De praktijk

Filosofie compenseert de teleurstellingen en moeilijkheden in het leven van vele mensen; het is een uitlaatklep waardoor zij hun gedachten en gevoelens de vrije loop kunnen laten, zonder dat hun filosofische vrienden hen vreemd dan wel eigenaardig vinden. 

Filosofie is de vlucht van de hongerende ziel en vooral theoretische filosofie is een compensatie voor de gemakzuchtige ziel en het schuldige ge-weten. 

"Zolang mijn mond mooie, verstandige en wijze woorden uit, kom ik op mijn naasten, in eerste instantie, beter over dan ik ben," zo denkt menigeen onbewust. Het is een natuurlijke reactie, die voor alles een evenwicht zoekt; het is ook de reactie waaruit bv. psychosomatische ziekten ontstaan. 

Elke gedachte, elke overweging, elke emotie heeft namelijk een reactie tot gevolg; niets bestaat, binnen de schepping, op zichzelf; alles is een tweeheid om zo natuur en schepsels evenwichtig te houden. Het merkwaardige van de denkende mens is, dat hij daarmede geen, of nauwelijks rekening houdt; dat hij, om zo te zeggen, doorlopend zondigt tegen vaststaande regels, die zich hierdoor altijd aan hem revancheren. 

Menigeen is eigenlijk voortdurend op de vlucht en verbergt zich in één aanzicht, zodat men vrijwel alles kan etiketteren door: hij is dit of dat; hij is introvert of extrovert; hij is brutaal of verlegen; hij is arrogant of bescheiden. Hierbinnen treft men natuurlijk allerlei nuancen aan; het ergste dat we kunnen zeggen is: "Hij is slecht, nooit goed," maar onaanvaardbaar zou het voor een mens zijn, indien men van hem zou zeggen: "Och, hij is goed noch slecht." 

In de filosofie ontsnapt men ook hieraan, want iemand die zich filosofisch opstelt, probeert zich te onttrekken aan een natuurlijke definitie. Logischerwijze dwalen we aldus ver af van het oude begrip filo-soof: liefhebben van de Sophia, de wijsheid. 

Wanneer we dus het negende pad corresponderend met de negende Tarotkaart, praktisch willen bezien, komen we in de sfeer van de wijze. 

Hoe leeft de wijze? 

Hoe denkt de wijze? 

Hoe reageert of handelt de wijze? 

Er zijn talloze opvattingen over een wijze; iedereen bouwt aan zijn eigen ideaalbeeld, maar dat heeft niets te maken met de wijze van het negende pad, want die gaat boven het verbeeldingsleven van de onprincipiële mens uit. 

Deze wijze is geen ideale voorstelling, maar hij is het sluitstuk van een innerlijk werk. Wie kan zich een juiste voorstelling maken van hetgeen hij niet kent? 

Ook in de getallensymboliek sluit de 9 alle voorgaande begaafdheid in en dus krijg je de volkomenheid van een bovennatuurlijk schepsel, dat vriendelijk en vooral dienend in de natuur staat.  

Over bovennatuurlijke schepsels zijn er zulke vreemde ideeën in omloop: ze worden aanbeden dan wel veracht; we vinden hen ziekelijk dan wel onaards. Soms beschouwen we ontwortelde schepsels als bovenaards, hoewel hier geen sprake kan zijn van een 9-mens, omdat bij de ontwortelde de aanraking met de aarde, de staart van de 9, ontbreekt. In de hermetische geschriften vinden we merkwaardige aantekeningen over een "hermetische" mens. 

"Hermopolis", zo staat er, "was zijn stad, de stad van de Acht of de Ogdoade, waarvan hij de opperheerser was." *) 

Er waren Acht Lichtzonen, die ieder een gebied vertegenwoordigden, of ieder een trillingsveld bezaten; daarboven stond Herrnes, de heerser, de driemaal grote. 

In de opeenvolging van de getallen ziet men het zo: De 1 is de pionier, de energie; deze wordt in de 2 tot Kennis en drukt zich in de 3 uit als Licht. 

Dat zijn de drie edele fundamenten. 

Daarna bouwt de 4 een laboratorium, een werkveld, voor dat Licht en de 5 bevestigt zich via dat Licht voor eeuwig aan de Oerbron; de 6 besluit of hij via dat Licht omhoogklimt of zich via dat Licht een tehuis op aarde bouwt; en de 7 hijst de overwinningsvlag, het triomf teken omhoog, juichend, omdat hij "het" gevonden heeft, maar de 8 neemt hem die triomf uit handen en probeert ermede werkelijk door te stoten tot aan het Licht, via een enge kruisweg; tenslotte landt de 9 in zijn oorspronkelijke sfeer en kan niet anders dan daarover vertellen en daarvan getuigen, wetende nu, dat angst ongegrond is. 

