Zevende hoofdstuk

De alchemisten spraken een mysterieuze taal die echter plotseling eenvoudig wordt wanneer de mens zijn eerste geestelijke ervaringen medemaakt. 

Het innerlijke vindt contact met het innerlijke, het uiterlijke krijgt slechts contact met het uiterlijke. 

Dat is een wet waaraan niemand iets veranderen kan. 

Alchemie is een spel voor de uiterlijke mens en een wonderbaarlijke spirituele ontdekking voor de innerlijke mens. 

"Ik kan u over het proces slechts de raad geven die Tresmegistos ons gegeven heeft", zegt de middeleeuwse 

alchemist. 

"Verwijder de rook van het water, verwijder het zwarte van de balsem; en verwijder van de restanten de dood."  

"Doet dit door oplossing, en zo deze volbracht is, hebben wij de grootste filosofie en het geheim der geheimen." 

De basis van de spiritualiteit is de samenwerking van de drie lichamen: stof, ziel en geest. 

De geest zal, zo de mens serieus spiritueel zoekende is "zweven over de wateren der ziel", zoals er ook in het Genesis-boek staat. 

Deze geest kan slechts een reine ziel, rein water inspireren, en beide kunnen slechts de harmonische natuur belevendigen.  

Ontvankelijkheid is slechts mogelijk wanneer ego en ziel met elkander in overeenstemming zijn gekomen.  

De ziel kan niets doen tegen de wil van het ego in; de tragedie van de zondeval is dat de ziel afhankelijk werd van de wetten der natuur, 

dus tevens van de instelling van de natuurlijke mens. 

Er wordt op alle mogelijke wijzen getracht deze mens te vergeestelijken, harde dwingende oefeningen beogen zijn onderwerping aan het geestelijke, maar dat is geheel iets anders dan wat de alchemist bedoelt wanneer hij zegt:  oplossen is het enige middel tot succes. 

Oplossen is een reiniging, de volkomen spiritualiteit is een gevolg van een ineensmelting van ziel van de aarde, ziel van de ziel en ziel van de geest. 

De ziel wordt hier gezien als de kern, een schoongewassen, door het vuur gereinigde, van alle smetten ontdane kern. 

"De rook van het water" is de geest, de eerste essentie van de hitte die het water bezield of verwarmd heeft; de balsem of het dikke is als de natuur en de ziel samen, waarvan met het zwarte, het saturnale moet verwijderen; en de restanten, dat wat overblijft is de as of de oude natuur, die moet leren mede te bewegen en zich niet over te geven aan de tijdelijkheid of de  dood. 

Uit as kan men een nieuw product scheppen. 

Uit een door ervaringen, wijs geworden mens kan een medewerker van ziel en geest worden. 

Ervaringen kunnen zich omzetten in inzicht, zodra zij in het bloed geëtst zijn; omzetting is een alchemisch proces.  

Zonder omzetting is er geen spiritueel, noch natuurlijk proces mogelijk. 

De fout van vele mensen is hun terugschrikken voor een omzetting. 

Oppervlakkige mensen zetten hun ervaringen, hun leringen niet om en zo bekomen zij geen innerlijk voedsel.  

Zonder dit innerlijke voedsel ontstaat er noch inzicht, noch wijsheid, noch intelligentie.  

Soms worden ons de omstandigheden zo opgedrongen, en zo nadrukkelijk naderbij gebracht dat wij genoodzaakt worden hen om te zetten in onvergetelijke leringen.  

Iemand die nooit wezenlijke tranen heeft vergoten is nog niet tot aan de bodem van de beker der kennis geraakt. 

Tranen zijn de dauw der ziel. 

De verharding die jarenlang de mens in zijn greep hield verbood hem tranen te schreien, zijn gemoed te luchten.  

De psychiaters weten dat juist de tranen het innerlijke evenwicht herstellen, mits zij niet voortkomen uit een ziekelijke emotionaliteit natuurlijk.   

Ervaringen kunnen het eigendom zijn van jonge zowel als van oude mensen; leeftijd is niet kenmerkend voor ervaringen. 

