Nawoord

Stromend levend water kan zich ontelbare malen hervormen, zich in allerlei grillige figuren schikken.  

Er is nooit stilstand, er is steeds weer een verrassing, een adembenemend spel dat de blik van de toeschouwer boeit.  

Vuur heeft dezelfde eigenschap, het is onberekenbaar, levend, verrassend.  

Vuur en water zijn fel levende elementen en beide bezitten een geweldige kracht.  

Deze zelfde kracht ligt verborgen in iedere oerdeugd, zelfs rust brengt die machtige kracht over.  

Water en vuur zijn de twee leidende natuurelementen die elkander moeten omarmen om de ideale mens te scheppen, zoals Hermes Tresmegistos (Legendarische grondlegger van de alchemie, dikwijls vereenzelvigd met de Egyptische god Thot) leerde.  

De twee driehoeken van vuur en water vormen tezamen de hexalpha, de zespuntige ster, het symbool van de mens, die volgens het boek "Genesis" op de zesde dag werd geschapen.  

Twee tegengestelden zowel in de natuur als in de geest worden tot één om daaruit een hernieuwde mens te voorschijn te brengen.  

Dit is een realiteit die elk mens in zichzelf kan waarnemen wanneer hij de twee tegengestelden, denken (vuur) en hart (water), wil verenigen.  

Zulk een eenheid is zeer moeilijk te volvoeren.  

Zolang het verstand, als een vurig element, niet deemoedig en ontvankelijk is, weigert het zich met het hart, als een waterig element, te verenigen.  

Met het hart is het hetzelfde. Het weigert de rede te aanvaarden zolang het geen bewuste bezieling, een aspect van het vuur, bezit.  

In de spiritueel geïnteresseerde mens is deze strijd tussen hart en hoofd te herkennen, doordat de ziel, het waterige geestelijke 

element, zich niet kan samenvoegen met de geest, het vurige geestelijke element.  

Een oerdeugd brengt beide tot elkander, hart en hoofd, ziel en geest.  

Er is geen mens die blijvend kan beschikken over een harmonie tussen hart en hoofd.  

De strijd tussen gevoel en verstand wordt opgeheven zodra denken en emoties gelijktijdig opgaan in iets anders, in een spiritueel doel bijvoorbeeld.   

De samensmelting van ziel en geest brengt wijsheid voort en het is logisch dat de harmonie van hart en hoofd daaraan vooraf ging.  

Het moeilijke is echter dat het begin voor de verwerkelijking van een oerdeugd zich niet laat realiseren door het ego en dat betekent dat het juiste begin of het "goede begin" (Apocrief bijbels, eveneens een gnostiek begrip voor het ontwaken van de goddelijke ziel) ontglipt aan de wil en de dwang van het ego, doch dit ego is de enige tastbare medewerker die de aardse mens kent.  

Alles wat buiten het ego ligt, ligt buiten het bereik van de aardse mens en zijn vermogens.  

Dat is een voortdurende ergernis voor de zoekende mens, daarin ligt zijn teleurstelling, daartegen strijdt hij zijn doelloze strijd.  

De verwekking van elke oerdeugd berust op de innerlijke aantrekkingskracht van de ziel.  

Indien men niet voldoende interesse bezit voor de spiritualiteit, wil dat zeggen dat de ziel in het geheel geen affiniteit met enige oerdeugd bezit en dan blijft alles een spel, een tijdverdrijf dat steeds weer wijken moet voor aantrekkelijker belangen die het ego boeien.  

Aangezien het ego dan sterker blijkt dan de sluimerende ziel is het verwezenlijken van een oerdeugd slechts een tweede-plans object.  

En zo geschiedt er nooit iets op spiritueel gebied.  

De kernvraag is altijd: Welke interesse gaat voor in het beslissende moment?  

De spirituele of de materiële interesse?  

Elke oerdeugd is intensief met de ziel verbonden, uit alle 

oerdeugden spreekt geestelijke levenskracht, dat is de motorische kracht van hun bestaan.  

