Achtste hoofdstuk

Zoals we wel begrepen hebben is de taal der alchemisten zeer versluierd vanwege het gevaar der vervolgingen. 

De essentie van het alchemische proces ligt in de onverbrekelijke eenheid van de drie lichamen: zout - Mercurius - en sulfur. 

Hermes zegt dat er "zoveel sympathie bestaat tussen de gereinigde lichamen en de geest, dat zij elkander nooit meer verlaten,  wanneer zij eenmaal zijn samengebracht. 

Zulk een vereniging is hetzelfde als die van de ziel met het verheerlijkte lichaam waarvan het geloof ons leert dat "er noch scheiding zal zijn noch dood." 

"Want de geest wenst te heersen in de gereinigde lichamen, en zo dit geschied is, belevendigen zij hen en wonen in hen."  

De meest belangrijke fase is dus de reiniging door water en vuur; het saturnale lichaam moet zwart worden, het ziele-lichaam moet helder wit, levend water of zilver worden, en het geestelijke is zuiver rood, vuur, leven. 

Het geestelijke lichaam of de geest wordt in dit proces van de alchemie altijd gezien als het door de geest geïnspireerde denken, dat is de magiër, de vijfpuntige ster van Mercurius.  

De onbewust levende mens, her en der zoekende naar de waarheid of de geest, is nog niet ontstoken door het sulfur of nog niet brandende in het vuur.  

Het water, zegt de alchemist, moet rein en levend zijn, een  levensstroom die de aarde verkwikt, waarmede de mens zichzelf reinigen kan. 

Zolang we twijfelen aan de spirituele waarheid is het proces nog niet begonnen; eerst moet er de zekerheid zijn; de overtuiging dat we niet thuishoren in deze tijdelijke wereld, 

doch dat we uit een hemelse wereld neergedaald zijn of, zoals de alchemist zegt, eigenlijk niets anders zijn dan de ziel die door de Adem Gods tot leven is gewekt, en uit de wind of de ether is samengesteld. 

Wij zijn ziel - levend zilver - een machtige Maan of een reine Diana. 

Dat is de eerste opdracht nadat wij erin zijn geslaagd als aards mens in harmonie te komen met de natuur, het levende water is in ons, en het reflecteert de zonnekracht des geestes, waardoor het wordt verwarmd, hitte gaat bevatten. 

Dat noemt men dan de Mercuriaanse ziel die de geest of het sulfur in zich heeft opgenomen. 

U kunt dit heel duidelijk bij uzelf nagaan.  

Iemand die door de ziel of zijn levend water, zijn reine Diana, wordt geapelleerd, gevoelt zich verheugd, gelukkig wanneer hij geestelijke waarden herkend.  

Dan trekt er een warmte door de mens die de ziel belevendigt,  geest toevoert. 

De reine Diana of de ziel reinigt de aarde, iemand die werkelijk door de ziel wordt gemaand komt er tenslotte toe een ander leven te gaan leiden; hij is bestand tegen misleidingen, tegen leugen, tegen hartstochten die hem bezoedelen en zijn zwart vergrijzen. 

Is het niet waar dat op een gegeven moment innerlijke weerstand ons behoed voor minderwaardige handelingen? 

Is het niet zo, dat wij ons van de menigte afscheiden zonder daar noemenswaardige moeite voor te doen?  

Ons innerlijke levende water gaat ons zwarte lichaam reinigen,  zodat het tenslotte geen weerstand zal bieden tegen een terugtreden in de schaduw. 

Dat wil zeggen: er zal geen enkel egocentrisch belang meer de drijfveer vormen  achter onze levenshandelingen. Daarmede is ook de eerzucht verdwenen, het zichzelf verheerlijken, het op de voorgrond treden terwille van de eigen belangrijkheid en streling. 

Het gereinigde zwarte lichaam kent slechts het: "Ik ben hier, ik heb deze aangeboren kwaliteiten, gebruik deze terwille van de hermetische kunst en zijn verspreidimg."   