"Wetende nù, dat elke angst ongegrond is." 

Dat is een magische zin. Dat getuigt van de paden zeven en acht. 

Nu kun je jezelf afvragen: "Herken ik mijzelf als deze mens van het negende pad?" In de praktijk is het dus een weg van vreesloosheid, kennis, liefde en trouw. Alle zonden tegen deze eigenschappen komen uit angst: een meerwaardigheidskomplex, dan wel een minderwaardigheidskomplex bedekken deze veelal. 

Beide typen hebben angst omwille van zichzelf. De innerlijke zekerheid van het negende pad laat deze 9-mens rustig zijn zwaartepunt in het hoofd, in de kroon, behouden. 

Hoevelen proberen niet eerst, vooral als ze jong zijn, materiële zekerheid te verkrijgen? Stevig met de voeten, liefst tot aan de enkels, in de materiële modder staan. Maar modder zuigt, nietwaar? 

De 2, het tweede pad, wordt ook gekarakteriseerd door zijn cijfer. Ooit bemerkt dat dit op een knielende figuur lijkt? 

Hier bidt de ziel. Waarvoor? 

Wat overlegt hij, waarover bezint hij zich? 

De hoge moed van de één is omlaaggebogen tot een deemoedige, knielende figuur en de essentie van het gebed wordt bepaald door de kwaliteit van de één, door het Goede dan wel het slechte begin. 

D.w.z. door onszelf in het ogenblik, waarop wij ons gedachten maken over ons leven; het moment waarop onze ware aard dit leven gaat beheersen. Het negende pad brengt de bewandelaar geen enkele verrassing; hij kent het leven, hij kent beide tegenpolen en hij beseft dat hij een instrument bezit, dat door deze twee blinde machten bespeeld kan worden. 

Zij gaan als blinde machten aan hem voorbij en treffen hem niet meer in zijn zwakke plek, zoals Hödur dat met de maretak bij Baldur deed. 

De wijze heeft zijn zwakke plek, die elke natuur eigen is, opgeheven door zijn geest. Daarom wordt altijd aan het begin van een geestelijke zoekersweg gezegd: Zelfkennis is onontbeerlijk. 

Zelfkennis is: zijn zwakke plek ontdekken en deze afschermen. Een "zwakke plek" is altijd een psychische gevoeligheid, die uitwerkt in een bepaald orgaan. 

Laten we niet vergeten dat elk orgaan psychische verbintenissen heeft. 

Onze geestelijke instelling bepaalt of deze of gene latente gevoeligheid ons zal opbreken of niet. 

Het negende pad en zijn bewandelaar worden doortrokken en overgoten met Licht; geestelijk Licht behoedt iemand tegen kwalen, dat weet iedereen langzamerhand. 

Het is alleen altijd de kunst om zoveel Licht te vergaren, dat men er zich afdoende door beschermen kan. Dit is een probleem, dat de Heremiet niet meer kent. 

Het Licht verlaat hem niet meer, zoals hij het Licht niet meer verlaat. 

Is het zich voor te stellen wat het betekent altijd te worden vergezeld door het Licht? 

Het is als een situatie, waarbinnen niets kan gebeuren dat wondt, beangst, verbitterd of irriteert. Het zijn niet de omstandigheden, die milder zijn geworden, maar de mens is veranderd en beheerst de omstandigheden. 

Van buitenaf kunnen wij niet oordelen of iemand het in zijn leven z.g. zwaar dan wel licht heeft. Er zijn mensen die onder zware omstandigheden één en al vreugde zijn, en er zijn mensen die in lichte omstandigheden niet anders doen dan klagen. 

Het negende pad is nl. niet meer een ervaringsfase, maar het is de mens zelf, hij is het negende pad. En alles wat zich om hem heen bevindt voegt zich naar hem. 

In diepste wezen begint zoiets al op het eerste pad, omdat de essentie van de spirituele zoekersweg berust op de mens, die zijn omstandigheden máákt. Alleen beseft men dat in het begin nog niet en laat men zich door bijkomstigheden vervormen. Wie ergert zich nooit aan zichzelf als hij zich weer heeft laten verleiden om in dezelfde fout te trappen? 

Wie bemerkt nooit dat de omstandigheden zich voegen en veelal anders worden dan men eerst dacht? 

Wie heeft nooit bemerkt dat hoe minder men zich verbindt met narigheid, des te sneller deze voorbijgaan? 

En wie weet niet dat wij, allemaal, stuk voor stuk, de veroorzakers zijn van de banden, die ons nu knellen of belemmeren? 

In ons hart weten we dat we vele kostbare momenten verdoen met die knellende banden weer los te wikkelen. 

