II

Binnen de gevangenis van de zevenheid, die de kandidaat als een benauwenis ondergaat, zo hij een spiritueel mens is, is iedereen overgeleverd aan de vibraties, die binnen het aardeveld opgevangen en uitgestraald worden.

Of de mens wil of niet hij gaat leven uit die trillingen, hij ademt hen in en voedt zijn bloed ermee. Is er in hem geen weerstand tegen het gif van de verbroken lichtkracht, dan gaat hij onder door de vergiftiging. 

Deze innerlijke weerstand kan door inductie in hem opgeroepen, maar niet blijvend door werkingen van buitenaf in hem levend gehouden worden. Deze bescherming tegen giftige inwerkingen, neemt af zodra de mens zelf niet meer meewerkt, en zich uitsluitend laat voortdrijven op de beïnvloeding van anderen. 

Er komt altijd een moment, dat de mens alleen voor zijn eigen moeilijkheden, zijn fouten, zijn belemmeringen wordt geplaatst en dan zal hij het met zichzelf moeten klaren. 

Dan bewijst hij in hoeverre de vergiftiging van de val der Licht-zonen in hem tot werking is gekomen. De 'stenen der waarheid' zijn niet voor iedereen gemakkelijk te verdragen. 

Daarom zeggen sommige leiders, dat het beter is de leugen te handhaven, dan de mens de stenen der waarheid toe te werpen. Wel, het ligt er maar aan van welke kant men het leven en het levensdoel benadert. 

Wat zoekt de mens op een gegeven moment? 

De stenen der waarheid worden momenteel vanuit alle richtingen op de mens geworpen, doch zij raken de meesten nog niet, daar zij behoedzaam beschermd worden tegen iedere openbaring. 

Is dit een vorm van liefde?

Is het liefde om de mens halsstarrig voor te houden dat deze wereld goed en juist is? Dat de mensheid beslist nog schone verten wachten. Redt men daarmede zielen?

Of houdt men hen van de ervaringsweg af? 

Dit is het probleem dat velen bezighoudt: moet men voor de waarheid uitkomen, hoewel er velen zijn die deze waarheid niet zullen kunnen verdragen, òf moet men de waarheid bedekken, terwille van de moreel zwakken?

Onder deze dekmantel houden zich vele methoden van gevallen Lichtzonen verborgen, die in werkelijkheid slechts de eigen handhaving dienen. De mens moet eens weten waar hij aan toe is! Daarom is het onderwerp: "De Zeven Hoofdzonden" uiterst belangwekkend, maar tevens hard voor hen, die de waarheid niet wensen te accepteren. 

Het is voor de sterke, koninklijke mens nooit zo, dat hij door het schouwen van de waarheid zijn innerlijke lichtglans verliest of de schoonheid niet meer ziet van de zuivere natuur, van de onschuldige, onwetende natuur, die slechts lijdt onder de misdaad der wetende Lichtzonen. 

Men moet twee dingen scherp van elkander scheiden: het doorzien van de waarheid achter het spel der Lichtzonen en de gevolgen die daarmee annex zijn en het zien van de schoonheid der goddelijke schepping, die haar schoonheid nauwelijks kan verbergen onder het gif der ingestraalde verbroken lichtkracht. 

Zoals de gevallen lichtzoon een vermenging is geworden van licht en duister, zo moet de kosmos ook leven uit zulk een vermenging. 

Daarvan ziet men soms bizarre uitingen, vergiftigingen, narigheid, hoewel soms het gif nog niet is doorgedrongen en men de nog pure schoonheid van een stuk ongerepte natuur zie: in een mens, in een dier, in een plant, in een mineraal, in de ether. 

De harde waarheid, die altijd een declaratie betekent, behoeft niemand van de schoonheid te beroven, die hij als bezit in zich meedraagt en daardoor om zich heen projecteert. 

Daarom behoeft de koninklijke, sterke mens nooit vrees te hebben voor het zien van de waarheid en het ontdekken van de achtergrond van een declaratie. 

