Tweede hoofdstuk

Uit de woorden van de alchemist zullen we begrepen hebben dat hij hoopt een toebereid gehoor te vinden, en wanneer hij de Poolster als symbool neemt voor de geleider, stemt hij daarmede overeen met alle archaïsche symboliek. 

De Poolster wordt in de Hermetische Tarot gezien als het "Alles in Allen"; en dat is juist hetgeen de alchemist bedoelt. 

Men moet zich op de weg van de gnostieke alchemie door het "Alles in Allen" leiden laten, zodat men niet verdwale! 

Elk zoekend mens kent de realiteit van de teleurstellingen, soms beseft hij hoe dicht hij voor het grandioze einde staat, 

Elke zoeker zal de woorden van de alchemist herkennen: 

".......während einige selbst angesichts des Endes

mit dem Klang des magischen Wortes auf ihren Lippen sich noch im Labyrinth verirren können." 

De praktijk van de Koninklijke Kunst is het zwaarste

op aarde en hij zegt er niet veel van, zoals hij schrijft. 

Inderdaad vormen zijn Sleutels zegt een aanduiding;

hoe men die hanteren moet, zegt hij niet. 

Niettemin zal de ware discipel het weten, omdat die sleutel zijn ingeboren bezit is, slechts het gebruik ontbreekt nog. 

Er moet in de discipel "een diepe innerlijke kennis aanwezig zijn met betrekking tot de kosmos en de goddelijkheid." 

Onwetendheid is een obstakel om de edele Kunst van alchemische Bouw te praktiseren! 

Daarom fulmineer ik eigenlijk tegen de slaafse onderdanige religieuze onderwerping,  omdat de mens op deze wijze in de "onwetendheid" blijft geboeid, terwijl het zijn zeer  individuele opdracht is om te leren lezen in het "Boek der Natuur". 

Het "Boek der Natuur" behelst de "principes der kosmos en de goddelijkheid". 

Het "Boek der Natuur" ligt in de mens besloten en het is zijn taak dit open te slaan. 

Micro- en macrokosmos vormen de "principes der kosmos"; de ziel bewaart de goddelijkheid. 

"Het moeilijkste is, de goede materie te vinden voor onze arbeid!" 

Denk niet dat het hier gaat om het ordinaire lood, of het ordinaire zilver en goud". 

Het "goede materiaal" of de "goede materie" is niets anders dan een rechtgeaard en harmonisch ego of persoonlijkheid, een devoot saturnaal mens, die niets anders wil dan uit de saturnale greep te worden verlost, en door de sluiers van deze persoonlijkheid heen stuit men dan op de kern van de edele materie: de ziel die men met "haar eigen Naam" moet aanspreken! 

U kent misschien de mystieke uitspraak: "God kent hen aIle bij name", en: "Uw naam zal in het Boek des Levens geschreven worden". 

De Lichtzoon is een deel van de Schepper en de Schepper kent al zijne "delen". 

De sluiers der onwetendheid, der verwarring van leugen en misleiding bedekken via het ego, de ziel. 

Een intuïtieve ziel kan niet misleid worden, het ego wordt misleid, latente zielen worden bedrogen, omdat hun gevangenis of het ego onwetend is en zij nog niet hun kracht hebben kunnen ontplooien. 

Iedere ontwaakte ziel kan rekenen op hulp, ook in de vorm van onderscheiding, kennis en weerstand tegen het bedrog! 

  De leringen en filosofie gaven talloze namen aan deze "ziel"; zij verwarden haar met het ego-bewustzijn, met  astrologische en esoterische aanduidingen.  

De ziel is datgene dat in deze tijdelijke natuur geen tijdelijke naam bezit. 

Zij is een deel van de onuitsprekelijke naam Gods; en om deze ziel de juiste naam te geven moet men beschikken over het " wachtwoord", een trilling van onaardse geaardheid, die deze ziel opwekt. 

De naam is een magische stempel, een vibratie waarop de betrokkene reageert, de "naam der ziel" is een herscheppingswoord waarop de  ziel ontwaakt uit haar lethargie of sluimer. 

Zij luistert niet naar filosofieën, naar theoretisch, gedetailleerde benamingen, zij moet opgewekt worden door het "hare", d.w.z. het geestelijke of goddelijke.  

Is dit niet het kernprobleem van de gehele spiritualiteit? 

De zie moet, via een ontvankelijk en rein hart, luisteren naar de  roep; de geest roept haar bij haar naam en zodra zij dit hoort wil zij terug; zij kan deze naam nooit onberoerd aan zich voorbij laten gaan! 

