Zesde hoofdstuk


Zesde Hoofdstuk  


"In het begin van alle dingen was er het water dat van deze Steen uitging." Deze woorden citeert de alchemist van Hermes Tresmegistos.  

Het water blijkt bij alle alchemische processen een belangrijke, zo niet onvervangbare plaats in te nemen; 

de evolutie-leer leerde tot nu toe dat het leven uit de oceanen voortkwam.  

Water is de mysterieuze substantie waarover de Geest zweefde; het zoutachtige, dikke water liet zich door de geest bevruchten. 

Alle ontvankelijke materie wordt vergeleken met het water, en de Steen der Wijzen is het levende, ontvankelijke beginsel, de ziel, die bevrucht is met de geest. 

Water en vuur - ziel en geest -  vrouwelijk en mannelijk, de tegengestelden voegen zich tezamen om de vermenging Van hun soort voort te brengen: een nieuw lichaam. 

Uit ziel en geest komt een nieuw Lichaam voort, behorende tot een onaards rijk.  

Het water krijgt in de alchemie verschillende namen: soms wijn,  soms levend water, soms olie al naar gelang het proces voortgang gevonden heeft.   

Het water verandert nl. onder invloed van het proces. 

In de praktijk wil dat zeggen dat de individuele mens zijn negatieve of emotionele gaven verandert.  

Het betekent tevens dat het gemoed het  fundament is van de Kunst van Hermes, zoals de alchemist dat uitdrukt. 

Dus het vrouwelijke of negatieve principe is de basis voor alles; 

deze basis is onontbeerlijk, en zo krijgen de woorden: 

"bescherm uw hart, reinig uw hart, keer terug tot het hart-het denken, een veel ingrijpender betekenis. 

Daaruit kan ook begrepen worden hoezeer de huidige maatschappij afgedwaald is van het oorspronkelijke weten nu alle nadruk wordt gelegd op de ontwikkeling van het intellect. 

Het verklaart tevens dat de mens ziek wordt zodra hij zijn gemoed negeert; denken en gemoed zijn met elkander verbonden door eenzelfde kracht, en zij kunnen geen van beide op zichzelf bestaan.  

Er is geen spiritualiteit mogelijk op basis van één van beide, beide moeten aanwezig zijn, als een eenheid. 

Het is een aloude leer, men komt hem tegen in de Tarot en iri de occulte oveleveringen: de eenheid van hart en hoof, in de Tarot de zevende kaart: de Wagen van Osiris. 

Zodra gemoed en denken door dezelfde geest zijn verbonden wordt hun bezitter onoverwinnelijk. 

Indien men echter noch zijn gedachten, noch zijngemoed doorgrondt, hoe zou men hen dan kunnen samenbrengen?  

Dwaalt het hart niet af van de gedachten en gaan deze op hun beurt niet huns weegs?   

De geestelijke impuls die beide verbindt ontbreekt, zoals twee vijanden elkander terzijde staan wanneer een gezamenlijke vijand verslagen moet worden.  

Zo zullen denken en gemoed elkander moeten vinden doordat zij bezield worden door eenzelfde doel.    

In de maatscbappij eh de natuur herkent men altijd caricaturen van de spirituele grondtonen; tegenstellingen bestaan er in werkelijkheid niet.  

Zij zijn slechts uiterlijk van elkander gescheiden, doch zij hebben eenzelfde grondtoon die hen op een dag onherroepelijk tezamenbrengt.   

De kunst is slechts: deze grondtoon te vinden. 

De begeerte tot existentie is de grondtoon in de natuur, het heilbegeren naar geestelijk zijn is de grondtoon in de spiritualiteit. 

Deze heiligende begeerte is echter zo zwak aanwezig in de mens, dat hij daardoor niet in staat is zijn twee uiterlijk tegengestelden aaneen te smeden. 

Nu kan men alles proberen, alles oefenen, alles willen, maar juist dit heilbegeren, deze waterige substantie uit de geest, blijft afwezig indien de natuurlijke mens zijn instrument niet voorbereid heeft.   

