Het katharisme

Egyptische dodenboek

Het gisteren heeft mij verwekt; 

Nu schep ik heden de werelden van morgen. 

Ik ben de Seps-God, die zijn macht openbaart. 

Ik ben de Heer van de witte kroon Uretet, 

en ik ben de geheime ingewijde van de Heer, 

God Neheb-Kau van de rode demon, 

die het goddelijke Oog bestormt. 

Zie, gisteren ben ik door de Poort des Doods gegaan 

en nu bereik ik het schone einde van de reis. 

Want de machtige godin, die de ingang tot de weg behoedt, opende de poort voor mij! 

Nu grijp ik de vijand aan. Ik overwin hem! 

Hij heeft zich overgegeven! 

Ik zal hem niet loslaten! 

Ik zal hem vernietigen voor de rechters van de onderwereld. Zij omringen Osiris, stralend in konings-ornaat 

Heil U, O Khent-Amenti!

Nu zovele onderwerpen uit het verleden weer in de belangstelling staan, krijgen ook de Katharen, een zg. ketterse sekte uit de 12de eeuw, nieuwe aandacht. Vooral in Europa en met name allereerst in Frankrijk, waar zij destijds het actiefste waren. 

In de leringen van de diverse oude sekten kan men zien dat er eigenlijk niets nieuws onder de zon is. Van tijd tot tijd schrikt de mensheid op door revolutionaire acties, in maatschappij, in politiek, in godsdienst. 

De motivatie is altijd dezelfde: weerzin tegen het afdwalen van de oorspronkelijke ideeën. De platgetreden kudde-wegen blijken, inplaats van naar grazige weiden, in het rond te lopen en weldra maakt een eenling zich daarvan los en wordt een roepende in de woestijn van de massale gewenning. 

Het woord Katharisme komt van het Griekse Katharos, rein. 

Reinheid is in de religies altijd één van de voornaamste pijlers geweest, een reinheid die weldra uitmondde in een angstig bewaakte kuisheid en heel dikwijls ontaardde in uitwassen van perversie, die weer aanleiding werden tot fanatieke vervolgingen, zoals o.a. de heksenvervolging . 

Reinheid is de grond van alle spiritualiteit, maar over het begrip reinheid kunnen boekwerken vol worden geschreven, omdat elk mens interpreteert naar zijn eigen bewustzijn en inzicht. 

Bovendien leidt schijnheiligheid tot de meest ongelooflijke uitleggingen en tot een heel arsenaal van excuses voor de onreinheid, die dikwijls een zelfstandig leven zijn gaan leiden. 

Reinheid heeft voor menigeen een ietwat bedenkelijke klank gekregen, juist omdat er zoveel misverstanden uit zijn ontstaan. 

Het Katharisme definieerde de reinheid als: de reine waarheid, de oprechte eenvoud, de harmonische natuurlijkheid, en de geestelijke liefde. 

Alle pronk en praal, alle eigenbelang, staande tussen God en mens, werden als onreinheid beschouwd. Een "rein hart" hebben krijgt aldus een zeer diepe betekenis, en als men het Katharisme in het heden zou willen terugvinden, dan moet men wel tot de conclusie komen, dat het Kathaar-zijn nog uitsluitend gepraktiseerd wordt door de eenling. 

Zoals elke spiritualist weet, dat men de geest niet en groupe kan onderwijzen, zomin als men de meditatie en groupe kan aanleren, zo is ook de reinheid niet als groep te bereiken. 

Menigeen in ons zo interessante heden stelt belang in het Katharisme als overtuiging, en diverse occulte en esoterische groeperingen bezitten wel iets van de Kathaarse leer, maar de basis ontbreekt vrijwel altijd, de basis van de eenvoud. 

Het uitgangspunt van: God is de Allerhoogste; de natuur is 

Zijn weerspiegeling en de mens is de middelaar tussen beide. In deze mens weerkaatst zich aldus God èn natuur. 

Alles wat zich daarbuiten nog in die mens bevindt is onreinheid. 

Alle tegennatuurlijke gedachten, handelingen en emoties zijn noch uit de natuur, noch uit God, aldus onrein. De redenering is simpel en direct. Er is géén ruimte voor velerlei uitleggingen, noch ruimte om God of Geest te betrekken in allerlei dubieuze handelingen, die in werkelijkheid slechts een pervers ego dienen. 

Het Katharisme is géén sektarische gedachtekronkel, maar in wezen louter het terugkeren tot het uitgangspunt, een hernieuwde stimulans in een tijd waarin de kerkelijke hiërarchie een weelderige instantie werd met vertegenwoordigers, die meer zichzelf dan God dienden. 