Geen enkele gave van het zwarte lichaam is blijvend, of een reden om niet terug te treden terwille van de reine Diana, of de ziel. 

Het doel is de opbouw van een geest-ziele-lichaam, en daartoe is het zwarte lichaam slechts een tijdelijke hulp, het nieuwe lichaam moet gevormd worden uit de ziel, die de geest aanneemt. 

Dan is er opnieuw dat tweevoudige lichaam dat in werkelijkheid één is: ziel - geest, Hevah - Adamas.  

De maan wordt symbolisch gezien als de ziel, het ontvankelijke, het zilverachtige water, zolang deze maan de geestelijke zonnekracht doorgeeft is zij rein, doch zordra de maan zich afkeert van de zon en meent het licht uit zichzelf te kunnen extraheren wordt zij afvallig.  

Men zegt dan: het levende zilver is gestorven, het kan niet meer dienen om goud te maken. 

Het is dode maankracht en alles wat dood is scheidt giftigheid af.  

Daarom kan men in de occulte leringen of groeperingen zo dikwijls onreine praktijk aantreffen, mensen die hun ziel vergiftigd hebben, heiligheid werd onheiligheid.   

Onze planeet maan dient dan ook altijd om onreine occulte praktijken tot uitvoer te brengen, zij is een stervende planeet zegt men in de esoterie en scheidt giftige stoffen af die de onreine zielen verukken. 

De geest woont slechts in reine lichamen; een onevenwichtig ego wordt geteisterd door een gif, een onreine ziel eveneens, 

slechts het contact met de geest kan een reiniging bewerken,  waardoor de mens zich evenwichtiger, en innerlijk harmonieuzer gaat gevoelen. 

Iemand die nog niet met zichzelf in 't reine is gekomen, doch die niet weet wat hij wil, gevoelt nog geen contact met de geest; hij is nog in strijd met zijn eigen elementen, zijn "metalen zijn nog niet in onderlinge harmonie", zegt de alchemist. 

Zoals de metalen in de aarde gevormd werden door hitte, zo zullen ook in de mens zijn organische metalen gereinigd en gevormd worden door de hitte des geestes. 

Indien onze organische metalen zich onderling harmonisch verhouden is de mens een innerlijke eenheid, ziekte teistert hem niet, of hij kan deze van uit zichzelf uitdrijven.   

Ziekte kan ook een werking zijn vanuit de ziel of de geest, vele ziekteverschijnselen zijn in feite reinigingswerkzaamheden.  

Onevenwichtigheid, psychosomatische storingen die wij heden zoveel tegenkomen zijn het gevolg van een onderlinge misverhouding onzer metalen. 

Onze innerlijke planetaire krachten bestrijden elkander, zij zijn nog demonisch. De reine Diana reinigt de metalen, verenigt hen en doet hen smelten in haar levende water.  

Het is hetzelfde als wanneer men zegt: " De demonen knielen neder voor hun koningin". 

De saturnale mens pleegt verzet door middel van zijn metalen of planetaire bindingen; elk metaal kan giftig worden als het wil, ieder mens kan zichzelf van de geest afhouden door een innerlijke onreinheid. 

Reiniging is ingrijpend. 

We bagateliseren deze reiniging zo dikwijls. 

Zelfs gedeprimeerdheid of exaltatie, angst of onzekerheid zIjn vormen van onreinheid. 

De zo herhaaldelijk aangeprezen en aanbevolen "overgave" is de enige methode waardoor het zwarte lichaam door de reine Diana wit geverfd kan worden, door middel van het geestelijke dat in haar aanwezig is. 

De Derde Sleutel is - zoals overal het getal drie verzinnebeeldt - een basis tot voortgang. 

Overgave aan de ziel is moeilijk, zo zegt de mens.  

Het is geen willoosheid, maar een resultaat van het verlangen van de zwarte Saturnus, het gereinigde of evenwichtige aardse lichaam. 

Overgave is een zeerbewuste handeling, het zich, met al zijn begaafdheden, zijn deugden en ondeugden, in het levende water begeven, zonder slechts in overweging te nemen of daar enig risico dan wel enig belang voor het ego mede verbonden is. 

