Het Tin - Jupiter

Tin is een rangschikker en bedekt eigenlijk de onreinheden in het ijzer, nl. zijn putjes, en als één van de soldeerverbindings-elementen is het tin dus degene die het ijzer aan kan. 

Jupiter kan Mars geleiden, zijn strijd bekoelen of verzachten, hoewel hij minstens zo'n grote persoonlijkheid is als Mars, hetgeen duidelijk uitkomt in zijn verzet tegen verhitting. Zijn kookpunt, dus het moment van zijn overgave, ligt op 2300°, wat hoger is dan het kookpunt van lood. Hieruit kun je opmaken dat Jupiter en zijn tin sterker vormgebonden zijn dan het ijzer en het hen bovendien verwondt als zij geforceerd worden gebogen: een staaf tin die men buigt schreit, maakt een vreemd scheurend geluid. 

Tin behoort bij kerkklokken en de oude tinnen soldaatjes en bij het tongproeven. Het bevindt zich in het organisme vooral in de tong. Het proeven, het toetsen, is een onderdeel van de oerzonde van Jupiter, de gulzigheid: men neemt wat men lekker dan wel interessant vindt en neemt daarvan veel. 

Jupitertypen kunnen zich in spirituele zowel als in lichamelijke zin overeten. Ook in de huid bevindt zich wat tin, als het orgaan dat het ik opsluit in zijn eigen omhulsel, de huid die als een tast- en gehoororgaan fungeert. 

Luisteren met de huid gaat veel verder dan het luisteren met de oren. Denk aan het bekende kippenvel krijgen om iets dat men aanvoelt; de huid schermt af tegen de buitenwereld, en is iets zeer individueels, immers, niemand kan in een andermans huid kruipen. Tin lijdt onder dwang, zoals Jupitermensen zich verzetten tegen dwangmatigheid, of tegen onderwerping; zij kunnen afhankelijkheid moeilijk verdragen en in nood zullen zij zich slechts onder "geschrei" buigen. 

Bij Jupiter behoort de lever, het orgaan dat zijn vervuiling of zijn onevenwichtigheid mededeelt aan de huid: deze wordt geel of er ontstaat uitslag. De huid is een uitscheidingsorgaan; mensen die innerlijk huilen of tegen hun verlangens inleven laten dit blijken door hun huid. Tin rangschikt, zoals de huid de mensen rangschikt naar leeftijd; de huid tekent de ervaringen op, getuigt van de vergleden jaren. Tin sorteert mensen onder de ervarenen dan wel onder de ledigen, door de huid te kerven, te verdrogen, te verslappen of van binnenuit te doen stralen. 

Tong en huid, twee tinorganen kunnen zich op elkander instellen doordat de tong loos gebabbel of wijze woorden vormt, terwijl de huid lijnen gaat vertonen dan wel slap wordt. 

Er zijn mensen die zich schamen voor hun rimpels, hetgeen niets anders betekent dan dat zij hun ervaringen willen verbergen ofwel hun te snelle ouderdom willen verhullen. 

Beide kenmerken behoren echter bij het leven en de instelling tegenover dat leven. Tin zet zijn wil door en rangschikt, ondanks het verzet van de betrokkenen. Jupiter toont via het tin in de huid en in de tong, wie we werkelijk zijn. 

Mercurius behoort bij de jonge mens, bij de levendigheid, het soms zelfs zorgeloze of het niet willen aanvaarden van zorgen. Jupiter behoort bij de oudere mens, degene die kan beleren, omdat hij de ervaringen optekende; het veranderlijke en het onstabiele vallen weg. In dat stadium kan iemand gaan lijden aan metaalmoeheid, d.w.z. niet meer willen veranderen door het opzien tegen iets nieuws. 

Slechts de geestelijk wakkere mens vormt hierop een uitzondering. Jupiter is de idealist, hij houdt zijn pijl op de oneindige verten gericht, hij is Vader Ether die de natuur liefkoost en steeds weer opnieuw laat ontluiken. 

De Grieken wisten hoe ze hun goden moesten uitbeelden: Mercurius de jonge god, vol van intense levenskracht; Jupiter de krachtige, stralende, volwassen godheid; Saturnus, de oude wijze, ingetogen god. 

Tin maakt, via de huid, dat wij ons afscheiden van onze medemensen; dit is de verborgen arrogantie van Jupiter, die zich niet wil inlaten met iets dat hij beneden zijn waardigheid vindt. Lood en tin, Saturnus en Jupiter, werken samen in het afscheiden, en het afperken, zoals o.a. conservenblikken tonen. 

Zilver en tin voegen zich samen om eetgerei te maken, althans in vroeger tijden. 

Koper en tin vormen het brons, waarvan men standbeelden maakt, de imitatie, de beeltenis die op een afstand bezichtigd wordt. 

