I

Iedere bezinning heeft tot doel de kandidaat nader te brengen tot de praktijk van een spirituele weg. Geen enkele bezinning heeft enige zin wanneer de kandidaat de praktijk van de leringen niet tot zich neemt. De wereld is vol met ontelbare filosofische groeperingen en allen spreken zij over verheven onderwerpen. 

Hun aanhangers zullen over het algemeen goede, ernstige mensen zijn, die zich verdiepen willen in de spiritualiteit. 

De kandidaten in de Rozekruisersleer hebben deze instelling met al deze mensen gemeen en zij verschillen in het geheel niet van welke spirituele onderzoeker ook, zo zij nalaten de praktijk van der leer uit te dragen. Integendeel!

Er zijn heel wat mensen die de praktijk van de hun overgedragen leringen wel uitdragen. De leer, die de Rozekruiser aanhangt is niet moeilijker of buitenissiger dan andere leringen, maar zij is slechts directer, consequenter en efficiënter. 

De kandidaat, die deze leer van de 'doorbraak tot de Hemelen' wil praktizeren moet zichzelf zien als een onbelangrijk onderdeel in het grote kosmische algebeuren. 

Hij moet zichzelf ermede verzoend hebben dat hetgeen hij belijdt de aanleiding wordt tot zelfherkenning en nooit tot zelfverheffing. De leer omtrent de doorbraak tot de Poort des Hemels breekt met alle schijnbaar normale normen dezer wereld en daarom moet de kandidaat geleerd hebben de normen van deze wereld niet al te zwaarwichtig op te nemen. 

Iemand, die deze wereld als DE wereld ziet, zal nimmer in staat zijn een doorbraak te bewerkstelligen door die wurgende ommuring binnen dit zonnestelsel. 

De Lichtzonen, d.w.z. al die gevallen goddelijke zielen, wier nazaten tot op de dag van vandaag op deze aarde ronddolen, dragen allen het weten omtrent hun wereldvreemdheid met zich. En zo zij daar geen acht op slaan, dan komt dit, doordat zij te zeer gevangen genomen werden door de misleiding, die hun arrogante, door zelfhandhaving gedreven broeders, om hen heen hadden opgebouwd. 

Niemand heeft enige schuld aan de zielloosheid, de degeneratie en de verwording van de goddelijke krachten in de mens, dan de Lichtzoon zelf, de vrijwillig nedergedaalde godenmens. 

Er is geen andere satan, noch duivel, dan die in de mens zelf en al het kwade, dat hij om zich heen ziet, is het gevolg van de ineigen duivelse macht. 

Tegengestelden zijn in werkelijkheid twee uitingen van één kracht. Duivel en God zijn in waarheid één, hoe ongelooflijk 

dit u wellicht in de oren zal klinken. In de Lichtzoon is de goddelijke kracht geworden tot een duivelse kracht. 

Zij, die geen ineigen God bezaten, zouden nimmer in staat ge-weest zijn een duivel te creëren. De duivel, liever gezegd, het zichzelf voortdurende voedende kwade, is een verbroken Licht-kracht, die de gaven van het licht bezit, maar deze ten eigen bate aanwendt. Gelijk de demonen op de Dag der Overwinning zullen neerknielen voor het Licht, zo zal de duivel tot God ingaan, wanneer de ziel zijn aloude eenheid heeft bereikt. 

De duivel kwam tot leven toen de nedergedaalde Lichtzoon zijn Lichtgaven benutte om zich een eigen woongebied te scheppen in het lagere trillingsgebied der natuur. 

Vanaf dat moment kwam de schijn-spiritualiteit tot stand, de imitatie, de velerlei leringen. In diepste werkelijkheid is er geen lering, dan het volgen van de Innerlijke Wet en het praktizeren van het Innerlijke Weten. 

Daartoe heeft de mens geen theorie van node. Hij heeft slechts behoefte aan stimulansen, die hem wakker houden en die de pantsering van aeonenlange materiële of ik-centrale gerichtheid zouden kunnen doorbreken. 

Men zoekt elkander tijdens bijeenkomsten en bezinningen om gestimuleerd te worden en om het innerlijke Weten te laten opwekken. 

Men leest geestelijke verhandelingen om een lichtflits te ontvangen vanuit het gelezene. Iedere waarlijke kandidaat, hoewel hij toch precies weet waar het om gaat, blijft behoefte gevoelen om opgewekt te worden uit de verraderlijke sluimering, die hem steeds weer overvalt. 

