Het wilsvuur

Zodra iemand een geestelijke weg wil gaan bewandelen en dit vooral doet uit het dringende verlangen om zijn leven in dienst te stellen van de naasten, en hij dus niet slechts wordt begeleid door een geestelijke zelfbevrediging, al dan niet opwellende uit een teleurgesteld ego, zal hij begrijpen, dat hij gaat stuiten op geestelijke, zowel als materiële moeilijkheden. 

Het zich losmaken uit de omarming van de menigten, is als het zich lospellen uit een uienschil, waardoor men steeds intensiever met zijn ware kern wordt geconfronteerd. 

Dat behoeft echter geenszins problemen met zich mede te brengen, indien men de naam Prometheus maar naar waarde schat: de vooruitwetende, de vooruitziener of de vooruitdenker. 

Er moet rekening mee worden gehouden, dat deze bevrijding van de kudde de aandacht trekt van al die machten en krachten, die er baat bij hebben dat de massa grauw, kritiekloos, onwetend en volgzaam blijft. 

De moedige individualistische eenling wekt de argwaan op van de machtige lichamen, die van de menigten profiteren; tevens zal hij een voortdurende bron van jaloezie worden voor hen, die hetzelfde wensen te doen, maar daartoe de kracht niet bezitten of er eigenlijk te gemakzuchtig of te angstig voor zijn. 

Een Prometheusfiguur moet zowel de weg-omhoog naar de top van geestelijke zekerheid, als de weg-omlaag, terug naar het dal der schaduwen, kennen. 

Als hij vastberaden de vliertak in de hand neemt, zal hij al zijn energie, al zijn innerlijke verlangen tot dienen, zijn Goede Moed en zijn geloof verzameld moeten hebben, want tijdens die wegomhoog zal hij de zwaarste vuurproef moeten doorstaan. 

Hoe hoger hij komt, des te intensiever de vuurkracht zal worden en daartegen moet hij bestand zijn. 

Zijn hart moet hitte en licht kunnen verdragen. 

Elk mens, op weg naar de geestelijke Hoogten, zal in deze twaalf ontmoetingen iets van zijn eigen ervaringen herkennen en zo ontdekken, waar hij zich bevindt op deze weg tot de top van de geestelijke Olympus. 


* * * * * * *  


Het allereerste begin ligt bij iedere mens in de wil. 

Het niet-willen maakt elke overwinning bij voorbaat tot een falen. 

Er zijn verschillende misverstanden over de macht en de werking van de wil, omdat wensen en willen zo dikwijls worden verward. 

Je kunt iets graag willen zonder er met je hart bij betrokken te zijn. 

Het is heel goed mogelijk om iets uitsluitend met de rede te willen, terwijl je hart met andere dingen bezig is. 

Het Goede Begin van de wil ligt in het openen van het hart, waardoor er een verwarmende tedere gloed door heel het organisme trekt en je kunt verzuchten: "Ik zou dat zo graag willen", terwijl je je geheel en al met de wens verenigt. 

Zelf tot wens worden is zich bij voorbaat neerleggen bij mogelijke tegenstanden en dat wat in de toekomst verborgen ligt over je heen laten komen, zonder echter te vervallen in die gemakzuchtige houding van, "laat Gods water maar over Gods akker lopen" 

De ontmoeting met het wilsvuur wordt een tentamen voor de vrije individuele wil. De wil is een beweeglijke kracht in ons organisme, die men noch in het hart, noch in het denken, noch in enig ander orgaan kan verankeren. 

Hoewel sommige leraren de aandacht van de geestelijke zoekers allereerst bepalen bij de wil, de overgave, de knechting of de beheersing daarvan, blijft deze de grootste tegenstand, die de mens op zijn geestelijke weg kan ontmoeten, omdat de wil door dwang, forcering, of kunstmatige methoden tot een doodsvijand wordt, die de mens vanuit alle hoeken in en buiten hem, kan bespringen. 

De enige manier om daaraan te ontkomen is de negatie. 

Niet voor niets vertelt de oerlegende, dat de "val van Lucifer" kon 

geschieden doordat de zielen rond Gods Troon de beschikking hebben over de vrije wil. 

Daarin is nooit enige verandering gekomen en blijft een genade, die de Schepper aan zijn schepselen betoont en waarin Hij uniek is. 