Zulk een Katharisme blijft dus te allen tijde actueel; juist in deze tijd zou het gemakkelijk kunnen worden ingepast, indien de hedendaagse mens de klerikale overheersing niet dermate beu is, dat elke vorm van gestrengheid of principiële levenshouding in eerste instantie wordt verworpen. 

De vrijheid is velen heden in de bol geslagen. Hetgeen dan leidt tot bandeloosheid, waarin plenty ruimte is voor een onreinheid in al zijn aspecten. De natuur heeft haar eigen opvattingen over reinheid, maar mensen beoordelen deze al naar hun opvoeding, hun inzicht en hun innerlijke staat. 

Menigeen is uiterst rein op zijn uiterlijk, maar zijn denken en zijn hart zijn bronnen van vuilspuiterij. Het vuil afwassen is heel iets anders dan het vuil niet toelaten. 

Menigeen keurt luttele verontreinigingen af en staat grove onreinheden toe. Elke maatstaf is individueel, zoals spiritualiteit en meditatie individueel zijn. 

Men kan diverse vormen van onreinheid verbieden, maar allerlei andere vormen komen door de achterdeur binnen. 

De eenvoudigste vorm van reinheid is: geen deel hebben aan onreine uitingen. Aan iets waarin men niet geïnteresseerd is, gaat men voorbij. Zo zal de ene mens een geheel andere onreinheid in leven houden dan de andere mens en beiden kunnen verlangen of hopen een Kathaar te worden. 

De historie gaat zich te buiten aan diverse beschouwingen over het Katharisme en historici schrijven boeken vol over de oorsprong, over hun dualisme of monotheïsme. In werkelijkheid ligt de waarheid direct voor 't grijpen, maar deze lijkt de wetenschapsmensen te eenvoudig. Ook de Katharen kenden een noemer die hen onderling verbond, en juist die noemer is hun uitgangspunt en hun eenheid, en sterkte hen in de zware tijden. 

Voor de kudden valt de noemer weg als de leider wegvalt; voor de individuele, uit innerlijke noodzaak gegroeide Kathaar zou de noemer verdwijnen als zijn motief weg zou vallen. 

Het motief voor vrijwel alle "ketterse" sekten was: decadentie van de religieuze instellingen en/of gebrek aan individuele ontwikkeling. 

Religieuze kudden krijgen een etiket opgeprikt en zij schikken zich daarnaar, hetgeen niet zeggen wil dat de leden, als individu, aan de betekenis van dat etiket zouden voldoen. Dit is geen verschijnsel uit het verleden, maar dat is nu nog zo: een Christen moet bewijzen dat hij werkelijk Christen is. 

Alle andere sekten met schoon klinkende namen vertonen dezelfde gebreken als het massale christendom: de veruiterlijking en het schermen met loze vormen. 

In diverse bewegingen is een sprankeltje Katharisme te herkennen, vooral als zij zo prachtig kunnen praten over de wederopstanding van de ziel en over de drie-eenheid: geest, ziel en lichaam. 

Maar daar blijft het meestal bij! 

Een oprechte, edele, zachtmoedige Christen bezit minstens zoveel Katharisme en òf theoretisch zijn leer dan verschilt van de theoretische leer der Katharen is van weinig belang. 

Het Katharisme is gnostiek, zeggen de historici, maar gnosis betekent directe Kennis of "Kennis des harten", zoals Prof. Quispel zegt, in navolging van Valentinus. 

En de "Kennis des harten" is geen bezit van menigten, noch van groepen, zij is het voorrecht van de eenling. 

Aanduidingen kunnen verschillen van mens tot mens. Het Zenboeddhisme verschilt van het Brahmanisme en het Indische Boeddhisme van het Japanse, maar het begrip: "satori" bestrijkt de intentie van ontelbare eenlingen binnen uiterlijke, mogelijk tegenstrijdige, sekten. 

De Katharen kenden het Endura en het Konsolamentum en aangezien beide slechts aan de wereld bekend werden tijdens de vervolgingen, verraden door onder druk gezette gelovigen, is alles wat men in hedendaagse groeperingen daarvan gemaakt werd, nonsens! 

Pronken met oude namen om zelf daardoor beter te lijken! 

Zoals satori niet onder woorden gebracht kan worden, zo zijn endura en consolamentum begrippen die slechts de enkelingen iets zeggen. Een ceremonieel is nog niet het geheimenis. 

Een rituaal, naverteld door onwetenden, verschilt hemelsbreed van hèt rituaal van de magiër. 

De handelingen vormen niet het geheim, maar de kracht en de inzet daarachter. Handelingen en uitgelekte vormen naäpen wil nog niet zeggen: toegang krijgen tot het geheim dat de krachtbron vormde. 