Alles waaraan men zich verhangt moet eens worden losgemaakt. Maar het is wel zo, dat de angst om zich ergens aan te verhangen, meer knelt dan de band zelf. 

Onwetenheid is de grootste zonde. Er zijn mensen die altijd op de vlucht zijn uit angst zichzelf ergens aan te binden, uit angst z.g. karma te maken, uit angst hun "vrijheid" te verliezen. 

Wat is die vrijheid? 

Egoïsme. 

De mens van het negende pad is vrij, omdat hij wéét en dus niets herhaalt. Omdat hij zowel het boven als het beneden kent. Omdat hij heersen en dienen kan. 

Omdat hij geen onevenwichtig ego meer bezit, dat zowel angsten als heerszuchtigheid uit kan spelen. 

Het negende pad bevindt zich dus niet hier òf daar, noch hier èn daar. Het is de mens. 

In de naasten en in onszelf kunnen we dit pad tegenkomen. 

Het wortelt diep in ons organisme en in onze ziel. Het beheerst ego en organisme en koestert de ziel. Hoewel het geen geforceerdheid bevat, geen ego-training, waardoor die ijzige zelfbeheersing ontstaat, waarin de liefde, de warmte, het lichtende, afwezig is. 

Als deze mens spreekt komt het Licht naar buiten, hij draagt zijn ziel over. Zou hij anders kunnen? 

Hij is bevoorrecht, maar niemand zou met hem willen of kunnen ruilen. Niemand anders dan hij kan zulke omstandigheden beheersen. Niemand anders dan hij stelt zulke eisen aan het leven of hecht minder waarde aan schijnbare bezittingen. 

Al is de mens bescheiden in zijn materiële wensleven, dan blijft er nog over: het ik. Dat blijft het langste doortrokken van de twee blinde machten, daar het uit die machten is opgebouwd. Dat wil niet zeggen dat het ik slecht is, maar het is de levende verpersoonlijking van de twee blinde machten, die door de mens van het negende pad moeten worden beheerst. 

Er is niemand die niet van zichzelf houdt. Ook zij die zeggen zichzelf te haten, hebben een liefdesverbintenis met zichzelf, hechter dan zij die zichzelf liefhebben. 

Zolang we innerlijk gewond kunnen geraken houden we nog van onszelf. Ooit iets raarders gezien en gehoord dan schepsels, die met hun ego hun ego liefhebben? 

Wat voor liefdesvorm is dat? 

Ja, eigenliefde. Maar is dat niet tegennatuurlijk? Toch is dit een emotie, die niet door training is uit te doen, noch door straf. Het behoort bij die voornoemde zwakke plek en kan dus door zelfonderzoek worden ontdekt. 

De heremiet kent neutraliteit en staat tegenover zijn ego neutraal, het ziende als een instrument, niets meer, niets minder. De beangste, hypocriete mens zegt veelal: "Vraag mij niet, ik ben neutraal." 

Hij bedoelt: trek mij er niet bij, ik heb angst, voor mijzelf. 

De angst en de wil huizen in de nieren, volgens de Chinese opvatting. Zowel spirituele als materiële zoekers proberen de angst te overwinnen met de wil. Maar deze zijn in diepste wezen compagnons. Slechts de overgave van de wil neutraliseert de angst. 

Dat ziet men heel duidelijk in de dociele overgave van de onzelfstandige mens, die zijn eigen wil overgeeft aan een autoriteit en zich zo dus achter deze kan verschuilen, zodra er gevaar of een aanval dreigt. De geestelijke overgave van de wil is echter géén vorm van willoosheid, maar van een wilstransformatie. Als iemand geen wil meer heeft, zoals bv. bij slaafsheid, horigheid, dan wel in de neurasthenie en de ziekelijke neurosen, dan is hij onbereikbaar voor elke vorm van levensinteresse, psychisch en physisch. 

Dat is juist de grote moeilijkheid bij deze mensen: men kan hen niet meer bereiken, geen uitwisseling is meer mogelijk en uitwisseling betekent beweging, groei, opgang of neergang. Als iemand zijn wil wegschenkt aan een autoriteit, beoogt hij daarmede de neergang uit te sluiten, hij wil slechts opgang. 

Doch deze is vóór het negende pad onbekend. 

Er is opgang of neergang, en er is stilstand. Elke opgang riskeert een neergang. Als je loopt kun je vallen, als je ligt niet. 

Iemand, die de opgang praktiseert ondanks het risico van de neergang, bewijst moed; is hij een geestelijk mens dan bewijst hij de Goede Moed; dat is het eerste pad. 

Laten we niet vergeten dat stilstand ook zijn risico's heeft, nl. de innerlijke vergiftiging, het sterven. Vergiftiging kan eventueel nog leiden tot provocatie; als je jezelf genoeg vergiftigt krijg je wellicht behoefte aan medicijn, geestelijk medicijn, waardoor er weer een verlangen uitgestraald wordt. 