Jupiter, als Vader Ether, de oppergod die zijn onderdanen vaak begiftigd met "groene vingers" en een feeling voor de natuur, interesseert zich slechts voor de groei en de expansie van het lichaam, het geschapene. Hij regeert over de bloedsomloop, over de pancreas, die de vetproductie en de koolhydraten-assimilatie regelt, en over de lever, het grootste orgaan op de huid na. 

Zo bezit Jupiter in het organisme de organen die de levensfunctie het belangrijkste beïnvloeden. De lever als een contact  orgaan met het aurisch lichaam of de ether; de huid als een contactorgaan met de stoffelijke sfeer. 

Jupiter beheerst de groei in de natuur, dat geheimzinnige proces, dat nooit volledig is verklaard en laat zich door niets en niemand stuiten; hij zet het groeiproces door, zelfs in de meest nadelige omstandigheden. Wat Mars openlijk en bruusk doet, doet Jupiter verfijnder en verborgen. Het instinkt tot groei is het sterkste kenbaar bij de planten die, als men hen niet in bedwang houdt, de aarde voor zichzelf zullen opeisen. 

Expansie behoort bij Jupiter als de pijl bij de boogschutter, maar ook als de Oceaan van Ea bij de Vissen. Jupiter is echter tevens de hersteller, daar intensieve groeikracht het schadelijke uitwerpt, de remmen overwoekert. Het groeiinstinct is een onhoudbare levensdrang. Jupiter begunstigt de innerlijke geneeskracht en degenen die geen zelfherstellend vermogen meer bezitten, een vermogen zoals men dat vooral bij natuurvolkeren, dieren en planten ziet, lijden aan een gemis aan Jupiter-kracht. 

De mimicry, het zich aanpassen aan de omgeving, is eveneens jupiterisch, een eigenschap die Jupitertypen ook bezitten, hoewel dit slechts een zeer tijdelijke situatie is, daar zij zich innerlijk verheven blijven voelen boven degenen of datgene waarbij zij zich schijnbaar inschikkelijk aanpassen. Zoals in de natuur de mimicry tijdelijk is, zo is deze jupiterische aanpassing ook tijdelijk, indien deze blijvend zou worden door ongunstige omstandigheden, dan zou de Jupitermens zich heel ongelukkig gaan gevoelen en dit komt tot uitdrukking in de lever, in de spraak en meestal ook in de huid. Door zulk een gebonden situatie gaat Jupiter lijden, want deze begrenzing staat onder Saturnus, die Jupiter een "halt" toeroept. In de esoterie spreekt men van de saturnale "ring tot hiertoe en niet verder". 

Jupiter kan zo zijn schepsels niet verder laten groeien dan Saturnus dit toestaat. In elk schepsel ziet men op deze wijze een gespannen gevecht tussen Jupiter en Saturnus, een strijd die altijd door Saturnus zal worden gewonnen, waarna Jupiter zich gedwongen gevoelt te vluchten in het ideaal, de verre einder, het: "als deze vorm mij niet belette, dan ....." 

Is het een wonder dat Jupitertypen dikwijls goede leraren zijn, spelen kunnen met het woord, dromen kunnen uittekenen met klanken? 

Saturnus wil zekerheid, onveranderlijkheid; Jupiter wil expansie, grensverbreking en bewijst dit in het lichaam door het soepel en beweeglijk te houden. Hoe ouder de mens wordt, des te minder Jupiter zich bewegen kan, en des te sterker Saturnus, de poortwachter wordt, de realiteit van de dood, de overgave. 

Jupiter speelt met een gedachte aan een nieuwe sfeer, Saturnus dwingt tot overgave. Jupiter zal blij zijn bevrijd te zijn van de vorm en legt heel zijn expansiedrift dan in een ideaalbeeltenis over "het leven daarna" en het is dus zeer kenmerkend dat tin, het Jupiter metaal, gebruikt wordt voor kerkklokken, die oproepen tot een spirituele, abstracte sfeer. 

Jupiters idealen, zijn filosofie, zijn wijsheid zijn echter altijd gebonden aan de natuur, hij probeert alles via die natuur te verklaren, probeert op natuurlijke wijze te genezen, verwijst altijd naar een inwonende genezer. 

Als "de grote hersteller" is hij altijd bereid anderen in zijn idealisme mee te slepen, en erkent noch vernietiging, noch pessimisme, noch beletselen. Zijn stralende kracht kan door huid en tong worden getransporteerd en maakt van de lever een sterk herstellend, ontgiftend, sensibel orgaan. 

Jupiter, als de stralende oppergod, is zich bewust van zijn kracht, wordt soms zelfs zelfgenoegzaam, is altijd hoogmoedig, hoewel dikwijls in het verborgene en erkent slechts één god naast zichzelf en dat is de zon. 


HOMEOPATHISCH: STANNUM 


Hoewel het tin zeer summier in het organisme aanwezig is kan het zonder tin toch niet bestaan en zouden er zonder dit tin vooral psychische verschijnselen optreden, die zeer ingrijpend kunnen zijn. 