Is er één religieuze beweging, die zijn volgelingen de vrije wil laat, aldus riskerende, dat ze van vandaag op morgen de grootste tegenstanders kunnen worden? 

De Prometheusmens wordt geacht degene te zijn, die zijn situatie in dit ondermaanse onderkent en terug wil keren tot zijn oorspronkelijke staat van Lichtzoon of Godenmens. Daarvoor heet hij ook Prometheus, nietwaar? 

Zijn aanwezigheid op aarde, en dus niet langer in het Godenrijk, is het gevolg van een experiment van zijn vrije wil, waardoor hij zich vermengde met de aardse wezens en aldus verontreinigd werd door aardse smetten. 

De eerste stap tot de Godenhoogten ligt duidelijk bij die wil. 

Hij moet bij zichzelf overleggen wat hij eigenlijk in zijn hart wil. Of heel zijn lichaam, tezamen met hart en ziel, een harmonisch levenslied kunnen componeren uit zijn wilswens. 

Geen Prometheus kan geboeid, onder dwang van anderen, voortgesleept aan zijn ketenen, de bergweg beklimmen en dus zal hij zijn vrijheid terug moeten nemen. 

Een vrijheid, die hem de verantwoording oplegt om goed voorbereid, geharnast tegen zijn aanvallers, verlicht door het vooruitweten, te beginnen met deze hachelijke onderneming, die slechts wordt geïnspireerd door zijn vrije wil, herontwaakt door een oerverlangen of zielewens. 

Het eerste tentamen dat het leven hem oplegt, prikkelt zijn verlangen. 

Worden niet alle geestelijke zoekers bij hun eerste geestelijke ontdekking, geprikkeld door het verlangen om meer daarvan te weten te komen? 

Komen zij daarna niet in de grote verleiding om "hun wil er tegenaan te gooien", opdat alles sneller zou gaan? 

Begint de ongeduldige mens niet altijd een wedstrijd met de tijd, hoewel deze in werkelijkheid een fictie is, vooral als men met geestelijke onderwerpen te doen krijgt? 

Het zal een Prometheusmens onmogelijk worden, indien hij zijn wens liefheeft, nog langer een theoreticus, een leugenaar of een schijnheilige te blijven, want zulk een houding zal hem innerlijk verscheuren. 

Er komen levenservaringen, die hem zullen pressen te bekennen wie hij is, wat hij wenst en welke motieven hem drijven. 

Hij staat op het kruispunt van twee wegen, de filosofisch-theoretische weg of de praktische weg. 

Om het risico van de praktische weg te kunnen verdragen, zal hij de ervaringen uit zijn verleden juist moeten hebben geselecteerd, de wijsheid eruit hebben gepuurd en de ballast overboord hebben gezet. 

"Er zijn velen die ervaringen zamelen, maar slechts enkelen vergaren daaruit wijsheid", is een alchemische uitspraak en deze Prometheusmens, die zijn eerste vuurproef aflegt, zal dat aan den lijve ondervinden. 

Hoewel vele ervaringen langs hem heengingen, telt in dit moment suprême slechts datgene, wat in hart en ziel werd ingeëtst. Vanuit deze ingeëtste ervaring gaat hij oordelen, kiezen, een geestelijke weg beginnen. 

De moedige bergbeklimmer, verwarmd en geïnspireerd door zijn innerlijke Aurora, dat zijn hart heelt en verblijdt, ziet plotseling een totaal andere levensweg voor zich liggen, vol met verrassingen, ontdekkingen, hoogten, diepten, gevaren en ingrijpende beslissingen. Hij weet nu weer waarom hij leeft. Hij heeft een opdracht gevonden. Een taak, die hem vervult met vreugde, die de inzet van zijn gehele wezen vraagt, die van zijn hart en zijn ziel en zijn leven. 

De intense wens om zijn opdracht te vervullen gaat van hem uit en golft als een lichtkleed om hem heen, hem aldus boven de grauwgrijze schepsels verheffende, die hun verveling trachten te verjagen met een overdaad aan menselijke uitvindingen, die echter alle geestloos en lichtloos blijven. 

Hij ziet de weg naar de top van de geestelijke Olympus voor zich liggen en hij hoort nauwelijks de intrigerende stemmen van de machten, die hem aan hun greep zien ontsnappen: "Wil je werkelijk zulk een smalle weg bewandelen?" "Wil je beslist geketend worden aan de rots, waar de roofvogels je «leven» uitpikken?" 