De ene mens is ontvankelijker, leergieriger, en intelligenter dan de andere doordat ervaringen hem rijpten, hetzij in dit leven hetzij reeds in een vorig leven. 

De "oplossing" zoals de alchemisten het noemen is het gedwongen worden de ervaringen op te tekenen in hart en ziel, in denken en wil; daardoor laat men bepaalde ideeën los, komt men van foutieve wegen terug, herkent men zijn eigen zwakheden.   

Zelfkennis is vereist, maar zelf-adoratie is fnuikend voor een voortgang van het spirituele proces. 

Oplossen of smelten geschiedt niet uitsluitend door meditatie op het geestelijke, de motivatie moet onderkend worden. 

De hunkering naar spiritualiteit komt uit de ziel, maar vindt pas werkelijk gehoor bij een mens wanneer de natuur, het ego, ontvankelijk is, murw door de ervaringen, of inzicht bekwam door harde lessen. 

Er zijn mensen die in hun jeugd reeds zulk een ego bezitten, en er zijn mensen die aan het einde van hun levensweg ontdekken dat hun ego nooit het geestelijke heeft gewild.   

Een humaan en goed mens is nog geen spiritueel mens.   Humaniteit is een loglsch gevolg van begrip en medegevoel voor de naaste, een emotie die ieder mens behoort te bezitten. 

Het "zwarte" dat de basis vormt voor het alchemische proces is een resultaat van innerlijke, natuurlijke harmonie. 

Het overgrote deel der spirituele zoekers is druk bezig het "zwarte" te vormen, hoewel zij het dikwijls niet weten en spreken over "de ziel". 

De ziel kan niet voluit leven indien het zwarte nog grauw of modderig grijs is. 

Saturnus moet zijn afgunst tegenover het goud, de geestelijke zon, verloren hebben anders is er altijd het risico dat hij zich vergrijpt aan de geestelijke zon.   

In de Griekse mythe is het immers zo schoon opgetekend.  

Het ego met zijn arrogante brein, en zijn mystieke emotionele geaardheid is in staat het geestelijke te onttronen. 

Hoe dikwijls gebeurt het niet dat een mens geslachtofferd wordt doordat brein dan wel emoties hun bevrediging nog niet hebben gevonden. 

Kan men een mens verbieden ervaringen op te doen?  

Kan men hem verbieden datgene te zoeken waarnaar zijn hart, zijn emotionele gerichtheid uitgaat?  

Neen! 

Het "zwarte" moet zijn ervaringen hebben, zodat daaruit de een wijze Saturnus, de kern der natuur op zal staan. 

Niet voor niets beeldt men deze wijze Saturnus altijd af met een baard. 

Oud in ervaringen, schenkt wijsheid. 

Theoretische leringen, hoe schoon ook naverteld, brengen noch de ziel der natuur, noch de ziel van de ziel, noch de ziel van de geest uit het drievoudige lichaam voort.  

Filosofie, zoals de alchemist zegt, schenkt licht. 

Filosofie behoort de vloeibare Steen der Wijzen te zijn.   Vergelijk deze woorden van de alchemist niet met de hedendaagse filosofie die men zich kan aanleren. 

Zodra de mens spreekt behoort uit hem de vloeibare massa van de Steen der Wijzen vrij te komen, d.w.z. oprechte natuur,  geïnspireerd gemoed, vuur des geestes.  

Alles wat wij naar buiten doen behoort vergezeld te worden van deze drievoudige materia, als een getuigenis dat wij doende zijn de Steen te vormen. 

Helaas kunnen we nooit voortgaan zonder iedere Sleutel allereerst vervaardigd te hebben, zijn gebruik te hebben aangewend; 

de Eerste Sleutel is die tot de Natuur; 

de Tweede Sleutel is die tot de Kunst of het Inzicht; 

de Derde Sleutel is die tot het ontdekken van de ziel; en haar samenvoegen met de natuur. 

Er is altijd een overgang bemerkbaar: 

Natuur, ontdekken van de Kunst of de edele Waarheid, daarna het contact van de ziel met die Waarheid en het resultaat van de ineensmelting van natuur en ziel. 

