Vijftiende hoofdstuk

"Denk er echter aan dat de kennis van onze processen veel meer afhankelijk is van de inspiratie des Hernels, dan van de ontwikkelingen die wij via onszelf verkrijgen. 

Deze waarheid hebben alle wijzen herkend; daarom is het niet genoeg om te arbeiden, maar bid onafgebroken, lees goede boeken en mediteer dag en nacht over de werkingen in de natuur en over de mogelijkheden die zij zou kunnen bereiken wanneer zij geholpen zou worden door onze Kunst, hierdoor zult ge ongetwijfeld slagen met uw onderneming." 


Ziedaar het gehele proces weer in enkele regels, een résumé waardoor men bij de Zesde Sleutel toch weer terugkeert tot het begin. 

Het blijkt dat de alchemist "gelovig" is in de juiste betekenis van het woord en niet, zoals velen menen, een intellectuele wetenschapsmens die God loochent vanwege zijn eigen kennis. 

Men kan de alchemie niet beoefenen zonder te bidden, d.w.z. zonder zich over te geven aan de inspiratie des Hemels

en om deze inspiratie te mogen ontvangen moet men toebereid zijn.  

Alles begint weer met die, door de autonome arrogante mens verafschuwde, overgave van het zelf. 

Zo staan we opnieuw voor de problematiek van het Goede Begin, waarin vrijwel alle leringen blijven steken.  

Zoals gezegd liggen de moeilijkheden altijd in de beginperiode en nooit in het einde, er is geen einde zonder een juist begin.   Zoals in de zaadkorrel de gehele plant aanwezig is, zo is in de geestelijk toebereide mens het welslagen van zijn onderneming reeds aanwezig; zijn verbintenis met de Hemel of met de Geest bepaalt zijn resultaat. 

Werklust, ijver, zijn niet voldoende, zij moeten voortkomen uit: bidden, mediteren over het geheimenis der natuur en uit goede literatuur. 

Er zijn velen die menen dat mediteren, bidden en lezen bijkomstigheden zijn, maar het gaat hier om de innerlijke gesteldheid des mensen; hij die kàn bidden, belijdt zijn afhankelijkheid en eenheid met de geest of God; hij die kàn mediteren over het geheim der natuur bewijst zijn eerbied voor het leven; en hij die zich kàn verdiepen in goede literatuur bewijst zijn bereidheid zijn mening terzijde te stellen voor die van anderen. 

Deze drie handelingen spruiten voort uit bescheidenheid en ontvankelijkheid. 

Lezen is tegelijkertijd luisteren, de klank der wijzen terugvinden via het gehoor, bidden wil zeggen: zichzelf overgeven aan de geest. Mediteren over het geheim der natuur wil zeggen: bereid zijn te lèren van hetgeen de Schepper om ons heen voortgebracht heeft. 

Hierbij is een arrogant ego, eigenbelang en egocentriciteit onmogelijk.  

Wanneer de alchemist zegt: "mediteren over hetgeen de natuur zou kunnen doen indien zij geholpen zou worden door onze Kunst....", duidelijker kan hij niet zeggen dat het ego, als natuurprodukt, in staat zal zijn ongelooflijke dingen te realiseren wanneer zij de hulp zou aannemen van de alchemische Kunst. 

Natuur en bemiddelende wijsheid der ziel, natuur- ziel en geest. Als we even stilstaan bij het Pinksterfeest komen we eveneens bij deze eenheid van natuur- ziel en geest aan. 

De mensheid is het waarachtige Pinksterfeest vergeten: pentekoste, het feest van de vijftigste dag, dat zeven weken (49 dagen) duurde waarna de eerstelingen van de tarweoogst feestelijk werden binnengehaald. 

Pentekoste is dus het feest van de eerste vrucht. 

Later werd het het feest van de uitstorting van de Heilige Geest en daarmede het fundament van de christelijke kerk. 

Uitstorting van de Heilige Geest is eveneens een feest van een resultaat, het ontvangen van de Geest waartoe men een innerlijke Paradijs moet bezitten, zodat de Geest er binnen kan gaan aan de voet van de Levensboom, zoals Henoch vermeldt.   

Hij, die deze uitstorting ondergaat, bezit een Levensboom; na zeven weken voorbereiding viert hij dit resultaat op de vijftigste dag; het getal vijf is het getal van het Gulden Midden, het getal van het midden des mensen, de bemiddelende sfeer, het Paradijs dat tussen het vergankelijke en het onvergankelijke ligt.  

Met Pinksteren zou de mens, zoals de vijfde kaart van de Tarot leert: de Magiër geworden zijn.  

Hij die kan arbeiden met zijn paradijselijke kracht.   