Er is niemand die zichzelf doorlopend wakende kan houden, zo hij niet die directe binding bezit met het Absolute, het Licht, God. Deze zeldzame mensen 'wandelen met God'. 

Deze begenadigde spirituele situatie komt men heden slechts bij hoge uitzondering tegen, omdat de innerlijke lichtkracht van de mensen is verzwakt en de uiterlijke, materiële ommuring is versterkt. Hetgeen in de mens geschiedt, om hem heen, in de kosmos en op de aarde. 

Dat de momentele levenssfeer der mensheid ernstig aan licht-ondervoeding lijdt, behoeft geen enkel betoog. Alle publiciteits-media kunnen u dat meedelen, hoewel hun terminologie wellicht enigszins van de onze verschilt. 

De mensheid gaat tenslotte niet onder aan ziekten, rampen en vergiftingen, maar zij gaat onder door gebrek aan licht, innerlijk en uiterlijk licht. De wetenschap zal ontdekken, dat ook de zonnewarmte gaat afnemen, deze zal het aardeoppervlak niet meer kunnen bereiken, doordat het etherische krachtveld der aarde dermate door de mensheid wordt vervuild, dat de zonneradiatie er niet meer doorheen kan dringen. 

Alle moderne ziekten zijn het gevolg van gebrek aan lichtkracht, in eerste instantie van binnenuit, later van buitenaf, als gevolg van de innerlijke zwakte. Er is geen wisselwerking meer!

Deze dodelijke toestand is te wijten aan de egocentriciteit der lichtzonen, die meenden het Licht niet nodig te hebben. 

Wel, het ogenblik dat het Licht, God, de ondoordringbare nacht der Lichtzonen niet meer vaneen kan scheuren, dan door een harde ingreep, komt zeer naderbij! Dit wil niet zeggen dat 'de duivel' de aarde en haar mensheid in zijn greep zal hebben, want God, de Schepper, laat nooit varen het werk Zijner handen, u kent de uitspraak! 

Maar het wil wel zeggen dat er van Hoger hand ingegrepen moet worden wil 'deze duivel' tot zwijgen worden gebracht. Er is geen enkele religieuze groepering, die deze positieve, redding en smart brengende ingreep, zal kunnen tegenhouden. 

Massale meetings van gevallen Lichtzonen, die hun eigen Lichtgod aanbidden en om genade smeken zullen dit 'halt' van de Schepper der Volmaaktheid niet kunnen voorkomen. Noch  zullen ritualen, missen, meditaties, concentraties, iets aan deze situatie kunnen veranderen. 

Het herstel van de ineigen goddelijkheid wordt niet gediend door welke geestelijke oefening dan ook, maar wordt slechts bewerkt door individueel inzicht, individueel berouw en voor alles: de individuele Daad.

Deze Daad kan gezamenlijk worden uitgedragen, via ieder mens naar eigen bewustzijn en kunnen, maar zij blijft de handeling van het individu! 

De historie wordt geschreven door de individualisten, de spiritualiteit wordt eveneens opgetekend door individualisten.

Hetgeen de massa doet is altijd het gevolg van de handeling van een individu, die de moed had de normen der wereld te verbreken, hetzij in neergaande lijn, hetzij in opgaande lijn. 

Daarom is het enige dat resultaat sorteert, het woord dat gericht wordt tot individuen, ziele-atomen, die de eenheid enigszins teruggevonden hebben. (Individuum is atoom, ondeelbaar).

De ineigen gespletenheid is de grootste vijand van de zoeker en de hunkerende ziel. Hij, die niet innerlijk gespleten is, is òf een innerlijke dode, een versteende, òf een verhevene, een Gode gelijkende. Noch tot de eerste, noch tot de tweede behoeft er gesproken te worden. Uw gespletenheid is uw vijand, uw duivel, maar deze kan ieder ogenblik veranderen in uw God. 

Dat is nu die - voor onwetenden - onbegrijpelijke tegenstelling tussen Saturnus en Christus, satan en God. In waarheid één zijnde, werden zij tot twee en tussen deze twee schiep de mens een aantal andere demonen, waarvan de eerste zeven demonen  zijn ergste tegenstanders zijn geworden. 

