Jezus, de Essener

De Heer spreekt: "Zie, Ik maak het laatste zoals het eerste....." 

 Barnabasbrief 

De gouden draad van Ariadne loopt als een hoopgevende en bemoedigende steun door de getuigenissen van de gnostici; één van hen was Jezus de Essener. 

Meent niet dat de canonieke bijbel zijn woorden waarheidsgetrouw en volledig weergeeft, zijn verspreide woorden, voorkomende in de apocriefe geschriften geven veel duidelijker blijk van zijn gnosis. Daarin ontmoet hij zijn voorgangers en nakomers en herkent men vrij gemakkelijk de steeds terugkerende eenheid van de verborgen leringen. 

"Zie, ik maak het laatste zoals het eerste", staat in de Barnabasbrief. Men behoeft zich niet intellectueel in te spannen om hier de oorspronkelijke Tarot en de oorspronkelijke getallenleer te herkennen: Negen (de laatste) wordt weer één. (Neun ist eins) *) 

De Heremiet (9) is de Magiër (1) in een herschapen gestalte. 

Dit wordt volbracht door de innerlijke god, Chrestos-in-ons. 

Menigeen denkt dat Jezus de godsdienstige wetten en de leer der profeten en heiligen onderschrijft, maar ziet, hij is een vijand van alle wet en alle profeten: 

"Meent gij dat ik gekomen ben om de wet of de profeten te vervullen? Ik kwam om hen op te heffen, en niet om hen te vervullen!" 

Evangelie van Marcion. 

Ongeveer hetzelfde roept Pythagoras uit als hij "de vrijheid' zoekt, het loskomen van de wet. Hierdoor wordt men niet wetteloos of losbandig, want degene die dit doet op ingeving van zijn innerlijke god, eert een innerlijke, ingeschapen wet. Negeert men die wet, dan veracht men zijn innerlijke god; heeft men de dwang van de uiterlijke wet nodig, dan is men innerlijk wetteloos of losbandig. 

De tussenweg, die de mens doet aarzelen tussen de twee wetten, bestaat in werkelijkheid niet, maar is aan een schijnsituatie ontsproten. Deze tussenweg maakt ziek, ontworteld, onwetend en chaotisch. Het is de weg die dichter bevolkt wordt dan de geestelijke Terugweg, want de zwakken trachten daar hun zwakheid te verbergen. 

Hetgeen hen niet zal baten. Alle gnostiek spreekt van de beslissing, ook de gnostieken wijzen daarop. 

De Beslissing, die in het getal 6 volvoerd wordt (Tarotkaart 6  de Beslissing), nadat in het getal 5, de vijfpuntige ster (Tarotkaart 5  de Hogepriester) zijn heerschappij heeft doen gevoelen: demonisch met de punt omlaag, of heiligend met de punt omhoog. 

Wij bevinden ons allen binnen de kosmische werking van één der elementaire vormen, of men nu aan getallensymboliek gelooft of niet, de feiten bewijzen dat de oude gnostieken met hun kosmische tekening de waarheid spraken. Wanneer in de apocriefe brief van Justus staat: "Als onze woning in de hemel is", weet elke gnosticus dat er over de ziel gesproken wordt, die uit "de ether en Gods geest is geboren" en zal hij zich nooit vergalopperen in de dogmatische geloofsovertuiging: "Dat wij na onze dood terugkeren bij de Heer in de hemel." 

Ook Jezus, als Essener, sprak in verborgen geheimenissen, die echter nooit verborgen blijven voor de gnosticus, maar slechts voor de onwetenden, d.w.z. zij die hun verstand volgen, waarin de duisternis woont. 

Maar al te dikwijls komt het voor dat bijbeltaal gezien wordt als een geheimtaal voor uitverkorenen, d.w.z. voor universitair geschoolden. 

Inderdaad is er een spraak voor uitverkorenen, nl. voor hen die van "mijn ras" zijn, en zij die aan dezelfde stam ontsproten zijn kost het geen moeite de verborgen woorden te verstaan. 