" Wil je dat, Prometheus ?" 

De klank van de naam schalt door de nacht, waarin slechts zijn nietige innerlijke vlam en de warmte van zijn wens vertroosting brengen en het is alsof die naam hem wekt uit een lethargie. 

Een herinnering wordt in hem wakker, prikkelt zijn ziel, klopt aan zijn hart. 

De zoon der goden heeft zijn naam herkend: "Prometheus!" 

Daarom antwoordt zijn ziel als een echo op de vraag of hij wil: "Ja! Ik ontsteek deze fakkel, opdat er licht zij voor mijn naasten!" 

Zo behoort elke geestelijke zoeker de weg tot de verborgen wijsheid te beginnen. 

De mens, die zich begint te interesseren voor geestelijke onderwerpen en zich serieus bezint op zijn levenswandel, kan ervan verzekerd zijn, dat hij plotseling allerlei omstandigheden tegen zich krijgt. 

Het lijkt wel of alles zich samen gaat spannen om hem van een omwending af te houden. Zo hoort men deze ontwaakte Prometheusnazaat dan ook dikwijls verzuchten: "Het lijkt wel of niemand wil, dat ik mij geestelijk oriënteer. Mijn familieleden, mijn collega's en oude vrienden, schijnen plotseling vijandig te worden, of integendeel, willen mij met bezoeken vereren, juist op het moment, dat ik mij voorgenomen heb esoterisch-spirituele lezingen te bezoeken. 

Dit is de signatuur, die vrijwel elke serieuze geestelijk geïnteresseerde kent, en waardoor velen zich weer laten terugglijden in de oude gewoonten, die niet zoveel tegenstand opriepen. 

Zelfs mensen, die ophouden met roken of een vegetarische leefwijze willen gaan opvolgen, kennen deze typische weerstanden in hun omgeving. 

Het behoort tot de natuurlijke en geestelijke ontwikkeling, dat overwinningen worden behaald dóór de tegenstanden heen. Een groeiproces vraagt de wrijving of beweging van twee tegengestelden; de plant verkrijgt door de omstandigheden zijn karakteristieke weerstand. 

Een mens zou deze zelfde ontwikkeling moeten volgen, doch is daarvan afgedwaald, doordat een totaal foutieve materiële ontplooiing hem beroofde van zijn natuurlijke en geestelijke capaciteiten. Zodra de mens van binnenuit de wens om zich geestelijk te ontwikkelen opvlamt, hetgeen zich kenbaar maakt door een elektromagnetische trilling, die in het aurische veld van de betrokkene vrijkomt, vormen de omstandigheden zich daarnaar en lijken een testcase te worden, waardoor deze mens zijn ernst, zijn goede wil, en zijn waardigheid kan bewijzen.

Zijn het niet altijd de harde omstandigheden, die ons dwingen alles te geven wat we in ons hebben? 

In zulke momenten gaat het recht van de geestelijk sterke gelden en de innerlijk zwakken zouden er onderdoor gaan, indien zij niet zouden worden bijgestaan door de sterken. 

Aan het begin van de weg naar de verborgen wijsheid, wordt de pelgrim getest op de intensiteit van zijn wilsvuur . In hoeverre is dit rein, spiritueel en vooral, dienend. 

Het vuur-element kan zeer destructief worden; in de menselijke gedragingen zorgt een onrein wilsvuur ervoor, dat er een vernietigend, wreed en nietsontziend fanatisme ontstaat. 

Egocentrische motivaties verontreinigen het wilsvuur. 

Diep in het hart verborgen afkeer van de consequenties en de spiritualiteit, verleiden de pelgrim tot een wilsforcering, die veelal wordt opgewekt door de ene of andere autoritaire leider, waaraan hij zich heeft vastgeklemd, niettegenstaande hij meent een autonoom individu te zijn. 

Zulk een wilsinschakeling, tegen de wensen van het hart in, veroorzaakt disharmonie in het organisme en de ziel; de spreekkamers van de psychiater zitten vol met zulke mensen. 0

Zijn hart en wil, ego en ziel tot een accoord gekomen, dan kan de weg verder worden bewandeld, maar beslist niet eerder. 