Satan en God, om deze twee krachten gaat het uiteindelijk en zij moeten op zodanige wijze tot elkander gebracht worden, dat  satan ondergaat in God. Verwart u dit satanische en dit goddelijke vooral niet met het goed en kwaad van deze natuur, want deze aanzichten zijn tijdelijk en volkomen onbelangrijk, bezien in de hoogste aanzichten: God-Satan. 

Er is geen enkele instantie of autoriteit, die zich het recht kan aanmeten zijn volgelingen of aanhangers te dreigen met God of satan. Zowel God als satan zijn een individueel bezit! 

De demonen, die de bedreiging der mensheid vormen, liggen tussen deze beide topbegrippen in, en werden en worden door de mens tot aanschijn gebracht. Zij zijn niet 'geschapen', maar zij  zijn tijdelijk tot aanschijn gebracht. 

Zolang de mens 'tijdelijk' is, kan hij door deze tijdelijke demonen worden bedreigd, zodra hij 'eeuwig' wordt, als innerlijke, geestelijke toestand, is hij immuun geworden voor welke bedreiging dan ook.

De moeilijkheid voor de kandidaat 'op weg naar deze innerlijke eeuwigheid', ligt altijd binnen de tijdelijke begrenzingen, van zijn natuur, van zijn wilsoverheersing. 

Vanaf het begin was de tijdelijke natuur ondergeschikt aan de goddelijke natuur en daarvan maakten de gevallen Lichtzonen misbruik, totdat tenslotte de vermenging van tijdelijke en goddelijke natuur hen tot een oordeel werd en de gevolgen uit de hand liepen. 

Niet de tijdelijke natuur, als onvermengd puur verschijnsel tot de Heilige Hoogten is de belemmering op een Pad, maar de toevoeging van duivels licht heeft er een catastrofale belemmering van gemaakt. Daarom zal men in waarlijk strevende spirituele groeperingen ook slechts zulke 'vermengde' typen aantreffen. 

In hen is er een aanspreek-mogelijkheid, vanwege hun 'duivels licht', dat nog niet volkomen tot een 'zwart licht' is geworden. 

De satanische kleur is: zwart, als tegenstelling tot het goddelijke 'wit'. Beide hebben zij geen plaats in het zevenvoudige kleuren-spectrum, want zij zijn beneden en boven alle kleurschakeringen. 

Tussen dit oneindige, alles absorberende zwart en het oneindige, alles reinigende wit, ligt dat gehele spectrum van demonen, waaronder de mensheid gebukt gaat. De kleur wit straalt het licht terug, zoals bekend is, de kleur zwart zuigt het licht op. De reine ziel straalt zijn gaven terug, als antwoord op de Lichtroep. 

De zwarte ziel wendt alle gaven ten eigen bate aan, zuigt de  kracht op om zichzelf ermede te vullen. 

Deze kleursymboliek correspondeert met alle andere symbolieken in alchemie, gnosticisme, geesteswijsheid. 

Bezien in het voorgaande leek het ons belangwekkend, verhelderend en boeiend om de kandidaat te plaatsen voor de werking der "Zeven Hoofdzonden". 

Deze legendarische benaming van de "Zeven Zonden des Mensen" reikt terug tot in de verre oudheid en zij heeft een spoor van vermaningen, waarschuwingen, spotternij, wetenschap en magie achter zich gelaten, waaronder de mens van vandaag nog gebukt gaat. 

De "verdoemenis der zeven" is de oorzaak van onnoemelijk veel lijden, misverstand, misleiding en imitatie-spiritualiteit. Hij, die uit deze perfide verdoemenis wil opstaan, dient zich te realiseren dat er slechts één mogelijkheid voor hem is: voortgaan tot aan de grens tussen Zijn en Niet-Zijn, tussen de verdoemenis der zeven en de waarheid der Achtvoudigheid, voortgaan tot daar waar de poortwachter wacht aan het einde van de Zevende Dag van het Scheikundig Huwelijk en zegt: 

"Ik ben Saturnus, de minste onder de minsten, maar ook de hoogste onder de hoogsten. Ik herinner u aan uw opdracht." 

Dan pas zal de kandidaat bewijzen wie hij dient: de vergiftigde zeven krachten, door hemzelf in duivelen herschapen of de harmonie binnen de omarming van de acht, de wisselwerking van het zo boven zo beneden. 

Het antwoord blijft aan u, kandidaat.

1970 - 2015, copyright Henk en Mia Leene