Om een koninklijk sterk mens te worden moet men zich distantiëren van de Zeven Hoofdzonden, zoals die vanuit de verre oudheid door de wijzen werden aangeduid. Uit deze Zeven Hoofdzonden komen alle andere kleinere zonden voort, die zich kunnen ophopen tot een catastrofale barricade.

De gevangenschap binnen de greep van één van deze Hoofd-zonden vervormt het denken, vergiftigt het gevoelen en stimuleert de wil tot een zuiver egocentrische en lichtloze daad. Ieder mens heeft polariteit met één van deze zonden. 

Men verdeelt dikwijls de mensheid in zeven hoofdtypen, zeven rassen, zeven stadia van ontwikkeling. In werkelijkheid is

Deze Zeven Hoofdzonden namen gestaltenis in de natuur met de afdaling der Lichtzonen onder leiding van hun zeven leiders. 

Zeven geconcentreerde trillingen maakten gebruik van zeven vormen en wedijverden met de aanwezige zeven trillingsvormen, die de natuur in stand hielden. 

De zeven natuurkrachten absorbeerden of trokken zeven leiders tot zich. 

Het wordt waarschijnlijk wat te ingewikkeld en te intellectueel om in te gaan op de kosmische werkingen van positief en negatief, die deze aantrekking en afdaling bewerkstelligden. 

Tenslotte hebben we op het ogenblik te maken met de huidige levenstoestand en die kennen we maar al te goed. 

Het probleem is niet HOE alles tot stand gekomen is, maar eerder HOE we tot herstel van de oorspronkelijke situatie komen. 

En dan moet men hier, waar het momentele begin ligt, aanvangen. 

De Zeven Hoofdzonden kent u misschien niet meer van naam. 

Zij zijn als volgt:

1. Hoogmoed of ijdelheid

2. Luiheid

3. Afgunst, jaloezie

4. Drift, toorn

5. Wellust

6. Gulzigheid

7. Gierigheid


Deze zeven neigingen kan men in de mens herkennen, anders gezegd, de mens rangschikt zichzelf onder één van deze Hoofdzonden. Elk van deze zeven neigingen vormt het grote obstakel op een spirituele weg. 

De oude wijzen zeiden zelfs dat hij, die in de greep van deze zonden lag, niet in staat zou zijn God te herkennen. De vloek, die van deze zonden uitgaat en die de ouden vergelijken met de zeven planeten, werd reeds herkend in de allereerste wijsheids-overlevering. In de z.g. 'heidense' tempels sprak men reeds van de vervloeking, die zich in de mens openbaarde via één der hoofdzonden. 

Alle lichtimpulsen gaan teloor, worden verkracht door de werking van deze hoofdzonden, die zich openbaren in mensen, in dieren, in planten, in mineralen, in alles wat leeft. 

De uitingen van deze zonden zijn als gif, zij verkrachten, ontkrachten hetgeen bezielend is. Wanneer één van deze zonden in de mens woedt, zal hij zijn leven lang op moeten tornen tegen een sterke tegenstroom, mits hij zijn tegenpartij herkent, door de stenen der waarheid te accepteren. 

De essentie van deze zonden ligt echter soms zo diep in het bloed en het geboortewezen van de mens verborgen, dat hij grote moeite zal hebben om hem op te graven. En deze moeite getroost zich slechts die gene, die spiritueel wordt bezield en zichzelf gedreven gevoeld door een sterke spirituele hunkering. 

Alle anderen laten het er al spoedig bij zitten en glijden weg in de greep van hun speciale hoofdzonde. Een mens, die spiritueel  door een autoriteit wordt beschermd, zal zijn best doen zijn hoofdzonde instinctief te bedekken, daar hij weet dat deze 'zonde' hem een belemmering zal worden. 