Vandaar dat in ons moderne heden vele zg. Katharen opstaan, liederen uit het verleden zingen en revolutionair in opstand komen tegen veruiterlijking en endura en consolamentum trachten te imiteren. Maar dit alles doet nog geen werkelijke Kathaar geboren en zelfs niet wedergeboren worden. Omdat het uitgangspunt, de motivatie en de intensieve wens tot heiligheid ontbreken. 

De Katharen kenden de Volmaakten of Parfaits, de Bonshommes; er zijn esoterici die hen vereren als heiligen; er zijn anderen die ervan dromen zo te zijn, omdat zij de historie zijn ingegaan als principiële, wijze, edele mensen. 

Niettemin kenden ook zij de grootste eenvoud, de simpelheid van het zwart-witte denken: ja is ja en neen is neen. Compromissen zijn voor de zg. gelovigen, die geen afscheid kunnen nemen van leugen en onreinheid en daarom uitvluchten zoeken. De moderne religieuze organisaties bestaan uit één groot compromis, hun leer is een mengsel van uitvluchten en theorieën, die ruimte genoeg laten om te kunnen ontsnappen aan minder aangename consequenties. 

Het moet voor de gewetensvolle spirituele mens onmogelijk zijn een dergelijke organisatie te vereenzelvigen met spiritualiteit. Geld en God zijn synoniem geworden. De Volmaakten en de Bonshommes maakten nooit gebruik van geld, maar waren (de op geld ingestelde moderne mens laakt het) afhankelijk van de giften en de verzorging van de gelovigen, edelen en aanhangers. 

Logischerwijze hadden zij geen bezit. Zij waren, in de meest uitgebreide zin, zwervers en zoekers op aarde; vonden dáár een tehuis waar zij verwelkomd werden en werden smadelijk weggejaagd waar zij gehaat werden. Zonder geld leven is in onze met geld doortrokken maatschappij vrijwel onmogelijk. Hetzij dan dat men afstand doet van alles, familie, huis, verbintenissen. 

De mentaliteit is echter veranderd; goeroes rijden in minstens zulke luxe auto's als fabrieksdirecteuren. En de gelovigen vinden dat normaal. Armoede wordt nu gezien als een tekort aan welslagen en eenvoud is een gebrek aan ontwikkeling. 

De normen veranderen met de innerlijke armoede der mensen, want normen houden nl. gelijke tred met de massaal suggestieve beïnvloeding. Dit is dagelijks te constateren in de publiciteitsmedia. Menigeen predikt eenvoud, maar vindt redenen om zelf zijn eigen raad niet op te volgen, een raad die dan ook alleen voor de aanhangers geldt! 

Onze maatschappij wordt beheerst door normen, die 

worden geschapen door machtige instanties, die daarin voordeel zien. Zelfs in religies wordt deze instelling gevolgd.   

Zo worden luxe, protserigheid en overdaad dikwijls beschouwd als een zegen Gods.  

Wijsheid wordt zeldzaam. 

Daarom kleedt men zich in de aloude symbolen van de wijsheid. Uiterlijke pracht komt als innerlijke pracht gevlucht is.  

Vandaar dat er in steeds meer kringen wordt gedroomd over en geschermd met de Bonshommes, de adeldom van het geestelijke Katharisme.  

Een Bonhomme, een goed mens zijn, had door hen nl. een diepe betekenis gekregen: goed zijn zonder rekening te houden met zichzelf, aldus kon men reine gedachten en emoties bezitten, daar het eigenbelang niet verleidde tot onreinheid.  

Zichzelf verlagen terwille van het eigenbelang, zichzelf, als edel mens, verraden terwille van onreinheid was hen volkomen onbekend. 

Wat is onreinheid?  

Wat is innerlijke adeldom?  

Wie is een goed mens?  

Niemand is goed die niet de bron van goed en kwaad doorschouwd heeft.  

"Als ik het goede doe staat het kwade naast mij," zei Paulus, die het beslist weten kan, gezien zijn leven. 

Maar iemand die het waarachtig Goede, dat boven kwaad en goed verheven is, doet, krijgt geen contact met het kwade of vernietigende. Alles wat men zonder zelfinteresse doet, is goed, onverschillig hoe de uitkomst is. Alles wat men naar de oprechtheid van het geweten doet, moet goed zijn.  

Verder dan dit goede kan een mens niet gaan, want dit goede is aan hem gebonden en met hem in overeenstemming.  

Katharisme is in wezen: oprechtheid tegenover het geweten.  

Niet onderhandelen met de geest, noch met zijn geweten. 

Zodanig in contact staan met zijn geweten dat elke zweem van eigenbelang innerlijke irritatie veroorzaakt, de inwonende Shin *) beledigt. 

