Tiende hoofdstuk

Zoals we bemerkt hebben in de voorgaande hoofdstukken over "De Zes Sleutels" spreekt de alchemist altijd in bedekte t ermen, hetgeen voor hem pure noodzaak was in een tijd van vervolgingen. 

Er zijn maar weinig spirituele wijzen geweest die hebben gesproken over een tweede lichaam, een ziele-lichaam dat opgebouwd zou moeten worden nadat ons stoffelijke lichaam en zijn etherische begeleider. 

De alchemist spreekt over een gewijde of gezegende aarde waarin alles besloten ligt voor een hersteld universum.  

"Hij die het water weet te doen stollen door de warmte en de geest ermede kan verenigen, hij heeft iets gevonden dat duizendmaal kostbaarder is dan goud en ieder ander ding."   

Hier stuiten we op die eigenaardige tegenstelling van water  en warmte, water en vuur of ijs en vuur, waarover, zoals we zeiden, Henoch sprak als"brandend ijs".  

Uit het water, uit onze ziel, moet door de hitte van de  geestelijke bezieling een vaste materie ontstaan, aarde, grond, een lichaam. 

Alles wat nog niet vast is kan opnieuw ineenstorten of wegstromen, de samenvoeging van water en hitte brengt een  kookproces waarin het enig waardevolle dat de mens bezit, moet overblijven. 

Laten we even denken aan een harde ervaring in ons leven: de mens moet daaruit te voorschijn komen met de levensles in zijn       innerlijk besloten. 

Elke hitte of intensieve ontmoeting met levenslessen brengt het risico van totale verbranding dan wel zelfontdekking mede. 

En is het niet zo dat hij die uit zijn bittere ervaring een kostbare les heeft geput rijker is dan ooit? 

De alchemische uitspraak geldt voor de diepste menselijke ervaringen: is de mens in staat zijn ziele-ervaringen samen te  voegen met de geest, inzicht te verkrijgen, dan komt hij als overwinnaar uit de strijd.  

Zoals de alchemie leert: 

Ieder mens verzamelt ervaringen, maar hij die uit deze ervaringen wijsheid puurt, hij is rijk en op weg naar de geest.  

Is er één serieus zoekend spiritueel mens die onachtzaam aan zijn ervaringen voorbij kan gaan? 

Kan één zoekend spiritueel mens zich ooit beklagen over zijn harde ervaringen? 

Hij die zoekt moet weten dat hij het land der ervaringen wordt binnengeleid en altijd die ontmoetingen zal hebben die voor hem het beste zijn. 

Daarom is het standpunt van de wijze, evenwichtige mens:  "Het is goed zoals het gaat", een enorm groots standpunt, bezien vanuit de spiritualiteit. 

Het is geen toestand van lijdzaam toezien, maar van een  harmonisch medebewegen met de  omstandigheden, waardoor zij uiteen zullen wijken en steeds nieuwe verten voor de mens zullen ontsluiten. 

Medebewegen wil niet zeggen: slaafs onderwerpen, willoze overgave, het is slechts intelligent zich aanpassen en goed observeren waar de zwakke stellingen zich bevinden, zodat men steeds een doorgang bereikt.  

De Vierde Sleutel vormt de grondslag voor een ziele-lichaam, dat slechts opgewekt wordt uit innerlijke rijkdom, rijkdommen  die zijn gespaard uit de kookketel van de alchemist, of uit de intense ziele-ervaringen waaraan het ego soms dreigt kapot te gaan. 

"Deze ziele-aarde bezit een levende mannelijkheid en een levende vrouwelijkheid die tezamen een zoon scheppen beter dan zijn ouders."   

Een mens die ziele-ervaringen bezit en daarvan de kostbare overblijfselen innerlijk bewaart spreekt altijd uit een 'begeestering', een scheppend vuur dat zijn ziel opnieuw bevrucht, waardoor hetgeen hij produceert schoner is dan enig ding op aarde. 