Zodra "vuur wordt omgezet in water", zoals de alchemist benadrukt, heeft er een omzetting van onheiligheid in heiligheid plaatsgevonden. 

De luciferische, kwaadaardige ziel is ontvankelijkheid of "heilig, 

levend water dat veranderd is in zwart vuur. 

Dit zwarte vuur moet "omgezet worden in rein water", dat de "Steen" levend maakt. 

De "Steen der Wijzen" is een toebereide, wachtende ziele-materie en, zoals de alchemist zegt: "De Sleutel ligt in handen van de waarachtige wijze en deze geeft haar slechts in handen van de kinderen der goddelijke Wetenschap." 

Iemand die deze "Steen, gereinigd in water" niet bezit, ontvangt de Sleutel niet. 

Gij kunt de Steen der Wijzen zijn!    

Een mens waaruit het goddelijke Lichaam, gebouwd naar de goddelijke wet der koninklijke Kunst opgetrokken wordt! 

Alchemie is geen abstracte kunst, het is een praktijk die op aarde kan worden uitgevoerd!     

Dat slechts zo weinigen erin slagen de alchemie de luister der praktijk te verlenen, bewijst dat de Kunst van goddelijke Bouw waarlijk weggelegd is voor de enkeling en bovendien zeer moeilijk is uit te voeren. 

Want zij vraagt de drie pijlers, die onontbeerlijk zijn voor de Bouwmeester: Geloof of magie; Hoop of heiligende Verbeelding en tenslotte Liefde of Licht. 

ln alle woorden der wijzen komen we deze drie pijlers onder allerlei benamingen tegen. 

Deze drie pijlers verzekeren de discipel van de gaven van de waarachtige Rozenkruiser of Gnosticus: o.a. Kennis, Geduld en Goede Moed. 

Geen enkel onwetend mens beschikt over één dezer gaven.  

Geen onwetend mens bezit over dat magische geloof, dat altijd vereniging zoekt met de heiligende Verbeelding, of de geestelijke Hoop.   

ln aIle archaïsche leringen stralen de drie pijlers ons tegen, en daardoor wordt onze ziel ontroerd! 

Uit de drie-eenheid van dit machtige, magische begin, dat aanwezig moet zijn om de Eerste Sleutel te kunnen hanteren, komt ons de geestelijke trilling tegemoet, die onze ziel opschrikt als ware zij bij haar naam geroepen! 

Hebt u nooit medegemaakt dat u in uw innerlijk werd ontroerd? 

Dat u door een geestelijke trilling werd opgeschrikt en u daardoor in uw hart voelde aangedaan? 

Ook Henoch spreekt hiervan! 

Dan werd u bij uw "naam" geroepen. 

Elke ziel draagt haar eigen naam! 

Iedere ziel wordt door een ànder facet van de geestelijke trilling opgewekt, en toch kunnen zij tezamen als een prachtige bloemenboeket bijeengeschikt worden door de bemoeienis des geestes! 

Zielen kunnen van kleur verschillen, zij harmoniëren altijd met elkander!   ,

Dat is geheel anders met ego's. 

De geest vereent; het tijdelijke raapt kortstondig zijn bloemen bijeen, die altijd werden afgesneden van hun wortels. 

Elk ego zal tijdelijk enthousiast zijn voor een doel, totdat zijn ware hunkering of, de wortel van zijn ego-drift zich kenbaar maakt, en dan verlept zijn ego-

vreugde of straling en moet hij opnieuw een bloem worden of tot bloei komen. 

De alchemist hoopt dat hij zijn Sleutels in handen legt van waardigen, doch hij doet niets anders dan de glans der sleutels laten zien. 

De mens moet een hand uitsteken om hem eventueel op- of aan te pakken! 

"De Steen zal nooit uit zichzelf smelten". 

Wij moeten hem helpen, zonder iets van vreemde aard aan hem toe te voegen.  

Helpen zonder ingrijpen, helpen door blootleggen, de kans geven. 

Is dat niet de enige mogelijkheid om de ziel bij te staan? 

Het ego moet dus niets eigengereid doen, het moet niet-doen; 

niet driftig allerlei methoden nahollen, niet doorlopend het denken belasten met zijn onnutte scheppingsdrift, niet zich wentelen in alledaagse zorgen, het moet waarlijk niets van "vreemde aard" aan de ziel toevoegen, en dat wil niets anders zeggen dan: belast de ziel niet met hetgeen tijdelijk is, maar trekt het tijdelijke van haar weg! 