Wegkwijnen is erger. Iemand die geestelijk wegkwijnt, krijgt natuurlijk eveneens de organische bijverschijnselen hiervan. 

We moeten de voorstelling dat wijze, edele mensen kwijnende, ziekelijke, vaalbleke en broodmagere figuren zouden zijn, vergeten. Zulke figuren missen levenskracht, weerstand, neigen naar liggen en niet naar lopen. 

De edele mens toont het tegenovergestelde, hij is altijd uiterlijk dan wel innerlijk actief. Vanuit ieder uitgangspunt, lichamelijk gezien, kan iemand een edel mens worden, indien de moed om te beginnen maar aanwezig is. De pionierskracht, die een spirituele zoeker altijd heeft. Een pionierskracht, die zich uit in onderzoek. Totdat hij ontdekt dat daarna het knielen, het overwegen, het bezinnen komt. 

De heremiet ontdekt dat alles zich tenslotte in hemzelf afspeelt, dat hij, als drievoudig wezen, alle bewegingen, werkingen en krachten binnen de natuur en de geest in zichzelf terugvindt. 

Het negende pad is praktisch, zoals al de andere acht paden louter praktijk zijn. Het negende pad kent het grote zwijgen van het weten, hoewel er een juist gebruik wordt gemaakt van de spraak. Alles wat de mens is, wat hij organisch-geestelijk bezit, bezit hij niet voor niets. Als we iets willen wegwerken, iets willen negeren, zijn we ontevreden met iets. Wie zou ontevreden mogen zijn met dat wonderbaarlijke organisme, het natuurlijke instrument? 

Wie zou mogen ontkennen, dat hij een ziel bezit, een restant goddelijkheid dat, volgens Plato, de "chaos" ordenen kan. 

Wie zou, in lichtloosheid dan wel in verblindheid, de Schepper durven beschimpen of aanvallen? 

Wij zijn, als geestelijk-organisch wezen, bewonderenswaardiger dan welk schepsel, dat wij eventueel bewonderen. 

Verwonder je over jezelf. Over de inzichtloosheid èn over de oppermachtigheid. 

Zolang je je over jezelf verwondert val je niet in de put van de lichtloosheid, noch plaats je je op die lachwekkende papieren troon van de zelfoverschatting. Verwondering maakt levend, ontvankelijk, lichtend. 

In de geneeskunde weet iedereen, dat het het moeilijkste, maar ook het meest begerenswaardige is om een juiste diagnose te kunnen stellen. Wie kan zichzelf diagnosticeren? 

Dia-gnosis: doorkijk via de Kennis. Het tweede pad, het pad van de knielende, is het pad van de Dia-Gnose. 

Dat is voor elke zoeker een moeilijk stadium, dat slechts "geknield", symbolisch gesproken, doorleefd kan worden. Noch de verblinde hoogmoedige, noch de onwetende slaafse kunnen een diagnose bij zichzelf of bij hun medemensen stellen. 

De praktijk van het negende pad is leven in en met het Licht, dat onderwijst en beleert, vergezelt en behoedt. 

Kortom: hij, die uit het Licht ging, is Het Licht opnieuw geworden. Wie zal hem daarvan dan nog kunnen scheiden? 

*) Cosmogenie de Hermes Tresmegiste. 

DE NEGEN, EEN WEDERGEBOORTE 

DE OERLEER 

Het intrigeert altijd als men leringen vindt, die in vóór-christelijke tijden actief werden onderwezen en vooral, indien daarin waarden te vinden zijn, die ook nu nog praktisch opgevolgd kunnen worden. 

Herrnes, de driemaal grote, is een figuur die vrijwel legendarisch is geworden, waarover men discussieert, doch aan wiens werkelijke bestaan men twijfelt, maar wiens naam als een gouden draad door heel de esoterische wereldliteratuur loopt. 

Het meest indrukwekkende zijn de woorden bij de leeuwenpoort van Mycene: "De Egyptenaren stammen af van de zoon van Thot, priester van Atlantis." 

De leringen, die als brokstukken in de oudste literatuur zijn te vinden, zijn geschreven door Hermes II, de zoon van Thot-Hermes; de Hermes II wordt een levende figuur voor de moderne lezer, zodra hij de opgetekende gesprekken met zijn zoon Tat en zijn kleinzoon Aesclepios *), de grote Imhotep, lezen. 

Van Thot-Hermes wordt verteld dat hij als scheidsrechter optrad tussen de godenreuzen en titanen, dat hij de raadgever was van Osiris en Isis en de beschermer en stamvader was van de "goede reuzen", die de kennis aan de mensheid overdroegen. 

