De achtste zoon

Hymne op de levende ziel: 

"Ik stam van het Licht en van de Goden, en ben een dolende geworden, van U gescheiden. 

De vijanden overvielen mij en voerden mij naar de doden. 

Gezegend degene die mij en mijn ziel uit de nood verlost. 

Ik ben een god, uit Goden geboren, een glanzend, fonkelend, geurend en schoon wezen. 

Maar nu ben ik in ellende gevallen. 

Talloze duivels grepen mij aan, afschuwelijke wezens, die mij onmachtig maakten en veel smart en dood ervoer ik door hen. 

Maar van het Licht en van de Goden stam ik af". 

Gnostiek.

De achtste zoon in alle overleveringen is altijd iets bijzonders. 

Hoewel hij veelal in het nadeel is door zijn uiterlijk. lijken door hem de gebeurtenissen altijd een andere loop te nemen. 

In het oude Egypte noemde men de stad waar Hermes woonde: de Ogdoade; in de Egyptische ritualen werd de gestorvene door acht mythische vogels naar de andere oever begeleid. 

In de bijbel was Levi de achtste zoon van Jacob en Levi was de grondlegger van een priesterlijk geslacht. 

In de Kabbala is het achtste Pad het Pad van Volmaking. 

De acht heeft overal de betekenis van een strijd en een overwinning meegekregen, een schijnvorm, die afgebroken moet worden om de essentiële kern vrij te leggen. 

Lang geleden bestond de astrologische zodiak uit acht tekens in plaats van uit twaalf; er zijn acht zaligsprekingen; Boeddha spreekt over acht waarheden. 

De achtvoudigheid is ouder dan het christendom, waarin meer over de twaalfvoudigheid wordt gesproken. Het Christendom is echter niets nieuws, want het oude geboorteverhaal kun je terugvinden in de geschiedenis van Nout, de Egyptische prinses, dochter van de Eerstgeborene (Ptah I), die bevrucht wordt door een licht, waarbij de stem van de vader haar begeleidt. 

En zij baart een zoon: Ouros, die de mensheid zal gaan redden. Het redden van mensen is een aambeeld, waar elke legende op zinspeelt en lijkt dus toch in verbinding te staan met die goden, die neerdaalden op de aarde en na hun vergrijp niet meer konden terugkeren, zodat zij werden gevangen in een aarde-lichaam en via vele aangrijpende, maar hun schuld uitdelgende ervaringen, zouden kunnen terugkeren via een weg, die veel later "het Pad" zal worden genoemd, als een flauwe herinnering aan wat eens was. 

Ook de acht zaligsprekingen zijn niet uitsluitend christelijk. Hun oorsprong vindt men eveneens terug in de oudste overleveringen en zij zouden wel eens in verbinding kunnen staan met de acht gaven, die van toepassing zijn op de "veranderden" of de "terugkerende goden", aldus zijn zij toch voornamelijk gericht tot de "discipelen", zoals graag wordt gezegd, hoewel Jezus er duidelijk op zinspeelt dat zijn discipelen hem niet begrijpen. Zij zijn eigenlijk bedoeld voor de "achtste Zonen" en hun nazaten, de Levieten of het priesterlijke geslacht. 

Alle raadgevingen, alle vermaningen zijn gericht tot de "achters", degenen, die zich moeten "omwenden" en in diepste zin is dat tot hen, die zich aan de aarde vastklemmen, maar nooit moeten vergeten dat zij zich daarvan moeten "verlossen". 

Ook Zoroaster verwijst naar de achtvoudigheid en het is jammer, dat de vervlakking, na het neerschrijven van de acht zaligsprekingen, heeft geleid tot een constante herhaling van de heiligheid van het zevenvoudige pad of de zevenvoudigheid, als zijnde het hoogste goed van alles. 

Dit bewijst dat de oorspronkelijke Zonneleer zijn glans heeft verloren en de mensheid zich tevreden stelt met de heerser van de zeven, de maan, als imitator van het zonnelicht of zijn reflector. 

Op aarde is de weerspiegeling of de imitatie het hoogste. 

Alles wat men in de vele sekten, groeperingen en kerken doet, is een imitatie van de oude tijden, en zij doen dit ook nog onvolkomen, want de leider, de Zon, het Licht, ontbreekt en dus verstart men in ceremoniën en gebruiken, in uiterlijke symboliek en onbegrepen woorden. 

In de alleroudste Graalriten kende men de acht graden, die de ridder moest veroveren indien hij de graalbeker zou willen ontvangen. 