Beide moeten "verbrand worden" in het vuur des geestes. 

Wat is geest!? 

Zo vragen zich vele mensen af.

Wel, geest is datgene dat ons dwingt gehoor te geven aan eeD innerlijke Stem. 

De geest voert de mens zodra hij zich in hem heeft kunnen nederlaten. 

De ziel alleen is ontvankelijk, hunkerend.   

We kennen dat gevoel allen. 

Zij geeft ons een vaag heimwee dat pas omschreven kan worden als wij met esoterische of spirituele leringen in aanraking komen. 

Dan gebeurt het ook wel eens dat we bij onszelf denken: "Daar heb je het. Nu sta ik voor de keuze, had ik het maar niet ontdekt ! " 

Dat is de eerste stap.  

Juist omdat we soms, in het verborgene, denken: "Had ik het maar niet ontdekt", weten we er innerlijk meer van, weten we precies dat er nu consequenties gaan komen.   

Dat is een bewijs dat we een mens van "oude ervaringen" zijn; we gaan verder op een reeds eerder ingeslagen weg. 

Mikrokosmisch zijn we wetender dan het ego wil erkennen. 

Ziele-ervaringen brengen het ego het bewustzijn van: "Er gaat nu wat gebeuren wat jij niet leuk vindt." 

Terug naar een oppervlakkig leven kunnen we niet meer, want er is een inzicht gaan gloren en dat reikt ons direct de Eerste Sleutel over die we heel best kunnen hanteren als we willen

en tegelijkertijd zien we de Tweede Sleutel voor ons liggen: de innerlijke leringen, de Kunst van de Bouw van het Geestelijke Lichaam of het Tehuis Sancta Spiritus. 

Dat roept herinneringen wakker. 

Het geeft aan de ene kant een gelukzalig gevoel, een rust,

omdat we tenslotte toch deden wat de ziel verlangde en de geest ons inspireerde, en aan de andere kant stuiten we op de vaak irritante gevolgen: verwijdering van vrienden en kennissen, veranderde levenshouding, intelligentie die een last wordt, vreemdelingschap op aarde. 

Maar waren we in diepste wezen eigenlijk al geen vreemden op aarde? 

Jawel! 

Maar we probeerden "te leven gelijk de inwoners", zoals er in het Lied van de Parel staat. 

En het beviel ons innerlijk eigenlijk niet. 

Het heimwee naar het Land onzes Vaders of het geestelijke Land bleef schrijnen, gaf ons allerlei onbestemde gevoelens, angsten, ontevredenheid en onrust. 

"Ontvankelijke en het vaste, kwikzilver en sulfur, moeten zich zodanig samenvoegen dat zij beiden een materie wordenhet eeuwige moet de tijd aandoen." 

De ziel moet vleugels ontvangen van de geest zodat zij kan opstijgen tot het geestelijke en de aardse mens, hoewel hij geen vleugels kan bezitten zal bemerken hoe hij lichter wordt en zich toch van het aardse verheft."  

De spirituele mens is minder vast, minder gekristallisserd dan de materiële mens. 

Men ziet hem dat ook aan. 

Zijn trillingen, herkenbaar in zijn uitstraling, zijn sneller en hij wordt daardoor onthechter aan de materie, hij komt er los van omdat zijn frequentie de frequentie van de materie ontstijgt. 

Het geestelijke, datgene dat vleugels heeft, ziel en geest, trekken hem omhoog, niet in de hemelen, maar in de etherische sfeer waarbinnen de adem Gods woont, zodat hij het geestelijke kan begrijpen. 

Hierdoor twijfelt hij aan de duurzaamheid, het geluk en de waarden die in de materie besloten liggen, ook hierdoor wordt hij reeds onthechter, hij trekt zijn aandacht, zijn verlangen ervan af. 

Begeerten die op de materie zijn gericht smijten hem weer in de langzame trillingen terug en zo vermengt hij zichzelf weer, niettegenstaande de eeuwigheid, de gevleugelden in hem leven.  

Dat geeft problemen, is vaak pijnlijk en heeft consequenties.  