Een levende, opgewekte, onbevreesde ziel en een levende geest, naderbij geroepen door de universele ziel, vormen een paar waaruit een vrucht op staat, en hoe volwassener en  volgroeider het geest-ziele-lichaam is, des te duidelijker zullen zijn vruchten zijn. 

Het gaat, zegt de alchemist, om die kostbare aarde, die uit de kookpot is achtergebleven en waarmede wij zeer zuinig moeten omgaan, haar verzorgende en haar koesterende.  

Daarom is bitterheid des harten zo funest, het vernietigt de kostbare aarde, omzien in werk vernietigt de innerlijke waarde des mensen; men kan het verleden vergeten, maar nooit mag men de edele paarlen wegwerpen die het verleden in het binnenste achterliet en die gevormd werden uit tranen en bloed.   

Wij spreken regelmatig over "omzetting" en we menen wellicht dat deze een proces is dat zich later zal kunnen afspelen, "als wij waardig genoeg bevonden zijn." 

Maar deze "omzetting" is een arbeid van alle dag.  

Het dagelijkse leven is onze alchemische praktijk, want er is elk moment van de dag iets "om te zetten." 

Hetzij dat wij onze gedachten moeten omwenden, hetzij onze emoties, hetzij onze ervaringen moeten ompolen zodat wij hen van de andere zijde bezien; hetzij dat wij ons levensgedrag moeten omzetten: verdriet omtoverende in vreugde. 

Vreugde gebruikende als levensrust en verdieping, bitterheid zolang proevende totdat het zoet wordt in de mond. 

Hoeveel gedachten, ervaringen, gebeurtenissen blijven onafgemaakt liggen in onze harten en in onze hoofden? 

Wij laten hen maar al te dikwijls als oninteressante voorbijgangers langs ons heen trekken, omdat we te gemakzuchtig of te onwetend zijn om hun diepte te herkennen. 

Menigeen gaat uit van een idee fixe, een verstarde gedac,0hte die hij ijverzuchtig beschermt tegen alle invloeden, ook geestelijke aanrakingen. 

Ieder mens koestert wel diep in zijn hart een wens, een beeltns, een gedachte die hij louter voor zichzelf bewaart, die gedachte is een afspiegeling van zijn ware zelf, een reactie op zijn teleurstellingen, op zijn falen, zijn hoop, zijn verdrongen wensen. 

Het verborgen ego geeft zich niet gewonnen, en projecteert zich dikwijls op de naasten, zoals ouders hun eigen hoop projecteren in hun kinderen. 

Ziele-ervaringen grijpen dit verborgen ego aan en daaruit kan dan wanhoop, opluchting, herkenning, cynisme e.d. voortkomen.  

Ieder mens die zichzelf herkent zal in zijn hart beseffen dat hij zichzelf moet wegschenken, d.w.z. het verborgen ego moet opgeven, omdat dit zijn energie uitput, en verder leeft in de geliefde projecten. 

Een ziele-ervaring zonder bijstand van de geest verbrandt dit ego en brengt cynisme of bitterheid; het tot existentie gedwongen ego kan geen ondermijnende activiteiten velen. 

Zo ziet men mensen groeien die uitsluitend verdedigend leven, zichzelf opsluiten in een pantser met weerhaken, en vergeten dat het leven uiteindelijk de schoonheid der ziel en de vreugde des geestes eveneens kan voortbrengen. 

Koester de "gezegende aarde", zegt de alchemist. 

De mens bezit zo weinig van deze gezegende aarde, soms slechts een korrel, en hij gaat er maar al te dikwijls te nonchalant mee om, omdat hij zich laat medeslepen door emotionele aandoeningen, door de pijn van harte-wonden, en iemand die zo in bitterheid, emotie en wrok gevangen ligt laat de ene korrel van zijn kostbare aarde uit zijn handen glippen. 

Men kan zichzelf verrijken door te zeggen: hier sta ik, na harde ervaringen, of een harde les, wàt heb ik overgehouden? 