Hoe?  

Door, aldus de Eerste Sleutel, de "Raaf zijn kop af te hakken!" 

AIIeen wanneer deze kop ontbreekt kan het ego de kunst van het niet-doen verstaan!  

ln de eerste beeltenis van de Tarot komt dat ook zo schoon tot uitdrukking het 'niet-doen', hoewel men de kracht in zichzelf gevoelt samenbundelen: allereerst de pijlers bevestigen, een "waarachtige discipel" worden, de sleutel zien, haar nog niet aannemen omdat men nog geen toestemming heeft haar te gebruiken. 

Versta de waardigheid van de adeldom dezer weigering: zichzelf onderkennen en beseffen dat het moment van het "juiste gebruik" nog niet gekomen is, omdat men nog geen waarachtige discipel, een Zes-mens, een mens van goede Beslissing is geworden. 

De mens van een wedergeboorte is de mens die de Steen der Wijzen bezit aIs aanleg, gereinigd, geworden tot een ontvankelijk water of een gevoelige en intuïtieve ziel; deze krijgt de Eerste Sleutel.  

Begrijp waarop die innerlijke bezinning en stilte aan het hanteren van de Eerste Sleutel moet voorafgaan. 

Vrijwel de meeste zoekers snellen her- en derwaarts, verzamelende, grijpende wat zij grijpen kunnen en hun gedrag is onjuist, onwaardig voor de ware discipel van Hermes, want het Goede Begin ligt in het levende 'niet-doen', het geestelijke wachten. 

Niet als een gemakzuchtige instelling waarbij het geraffineerde ego zich verschuilt achter het "Ik ben nog niet zo ver! Ik ben nog niet aan die wijsheid toe!" 

Neen!  

Iemand die deze woorden uitspreekt wenst zich te láten weerhouden, maar iemand die van binnenuit hunkert, die geestelijk een zekere grens heeft bereikt en tot de ontdekking komt: "Alles wat ik tot nu toe gedaan heb is absoluut fout geweest" 

Er moet iets totaal anders gebeuren. 

Deze mens is geen gemakzuchtige, geen schijn-heilige, maar hij wacht op iets  

en hij kan beginnen met de oproep aan zijn inwonend geloof, zoals de alchemisten en de gnostici, zoals ook de Pistis Sophia die praktiseert: 

"In U, O Licht der Lichten, heb ik geloofd vanaf het begin...."  

Er zijn van verschillende alchemisten geschriften bekend waarin zij juist de her-ontdekking van dit magische geloof belijden.  

Na een lange weg van vergissingen, pogingen en arrogante experimenten. 

Hun weg komt overeen met de onze, elke zoeker verzamelt uiteindelijk dezelfde ervaringen. 

Het magisch geloof, de heiligende verbeelding brengen de Liefde tot de Koninklijke Kunst voort; die Liefde is lichtend, ons innerlijk verlichtend en onder geleide van deze Liefde, die "Alles in Allen" moet zijn, althans een kind daarvan (let op de getallensymboliek: 21 aIs 'Alles in AIIen' uit de Tarot is een verhoging van het getal 30) 

Bewegen wij onszelf op de Sleutel toe, worden wij deze waardig, en dat wil altijd zeggen dat wij haar kunnen hanteren en niet voor een onoverkomelijke problematiek staan aIs wij begrijpen wat de Eerste Sleutel van ons vraagt. 

De eerste handeling is zo moeilijk omdat deze dikwijls lijnrecht tegen onze ego-drift indruist.  

De raaf onthoofden gebeurt niet door aanval, maar door het wegsmelten van het vuur onder invloed van het water, waarna de steen in een ander vuur herenigd wordt met de geest. 

Ingewikkelde toestand, zult u denken? 

Neen! 

Slechts misleidende terminologie voor de onwaardigen. 

De praktijk van de taal van deze alchemist is in ons allen voorhanden. 

Met de klanken, de uiterlijke benamingen van "magie en filosofie" op de lippen   verwarren we ons dikwijls steeds dichter in het labyrint.  

Laat al die toestanden van u afglijden, wordt 'stil' in de enig ware betekenis van het woord. 9 

Wacht op de wijze met de sleutel die zich vanuit uw innerlijk aan u bekend zal maken. 

Luister op de juiste wijze. 

Geloof op de juiste wijze. 

Laat dit geloof zijn beelden om u heen leggen en wàcht op het voortbrengsel. 