Alzo, een legende wordt hierdoor historie. Deze optekeningen, die esoterici graag negeren, kunnen niet verkeerd worden verstaan. 

Er is een tijd geweest waarin "de Lichtzonen" **) afdaalden op aarde; er is een tijd geweest waarin enkele Lichtzonen, als goddelijke koning-priesters, over bepaalde gebieden heersten; er is een tijd geweest, waarin sommigen van hen terugkeerden naar hun "land van herkomst", terwijl anderen achterbleven, waarvan wij, zoekende zielen, zouden afstammen. 

Op deze wijze wordt het begrijpelijk, dat alle oude vóór-christelijke wijzen Thot-Hermes zien als de stamvader van de goddelijke Kennis en van alle immateriële leringen, waaraan tevens alle andere Lichtzonen hun deel bijdroegen. 

In de Egyptische papyri ontbreken noch zijn naam, noch de duidelijke, zeer realistische vermeldingen van Osiris, Isis en Horus. ***) 

Zij gaan dus de geschiedenis in als eerste boodschappers van een godenleer, die slechts door "goden" of de achtergebleven Lichtzonen kan worden begrepen. 

De aarde-mensheid imiteerde hen en hun leringen; zij verlangde niet naar "verlossing", Licht, of naar een Oergod, waar zij thuis hoorden, maar zij wilde zijn als "de goden". 

Van Thot-Hermes komt de alchemie, die in Egypte als de oerleer wordt beschouwd en waaruit de medische astrologie, de getallenleer, de kruiden- en stenentherapie o.a. ontnomen werden. Logischerwijze werd daarom de eerste, historisch herkenbare genezer: Imhotep-Aesclepios, de achterkleinzoon van Thot-Hermes, die zijn kennis haalde "uit de boeken van zijn grootvader en overgrootvader, boeken die uit de hemel waren gekomen." 

Als oudste alchemische symbool wordt door de middeleeuwse alchemist de Egyptische Ibis aangehaald: de witte Ibis met de zwarte vlekken gold als de meest heilige, omdat hij een symbool was van wedergeboorte. Later namen de zwarte raaf en de witte duif zijn plaats in, speciaal in het westen. 

De oudste symboliek wijst altijd terug naar die opzienbarende gebeurtenis van de "indaling van de Lichtzonen, hun gedeeltelijke terugkeer en de verlossing of wedergeboorte van de achterblijvers" 

Het moet beslist een gebeurtenis zijn geweest, die de geschiedenis van wereld en mensheid veranderde. Immers, in het Boek Henoch kan men ook lezen: ".....toen, (na de indaling en de revolte tegen de Schepper) is de wereld anders geworden." 

In die veranderde wereld leven wij met als herinnering, de heenwijzingen, de symboliek, de z.g. legenden en de schaarse brokstukken van optekeningen, die velen ontroeren. 

Herrnes was eens de leider van de Ogdoade, de eerste vier scheppingsparen, de heilige acht, die orde in de chaos moesten scheppen. 

Zelfs de getallensymboliek verwijst naar die onvergetelijke tijden. 

Thot-Hermes wordt soms vergeleken met één van de Elohim, de goden die aarde en hemel schiepen. De hermetische gedachten werden in hiëroglyfen gegraveerd in tempelzuilen, in een dubbel schrift, het schrift van de heiligen, dat slechts ontcijferd kon worden door de heiligen, en het profane schrift, dat de leken konden lezen. 

Na de zondvloed zou zijn zoon Herrnes II, vader van Tat, grootvader van Imhotep, deze hiëroglyfen hebben overgenomen op papyri. Zo zijn de overleveringen. 

Deze heilige papyri zou hij verborgen hebben in de Egyptische tempels, vooral in Memphis. Zo is de Tarot van Memphis van de hand van deze Herrnes II een inwijdingsweg in beeltenissen, doorgegeven door Thot-Hermes, de driemaal grote. 

De naam Herrnes betekent eigenlijk: middelaar. Evenals de naam Christus of Chrestos. De papyri van Herrnes II werden weer gecopieerd door Manethon, de beroemde Egyptische priester, geciteerd door vrijwel alle historici. Zo zijn uiteindelijk de berichten tot in deze eeuw doorgedrongen. 

In de overgeleverde berichten van Thot-Hermes lezen we, dat ".....de ziel na het verlaten van het lichaam zich niet verliest in de wereldziel, maar dat zij voortbestaat als ziel, om rekening af te leggen aan de Vader, voor alles wat zij tijdens haar verblijf op aarde heeft gedaan. " ****) 

Aldus verwijst hij naar een ziele-belijdenis, een verantwoording voor de daden, een belijdenis die door de mensen in hun godsdiensten wordt geïmiteerd. Deze hermetische berichten stemmen overeen met de berichten over het nabestaan die de hedendaagse literatuur ons geeft. 