Soms geeft een mens zich zo over aan een autoriteit. 

Dat is een zwakke en misvormde reflectie van de alchemische overgave van Saturnus, die zijn metaal ten dienste stelt van het goudmaken. 

Een slaafse overgave culmineert nooit in geestelijk goud. Saturnus, het ego, moet bewust, intelligent, met in gebruikname van al zijn aangeboren metaal-gaven mede-arbeiden. 

Een proces is een werkzaamheid, een activiteit, nooit een stilstand. Slaafse overgave betekent voor de betrokken mens stilstand. 

Het ego mag zich gerust bewustworden van zijn onontbeerlijkheid; maar het moet weten dat het waarlijk een wijs individu moet worden, alvorens het mag mededoen in de Koninklijke Kunst. 

Daarom is het werkelijk nodig dat de discipel die de alchemie wil volgen zich dagelijks beraadt.  

Men kan het leven niet als zand door zijn vingers laten doorglijden; men moet zich realiseren waarmede men doende is.  

Minstens een kwartier per dag moet men het leven beschouwen, zichzelf onderzoeken en vooral stil worden, innerlijk tot rust komen.   

De reine Diana is in ons als een wachtende en zodra de mens via hart en denken contact met haar zoekt, wordt zij tot levend water, inspiratie, een geestelijke bron.  

Dan bemerkt men direct hoe zij zich beweegt en contact zoekt met de geest en zo gevoelen wij een bron in ons opwellen die ons gehele lichaam van warmte en licht voorziet, er trekt dan een reinigende werking door ons heen; onze aarde, onze saturnus, wordt door het zilveren, levende water omspoelt, en het onreine scheidt zich af. 

Hoe kan men naar buiten uitdragen indien men innerlijk nog niets bezit? 

Hoe kan men evenwichtig en innerlijk harmonisch worden indien men doorlopend gefolterd wordt door tegenstrijdige, egocentrische en door de planeet-demonen giftig geïnspireerde gedachten?   

In ons denken komen en gaan de gedachten in een onafgebroken rij, wij moeten hen onderdompelen in het levende water van de reine Diana; dan blijven er slechts enkele gedachten over, soms zelfs geen enkele, en wij gevoelen ons alsof er een rustig kabbelend meer in ons ruist dat vanzelfsprekend de geestelijke zon zal reflecteren.     

De alchemie zegt "men moet de vier kinderen eerst baden en dan tezamen brengen zodat zij het witte magnesium voortbrengen, de quintessence". 

Dagelijkse bezinning is als een bad waarin de vier elementen zich reinigen: onze emoties - onze gedachten - onze wil - ons ego. 

Zodra wij de stilte in ons vinden en dat rustig kabbelende innerlijke meer herkennen, moeten wij dit proberen te doen stollen, d.w.z. het moet een blijvende vorm aannemen, niet meer weg kunnen stromen, het moet blijvend oplichten in de hitte of de aanraking des geestes, zoals magnesium door hitte een licht gaat uitstralen. 

Dat is "het licht in de duisternis."  

De quintessence, de vijfpuntige ster, het vijfde element. 

Het element waaruit de ziel geboren is onder de scheppende adem des geestes. 

In ons duistere, zwarte lichaam, dat is als een donkere aarde waarbinnen het grote geheimenis der ziel rijpt, gloeit het licht van die ziel, zij licht doordat de geest haar aanraakt, voordien zucht zij slechts, meldt zij haar heimwee aan een dove duistere aarde. 

Als wij, als zoekende mens, eenmaal de ziele-klacht hebben vernomen begint het alchemische proces zich in te zetten.  

Dan worden we bewogen, onze grauw-grijze aarde komt in beroering, innerlijk treffen ons soms stormen als felle verzetshaarden, dan weer worden we overspoeld door emoties, of de arrogantie van onze wil en de verharding van ons ego.  Onze aarde wordt omgewoeld en slechts het innerlijke levende water is in staat deze onreinheid weg te wassen. 