Zoals de Lichtzonen, in de unieke legende in het Boek Henoch, vervloekt werden omdat zij de Kennis Gods, de verborgen gnosis, overdroegen aan de Zonen van de duisternis. 

Zo is de taal der gnosis slechts voor de gezegenden, die een innerlijke god navolgen en daardoor Zijn taal begrijpen. 

Niemand zal kunnen zeggen: "ik ben die uitverkorene" en zichzelf elitair opstellen, want "de" uitverkorenen gedragen zich als Lichtzonen, bezitten dus de drie machten van deze gnosis: Kracht, Kennis en Liefde. 

Iedereen kan nagaan waar het hemzelf aan ontbreekt en dat gemis verwijdert hem van de verborgen spraak der gnosis. 

Hoe duidelijker men deze drie machten bezit, des te helderder glanst de draad van Ariadne in het leven op en des te lichter maakt men zich van de wet en de profeten los en volgt men een innerlijke wet en beheerst men "de" vrijheid, een vrijheid die verbindt en dus bindt. Geen enkele Lichtzoon zal zich daartegen verzetten. 

In deze vrijheid kan slechts de geweldloze leven, omdat hij geen haat ontketent en dus zal er geen agressie zijn en geen noodzaak tot offerande om de Heer goedgunstig te stemmen. 

Want, nietwaar, heeft de deugdzame offeranden nodig als geschenk voor zijn God? 

Het geweldloze streven spreekt uit deze woorden: 

"Ik kwam om de offers af te schaffen en als u niet ophoudt te offeren zal de toorn niet van u heengaan." 

Apocriefe Jezuswoorden. 

Toorn is reactie op geweld. Bloedvergieten stapelt schuld op schuld en hetgeen etherisch voortleeft zal wraak zoeken of zich revancheren. 

"Zolang er slachthuizen zijn zullen er slagvelden zijn", zei Tolstoi. Een moderne versie van de oude leer der gnostieken. 

Hij, die zich voedt met vergoten bloed, neemt de etherische wraak in zich op en zal agressie bevorderen. 

Nogmaals, de vegetariër eet zich niet heilig, maar heiligen zijn vegetariër en niet omgekeerd. 

De deemoedige eerbied vervult de Lichtzoon met bewondering voor het levende en hij eerbiedigt evenzo de verborgen geheimenissen, zoals de gnosis-die-in-hem is. 

Want 

"Niet uit ijverzucht heeft de Heer in een evangelie geboden: Bewaar Mijn geheimenis voor Mij en de zonen van Mijn huis."  

Clemens van Alexandrië. 

Over het werkelijk innerlijke heilige spreekt men niet tot hen die deze heiligheid niet erkennen kunnen, maar men bewaart de schat voor de innerlijke god en hen die deze innerlijke god eren. 

Dat is een wet die geen organisatie en geen godsdienst de mens kunnen opleggen, maar deze wet der geheimenissen groeit in de Lichtzoon tijdens zijn ervaringen. Dan wordt zijn zwijgen vervuld van heiligheid en zijn spreken toont de glans daarvan. 

Want "spreken is zilver en zwijgen is goud!" 

Wiens zwijgen goud is als de geestelijke zon, als de innerlijke adeldom des harten, waarin geluk en Diepe Vrede wonen, diens spreken is edel als het zilver, een broeder van het goud, een glans van adeldom, zoals de maan de zonneglans weergeeft. En zijn zwijgen zal de duisternis van de onwetenden kunnen verlichten; zwijgt hij, dan is er geen ledigheid, maar de volheid van het goud, dat zijn spreken van licht voorziet. 

De gnostieke woorden van al de ouden zijn nooit louter theoretisch gefundeerd, hoewel zij dit lijken voor de onwetenden, voor wie de geheimenissen verborgen blijven, maar zij zullen altijd een levenspraktijk uitbeelden voor hen die op Pad zijn, en deze zullen niet ophouden zich daarmede te vullen, daar zij niet kunnen ophouden zich te ontledigen terwille van de onwetenden. 