Dat is nu precies hetgene de alchemist de mens voorhoudt: allereerst bidden, mediteren, zich verbinden met geestelijke I teratuur, opdat hij toebereid is, daarna kan de Inspiratie des Hemels zich in hem uitstorten en wordt hij een door de Geest bezielde. 

Zodra de mens door deze Geest bezield wordt "zal zijn onderneming zonder twijfel slagen". 

Dan kan hij, individueel, een christo-centrische levenshouding of getuigenis afleggen. 

Pentekoste, zo leert men ons, was oorspornkelijk een heidens feest, maar werd later door de christelijke kerk overgenomen met in achtname van de oude gebruiken. 

Dit feest gaat echter terug naar het ritme van de natuur, waarin het "geheimenis van de natuur" besloten ligt waarover, zo zegt de alchemist, de mens mediteren moet. 

Ook het alchemische proces, de innerlijke omzetting is gebonden aan een ritme: voorbereiding, overgave, innerlijke werkzaamheid en tenslotte de voortbrenging. 

Het overgrote deel der zoekers staat in de voorbereiding, zo het goed is, en deze werkt altijd naar de juiste overgave toe, waarbij dat veelbesproken, maar slecht begrepen Endura der Katharen een feit wordt.  

Alles geschiedt op de juiste tijd, dat moet de natuur ons leren, niemand behoeft zich zorgen te maken over zijn àl dan niet slagen op de geestelijke weg. 

Hij gaat weer luisteren naar het oerritme van de geestelijke natuur, als zijn voorbereiding juist verloopt en dit zegt hem wanneer hij aan de Overgave toe is, en wanneer hij innerlijk werkzaam kan zijn.  

Voorwaarde is: ontvankelijkheid, zichzelf afstemmen op het geestelijke ritme wier wijsheid we verloren hebben. 

Zoals bij de dieren het ritme der natuur onfeilbaar werd ingebouwd, wonderen waarover de wetenschap heden nog verrast is, zo is dat oerritme van de geestelijke natuur, waarvan onze ziel een "kind" is in deze ziel ingebouwd. 

Door deemoedig, ontvankelijk en onvoorwaardelijk zich over te buigen naar de geest, bidden en mediteren, goede boeken lezen, gaan wij langzaam maar zeker het oerritme terugvinden. 

Hoogmoed en intellectuele kennis kunnen daarbij een beletsel vormen; slaafse onderworpenheid eveneens. 

Het innerlijke gehoor, alle innerlijke zintuigen moeten actief worden en dit kan alleen wanneer wij ons toegankelijk maken voor de geest, onafhankelijk van enige persoon.   

Leren luisteren met de ziel, d.w.z. vanuit een innerlijke intuïtieve gevoeligheid zowel de natuur, het gebed als de getuigenissen der wijzen samenbrengen, daardoor wordt dat aloude weten in ons weer wakker.   

Er zijn immers velerlei manieren om te bidden, te mediteren en te lezen, u weet dat allen.   Wanneer ik dan ook spreek over: selecteren, bedoel ik onderscheiden met de innerlijke zintuigen.   

Doot middel van hen bidden, mediteren over de natuur en lezen. 

"Wanneer u de intelligentie van ons vuur bezit dat tegelijkertijd verborgen en natuurlijk is, hebt gij de sleutels van onze Kunst...." 

Intelligentie is een voorrecht maar ook een last, een intelligent mens accepteert niet zo gauw hetgeen men hem voorspiegelt, maar tevens kan hij zijn intelligentie aanwenden tot innerlijke onderzoekingen en tot het ontdekken van het geheime vuur, intelligentie is een vrucht van hart en ziel.   

Het brein is daarbij onbelangrijk. 

Intellectuele mensen kunnen onintelligent zijn, in onontwikkelde mensen kan het echter reeds in essentie aanwezig zijn. 

Het wordt geactiveerd door het "vuur", door een innerlijke beweging die van de geest uitgaat. 

Manas, of het hart-denken noemt de Oosterse Upanishads dit. 

Intelligente mensen beschikken over een kracht die heilig dan wel onheilig kan worden aangewend. 

Als zij bidden, bidden zij tot de duivel dan wel tot de Geest, maar zij weten HOE zij bidden moeten om zeker te zijn van de uitwerking. 

Bidden is een magische handeling, een daad die de Magiër, de mens die de heilige dan wel de onheilige Geest bezit, kan uitdragen. 

In de bemiddelende sfeer van het Paradijs zijn beide krachten aanwezig: Lucifer en Christus, het gaat er slechts om welke van de twee de intelligente ziel gebruikt.  

Als men de Zes Sleutels leest kan men vermoeden of aanvoelen dat de  oerwaarheid erin verborgen ligt, maar men weet niet HOE men deze daaruit moet extraheren. 