Menigeen staat zijn gehele leven in deze voorbereiding zonder ooit aan de werkelijke spiritualiteit toe te komen.    

Is het overgrote deel van de leringen niet op deze voorbereiding gericht: de voedingsleren, de oefeningen, de yoga, de filosofie, de meditatie? 

Wij hebben zoveel moeite met deze voorbereiding dat de essentie van de spiritualiteit ons veelal ontgaat.  

Met rimpels iri ons voorhoofd en het zweet in onze handen oefenen wij ons de voorbereiding in, en menen dan heilig geworden te zijn.  

Maar de geest blijft afwezig, omdat wij vastlopen in de problematiek van de reiniging van het lichaam, en daardoor de essentie van het proces vergeten, ons doel uit het oog verliezen. 

Ons doel is altijd: geestelijk te 

De natuurlijke existentie moet vervangen worden door het geestelijke zijn. 

De drempel ligt altijd tussen de verwisseling van de twee: existeren en geestelijk leven, begeren of heilbegeren. 

En daar alle begin in de negatieve sector ligt moeten wij dus beginnen met onze begeerte te onderzoeken, zo vervallen we weer in de herhaling: Wat wil ik? Wat begeer ik werkelijk? Waar gaat mijn hart naar uit? 

Men kan geen mens van zijn hartewens en afhouden, men moet dat althans nooit proberen, omdat men dan zulk een mens kan beschadigen, in ieder geval belemmeren in zijn ontwikkeling. 

De ene mens zegt: Mijn geluk ligt in een eigen huis. De andere mens zegt: Mijn geluk ligt in het geestelijke leven. 

Deze beide mensen zullen elkander nooit begrijpen, althans niet voordat er een overeenkomst gegroeid is in hun begeren. 

Idealen zijn het brood der ziel, zegt een gevleugeld woord. Hetgeen het hart begeert is veelal het ideaal van de mens.  Een hartewens is wellicht niet direct te realiseren, maar het hart blijft ermede bezig en dat is de hoofdzaak, dat wordt de drijfveer van het leven.  

De ene mens kan zijn ideaal nooit op de andere mens overplanten, men kan hem iets aanpraten, maar de essentie van de hartewens is nooit over te dragen, die leeft in de mens, is ingeschapen. 

Deze begeerte is als het water van de alchemist, zij moet veranderen, zodra heilbegeren aanwezig is, is de ziel levend, omdat heilbegeren het fundament is van de alchemie, de levende ziel wordt door de geest bezield. 

---------- 

Het is vrij abstract als men over de ziel gaat spreken,  zonder dat er mogelijk heilbegeren aanwezig is, want de mens die gedreven wordt door de begeerte tot existentie is nog niet aan het heilbegeren toegekomen. 

Het is nog het eerste stadium van de groei van het lichaam of het zout; hoe kan men over een volgend stadium spreken wanneer het eerste stadium nog niet is afgewerkt? 

De Zes Sleutels vormen het gehele alchemische proces, en zij worden omschreven voor de alchemist, die de Kunst van Hermes verstaat. 

"De olie is de laatste verandering van het water", volgens de alchemist. 

Deze olie bezit reeds het mannelijke, werkt eveneens mannelijk.  

Ziedaar hetgeen wij noemen: het denken des harten. 

Het hart kan niet denken meent de oppervlakkige bestudeerder. 

Zodra denken en gemoed één worden, neemt het hart de "mannelijke" of positiene functie van het denken over. 

Wanneer geloof en hoop zich vermengen verkrijgt de mens een lichtende verbeelding, hij denkt met zijn gemoed.   

De derde Sleutel gaat over niets anders dan over deze vermenging, en het is niet voor niets dat er steeds in verborgen taal over wordt gesproken, want juist deze vermenging van het vrouwelijke en het mannelijke heeft zoveel misvatting doen ontstaan.  

Hoevele leringen kennen de sexuele magie, waarbij de uiterlijke, natuurlijke begeerte basis wordt voor een religieuze belijdenis? 