Maar het geweten is ook individueel!   

*) Shin = Hebreeuwse letter, behorende bij Shiva en het pentakel.

Vandaar dat de weg die via het geweten gaat een individuele weg is. 

Katharisme is individuele bezieling, Katharisme is zijn leven heiligen en zijn ziel zich laten ontplooien.  

Heiligen zijn geen kwezels, noch laffen, noch geëxalteerden. 

Heiligen zijn oprechten des harten, edele, gewetensvolle mensen, die groeien naar wijsheid.  

Alle heiligen kennen de onheiligheid, zoals de Katharen het onreine proefden en daardoor protesteerden. Niemand is goed die niet ook het kwaad heeft geproefd, maar de gewetensvolle mens vermindert het kwade, brengt het kwade terug tot het goede, totdat hij geheel Goed zal zijn.  

De geestelijke pelgrim verkrijgt onderscheidt tussen goed en kwaad en zijn maatstaf zal veranderen, tot deze gelijk wordt aan die van de naasten op die pelgrimsweg en tenslotte uitkomt in de maatstaf der heiligen. Het goede van het kwade onderscheiden doet men met de innerlijke maatstaf, maar nooit op gezag van derden.  

Of het Katharisme "ketters" geweest is, een pestbuil in de schoot van de heilige kerk, zoals de kerkvaders schrijven, kan slechts worden beoordeeld door de eenling, nooit door groeperingen.  

In deze wereld worden datgene of diegene die zich tegen de normen der machtigen, tegen hun interessen verzetten, "slecht" genoemd. Elke eenling, die opstaat tegen de leugen en het verkwanselen van de heilige waarden, krijgt te doen met tegenstand, roddel, kwaadaardige pogingen tot vernietiging. Dat was niet slechts in het verleden zo, dat blijft tot op de dag van vandaag actueel. 

De eenling, die zich verdrukt gevoelt door leugen en schijnheiligheid, door allerlei dingen die zijn geweten belasten, moet echter het spreekwoord: "De olifant gaat opzij als hij een kudde varkens ziet aankomen" ter harte nemen. 

Hij moet nooit zijn krachten verspillen door tegen de stroom op te roeien, maar eenvoudig een ontsnappingsmogelijkheid zoeken en dan overwegen wat hij met zijn "kleine kracht" doen kan. Hij kan medestanders zoeken, zich niet laten neerdrukken door het vreemdelingschap op aarde, noch door de eenzaamheid.

Zichzelf sterken door de Idee te belevendigen met anderen of door zich te voeden met wijsheid. Innerlijk gesterkt worden geschiedt door: onreinheid verre van zich houden, zijn geestelijke en zijn aardse voedsel terdege uitzoeken. Zichzelf nooit bedriegen door drogredenen, zo sluipt de bloedzuiger binnen vóórdat men het bemerkt en is men afgemat, wanhopig, moedeloos, voordat men er iets tegen kan doen. 

De Volmaakten en Bonshommes toonden moed, niet de overmoed of de moed der wanhopigen, maar de moed van het onderscheiden: "Mijn dood helpt mijn naaste niet, maar mijn leven kan hem tot steun zijn." Dode helden worden tot droomfiguren, levende wijzen verdelen voedsel. 

Menige esotericus of edel strevende mens droomt eens een wijze te zijn of een Bonhomme. Wel, de mogelijkheid ligt hier, in het heden, direct naast ons en in het nu. 

De komende seconde kunnen we al wijs denken of doen! 

De seconden benutten om wijsheid te overwegen, niet de seconden weg laten tikken in onreinheid, laksheid, gelatenheid. Laten we nooit vergeten dat elke wijze van een gelaten zachtmoedige mens in de volgende seconde kan veranderen in een onverzettelijk principieel mens. 

Een ieder die de geschiedenis van de Montségur, één van de laatste bolwerken van de Katharen, kent, weet dit. 

Strijdbaar zijn zonder geweld en wapens, tolerant en zachtmoedig zijn zonder te vervallen in onverschilligheid en laksheid, zijn de gaven van de reinen, de Katharos. 

Iedereen, die de geest oprecht zoekt en zijn levensweg daarnaar richt, kan dus een Katharos worden, eerst wellicht een gelovige, een proberende, daarna een Bonhomme, een Goed mens in de hoogste betekenis van het woord. 

Hoezeer heeft de mensheid behoefte aan Bonshommes, ook al zal de menigte hen niet waarderen. 

De hopenden en de oprechten zien naar hen uit, want de tijd der dwazen is bijna voorbijgegaan. Het moment waarop de wijsheid terugkeert gloort reeds aan de horizon! 

De Katharos wordt daardoor begeesterd.

1970 - 2018, copyright Henk en Mia Leene