Wat heeft het verleden in mij neergelegd? 

Niet aan frustraties, en domheid, maar aan kostbaarheid?  

Waaruit putte mijn ziel kracht, moed, wijsheid?  

Al het andere kan vergeten worden, al die onbenullige bijkomstigheden, die ego-pijnen, die domheden. 

Men moet hen op de vuilnisbelt werpen en slechts beladen met  de kostbaarheden de levensweg vervolgen, dan zal die levensweg er anders gaan uitzien, dan zal men bemerken hoe de geest een belangrijker rol gaat spelen, omdat de ziel levendiger is geworden, want elke kostbaarheid is een ziele-fractie en zich baserende op deze verworven wijsheden wordt  de mens medelevender, doordachter en inzichtsvoller, 

kortom, hij wordt waardevoller dan hij ooit is geweest. 

Dat is de basis die de Vierde Sleutel leggen wil. 

Een rijp ziele-mens worden. Een mens die zijn naasten kan raden uit ziele-ervaringen, zodat hij nimmer loze woorden spreekt, en domme handelingen pleegt. 

Wij vullen zoveel tijd van ons leven met zinloos gekeuvel, terwijl  wij elkander zouden kunnen verrijken met woorden als paarlen, voortgebracht door de roos   zielen. 

De mens die zijn "kostbare aarde" zoekt zal nimmer zijn tijd verdoen met beuzelarijen, noch zal hij zijn naaste aanvallen uit  wrok om eigen falen; zij die onijk dan degenen die nimmer gevallen zijn. wetend zijn, getuigen niet, maar zij die wetend zijn, getuigen, ondanks henzelf. 

Hoe kan men een mens verbieden of weerhouden datgene te tonen wat in hem brandt, hij kan aan de uitstraling geen werstand bieden, hij mòet getuigen, hij mòet tonen wat hij bezit.                   

Kan men een vogel verbieden te zingen? 

Maar de blinde vogel zingt sohoner dan de ziende.  

De zoekende, naar zijn Land hunkerende Lichtzoon, spreekt bezielder van zijn verloren R

De hunkering, het verlies, de smart zij edelen zijn kunst;  zo loutert smart de Lichtzoon, indien het eerlijke smart is die niet is opgewekt terwille van het lijden zelf.  

Lijden loutert slechts wanneer de geest in de nabijheid is om met de ziel samen te smelten in de ervaringsbrand. 

Martelaarschap is geen voorwaarde voor geestelijke rijkdom, maar ervaringen worden slechts waardevol wanneer de ziel hen onderkent en op de juiste wijze doorleeft. Wijze mensen bezitten vele ervaringen, hetzij uit dit leven hetzij uit een vorig leven, oppervlakkigheid is hen onbekend. 

De oppervlakkige, speelse mens ontloopt de hitte van het vuur, zijn ziel kent nog geen vastheid, ziel en emotie lijken in elkander verward geraak, en beide ontglippen aan de ervaringen. Emoties spoelen de bodem weg onder de handen van de zoekende mens, hij vindt geen houvast, en daarom is de eerste raad: sta stil - beheers uzelf! 

Wie zijt gij? Waarheen gaat gij? Wat wilt gij? 

Is er één ding moeilijker is onze woelige tijd dan waarlijk "stil te staan?" 

Een ogenblik onberoerd te blijven in de vele gebeurtenissen die ons overspoelen en hart en denken trachten te overmannen? Voordat de mens niet weet wie hij is, voordat hij zelf geen vastberaden ego is geworden, een schepsel dat weet waar het heengaat en wie het is, zal hij nooit in staat zijn die "gezegende aarde der ziel" te vormen.  

Er moet klaarheid komen in 's mensen denken, in zijn emoties, in zijn willen; ieder mens moet eerst zijn eigen arts en psycholoog zijn voordat hij verder kan gaan op een spirituele weg.  

Hoe kan men de alchemist en zijn bedekte termen begrijpen als men niet eens zichzelf begrijpt? 