De ziel kan er niet zomaar "op los" leven, maar heeft een doel. 

Zij heeft destijds haar Vaderland verlaten, daardoor moet zij terugklimmen door middel van levenservaringen; het goddelijke wast haar schoon, het satanische bindt haar aan de "chaos". 

In wezen zou zo de problematiek zeer vereenvoudigd kunnen worden, indien we het ego maar niet hadden verheven tot iets bijzonders. 

Zou een berouwvolle, door inzicht gekwelde ziel, andere dingen willen doen dan goddelijke?

Uit de kosmogenie van Thot-Hermes citeren we: 

"De zon voegt als middelaar hemel en aarde samen,

vanuit de hemel zendt hij de essentie

en vanuit de aarde trekt hij de materie omhoog.

De zon is het hart van de wereldwagen; hij geeft de onsterfelijken eeuwigheid en via zijn licht voedt hij de onsterfelijke gedeelten van de aarde;

indien zijn licht echter door de aarde gevangen wordt, bevordert dit de geboorte, de metamorfose en het leven. 

De intelligente wereld (de denksfeer) is bevestigd aan God; 

(Boek Henoch; "...de heerlijkheid is in het denken.") 

de gevoels- of zintuigelijke wereld is bevestigd aan de intelligentie èn de zon; op zijn reis door de gevoels- en denksfeer ontvangt de zon zijn voedsel van God; dat is de instroming van de scheppende activiteit, het algoede. 

Om de zon bevinden zich bovendien sferen, waarvan de goden afhankelijk zijn en van deze goden zijn de mensen weer afhankelijk; maar alles en allen zijn afhankelijk van God." 

Ziedaar, een stukje origineel hermetische kosmologie. 

Erin verborgen ligt de oude astrologie, de kracht van de planeetgoden en hun invloed op het denken en het gevoel. 

Maar boven alles straalt de zon als middelaar tussen God en Zijn schepping, en geeft aan de laatste het goddelijke voedsel door. Vanzelfsprekend vindt de moderne astronoom dit nonsens. Maar er is meer. De terminologie is verouderd, maar de essentie bleef bewaard. 

Elke esotericus kan geloven in een "Zoon van de Zon", een Mithras, een Chrestos, een Osiris; een "Zoon van de Zon" is iemand die, net als Thot-Hermes beschrijft, "sferen om zich heen heeft waarvan de goden afhankelijk zijn", d.w.z. zij die direct met deze Lichtzoon in verbinding staan. 

En van hen zijn de aarde-mensen, ja, heel de aarde en haar leven, weer afhankelijk. 

Waarnaar een geestelijke zoeker streeft is eigenlijk: Het herworden van een Zoon van de Zon, (niet het imiteren van de goden) met een trillingsgebied om zich heen, waarvan de "goden", zijn gelijken, afhankelijk zijn, totdat ook zij Lichtzoon zijn geworden; en van hun totale inzet zijn de aarde en haar mensheid afhankelijk. 

Dus indien men meent een Lichtzoon te zijn, al is het maar latent, dan komen daar tegelijkertijd de verantwoordelijkheid, plus de rekening die aarde en mensheid deze Lichtzoon kunnen presenteren, bij. 

De natuur is niet satanisch; de Zonen van het Licht brachten de idee van satanisme; zij gaven Hödur, de blinde god, een "maretak" in de handen om Baldur te treffen. 

Daarom is het woord "mare" zo veelbetekenend. Het betekent boodschap, maar ook nachtmare, nachtmerrie, verschrikking. 

Denk hier eens aan bij het lezen dat de maretak of mistletoe een middel is tegen erfelijke ziekten, tegen kanker, of het anarchisme onder de cellen. Een kankercel is een anarchist in het cellulaire deelsysteem. Hij wenst niet meer deel te nemen aan de orde; hij is obstinaat. Eigenlijk is de hermetische leer dus, bezien in het grote geheel, bestemd voor de "terugkerenden", een handjevol zielen, dat beschikt over de keuze tussen licht en duisternis; vandaar dat velen onder hen kunnen zeggen: "Ik voel me zo eenzaam, een eenling, ik kan met niemand praten..... " 

Logischerwijze kunnen zij slechts "praten" met Lichtzonen, maar eveneens logischerwijze zouden zij nooit moeten vervallen tot slavernij, afhankelijkheid van medemensen voor hun "heil". 

Blijkbaar wordt iedere "ziel die viel" zèlf ter verantwoording geroepen, niemand kan zich beroepen op een mede-ziel. 

Ook is het merkwaardig dat gevallen Lichtzonen, die toch met een oerherinnering begiftigd zullen zijn, de natuur kunnen verdoemen, als zijnde een satanische natuur, de ziel misleidend. 