Te vroegtijdig ondernomen pogingen stranden altijd in allerlei methodieken om het hart te bedriegen en de wil dermate te trainen dat het eindresultaat niets anders is dan een tegennatuurlijke levenshouding, waarbij de harmonie tussen natuur, ziel en geest ver te zoeken is. 

Harmonie ligt niet in de overheersing, maar in de herontwikkeling van het zwakke, zodat dit gelijkwaardig wordt. 

Wilstraining is hierop gebaseerd, waarbij men ervan uitgaat, dat het natuurlijke, het lichamelijke en het gevoelige of vrouwelijke geleid of overheerst moeten worden door het geestelijke, het mannelijke of het positieve.  Zo brengt men een oorspronkelijk harmonische natuurwet over op de geestelijke verhoudingen, die echter niet uitgaan van de macht van de sterkste, maar van de eenheid der gelijkwaardigen. 

Het zwakke moet geholpen worden, zodat het sterk wordt, maar het moet nooit afhankelijk worden gemaakt van de sterke, zodat het nimmer een eigen bestaan kan voeren. 

Overal in de maatschappij zien we overwegend deze laatste gedachtengang prevaleren. 

In diverse leringen en methoden herkennen we hetzelfde. 

Hetgeen we als zwak beschouwen moet zich onderwerpen aan hetgeen sterk is; van een vrijwillig en harmonisch samenspel is dan geen sprake. 

Door de loop der eeuwen is het overgrote deel der mensen namelijk opgevoed met de gedachte: het zwakke is het slechte, het sterke is het goede. Anders gezegd: het negatieve is het slechte, het positieve is het goede. Soms vertaald als: het vrouwelijke is het slechte en het mannelijke is het goede. 

Een ingeburgerde zienswijze, die totaal a-spiritueel en zeker tegengesteld is aan de ontwikkeling tot Prometheusmens! 

Vandaar dat het enig juiste begin van de weg tot verborgen wijsheid ligt in de autonome vrije wil, die zich vereenzelvigt met de hartewens en met het oerverlangen van de ziel en waarmede de ego-wil accoord gaat. De ego-wil is niets anders dan een instinctieve zelfhandhavingsdrift, heel natuurlijk, maar door de degeneratie van het natuurlijke menselijke leven soms uitgegroeid tot een extreme macht, of tot een slaafse onderworpenheid. 

Deze drie inwonende krachten: hartewens, ziele-verlangen en ego-wil werken zo nauw samen, dat deze mens zonder moeite een keuze kan doen, zoals hij eigenlijk de keuze van zijn maatschappelijke leven door deze drie had moeten bepalen, hetgeen vrijwel nooit of zeer zelden voorkomt. 

Een beslissende keuze is echter niet te ontlopen, wanneer men tot een geestelijk resultaat wil komen. 

Compromissen brengen altijd halfslachtige resultaten. Fanatisme daarentegen brengt vernietiging, en vernietiging is onbestaanbaar in de geest. 

De altijd weerkerende moeilijkheid, terwille waarvan zovele zoekende zielen een omweg hebben gezocht, ligt in dit samengaan van schijnbaar tegengestelde machten. 

In wezen is er natuurlijk een noemer, die hen alle drie verbindt: de geest. 

De liefde tot de geest maakt van het hart een spirituele geboortegrond, voert de ziel tot geestelijke extase en brengt de ego-wil tot aanbidding en dus tot een natuurlijke overgave aan het goddelijke. 

Binnen deze drie-eenheid kan geen van de drie machten ontbeerd worden. 

Er zal dan ook, zelfs in het begin, geen sprake meer zijn van een moeizame strijd waarbij het ego de materie wil omklemmen, de ziel zich vergist in allerlei schijnspiritualiteit en het hart slechts heling zoekt voor emotionele wonden. Een Prometheusmens heeft de inzet van zijn gehele wezen nodig om de zware tocht tot de Hoogten te kunnen volbrengen en kan dus niet worden afgeleid en beziggehouden worden door futiliteiten, die in werkelijkheid niets met spiritualiteit te maken hebben. 

Iemand die dusdanig door een volmaakte drievoudige harmonie wordt bezield laat zich niets suggereren, herkent de slinkse methodieken van de schijnheiligen en beseft zeer goed wat vrijheid betekent. 