De Raaf - op aIle alchemische afbeeldingen - wacht in zijn kolf, hij vliegt niet onrustig heen en weer, noch is hij' in de aanval, hij wacht totdat de magiër met    het omzettende proces gaat aanvangen.  

Saturnus wacht eveneens aan de poort; overal waar deze Saturnus actief is, verhardt hetgeen smelten moet, verdicht hetgeen moet oplossen, is hij nog' ongeschikt om waarlijk verlost te worden van zijn taak. 

Wij jagen onze Saturnus na en hij leidt ons zijn saturnale land binnen, waarin wij verdwalen aIs in een labyrint, en hij werpt de poort achter ons dicht. 

Zijn wij niet opgesloten - aIs geestelijke kernen - in een saturnale wereld, en zoeken wij niet naarstig naar een poort die ons uit de greep der cynische tegengestelden verlost? 

Saturnus zal ons niet helpen, hij heeft ons hier binnengeleid en hij wacht rustig tot wij zelf - zelfstandig - de Sleutels van de poort uit zijn handen nemen  en hij geeft deze niet af voordat wij het Sleutelwoord kennen. 

Hebben wij ooit het geduld opgebracht om de essentie van dit sleutelwoord te leren kennen? 

Het geduld zit in het gebeente, zegt het Boek Henoch en het gebeente wordt beheerst door Saturnus, zegt de astrologie.   

Saturnus, Satanael, heeft meer geduld dan de onrustig zoekende mens, dan het onwetende ego. 

In de stilte van het zelfonderzoek van de innerlijke herkenning van het inzicht  bereidt de waarachtige discipel zichzelf voor op het  gebruik van de Eerste Sleutel die hij weet te vinden, maar die hij nog niet weet te hanteren. 

En daarom neemt hij hem niet op, d.w.z. doet niet alsof hij hem bezit, zoals zovele schijn-spiritualisten doen, alsof zij de praktijk van de spiritualiteit kennen. 

Niemand bezit de Sleutel die niet weet hoe hij uit dit saturnale labyrint moet ontsnappen en dit praktiseert. 

AIs men zijn medemensen op een verlossingsmogelijkheid wijst en deze zelf niet praktiseert is de raad waardeloos, nietwaar?  

Twee theoretici die keuvelen over de uitgang uit het labyrint en elkaar niet willen bekennen dat zij eigenlijk niet weten waar de uitgangspoort is! 

Zij bemoedigen elkander met valse hoop, valse verbeelding, de onbegrepen en vervormde werking van de 'twee' uit het 'Hexen-einmal-eins'. 

Wij brengen een groot gedeelte van ons leven door met  onszelf te bedriegen door valse hoop, omdat wij nu eenmaal hoop willen bezitten. 

Omdat wij van binnenuit weten dat de hoop onontbeerlijk is om vooruit te komen. 

Hoop is voor velen zelfbedrog, nietwaar, levend gehouden door een valse hunkering, een verkeerd geloof en een onbegrepen magische praktijk. 

Tovenaars zijn we, spelend met het geheime instrumentarium, onszelf en onze medemensen bedriegend alleen omdat we het juiste begin vrezen of nog niet kennen. 

Hak de kop van de raaf af door hem te ontkrachten, zijn levenssappen weg te laten vloeien, en uzelf er niet mede op te laden. 

Negeer het aanbod van uw ego om eens actief en intensief te gaan zoeken naar de plaats waar de Eerste Sleutel zich moet bevinden. 

Wacht tot de wijze tot u komt.   

Leer wachten in de geestelijke betekenis van het woord, dat wachten is als een intense geestelijke beroering die aan uw ego voorbijgaat. 

Dan gebeurt er iets in u; u ondergaat die innerlijke beroering aIs een blijdschap, een herkennen van uw eigen geestelijke kracht. 

En dan - blijf wachten totdat die beroering uitgroeit tot de steen der Wijzen, die is aIs een standvastige innerlijke concentratie, een vaste kern die u nimmer meer verlaat, aIs u dat ervaart, ja!, dan bent u toebereid om de Eerste Sleutel te hanteren en over het lijk van de raaf heen te stappen op weg naar de Tweede Sleutel. 

De weg der alchemisten is NIET onbegaanbaar, maar zij is slechts voor de waarachtige discipelen en zulk een discipel kunt u zijn. 

Dan zullen ook de oprechte en ontroerende woorden van deze middeleeuwse alchemist niet voor niets gesproken zijn!

1970 - 2015, copyright Henk en Mia Leene