De intensiteit waarmede de ziel hunkert of zoekt of begeert naar het heil is bepalend voor de spiritualiteit van een mens.  

Iemand die zich afwendde van de spirituele waarden zei eens: 'Ik heb niet genoeg hunkering.'  

Waarlijk een eerlijk excuus, want uit zijn latere leven bleek dat dit inderdaad waar was, omdat hij zich volledig kon overgeven aan alle materiële interessen en elke spiritualiteit weggleed.  

Dan is het beginnende vonkje van spiritualiteit weer gedood.  

Toch was het even aanwezig en dat betekende dat de betrokkene een Lichtzoon is, die echter geslachtofferd werd door één van de oerzonden.  

De oerzonden trachten, ieder op de eigen manier, het geestelijke licht van de Lichtzoon om te zetten in het licht van de kracht met de Leeuwenkop, in absoluut egocentrisch licht dus.  

De enige machten die die mogelijkheid tot omzetting bezitten zijn de oerzonden.  

Onderken daarom uw oerzonde en roei deze uit!  

Hij is uw zeer individuele tegenkracht, uw satan, uw misleider.  

Iemand die geen waarlijk spirituele interesse bezit laat deze raad aan zich voorbijglijden, het interesseert hem niet wezenlijk.  

Spirituele mensen arbeiden met zulk een raad.  

Omdat een oerzonde een voortbrengsel is van de allereerste om-zetting van heilig in onheilig, dus een gevolg van de onderwerping aan de wetten van luciferische overheersing in de kosmos en in de mens, ligt daar de kern van de anti-spiritualiteit.   

De oerzonde kan nooit bestreden of overwonnen worden door het ego, want een oerzonde heeft beslag gelegd op de ziel, dat enige overgeblevene onaardse element.  

Een hunkerende ziel is altijd een twijfelende of onrustige ziel, die geen genoegen kan nemen met het luciferische licht.  

Zij is als de Sophia (Het Evangelie van de Pistis Sophia - Basilides Valentinus) die in de chaos schreeuwt om hulp.  

Zij moet 12 aspecten van de oerzonden, als vertegenwoordigers van de chaos, overwinnen, maar met één enkele oerdeugd gelukt haar dit altijd.  

De Sophia had vanaf het begin een affiniteit met een sterke oerdeugd: het heilbegeren.  

Al haar boetezangen zijn ervan doortrokken en dit heilbegeren werd steeds sterker op haar weg door de aeonen en hielp haar er tenslotte doorheen.  

Zulk een overgebleven heiligende hulp moet in ieder spiritueel zoekend mens aanwezig zijn, anders lukt het nooit.  

Door al de menselijke problematiek, door zijn levensstrijd en door zijn vreugden en verdriet moet een gouden draad lopen, die hij nooit mag verliezen.  

Die gouden draad kan zijn als de goede moed, voortkomende uit de zekerheid dat het Licht der Lichten aanwezig is en hem redt; 

hetzij dat hij is als de liefde tot de geest of de Pistis, de gezel die in de dertiende aeon achterbleef (Het Evangelie van de Pistis Sophia - Basilides Valentinus); 

hetzij dat hij is als het intensieve heilbegeren waaruit hij steeds om verlossing blijft roepen; 

hetzij dat hij is als de innerlijke adeldom die hem alle oerzonden of aeonenmachten doet negeren; 

hetzij dat hij is als de oerkennis die hem vertelt hoe hij elke tegenaanval zal kunnen ontlopen; 

hetzij dat hij is als het scheppend vermogen dat uit hemzelf steeds opnieuw, in iedere aeon, een hernieuwde kracht te voorschijn roept die de overwinning behaalt; 

hetzij dat hij is als de onveranderlijkheid die ongeloof en verachting tegenover de aeonenmachten demonstreert zodat deze daardoor ontkracht worden.  

Onoverwinnelijkheid is altijd een eigenschap van hen die de geestkracht bezitten.  