Dan gaat men dat spel zien van de schijnheilige mens, die spiritueel doet en wanhopige pogingen in het werk stelt om zijn 'leider' te begrijpen, hoewel hij innerlijk verscheurd wordt door zijn hoofdzonden en daaraan maar al te dikwijls ten prooi valt. Zulk een mens wordt een innerlijk gespletene, een ongelukkige, die twee levens leidt, hoewel zijn flauwe hunkering hem nog in staat stelt de Draad van Ariadne in de hand te houden. 

De strijd tussen zijn hoofdzonde en zijn innerlijke hunkering, dat sprankeltje nog onbedorven licht in hem, is bij voorbaat een verloren strijd, zo hij NIET tot een radicale innerlijke opruiming, reiniging en declaratie overgaat. 

Hoezeer een uiterlijke spirituele status ook een andere indruk kan wekken, innerlijk blijft de strijd woeden en uit zich nu en dan door hevige explosies, door ziekten, door bizarre gedragingen, door opstand tegen de uiterlijke greep, die hem dwingt de rechte weg te houden. 

Een spirituele overtuiging, die slechts, plichtmatige uiterlijke wetten volgt, zal de mens niet aangrijpen in deze hoofdzonde, want daar waar de 'spiritualiteit' niets anders vraagt dan een uiterlijke vorm, daar behoeft de mens zichzelf geen geweld aan te doen. 

Ernstig wordt het pas, wanneer er voor de mens geen ontkomen meer is en hij, door de omstandigheden, gedwongen wordt te bekennen wie hij is, via zijn levenspatroon. Dan spreekt te dikwijls de hoofdzonde het laatste woord.

De enige bescherming die deze mens, zijn zonde erkennende, dan nog bezit, is de kring van gelijken, de meevoelende, de spiritueel worstelenden, die eveneens dezelfde disharmonie kennen. 

Doch het zijn slechts de koninklijke mensen, de eenlingen, die staande zullen blijven in deze immense worsteling, die echter kan wegsterven in een volkomen Overgave. 

Het zullen slechts de eenlingen, de koninklijke medemensen zijn met wie zij contact zullen krijgen. In zulk een contact gaat het er niet om wiens hoofdzonde de leiding gaat nemen, maar om het elkander helpen om al de aanwezige hoofdzonden te overwinnen. Het zijn de zeven hoofdzonden, die via menselijke uitingen elkander bevechten. 

De zeven Lichten, Geesten of Dienaren vechten niet, daar zij de 'zonde' niet kennen. De 'zonde' niet te kennen is een staat van uitnemendheid van puurheid en een bewijs in harmonie te zijn met de oorspronkelijke natuur. 

De zeven lichten, die binnen de natuur aanwezig zijn vorm en een doorgangskanaal, een weg. 'De Weg der Sterren', die de mens tot de Harmonie van de Acht begeleidt. Deze Weg der Sterren is een voorbereiding, maar zij bestaat slechts voor hem, die zich uit de greep der Zeven Hoofdzonden heeft bevrijd. 

En de beslissing of zulk een kandidaat zijn weg vervolgen kan en mag, valt in de periode van 'de Weegschaal' of de periode van de keuze. Dit kunt u mede concluderen uit het Scheikundig Huwelijk van Christiaan Rozekruis en u kunt het concluderen uit uw eigen leven. Ieder mens wordt voor de keuze gesteld: verder gaan of ophouden en een andere weg kiezen. Zulk een keuze moet de mens alleen en in vrijheid doen. 

Velerlei gedwongen omstandigheden kunnen de keuze enigszins uitstellen, maar de keuze tot de grote beslissing neemt hij alleen.

Ieder mens zal door de bemoeiingen van de Algeest tot aan de muur gebracht worden waar hij de keuze MOET doen. 

Het werkelijk betreden van een praktisch en waar spiritueel Pad brengt risico's mee. Slechts de koninklijke mens onderschat die gevaren niet, maar onderkent ze en aanvaardt ze, omdat hij moet, daartoe gedwongen wordt vanwege zijn Koninklijke afkomst. 

Moge het zo zijn met u allen!

1970 - 2018, copyright Henk en Mia Leene