Algemeen bekend is het kosmische wiel met de acht spaken, een wiel dat ofwel het Rad van Fortuin, ofwel het Levensrad wordt genoemd. Het is het wiel waaraan de eerstgeborene, de 1, als afgedwaalde godenzoon wordt geketend, opdat hij, via zijn offerande, de wereld zal redden. Het is het wiel van geboorte en dood, het wiel dat de doorgang van leven naar dood en omgekeerd verbeeldt, maar ook wel het wiel van het Goddelijk Evenwicht wordt genoemd. 

In de Germaanse mythen is dit wiel ook een zinnenbeeltenis van strijd en overwinning, maar ook van evenwicht, doordat degene die zich van dit wiel heeft kunnen bevrijden, wordt weggeslingerd tot in de hemelen en eventueel, weer via dat wiel, maar nu vrijwillig, kan terugkeren om de achtergeblevenen terzijde te staan. 

De achtste zoon is altijd de geketende aan dat wiel, het is zijn wiel, hij moet het in beweging zien te houden, hij is de wachter tussen twee levensvelden en hij moet de mogelijkheid openhouden, zodat degenen die na hem komen de kans zullen hebben om terug te keren. 

In het oude China verdeelde men de hemel in acht sferen en men leerde, dat de achtste sfeer doorleefd zou worden tijdens de Aquariusera, waarin de mensheid geleerd zou worden de Poort van de Arbeid binnen te gaan, terwijl zij zich verbergt in de stilte der ziel. 

Is er ooit een tijd geweest waar twee uitersten zo dikwijls en zo direct met elkander in botsing komen als heden? 

Aan de ene kant die hausse in meditaties, de behoefte aan de stilte der ziel, aan de andere kant een verbeten gevecht, een stugge arbeid om hetgeen verloren gaat in stand te houden, terwijl er tevens van alle zijden op aan wordt gedrongen om het lot zelf in handen te nemen en alle vroegere theorieën over boord te zetten. 

Daad is nu een verlossende kreet geworden en de waarheid wordt, indien dit niet goedschiks kan, dan maar kwaadschiks, uit haar verhulsels gerukt. Men draait de kerken en het dogmatische christendom de rug toe. Overal wordt gezinspeeld op het bedrog dat de kerken pleegden met de bijbel in de hand. 

Het demasqué, dat zo goed bij Saturnus past, is in volle gang. De achtste zoon zal zijn ware gezicht gaan tonen. 

Het schone kan lelijk blijken te zijn en het lelijke schoon. De achtste zoon convergeert, hij wil woorden omzetten in daden, hij wil vorm geven aan datgene dat in hem leeft. 

Dat is niet slecht. De vorm is de drager, hoewel de tijdelijke. 

De achtste zoon is een Leviet, juist omdat hij in staat is na het vormgeven deze vorm weer op te geven. De priester bedient zich van een vorm, maar kan ook dienen zonder vorm. 

De vorm is er altijd voor de zoekenden, om contact te krijgen met het niet-gevormde. 

Saturnus, de oude, soms als de wanstaltige afgebeeld, wordt niet geremd door de begrenzende vorm, want hij kan in wijsheid procesmatig afleggen wat hem tegenhoudt. 

Alles wat iemand afhoudt van een innerlijk leven is saturnaal, doch het beletsel zal nooit wijken door dwang of geweld, maar altijd door het procesmatige oplossen. Saturnus heeft geduld. Geduld is de eigenschap van ons geraamte, dat ons onophoudelijk schraagt, het maakt dat we de ons bekende vorm krijgen. 

Is er een grotere geduldige dan ons geraamte? Het blijft achter, nadat alle andere lichaamsdelen zijn vergaan; het is het geduld dat wacht en het is Saturnus die noch sterft in de wateren, noch in de lucht, noch in het vuur, noch in zijn aarde. 

Hij is degene die het dichtste bij de eeuwigheid staat en dus weet wat wijsheid is. De meest volhardende van allen, de meest trouwe van allen is Saturnus en toch schrikken velen van zijn aanblik als een schedel of als het gebeente. 

Het is zijn oude gewaad, dat trouw heeft gediend voor de doorgang van leven naar dood, en het zal straks weer dienen voor de doorgang via de dood naar het aardse leven. Zoals de rotsen en het gesteente het gezicht van de aarde bepalen, zo bepaalt het geraamte de gestalte van de mens. Het stemt daarom tot nadenken dat in het "Boek van de Geheimenissen Henochs" God tot Henoch zegt: ".... en het geduld legde ik in zijn (Adams) gebeente." 

Het geduld is het enig overgeblevene dat de achtste zoon, zoals in alle legenden herkend kan worden, overblijft en het zal ook het enige zijn waardoor "de zoon van hemel en aarde" het geheim van de verandering kan ontdekken. Want het geduld is het bezit dat hem staande houdt.

1970 - 2015, copyright Henk en Mia Leene