Deze onoverwinnelijkheid bezit de zwak met de ziel verbonden mens niet.   

Hij gaat altijd onder in de maalstroom van de materiële levens-interessen of laat zich verleiden tot uiterlijke spiritualiteit die zijn schuldgevoel compenseert.  

De onmacht van mens tot mens ontstaat door de afstand die twee ego's van elkander verwijderd houdt.  

Wellicht meent men dat twee mensen nauw met elkander ver-bonden kunnen zijn, maar in diepste wezen blijven beiden alleen.  

Men kan zijn naaste slechts tot op zekere hoogte helpen, de werkelijke daad moet van hemzelf uitgaan.  

Een spiritueel mens kan een spirituele zoeker zo klaar mogelijk uitleggen waar de "bottleneck" van zijn falen of van zijn spirituele stilstand zich bevindt, zodat hij enthousiast "ja" knikt en direct besluit daar wat tegen te doen, maar in het beslissende moment  staat hij alleen.  

Overgeleverd aan de macht van zijn individuele oerzonden, die hem suggereren: Ach, doe het morgen

maar!  

Of: Er zijn zoveel interessantere dingen.  

Of: Waarom zou ik mij zo druk maken?  

Of: Zou dat alles wel waar zijn?  

Of: Ben ik werkelijk zo'n egocentrisch mens?  

Zodra de mens zich voorneemt: Nu ga ik mij op de spiritualiteit richten, ligt zijn oerzonde op de loer en pakt hem in zijn zwakke plek, d.w.z. in de affiniteit die hij met zijn oerzonde heeft.  

In die strijd tegen zijn specifieke oerzonde kan niemand hem helpen.  

Ten eerste is deze oerzonde een pijnlijk punt voor vele mensen, omdat zij zich eigenlijk schamen voor hun oerzonde en ten tweede is de liefde tussen deze oerzonde en de gevallen Lichtzoon dikwijls zeer bindend.  

Het is een liefde-haat verbintenis.  

Vandaag haat hij zijn oerzonde, morgen loopt hij in zijn teugels, omdat hij zijn doel begeert of liefheeft. Zijn gehele organisme is doortrokken van zijn specifieke oerzonde, hij is zijn bezit.  

Zijn ziekten komen eruit voort, zijn zwakheid, zijn organische gevoeligheid en de oerzonde is, wat men noemt, zijn achillespees.  

Zou deze oerzonde verzwakt worden door een enkele oerdeugd, dan zou hij de strijd gewonnen hebben.  

Spiritualiteit is geen kwestie van aanleren, van inwijdingen, van gehoorzaamheid of plicht.  

Spiritualiteit is een kwestie van de overgebleven heiligheid der ziel.  

Een kwestie van haar levenskracht  

Er zijn mensen die de spiritualiteit beoefenen als een hobby, maar zij veranderen er niet door.  

Zij verdrijven er slechts hun tijd mee of amuseren zich met interessante onderwerpen.  

Vooral onder esoterici komt dit veel voor.  

Esoterici zijn spirituele hobbyisten.  

De goeden natuurlijk buiten beschouwing gelaten.  

Wanneer men naast de dagelijkse levensbelangen een klein plaatsje in kan ruimen voor de spiritualiteit is men eveneens hobbyist, mensen die zich aan een door de maatschappij verdrongen interesse wijden.  

Zodra de mens teruggeworpen wordt op zichzelf blijkt duidelijk wie en wat hij is.  

Velen zoeken een geestelijke voorganger die hun ziele-vlammetje met zijn eigen geestelijke vlam brandende houdt.  

Zij zoeken een autoriteit die hen de gemakkelijkste weg opleidt of een voorganger die voor hen het goede voedsel uitzoekt.  

Is dat niet een kudde-mentaliteit?  

De ram doet het voor zijn kudde schapen.  

Had de Sophia in haar intense worsteling met de Authadesmacht een autoriteit om zich aan vast te klampen?  

Neen.  

Zij had slechts het Licht der Lichten en die kleine innerlijke kracht die haar gebleven was.  