Lijkt dit niet een beetje op het "de schuld naar anderen schuiven?" 

Indien in deze schepping iets ongoddelijk, satanisch of provocerend zou zijn, is dat slechts een resultaat van de ingreep der Lichtzonen, want, volgens de woorden van Herrnes, zijn "tijdelijke natuur en Oernatuur" één wezen. 

In het eerste is een deel goddelijkheid, in de tweede is God in zijn totaliteit. Aan de eerste kan men echter deze goddelijkheid onttrekken, waarna zij zielloos wordt. 

Zegt dat ook niet de hermetische getallenleer, die later door Pythagoras werd onderwezen? 

Uit de oernatuur viel de één, hij worstelt zich via fasen door de zeven ervaringen heen, wordt daarna de Ogdoade, de herstelde god, tenslotte wordt hij de negen, de driemaal grote (3 x 3), om uiteindelijk weer in de oernatuur op te gaan als de tien. 

Tien is géén. *****) 

Aesclepios, de achterkleinzoon van Thot-Hermes, zegt: 

"De scheppende God heeft het menselijke lichaam gevormd zoals de wereld, uit een vermenging van vier elementen; uit het water en het vuur, uit de lucht en de aarde, opdat de harmonische combinatie hiervan hem tot een schoon schepsel zou maken. 

Hij legde er bovendien de krachtige hemelse adem in, die van de goddelijke geest komt; 

aldus kreeg deze "adem" (pneuma) een klein, broos tehuis, dat niettemin op de wereld gelijkt. 

Zo werd de mens aan de wereld gelijk, maar belevendigd door een eeuwige vlam en de eeuwige loop van de vijf planeten, en tevens van de zon en de maan, opdat het wezen, hoewel gelijk aan de wereld, 

beheerst zou worden door een gelijke goddelijke kern." 

Het hermetische "zo boven zo beneden" komt hier duidelijk tot uitdrukking. Maar ook in de hermetische zienswijze, waarin de mens een evenbeeld is van de macrokosmos en, evenals alles binnen die macrokosmos, zijn "geestelijke orde" bezit volgens de "kwantiteit Licht of intelligentie omtrent het Licht", waarnaar de gehele schepping gerangschikt is. 

Hierin kunnen we de astrologische idee terugvinden over de rangorde der planeten: Jupiter is "goed", Saturnus is "slecht of de minste". 

Ook vinden we zo de alchemische stelling dat: het laagste zich moet transmuteren in het hoogste. Maar wat louter natuur is kan geen goddelijkheid worden, maar iets dat binnenin die natuur is. ******) 

Kent u de axioma van de hermetische wetenschap? 

Daarin liggen deze oude wijsheden verankerd. We citeren er enkele van: 

1. "Wat op eenvoudige wijze volbracht kan worden, zou niet op moeilijke wijze moeten worden geprobeerd." 

Een wereld van wijsheid behoort nu voor ons open te gaan. Nog eens: Het is zo eenvoudig! 

Een gevallen ziel, eens goddelijk, heeft de keuze tussen goddelijkheid of satanisme, d.w.z. omgezette goddelijkheid. 

Als zij berouw en inzicht heeft, wat zou haar dan van die goddelijkheid kunnen afhouden? Niemand kan hier dat arme, blinde ego van alles de schuld geven. 

Het ego volgt degene die het leidt. Blindelings. Het bezit geen licht uit zichzelf, het wordt doorlicht, belicht of verduisterd. 

2. "Geen substantie kan zonder lang lijden volkomen gemaakt worden." 

Lijden loutert, nietwaar? 

Als het iets anders zou doen, is er iets met de mens, met zijn ziel, mis. Een "bewerking" brengt intense ervaringen mede. 

Lood dat goud moet worden, heeft heel wat te doorstaan. 

3. "De natuur moet door de Kunst worden geholpen, als haar kracht te zwak is." 

De Kunst is de lering, waardoor het ego zich weer op de goede weg gaat begeven; reine, krachtige, evenwichtige natuur wordt. 

De kunst is de alchemie. De omzetting van het Al. 

De natuur terug tot de natuur, de geest terug naar de geest. 

De kunst en de natuur moeten samenwerken. 

4. "De natuur kan slechts in haar eigen wezen worden verbeterd." 

Natuur is natuur en kan nooit geest worden. De natuur kan zich niet identificeren met iets anders, zij kan slechts op iets anders lijken. 

Hier is dat prachtige voorbeeld van de diamant en de saffier een ideale symboliek: De diamant is de hoogste, de meest edele steen, hij is de "onoverwinnelijke", volgens zijn Griekse naam "Adamas". Maar de saffier kan men op hem doen lijken door hem langzaam te laten samensmelten met goud; dan verliest hij zijn blauwe kleur en wordt helder als water, glinsterend als diamant, maar hij blijft qua kristallogie een saffier. 