Het gaat bij het gebrek of het teveel aan tin altijd om pijnen, pijnen door een gespannen situatie met de vorm: aangezichtspijnen, sterk toenemende nerveuze pijnen, maagpijnen, pijnen in het onderlichaam, neuralgische pijnen. Deze pijnen ontstaan zodra de zieke lijdt onder een geremdheid van zijn geestelijke dan wel lichamelijke expansie-drift. Mensen die onder zware lichamelijke of geestelijke druk staan zullen hieraan gaan lijden. 

Een tintekort uit zich ook door zwaarmoedigheid, een onophoudelijk huilen, dat minder kan worden indien er troost of aanraking (huid) aanwezig zijn. 

Saturnus is de zwaartiller, Jupiter de optimist. Een belemmerde Jupiter, die wordt herkend in een tintekort, maakt pessimistisch, wanhopig, moedeloos, en heel dikwijls kan er suikerziekte ontstaan. Dan komt er een onevenwichtigheid tussen tin en zink; het zink controleert de lichaamsprocessen en is nodig voor het vormen van insuline. 

In de pancreas zijn dus een goede verhouding tussen zink, tin, en ook chroom, noodzakelijk. Zink, als metaal van Uranus, werkt heel nauw samen met Jupiter. Tegen de voornoemde neuralgische verschijnselen en pijnen, tegen wanhoop, wordt in de homeopathie Stannum gebruikt. 


ASTROLOGISCH: DE CELZOUTEN VAN JUPITER 

SILICEA EN FERRUM PHOSPHORICUM 


Als eerste komt Silicea in aanmerking dat bij de Boogschutter past, als tweede is er Ferrum Phosphoricum dat bij de Vissen behoort, die lichamelijk onder Jupiter en geestelijk onder Neptunus worden gerangschikt. 

Silicea is een product van Jupiter en het kalmeert de Boogschutter, daar het zijn opgespaarde verontreinigingen, gekregen door irritaties, eruit werkt. Het stimuleert de lever, een Jupiter-orgaan, zodat de levenslust op peil blijft. 

Silicea vindt men veel in de aardkorst, maar ook in de kosmos, het heeft dan ook lichamelijke zowel als psychische invloed en helpt de Boogschutter weerstand te vinden tegen invloeden van buitenaf, die hem van zijn doel zouden kunnen afleiden. 

Het wordt vooral aangewend bij haar-, huid- en nagelaandoeningen, maar ook gebruikt indien er ongemotiveerde faalangst is, dus indien het zelfvertrouwen is aangetast. De Silicium-mens is schrikachtig, gevoelig, daarnaast gauw geïrriteerd en haat tegenspraak, dus eigenschappen die we moeiteloos bij het Boogschuttertype kunnen vinden. 

Zoals Silicea belangrijk is voor de aardkorst zo is het ook belangrijk voor de huid: het heelt jeuk en herstelt oude littekens, versnelt het genezingsproces van de huid. 

Boogschutters hebben een "gevoelige huid" en dikwijls "lange tenen", dus ook een gevoelige ziel. Hun zenuwstelsel is nooit erg sterk en vele ziektebeelden ontstaan mede door een aangeboren zwak zenuwstelsel. Silicea blijkt vaak de oplossing voor psychische en lichamelijke kwalen, die voortkwamen uit een doorboring van de beschermende lichamelijke en psychische afweer die iedereen moet bezitten. 

In Ferrum Phosphoricum zien we Jupiter meer in zijn beheersing van de bloedsomloop en het slagaderlijk bloed. 

Ook hier gaat het om zwellingen, maar nu vooral met verkleuringen van de huid. Bij een tekort aan ijzer gaat het bloed sneller circuleren, de bloedsomloop wordt gestoord, er ontstaat koorts, onrust, ademhalingsversnelling. Hier is het Jupiter die onrustig wordt door een ontkrachting. Gebrek aan zuurstof belet hem zijn activiteit in de juiste harmonie te volvoeren; Ferrum wordt aangewend tegen bloedingen (krachtverlies), moedeloosheid (geremde Jupiter) en bloedarmoede (een gevolg van een onenigheid tussen Jupiter en Mars). 

Vissen zijn koudbloedige dieren; indien Jupiter in een Vissentype wordt geremd, worden zij "bloedeloos", kouwelijk, krachteloos, moedeloos, kortom, hun idealisme is totaal uitgeblust. Phosphor en ijzer, twee Marselementen helpen Jupiter op de been, daar beide expansie, groei, zelfbevestiging beogen. Het sterke martiaalse Ferrum Phos. maakt de Vis, dat afhankelijke dier, dat zich mee laat drijven op de Oceaan van Ea, zelfstandiger en individueler. 

Vissen hebben over 't algemeen gebrek aan ijzer en moeten attent blijven op al de mineralen die in het water thuishoren. Een heldere, mineralenrijke Oceaan van Ea is onontbeerlijk om hen gezond te houden.

1970 - 2015, copyright Henk en Mia Leene