Een gnostiek mens is altijd een zelfstandig mens, in zijn moeilijkheden en in zijn vreugden.  

Juist door die zelfstandigheid bewijst hij dat hij de kudde is ontgroeid.  

Voordien was hij geen gnosticus, noch een Pistis Sophia, noch een ketter of een waarachtige esotericus.  

Spirituele hobbyisten vormen ook clubs om met elkander hun hobby te beoefenen, maar spiritualisten blijven eenlingen, totdat zij door middel van een oerdeugd elkander herkennen.  

Een spiritualist is net zo eenzaam als een egoïst, zij gaan beiden van een eigen centraal middelpunt uit. 

Het verschil is dat de eerste innerlijk groeit en dat de tweede innerlijk versteent.  

De spiritualist ontgroeit zichzelf en wordt straks een deel van de grootse eenheid, de egoïst kent geen grootse eenheid, want hij is overgeleverd aan de onderlinge verdeeldheid der ego's.  

De egoïst stoot zijn naaste van zich af, de spiritualist trekt hem tot zich, zelfs ondanks zichzelf.  

De spirituele mens tracht zichzelf op alle mogelijke wijzen innerlijk te verrijken, hij vermijdt datgene wat hem verarmt.  

Het is onbelangrijk welke plichten hij heeft, maar het is van overwegend belang welke liefde hij kent; liefde is altijd sterker dan plicht.  

Al het georganiseerde kent plichten, maar de geest is slechts te bereiken via enige vorm van liefde en het hart schenkt zich slechts weg uit liefde.  

Wanneer men met zijn naasten over deze veelzijdige geestelijke liefde spreken kan, is het zeker dat de geest aanwezig zal zijn.  

Deze geest heiligt alle aanwezigen.  

Wanneer men over Chrestos, de universele geestelijke Verwekker, spreekt, zal Hij in het midden zijn.  

'Wie alleen is, daar ben Ik bij hem; doch daar waar twee zijn, zal Ik bij hen zijn.' (Apocrief gnostieke uitspraak van Jezus)  

De goede Een (Goede magiër uit de Tarotserie), de waarachtige Lichtzoon, bezit deze Chrestos; zodra zij met twee zijn, vormen zij een soort graal (Tabulah Smaragdina, de Graal waarin zon en zich uit storten), een geestelijke atmosfeer, waarin Chrestos woont en daar waar er drie tezamen zijn, kunnen zij deze Chrestos tonen, als een resultaat.  

Tenslotte zal men zonder deze geestelijke krachtuitstorting niet meer kunnen leven en zo zal het gebeuren dat men zelf de oerzonde miniseert, omdat men, gezien de innerlijke ervaring, de oerdeugd meer lief krijgt dan de oerzonde.  

Dan is het geschied!  

De Lichtzoon heeft zich voor altijd verbonden met het Licht der Lichten en hem zal de weg omhoog langs de nedergedaalde straal des Lichts geen moeite meer kosten.  

Het ligt in uw bereik de Goede Werken te doen, Lichtzoon, waarom zoudt u deze dan nalaten?  

U zult dan bemerken dat het is alsof u waarachtig gedoopt wordt met het vuur des geestes en u zult de stem vernemen die spreekt: 

'Zo is het goed, mijn Zoon, waarlijk goed! Ik heb u als mijn Zoon uitverkoren!'  

Dan zult u weten, dat u het Goede Begin gevonden hebt en het Goede Einde is dan als een Aurora dat u waarlijk ziet en waarvan u de stralen reeds op uw gezicht bespeurt.  

Dan is alles wederom Goed geworden!  

De Diepe Vrede (Zegenende uitspraken van de Katharen, de Franse gnostiek-ketterse sekte uit de middeleeuwen) vergezelle u van nu aan tot aan het Goede Einde (De Diepe Vrede van Bethlehem als wedergeboorte der ziel - het Goede Einde als alomvattend opgaan in de geest).

1970 - 2015, copyright Henk en Mia Leene