Wij zijn maar al te dikwijls als vogels die zich fladderend omhoog begeven en dan weer met een klap op de grond neerkomen. 

De oorzaak van die mislukte proefvluchten is: de oplossing of de dissolutie is niet voldoende voltrokken. 

Dan trekt het onreine of het "zware" het "lichte" lichaam of de gevleugelde ziel weer omlaag. 

Wij moeten, als ego, als mens, "licht" worden, gemakkelijk loskomende van alle aardse bindingen, begeerten, existentie-problematiek.  

De aardse of ego-mens bezit angst, omdat hij het gebruik van de vleugels niet kent, hij klemt zich aan het aardse vast en durft zich niet overgeven aan het "lichte" lichaam.  

Angst is louter natuurlijk, een aandoening van het zware lichaam dat de wetten van de lichte lichamen niet kent en veelal niet gelooft.  

Angst verdwijnt zodra de mens alle problematiek rond het "zware" lichaam durft loslaten, dan wordt hij reeds lichter en stijgt hij op zonder dat hij het zich direct realiseert. 

Opstijgen wil zeggen spiritueel worden, andere wetten herkennen, andere dimensies onderkennen, vrijkomen van aardse, d.w.z. zware druk. 

Wij worden neergedrukt, door zorgen, angsten, problemen, allerlei complexen en opgelegde anti-geestelijke wetten. 

Wanneer we die niet loslaten kunnen we nooit opstijgen, wordt het saturnale niet wijs of zwart, gereed voor de oplossing. 

De ziel van het aardse is als de eerste essentie der natuur, toen gassen het vloeibare verhitten en koude deze materie deed stollen. 

Het geestelijke vuur moet ons tenslotte dwingen, in de goede bedoeling van het woord, mede te bewegen met ziel en geest.  De geest ontvlamt de ziel, dat is niet moeilijk. Maar de drieëenheid te verkrijgen die door de etherische Adem Gods totaal geïnspireerd kan worden, dat is de moeilijkheid. 

Eenheid verkrijgen is altijd het probleem op aarde, het geschiedt slechts wanneer er een sterke dwang aanwezig is, hetzij van buiten, hetzij van binnen. 

Eenheid is slechts levend, werkzaam en inspirerend wanneer zij uit drieën bestaat. 

Lichaam - ziel - geest; geloof - hoop - liefde.  

Het probleem ligt altijd in het vormen van de eenheid.   

Een groep mensen kan pas een eenheid vormen wanneer zij door hetzelfde worden bezield of geïnspireerd. 

Zij moeten daardoor worden samengesmolten. 

Uitwisseling van gedachten, innerlijke overwegingen, kan medehelpen om een eenheid te bewerken, omdat men elkander eerst herkennen moet alvorens die eenheid zich bewijst. 

Zoals de geest het vuur is waarin de drie lichamen één worden, zo kan dezelfde geestelijke inspiratie of bezieling enkele mensen samensmelten. 

Zonder deze innerlijke verbintenis blijft de eenheid een waan-idee, het veronderstelde eenheidslichaam valt steeds terug op de bodem en wondt zich of wordt incompetent nog te vliegen. 

Wederzijdse innerlijke herkenning is zeldzaam, maar is zij er éénmaal dan is zij alle harde ervaringen, alle teleurstellingen waard geweest.   

Ook hierbij kan men bemerken hoe dan uiterlijke tegenstellingen zich oplossen, zij vallen uiteen tot as en ook daarvan wordt slechts de kern bewaard. 

Apollonius van Tyana zegt zo kenmerkend in zijn Nuctemeron: "In de eenheid knielen de demonen neder in aanbidding."   

Het eerste uur is bepalend of men vliegen kan, of men bestand is tegen de wetten des geestes, of men zich in de nieuwe sfeer kan aanpassen.  

Als de demonen nederknielen is er niets meer dat de mens tegenhoudt om van de natuur de ziel vrij te maken en zich daarin te bewegen, want de ziel, zo zegt de alchemist, is uit ether of wind, waarin de Adem Gods aanwezig is. 

Het gaat er slechts om wat ù wilt, zoekende mens!

1970 - 2015, copyright Henk en Mia Leene