Vrijheid kennen in denken, gevoelen, doen en willen betekent elke minuut van de dag en de nacht de consequenties van de eigen activiteiten aanvaarden en vooral beheersen. In het reine komen met zijn eigen wens en wil, is iets dat de mens vreemd is geworden. 

Dat wil echter niet zeggen, dat er in de geestelijke ontwikkelingsfasen van de ziel iets zou zijn veranderd als gevolg van deze degeneratieve en vooral materiële denkwijze van de mensheid. Van de vroegste tijden tot nu toe, is de geest onveranderlijk dezelfde gebleven, de veranderingen zitten in de menselijke gedragingen. 

De eerste vuurproef is voor de wil weggelegd. 

Overschat hij zichzelf? 

Is hij slaaf van een verziekt ego? 

Is hij zo arrogant, dat hij zich wil meten met de goddelijke Wil? 

Als in dit prille begin de ware plaats van de wil in ego en ziel niet wordt onderkend, kan hij in een later stadium tot een alles verbrandend vuur worden, dat alle behaalde overwinningen met één slag teniet zal doen. 

De wil is energisch, hij is een vuurkracht, maar ook de geest is energisch en een vuurkracht, echter met een totaal andere waarde. 

Als de wil dit geestelijke vuur niet kan verdragen, als hij zich erdoor laat provoceren, opzwepen tot tegenprestaties, leidt dit tot een catastrofe. 

De geest maakt gebruik van het hart, de ziel en de wil, bij het bezitnemen van zijn Lichtzoon of geestelijk herborene. Er moet dus een gelijkwaardig contactpunt in wil, hart en ziel aanwezig zijn. 

Dit gelijkwaardige aanrakingspunt ligt in de harte-wens, die zich echter slechts kan ontplooien wanneer ziel en wil daarmede accoord gaan en hun verzet opgeven. 

Veel mensen trekken zich terug uit de spiritualiteit, omdat de zwakte van hun hartewens niet in staat was ziel en wil te inspireren en geestelijk te motiveren, zodat hun onderlinge innerlijke verscheurdheid ondragelijk werd. 

Iemand, die een geestelijk hunkerend hart bezit, uitsluitend geïnspireerd door een herontwaakte geestelijke ziele-liefde, is al zodanig veranderd, dat hij de wilsproef glansrijk kan doorstaan. 

Op de vraag: "Wat wil je eigenlijk?", kent hij maar één antwoord: "De geest dienen, hoe dan ook!" 

Daarbij wijdt hij geen enkele gedachte aan zijn eigen welzijn, noch geestelijk, noch lichamelijk. Hij komt niet eens op de idee, dat hijzelf daardoor wellicht in zware problemen zou kunnen komen. 

Door deze instelling zullen volgens de geestelijke wetten, mogelijke komende problemen zich dan ook oplossen vóórdat zij hem zouden kunnen schaden. 

Dit weet een Prometheus, een vooruitziende, bij voorbaat! 

In hem heeft zich de vereiste harmonie tussen overgave, autonomie en energie voltrokken, zonder dat hij zich daarvoor tegennatuurlijke inspanningen moest getroosten. Hij staat aan het Goede Begin en hij vraagt niet naar het Einde. Ligt dit Goede Einde niet reeds in het Goede Begin verborgen? 

Van hem zal nimmer gezegd kunnen worden, zoals in het apocriefe Thomasevangelie staat: "Gij vraagt Mij naar het einde en gij kent het begin niet eens?!" 

De mystieke omwending, waarover in het Scheikundig Huwelijk wordt gesproken, is zich in hem aan het voltrekken, op de esoterische Paasmorgen, de tijd van de wederopstanding van Chrestos, de wedergeborene. 

De ego-wil heeft deel aan deze omwending, waardoor die fanatieke doorzettingsdrift verandert in een meebewegen met het totale groeiproces van mens en ziel. 

Hier kan wel gezegd worden, dat het oerchristelijke: "Niet mijn wil, maar Uw Wil geschiede," in esoterische zin wordt volbracht, zonder dat dit aanleiding geeft tot een slaafse onderworpenheid, waarbij de rede wordt uitgeschakeld. Integendeel, nu is de beurt aan de rede om een vuurproef te ondergaan, want zonder het bewust onderkennen van de motivatie en het doel, is geen praktische overwinning mogelijk.

1970 - 2015, copyright Henk en Mia Leene