Zwijgen en spreken, ziedaar de wet van nemen en geven. 

Daarvan is geven de meeste, geven is zaliger dan nemen, omdat "geven" betekent dat men het juiste genomen heeft, en geven is naastendienst, terwijl "nemen" ten dienste van zichzelf is. 

Hij, die niet weet te ontvangen, zal ook niet weten te geven. 

Men kan deze twee niet van elkander scheiden, het is de oerwet van natuur en geest; uit deze wisselwerking komt "de vrucht" voort, het Licht. 

De Lichtzoon onderwerpt zich graag aan deze wet, zonder morren, zonder uitvluchten, en hij behoeft zich geen methoden aan te leren om zich het ontvangen en het geven eigen te maken. 

Want zo de ziel één wordt met de natuur ontsluit zij deze wet, die besloten ligt in het ritme van water, vuur, aarde, lucht en ether. Het is het kosmische ritme van de hemellichten. 

Slechts de disharmonische mens en de ziel die haar oorsprong vergeten is, zoeken naar methoden om zich dat oerritme weer eigen te maken, edoch, het is niet aan te leren, het is ingeschapen, men moet het blootleggen. 

En dat kan een ieder, die van Zijn Ras is. 

Want "waar één is, daar ben IK!" 

Die ene is de door zijn innerlijke God geroepene. 

Niemand is eenzaam, die zich zo vergezeld weet, en deze zullen ook zeggen: "Beter alleen dan in slecht gezelschap." Het is een uitspraak die de hoogmoedigen gaarne bezigen, maar die de deemoedigen nalaten, omdat zij zichzelf pas geven in goed gezelschap; in het slechte gezelschap zijn zij node uiterlijk aanwezig, maar blijven innerlijk afwezig. 

"Slecht gezelschap" is niet de mindere in weten, noch de goedwillende, noch de dienende of de trachtende. 

"Slecht gezelschap" is het demonisme en daar waar demon is kan deus niet zijn. 

De hoogmoedige Lichtzoon, die zich elitair opstelt, louter omdat hij gevoelt van Zijn Ras te zijn, hoewel hij nog zonder Kennis, zonder Liefde en zonder Kracht is, vergeet dat de drie wegen waardoor Deus arbeidt zijn: 

"De ervaring, de wijsheid en de barmhartigheid." 

Dit is één van de triaden van de Druïden. 

Ervaring komt door onderzoek en levende het leven. 

Wijsheid komt direct uit de ziel zo zij Kennis draagt. 

Barmhartigheid is de meest edele vorm van Liefde. 

Het hart heeft erbarmen. Elke Lichtzoon heeft erbarmen met de onwetenden. Zoals hij erbarmen heeft met de zwakken en hen niet vertrapt uit fanatisme. 

De hoogmoedige, die zich elitair opstelt op basis van zijn ledigheid, kent geen erbarmen en aldus zal zijn Liefde slechts ten dele zijn en een vleug van eigenliefde bevatten. 

"Bidt en wordt niet moede," is een gnostieke uitspraak van Jezus. 

Geen gnosticus zal daaronder verstaan, dat men zich dag en nacht op de knieën moet werpen, zichzelf pijnigende en zichzelf dwingende ontberingen te ondergaan. 

Bidden is spreken met het hart. Bidden vanuit een hart, dat is als de zon, goud, geluk, Diepe Vrede. Bidden is het hart verdeemoedigen, het reinigen, het zich laten vullen met geluk en Vrede. De hoogmoedige kan dit niet. Hij bidt met de lippen en is hoogmoedig, als de maan die meent dat zijzelf het Licht is. 

Spreken is onderworpen aan het zwijgen en bidden is de meest edele vorm van spreken. Het gebed van de Lichtzoon wordt gevormd door klanken die regelrecht uit het hart opwelllen, louter goud, louter innerlijke adeldom, Zijn Ras waardig. 