Existentie en geestelijk zijn worden verward; de geslachtsdaad wordt verheerlijkt, omdat de mens niet kan scheiden van de begeerte, of deze niet kan omzetten in heilbegeerte, gezien de ziel niet is ontwaakt, en dus de geest die het zijn stimuleert afwezig blijft.  

Zo komt men in een doolhof terecht; het doolhof waarin de mens van de twintigste eeuw zo gaarne ronddoolt, gezien de talrijke sexueel-religieuze leringen. 

Een ontoebereid gemoed kan niet anders dan sexueel gericht zijn. Dit is niet kwaadaardig, maar slechts natuurlijk. 

De afgescheidenheid van denken en gemoed brengt uitspattingen zowel in emotionaliteit als in denken; sexuele misdadigheid is een gevolg van de ziekten van denken en gemoed. 

Ook sexuele religiositeit is het gevolg van een mislukken der voorbereding; zoals er in het Oosten vele yogi's rondlopen die nimmer tot Raja-yoga zijn gekomen.  

Zo lopen er in het Westen velen rond die nimmer tot aan de grens van de voorbereiding van het lichaam zijn gekome

en nu alles verwarren, filosofieën mixen en daardoor nieuwe leringen voortbrengen, die in wezen geen lering zijn, maar een mengelmoes van onvolkomen filosofieën.

De praktische zelfinwijding, die de alchemie onderwijst is niet te scheiden, men kan van één Sleutel niet een nieuwe filosofie opbouwen.  

De Zes Sleutels vormen één Pad; zoals de verschillende Yoga-vormen van Hatha- tot en met Raja-yoga één leer zijn. 

Zoals het lichaam, de ziel en de geest één mens zijn.  

Een mengelmoes maken van de diverse leringen is slechts een spel om de mens bezig te houden; alle inwijdings-leringen leiden tot hetzelfde doel. 

Indien men de Derde Sleutel uit de eenheid van Zes Sleutels licht, krijgt men zoiets als een Tantra-alchemie,  een onbegrepen filosofie die gedegradeerd wordt tot een sexuele leer, waarbij de essentie van de Derde Sleutel verborgen blijft. 

Daarom zal zoiets nooit tot een geestelijk zijn leiden.  

Zoals een brokstuk van onverschillig welke leer nooit tot het beoogde doel voert.  

De eenheid is de basis van alle inwijding. 

Vele zoekers gaan van hun gespletenheid uit: zij zoeken intellectuele dan wel mystieke bevrediging.  

Dat is slechts een vorm van lichamelijke genezing.  

Hoevele religies zijn niet anders dan een psychische uitlaatklep voor gefrustreerde mensen? 

"Let erop," zegt de alchemist, "het vuur niet te doven door de wateren van de zondvloed, wanneer gij de Aarde van het vuur scheidt." 

Emotionele excessen doven het vuur. Emotionele religieuze overgave, waar toch diverse bewegingen zich op baseren, doven het geestelijke vuur, het heilbegeren, de drang tot geestelijk zijn. 

Is het u nooit overkomen dat door een fanatiek emotionele religieuze overgave u dermate bevredigd, en opgeslokt wordt dat u niets meer wilt?  

De geestelijke vlam is verdronken in de wateren van de gepassioneerde religiositeit. En zo staat u stil, u bent bevredigd, u wilt niets meer.  

Sommigen zeggen: "Ik ben vol, verzadigd!"  

Dit is één van de meest funeste stadia in een mensenleven, zo hij geestelijk op weg is.  

Hij moet zich eerst ontdoen van deze "wateren der zondvloed" voordat hij de vlam weer zal kunnen ervaren in zijn gemoed. 

De oude alchemist spreekt uit ervaring, hij kent alle gevaren, alle facetten. 

Momenteel komen wij om in deze "wateren der zondvloed" die opgeroepen werden, of voortgebracht werden door het verlangen naar emotionele bevrediging. 

Zoals de mensheid, in een gezamenlijke etherische activiteit kosmische rampen te voorschijn kan roepen, zo is zij ook verantwoordelijk voor de religieuze golven die de wereld overspoelen, haar verborgen begeerte is de motorische kraoht; het negatieve principe is de basis van alle gebeuren. 