Dat is het bewijs dat slechts de intuïtie reageert en nog niet het oerweten. 

De brug tussen intuitie en GEweten is weggevallen doordat de onwil of de tegenkracht de ziel nog in zijn ban houdt. 

De intuïtie kan zich niet krachtig genoeg ontplooien; is de intuïtie overheersend dan slaat een warmtegolf door de mens heen, hij wordt bezield, begeesterd, het vuur der wijzen slaat als een intense beroering door hem heen, daaruit, u weet dit wIllicht, kan die sensatie van: "Ik heb dit altijd GEweten" door de mens heenslaan, en op zo'n moment is hij waarlijk door de Geest ontstoken. 

Het ligt aan zijn voorbereiding of hij lichtende blijft.   

0Of al zijn kaarsen brandende blijven, of zijn gemoed en zijn denken toebereid zijn, of zijn wil bereid is een hogepriesterlijke arbeid te verrichten in de Tempel of het Paradijs des Heren.   

In alle gevallen vergeet de mens zulk een geestelijk ontvlammen niet, en het wordt veelal de eerste stap op een werkelijk geestelijke weg. 

Houdt hij zijn voorbereidende houding vol: ontvankelijk blijven door waarachtig "bidden"; mediteren en oriënterend lezen of luisteren dan volgt het ontsteken van andere kaarsen, de Zeven Werkelijkheden van Henoch worden opnieuw levend of lichtend. 

Op een gegeven ogenblik is de mens van binnenuit door de geest verlicht en kan hij, onverschillig welke omstandigheid, nooit meer van de weg-terug tot de geest afraken.  

Hij staat dan op eigen geestelijke benen en behoeft niet door enige autoriteit door middel van uiterlijke plichten en wetten opgehouden te worden. 

Dan volgt, wat de Zesde Sleutel leert: de vermenigvuldiging van dit innerlijke Licht ten dienste van de naasten.  

De Magiër dient zijn naasten maar profiteert nooit van hen. 

"Let erop, zegt de alchemist, dat de verkalking of verstening niet de gewone verstening is, die ontstaat door de kracht van het vuur, maar het is een natuurlijke verstening; de eerste vernietigt het "lichaam" en absorbeert het overgrote deel van zijn vochtigheid....." 

Dus: géén forceren, géén fanatisme, géén methoden die de ziel buitensluit, want daardoor vernietigt men het "lichaam" of het materiaal en overweldigt men de ziel, waardoor zij haar kracht terugtrekt, haar "vochtigheid" uit het materiaal wegneemt. 

Dat is de waarschuwing van de alchemist tegen alle methoden, die het ritme der natuur willen provoceren. 

Het is een "natuurlijk" proces. 

Vandaar dit "mediteren over de natuur", dit "bidden" zoals heel de natuur "bidt" met opgeheven bloemenkopjes en zingende vogelstemmen. 

Men moet duidelijk zijn plaats in het grote geheel onderscheiden, autonomie betekent "vrijheid om zich tot de geest te wenden", hoogmoed brengt de mens op de tegenovergestelde weg. 

Het verzamelen van uiterlijke kennis, ook via literatuur, brengt hoogmoed, de waan van het weten. 

Het luisteren, zoals de alchemist het bedoelt, brengt deemoed omdat men steeds meer ontdekt dat de som van alle weten is: niets te weten.  

Hij die meent in de veelheid het geheim des geestes te vinden komt bedrogen uit, maar hij die het weinige dat hij bezit beproeft en onderzoekt, hij komt vlugger tot de bron. 

Eén vrucht kan tot de boom leiden, en ziet men de boom dan zal men ontdekken dat hij vele vruchten bezit. 

Vindt eerst de Levensboom in uw individuele Paradijs, dan zult u ontdekken dat deze Levensboom van alle bomen en alle vruchten het kenmerk bezit, want hij is één met het Universum, hij is het Universele Leven. 

Als u dit bemerkt heeft drinkt u nog slechts uit de universele Bron des Levens en niemand zal in staat zijn u het zicht op de Hemelen te ontnemen die door de top van de Levensboom aangeraakt worden. 

Want zowel de kosmische als de individuele Levensboom groeit in de aarde, uw paradijselijke aarde, en haar kroon raakt de hemelen waarlangs de geest nederdaalt als hij rust in het Paradijs van zijn schepping. 

Het waarachtige Pinksterfeest is het feest van deze Levensboom, die de ziel voedt met het graan dat eeuwig levend blijft en waaruit het Brood der alchemisten, het Brood des Levens vervaardigd kan worden. 

Vrede, diepe Vrede zij met u wanneer u arbeidt in het Huis dezes Broods, Bethlehem, waarin uw ziel wacht op haar voeding.

1970 - 2015, copyright Henk en Mia Leene