Geven wij gehoor aan de roep der ziel dan komt de geest omlaag, dan wordt de vijfpuntige ster een zespuntige ster: 

aarde en hemel of ziele-water en geestelijk vuur omarmen elkander. 

Maar dat gebeurt pas wanneer de oude koning, de zwarte Saturnus ondergegaan is in de levensstroom der ziel.  

Voordien hebben wij het nog te druk met het vierkant van bouw, en de ster van de wedergeboorte.  

Een spiritueel mens worden is niet moeilijk, het is slechts vreemd in de ogen der menigten. Maar wat deert de eenling, die zijn koninklijke afkomst heeft herkend, al die menigten? 

Wat deren hem de horden die in protest hun stem laten horen, omdat zij ziek zijn van angst, of vergiftigd door velerlei begeerten?  

Wacht hem, die vanuit de hemelen gekomen is, niet een geheel ander leven, een geheel andere bestemming?  

Wat heeft hij met hen te doen die zich verzadigen aan de gedegenereerde voeding, aan de giftige natuur, en zich verheugen in hun onnatuurlijkheid en onreinheid?  

De spirituele mens zoekt het licht, zo zegt hij vaak. 

Wel, licht is warmte, licht is geest. 

Het ziele-water of de reine Diana is koel maagdelijk, zij moet verwarmd worden door de koning des geestes, voordien lééft zij niet, zij weeklaagt slechts. 

Die weeklacht irriteert de saturnale mens, en hij tracht haar met zijn eigen warmte te belevendigen, doch zij kan deze niet aanvaarden, want zij is door liefde gebonden aan haar gezel, de geest.  

Zoals de Pistis Sophia het uitschreeuwt in haar hunkering naar het Licht der Lichten, zo schreeuwt de ziel slechts om de geest, en kunnen alle rijkdommen van Saturnus, van het ego haar niet misleiden of bevredigen.  

Is het u ooit gelukt uw spirituele honger te stillen met edelstenen? 

Of uw geestelijke zoeken te bevredigen door waardevolle bezittimgen?   

Indien dit gelukt zou zijn, dan is de ziel nog niet wachtende in u, dan is slechts het ego op zoek naar bevrediging.   

Maar hij, die koste wat het kost voedsel zoekt voor de ziel, hij trotseert de tegenwerking van de spottende saturnale menigten, want hij weet dat hij bezig is de poort te openen naar een nieuwe wereld zoals het een wijze Saturnus betaamt, en hij beseft dat, om deze nieuwe wereld, volkomen te ondergaan, hij de oude wereld zal moeten loslaten, in zichzelf, om zichzelf, in zijn streven. 

Een poortwachter is degene die op de grens van twee werelden staat, en hij kan zijn taak pas overdragen wanneer de reine Diana hem hiervan ontslaat, omdat hij zijn tijd heeft volbracht en het wachtwoord heeft herkend. 

Poortwachter te mogen worden betekent dat de mens waardig bevonden is om zijn lood aan te wenden tot goud maken.  

Dan volgt die intense reiniging, naar ego en ziel; beiden zullen zij ondergaan in het vuur des geestes.   

Beide moeten zij gewassen worden in water en vuur, een tweevoudige doop; onheiligheid moet heiligheid worden, heiliging moet zich voltrekken aan lichaam en ziel; 

de mens moet heel worden naar de vier elementen der natuur, en naar de zeven krachten der natuur; 

zodat de achtste dag, die van de wedergeboorte van de Mercuriaanse ziel gevierd kan worden.  

Dan woont de geest in de reine Diana, dan is de mens waarlijk spiritueel, vol van spirit, geworden. 

De weg tot deze voltooiing is smal, maar iedereen kan er gemakkelijk op lopen, als hij de weg herkent als zijn thuisweg tot Het Hof van zijn Vader. 

Want dan komen de herinneringen boven, en het innerlijke licht leidt hem in duistere momenten en er zullen geen angsten, zorgen en onzekerheden meer zijn, omdat hetgeen de geest verenigt, niemand scheiden kan!

1970 - 2015, copyright Henk en Mia Leene