Alchemie richt zich altijd tot de evenwichtige mens, en zij pleit voor een voorbereiding, zoals de Katharen de"gelovigen" voorhielden dat zij allereerst waarlijke "gelovig" moesten worden voordat zij konden overgaan tot het innerlijke Katharisme. 

Noch de alchemist, noch de gnostiek kent uiterlijke graden. 

Er is slechts sprake van een toebereiden van lichaam en ziel, en daarna het roepen van de geest waarna de drie-eenheid der lichamen volgt. 

Men spreekt van een heilige drieëenheid, nooit van een heilige tweeëenheid; de natuur is in deze drieëenheid inbegrepen.   

Een zondvloed van de wateren dooft niet alleen het vuur, maar smelt tevens het zout, ontwricht het lichaam ot de natuur. 

Alchemie is de praktijk van de zelfinwijding, en die gaat vergezeld van praktische raadgevingen.  

De levenservaringen van de discipel in deze edele Kunst van Bouw moeten overeenkomen met de raadgevingen van de oude alchemist. 

Hij moet wéten waarover de oude wijze spreekt. Zegt zijn raad hem niets, dan moet hij deze nog aan den lijve ondervinden." Alle filosofen hebben zozeer die intense zwarte kleur in hun kolf gewenst, dat zij met voorzichtigheid en oordeelkundig te werk zijn gegaan om het lichaam te doen oplossen, zodat het zwart vrij zou komen." 

Het juiste zwart is noodzakelijk op de bodem van de kolf.  

Zwart is de schoot waaruit alle kleuren voortkomen. 

Zwart is Saturnus, hij moet willen smelten, worden als vochtigheid, water.  

Het verharde zwart, de versteende egocentriciteit laat de kleuren niet uit zijn binnenste vrij. 

De juiste kleurschakeringen, de zeven kleuren van de Hemelboog komen pas vrij wanneer het zwart liquide (vocht) is geworden.    

De Zwarte Madonna is de zuster van de Witte Madonna. 

Zij behoren bij elkander en zijn beslist geen vijandinnen.  

De natuur is de tijdelijke dochter van de geestelijke natuur, zij zijn geen vijanden. 

Hoe inzichtloos is de mens die vecht tegen zijn natuur, die zichzelf geselt om vrij te komen van de natuurlijke spanningen en begeerten.      

Hij verhardt de natuur, inplaats van haar te doen oplossen in de zwarte liquide.  

Diepzwart moet de vloeistof zijn, d.w.z. puur, reine natuur, intense rust, intense vruchtbaarheid, vreugdevol geheimenis. 

Zo het zwart niet diep genoeg is mislukt de alchemische proef.  Indien u de duisternis der nachten niet doorwaakt hebt hun essentie niet geproefd hebt, mislukt de spirituele opdracht. 

De ontvankelijkheid, in zijn meest pre vorm, is noodzakelijk om het ego te doen smelten of om de natuur bereid te vinden zich te laten oplossen, en alles geschiedt in de kolf der alchemisten:  in dit, ons zichtbare lichaam, dat het laboratorium vormt voor de discipel. 

De mens, die op weg is naar de Witte Madonna, of de reinheid van de mater materiae begrijpt dit, en hij zal zich verheugen wanneer uit dat intense zwart de Hemelboog opklimt als een triomfale bekroning van zijn moeizame arbeid. 

Want om het juiste zwart te verkrijgen moet de discipel het perfecte materiaal bezitten: een helder verstand, een objectief gemoed, en een dienend lichaam; 

dat zal zijn eerste zoekerstocht zijn, het juiste materiaal opgraven en zijn Schepper loven wanneer hij dit verkregen heeft.     

Want ook het eerste materiaal is een gave van den Schepper.  

Laten wij er daarom voorzichtig, eerbiedig en oordeelkundig mede omgaan. 

Want dat materiaal, mijn vriend, mijn vriendin, zijn wij.

1970 - 2015, copyright Henk en Mia Leene