Het ene wordt niet het andere. Doch slechts de kenner herkent dit. 

5. "De natuur begrijpt en overwint de natuur." 

De natuur kan alles doen met de natuur, alleen de ziel, die niet uit de natuur is, kan zij niet begrijpen. Dat mag men dus ook niet verwachten. Zo zijn alle methoden, vanuit de natuur, om deze ziel te onderrichten of te dwingen, volkomen nutteloos. 

6. "Wie het leven niet kent, kent de natuur niet." 

Zij die zichzelf, hun organisme, de wetten van hun natuurlijke wezen niet kennen of afwijzen, leven niet, hebben aldus geen deel aan de eeuwige beweging, die het leven is. 

7. "Niemand kan van het ene extreme tot het andere komen als door een middelaar." 

Het bovenste en het benedenste hebben een middelaar nodig om zich met elkander te verbinden. De ziel brengt God en mens samen. Daartoe moet men eerst waarlijk "mens" zijn, natuur, drager van de eeuwige beweging. 

8. "In de alchemie kan niets vrucht dragen of het moet eerst gestorven zijn." 

Als in onszelf nog een eigenwijs, papieren koninkje aanwezig is, kan de wijsheid van de grote Koning niet uitgedragen worden. Sterker: kan men geen koning-priester zijn, geen Hermes, geen 9. Negen is de wedergeboren één; eigenwijsheid gelouterd tot wijsheid, door het lijden en louteren op een harde ervaringsweg. 

Er is maar één troon, waarop slechts één koning kan zitten. 

9. "Waar de ware principes afwezig zijn, zullen de resultaten onvolkomen zijn." 

Er moet uitgegaan worden van een drie-eenheid: God, die aanwezig is in de ziel, woont in een deemoedige, harmonische natuur. Zonder deze drie principes behoeft men niet eens aan een geestelijke weg te denken. 

God moet in mijzelf wonen, niet in de ander. De ziel moet duidelijk en levend aanwezig zijn en het ego moet opgehouden hebben zichzelf als eerste te zien. 

Tenslotte als tiende axioma een korte wijsheid, die alles omvat: 

10. "De Kunst begint, waar de natuur ophoudt te werken." 

Dat is de bottleneck, daarover struikelen zovelen. Hier wil men mede beginnen zonder al die andere axioma's begrepen te hebben. Een eigenwijs mens leest slechts dit en begint zijn natuur te straffen, te teisteren, te minachten en zelfs te haten. 

Maar deze woorden zeggen slechts dit: De natuur kan slechts datgene volbrengen wat zij door middel van haar natuur volbrengen kàn; dan komt de identificatie van Licht met Licht. 

Voordien moet de natuur eerst harmonische natuur worden, daar elke disharmonie binnen de natuur de Kunst belet zijn proces te voltrekken. Zolang een mens krampachtig doende is zijn ego te observeren, te trainen of te hekelen blijft hij een domme ziel en een zielig mens. 

Kan hij dan praten over spiritualiteit? 

Het wonder van de natuur is dat zij omzet; het wonder van de geest is dat hij zich identificeert. De natuur verliest zichzelf in de natuur en wordt een ander, niettemin natuurlijk. 

De geest schenkt zichzelf aan de geest en blijft zichzelf. 

De geest is individueel, een eenheid; de natuur is verdeeld, twee blinde krachten waardoor eindeloos kan worden omgezet. 

Één is één. Door elk getal werkt de kracht van de één en tenslotte wordt deze weer zichzelf in de negen. 

Dat is het raadsel. En in de 9 is hij 3 x 3; eerst Licht, dan de Keuze en dan de Wijsheid. (3 - 6 - 9) 

Tezamen zijn zij weer 3 + 6 + 9 = 18 = 9, de heremiet. 

Onveranderlijk, licht uit licht, alomtegenwoordig en toch onverdeeld. Een mysterie op zichzelf. 

Hermes kende dit geheim. De mens kent dit pas als hij het is. 

Een negen, een zon, die hemel en aarde verbindt en die de goddelijke Boodschap uitzendt ten behoeve van hen, die van hem afhankelijk zijn. 

*) Griekse naam van de Egyptische bouwheer en geneesheer. **) Das Buch der Geheimnisse Henochs. 

***) Geschriften van Manethon; papyri van Isis en Horus, museum te Leiden; Introduction à l'étude de la Chimie - M. Berthelot. 

****) Cosmogénie d'Hermes Tresmegiste. 

*****) Heksen-eenmaal-één, uit Goethe 's Faust

******) Trismosin: Splendor Solis.

1970 - 2015, copyright Henk en Mia Leene