Dit bidden is ontvangen en geven tegelijk. Men geeft zich aan zijn God en men ontvangt Zijn antwoord. Want de innerlijke God laat géén enkele bidder, die weet te bidden in de verborgen spraak van de gnosis, staan. 

Gnosis is Kennis, en betekent tevens kennen, zijn God kennen, Zijn spraak kennen. Men leert daarom niet bidden, maar men wordt tot dat bidden gevoerd door middel van de ervaring, de wijsheid en de barmhartigheid. De ervaring vormt het gebed; de wijsheid vormt de klanken en de barmhartigheid neemt het op in de schoot van de naastenliefde. 

Zonder liefde voor het levende kan naastenliefde - in zijn onbaatzuchtige vorm - niet bestaan. Want naastenliefde omvat allen en alles waarin de Adem Gods beweegt. 

Hij houdt niet van dat wat door mensen werd voortgebracht buiten de Adem van de Levende, maar dat wat uit God werd voortgebracht heeft zijn hart. 

Het licht heeft het duister niet lief, zoals het duister het licht niet liefheeft, maar zij werken samen terwille van een doel. 

In de eenheid verliezen yin en yang hun karakter en worden zij Ch'i. "In de eenheid," volgens Apollonius van Tyana in zijn Nuctemeron, "zingen de demonen Gods lof." 

Wenden deze zich om tot deus. Het Goede Begin bestaat niet uit twee, uit dualiteit, maar uit eenheid. 

Boven het atoom, de tweeheid, staat het monotoom, zoals de 

moderne wetenschap heeft ontdekt. Dit is vanzelfsprekend voor de gnostieken, die uitgaan van het ene ondeelbare. 

"Mijn Rijk zal komen wanneer de twee één zijn, het uiterlijke en het innerlijke, het mannelijke en het vrouwelijke, en er zal noch mannelijk noch vrouwelijk zijn." **) 

Het linkse staat niet meer tegenover het rechtse, noch vervloekt het rechtse het linkse, maar zij zullen beide hun dualistische karakter verliezen en opgaan in de eenheid van de Diepe Vrede. In deze Diepe Vrede zullen "alle vruchten en planten, bomen en dieren veranderd worden en de dieren, die de planten zullen eten, zullen vredig worden en elkander in acht nemen en de mensheid zonder tegenwerping dienen....." 

Dan zal ook de mens dus anders zijn. Zo zal de paradijselijke staat, die zich bevindt tussen het wezenlijke en het onwezenlijke, gegrondvest in de ether, in het denken, wedergekeerd zijn. 

Hierover zullen degenen die uitroepen: "Onzin, dat vegetarisme, want al de dieren, van de oertijd tot nu toe, hebben zich wederzijds opgegeten.....", zich verwonderen. 

Neen, deze wederzijdse verslinding is een degeneratie. 

De angst is de motor van de zelfhandhaving geworden, maar zodra de natuur zich herstelt, onder invloed van de koning van de schepping, de mens, die zijn Schepper dient en het Leven eerbiedigt, zal zelfhandhaving ten koste van de naaste, niet noodzakelijk zijn, zal stress nuttig zijn voor de arbeid, maar niet noodzakelijk zijn voor de verdediging. 

Omdat de mens dan niet kwaaddenkt van zijn naaste, omdat de Diepe Vrede zich uitbreidt van mens naar dier en van dier naar plant en van plant naar mineraal. 

En zij zullen elkander wederzijds dienen. De ene zich offerende voor of dienende de andere, want dit is de wet van de gemeenschap. De hoogste dient de laagste en omgekeerd. En hij die het hoogste is, zal het beste weten te dienen, omdat hij de oorspronkelijke wet volgt en de Diepe Vrede zijn levensurgentie is. 

Moge deze Diepe Vrede zich meer en meer uitbreiden, hier en overal waar gij zijt, Lichtzoon! 

*) Goethe's Faust: Das Hexen-einmal-eins. 

**) Apocriefe Thomas-evangelie.

1970 - 2015, copyright Henk en Mia Leene