproeving, die de bijbelse mens verwerpt of waarvoor hij zich biddend op de knieën werpt, maar die wel voorbehouden is aan de waardigen of de wijzen. 

Satan zou een vereniging tussen aarde en hemel verhinderen, Satan staat voor het "kruis", maar ook voor omwending, het veranderen van Satan in Chrestos. 

In de realiteit van het leven komt bij velen ook de ineigen satan eruit, de grote belemmeraar, de afgunstige, het andere "ik" dat zó sterk kan worden, dat er een tragische dan wel onheilspellende verandering in de betreffende wordt voltrokken. 

Iedereen die wel eens in en met groepen heeft gewerkt kent dit, evenals het bekende verschijnsel van de geestelijke dood, waarin iemand geestelijk uitdooft, zich tevreden stelt met de vleespotten van Egypte, uit angst of weerzin om nog eens aan beproevingen te worden blootgesteld. 

De terugkeer wordt een feit en Satan lacht, Satan, de provoceerder, de wijze leraar, die echter een beslissende toets moet afnemen. Niemand doet graag een sprong in het duister en toch ondervinden degenen die hun vertrouwde religie of hun vertrouwde meester verlaten, dit dikwijls als zodanig. Zij hebben echter een vertrouwen, een zekerheid, die hen doet varen op een innerlijk kompas. 

Maar dan is de nood wel hoog geweest; de gewaarwording van innerlijke verstikking drong hen tot een noodsprong. 

Dit is duidelijk een "acht" ervaring. 

Het zal niet de enige blijven. Er wordt namelijk door de omstandigheden een soort compromis gesloten om deze acht-mens door die nauwe opening tussen boven en beneden te duwen, zodat hij even een blik kan werpen op de vrede, die het varen op een hemels kompas meebrengt. 

In deze fase is er de worsteling tussen overgave en het zelf willen doen en het manipuleren. De proef van de overgave valt dubbel zwaar vanwege de herinnering aan de slaafse horigheid uit het verleden en nu zou men zich moeten overgeven aan iets dat onbekend en ongezien is? 

Loskomen van het oude en zich overgeven aan het nieuwe is veelal een moeilijke opgave, daar dit oude zijn lidtekens heeft nagelaten, men is gestigmatiseerd. De strijd voor de vrijheid ligt grotendeels in het vrijkomen van de oude stigma's en het onbevangen tegenover de toekomst gaan staan. 

Wie kan dat? 

De teleurstellingen uit het verleden, de angst in het heden en het beven voor de toekomst maakt de mens tot een veroordeeld schepsel. Groepsbindingen beletten iemand zijn ware aard te ontplooien en tot weten en waarheid te komen. 

Groepen beleven nooit de achtvoudige fase. 

Zoals de Boeddha alleen de verlichting ervoer, zo zal elk individu alléén zijn eigen aarde en zijn eigen hemel aan elkaar moeten voegen, naar geest, ziel en lichaam. Daarbij zijn juist de pijnlijke ervaringen behulpzaam en vooral de ontgoochelingen. Men kan ontgoocheld worden doordat de realiteit niet zo is als men zich die heeft voorgesteld, maar er wordt dan vergeten dat het voorstellingsvermogen fout kan zijn en niet de realiteit, die altijd is zoals zij geweest is: nl. waarheid. 

Realiteit en waarheid zijn synoniemen. Waarheid is onafwendbaar, zoals een ontgoocheling onafwendbaar is, indien men tot dan toe uitsluitend in één pool heeft geleefd: hetzij hoofd, hetzij hart, hetzij buik. 

De spirituele energiestroom gaat via de kruin naar het hart en de buik, waar zij zich omwendt om weer op te klimmen, en nu gaat het er maar om wat er met deze stroom gebeurt in hoofd, in hart, in buik. 

Wordt zij veranderd of verandert zij. 

Het manipuleren is de mens, en zeker de geestelijke zoeker, eigen, uitsluitend omdat hij resultaat wil zien. Uit zulke manipulaties groeien dan weer allerlei complicaties, soms uitlopend in onherstelbare geestelijke en lichamelijke beschadigingen. 

Het individu manipuleert zichzelf precies hetzelfde als voorheen de leider het de groep deed. Het realiseren van hetgeen voorheen louter theorie was is de moeilijkste episode in het leven van een spirituele zoeker, want zijn ego is zich aan het herstellen en hij heeft veelal geleerd, dat zijn ego de grootste ellendeling was die er bestond. Vandaar de ego-kwellingen en de beschadigingen die daaruit voortkwamen. 

Nu gaat hij ontdekken dat hij een ego nodig heeft en dus loopt hij het risico om dit nu te gaan opblazen, waarbij allerlei therapieën hem kunnen helpen. 

Evenwicht betekent echter gelijkheid, een harmonisch spel tussen twee controversen. Het ego is de tegenspeler van de ziel, zo wordt geleerd, maar in werkelijkheid is het een ondergeschikte, een blinde medebeweger, een Holdur, die voor de meest kwaadaardige daden kan worden gebruikt, maar ook voor de meest edele. 

In de achtste fase, het zg. achtste Pad, begint het spel tussen ego en ziel, tussen goed en kwaad, tussen hoog en laag, kortom, tussen de tegengestelden in al hun facetten, zoals, tussen Satan en Chrestos, de ineigen Satan en de ineigen Chrestos, en zij zijn aan elkander gewaagd. 

Verwerp deze Satan niet, maar verwacht hem. Hij is de Saturnus uit de oude alchemie en zonder deze is de werkelijke chemie van het al, dus ook van het kleine al, onze microkosmos, niet mogelijk.

1970 - 2015, copyright Henk en Mia Leene