Hoe kan men veronderstellen een edele ziel te zien opgroeien als men zichzelf veracht en onwaardig vindt? 

Hij is onwaardig die de leringen des levens negeert, die te laf is om de verantwoordelijkheid voor zichzelf op zijn schouders te nemen en die weigert een volwaardig autonoom ego te worden.  

Zo men zichzelf onwaardig vindt, moet men zich zo snel mogelijk waardig maken, zonder energie te verspillen aan de vermeende onwaardigheid.  

Allen die zoeken zijn waardig de Bron van hun zoeken te vinden, hij die stilhoudt bij zijn nietigheid en onwaardigheid  verschuilt zich achter zijn eigen lafheid, en is nog geen serieuze zoeker.  

Verzamel hetgeen u kunt bijeenbrengen uit uw ziele-ervaringen, en daaruit moet gij spreken, leven, beraden.  

Zoek naar uw "gezegende aarde", blijf dagelijks zoeken want iedere dag brengt kleine ervaringen waaruit korrels gezegende aarde zijn op te delven, al was het slechts uit een zinsnede uit een boek die u herkent en innerlijk bevestigen kunt. 

In deze tijd waarin de meditatie in de mode is zou elke alchemist ot gnosticus zijn meditatie moeten richten op de waarden van zijn leven, hen steeds weer aan zijn oog laten voorbijtrekken, hen proeven, hen herkennen.  

Dat stektt de mens, het verblijdt hem en vooral het geeft hem de zekerheid dat hij ergens aan bouwt. 

Er is géén mens zonder ervaringen, elke ervaring wacht totdat de mens hem uit zijn schil pelt, om zijn waarde te beschouwen, 

dat bedoelt de alchemist als hij zegt: "besproei uw "aarde" met zijn vochtigheid, droog haar en verzorg haar en u zult zowel zijn gewicht, zijn waarden als zijn vruchtbaarheid verhogen."  

Hoe langer en veelvuldiger u uw ervaringen beziet en hun diepten zoekt, des te omvangrijker worden hun kostbaarheden, en des te meer vrucht zult u daaruit trekken. 

Want iedere dag, na een beschouwing, brengt zijn eigen lessen, en u groeit, uw inzicht verdiept zich en zo ondektt u steeds meer, uw misschien eens zo voor u waardeloze leven, verkrijgt plotseling waarden die u nimmer vermoedt hebt, omdat u stil staat bij de kostbaarheden die u geschonken zijn, zonder dat u het wist. 

Zij kan gevonden worden in de verwondering, waarmede u een bloem beschouwt, in de pijn die uw hart gevoelde bij de woorden van uw vriend, in de ontgoocheling waarin uw naaste  u achterliet, in de blik van een medemens of in de warmte van een tweegesprek.  

Overal liggen kostbaarheden, de mens moet slechts leren zijn boek des levens te lezen.  

Hij moet de bladzijden kunnen omslaan en de waarden kunnen bewaren in zijn hart, en toch moet er ruimte genoeg zijn voor de schoonheid van de volgende bladzijden. 

Herlees uw boek des levens, blader het nog eens door en breng de ziele-schatten tezamen om uit hen die kostbare aarde te vormen, die de alchemist waardevoller vindt dan goud of enig ander goed. 

Dat is de basis van de Vierde Sleutel, het vierkant waarop het Lichaam der ziel of uw individuele Tehuis Sancta Spiritus gebouwd kan worden. 

Allen bezitten we de ingrediënten voor deze "aarde", wij moeten slechts de tijd nemen om terug te zien, stil te staan, en onze handen te vouwen als een graal waarin deze Dauwdroppels van de ziel gelegd kunnen worden. 

Glinsterende paarlen, gevormd uit een onvergankelijke materie, want zij bestaan uit bloed en tranen, vuur en water, gehard tot een vaste aarde, de Prima Materia.

1970 - 2015, copyright Henk en Mia Leene