De vijfde gemeente: Sardis

  1. En schrijf aan den engel der gemeente te Sardis: Dit zegt Hij, die de zeven Geesten Gods en de zeven sterren heeft: Ik weet uw werken, dat gij den naam hebt, dat gij leeft, maar gij zijt dood.
  2. Wees wakende en versterk het overige, dat dreigde te sterven, want Ik heb geen van uw werken vol bevonden vóór mijn God.
  3. Gedenk dan, hoe gij het ontvangen en gehoord hebt, en bewaar het, en bekeer u. Indien gij dan niet waakt, zo zal Ik komen als een dief, en gij zult niet weten, op welk uur Ik komen zal.
  4. Doch gij hebt enkele personen te Sardis, die hun klederen niet hebben bevlekt, en zij zullen met mij wandelen in witte klederen, omdat zij het waardig zijn.
  5. Wie overwint, die zal bekleed worden met witte klederen; en Ik al zijn naam geenszins uitwissen uit het boek des levens, maar ik zal zijn naam belijden, voor mijn Vader en voor zijn engelen. 
  6. Wie oren heeft, die hore, wat de Geest tot de gemeenten zegt.

Sardis, de vijfde gemeente, wordt in verband gebracht met het keel-chakra en staat onder de heerschappij van Mercurius.

In de brief aan deze gemeente wordt gezegd: " Dit zegt Hij, die de zeven Geesten Gods heeft en de zeven sterren."

De gemeente Sardis, het keel-chakra,bezit dus de zeven geesten en de zeven sterren.

In Sardis voltrekt zich de laatste handeling wanneer de zeven gemeenten gereed gekomen zijn, want hier moeten namelijk de "zeven geesten en de zeven sterren" getoond worden.

Uit het keel-chakra moet de Heilige Zevenklank, die uit zeven heilige vibraties of zeven heilige lichten bestaat, naar buiten treden, als een naar buiten stralende middelaar, als een Mercurius, die de, middelaar van de zeven planeten der kosmos wordt genoemd.

De waarschuwing aan Sardis geldt de heiligheid van deze Zevenklank die niet vermorst mag worden; men kan veel beter zwijgen, niets naar buiten brengen, dan een verbroken zevenklank die de disharmonie versterkt.

De stem van de mens draagt de verborgen emoties en beroeringen naar buiten. Door enorme wilsinspanning is het mogelijk de stem te veranderen, de vibratie onder controle te brengen en het oorspronkelijke kenmerk te bedekken.

Zo krijgt de stem een geforceerde kunstmatige modulatie.

Dit geforceerd veranderen van de stem de "zonde" van Sardis.

Er wordt zo afbreuk gedaan aan het middelende vermogen van Sardis, daar het keel-chakra zijn vrijheid wordt ontnomen door de wil.

Het keel-chakra moet "vrij", d.w.z. natuurlijk blijven, wil hot zijn taak als middelaar juist kunnen vervullen. Door hem wordt de zijnstoestand van de zeven gemeenten, of de zeven chakra's aan de wereld bekend gemaakt.

Eeuwen van bedrog, misleiding, cultuur en wilsoverheersing maakten van het keelchakra echter een slaaf, een dood element dat slechts automatische, aangeleerde klanken kan voortbrengen.

De magie die een natuurlijke muzikale stem op andere mensen uitoefent, is niet te onderschatten.

De tijd waarin de stem echter de middelaar was van de spirituele gaven van de mens ligt ver achter de hedendaagse mensheid. 

Daarom zegt de engel: "Ik weet uw werken, dat gij de naam hebt dat gij leeft, doch gij zijt dood!"

Zijn oordeel is keihard.

De trillingen die het keel-chakra heden ten dage produceert bestaat bij het overgrote deel der mensheid uit disharmonische trillingen, een trillingssamenstelling die zijn oorsprong vindt in de natuurorde des doods.

De oorspronkelijke levenstrilling is niet meer te herkennen in de stem des mensen.

Sardis, het keel-chakra, heeft eeuwenlang misbruik gemaakt van zijn kracht en voerde daardoor miljoenen mensen naar de afgrond van het uitzichtloze bestaan.

Mensen die kennis dragen van de magie maken bewust misbruik van de middelende gave van het keel-chakra om hun medemensen binnen de eigen invloedssfeer te trekken.

Hierbij kunt u denken aan sommige magische ritualen die beslist in een oude taal gecelebreerd moeten worden, daar klank en trillingen op deze wijze de sterkst mogelijke invloed op de toehoorders uitoefenen. Dit is de demonische Mercurius-macht.

Iemand die een hoge spirituele levensstaat voert en zijn zeven gemeenten in reine staat bewaart, hun gaven kent, kan zijn medemensen met behulp van het keel-chakra tot inzicht, of tot innerlijke vernieuwing brengen. Niet de woorden beïnvloeden de mens spiritueel, maar de trillingen.

Juist het keel-chakra kan worden aangewend om de zeven chakra's der toehoorders te beroeren en hen gevangen te nemen in een bepaalde egocentrisch-magische werkzaamheid.

Het welbewust magisch misbruik maken van de Sardis-kracht heeft altijd tot doel het hart, Thyatire, te verleiden en het binnen de verlokkingen van "Izébel" te voeren.

Het zoekende, rusteloze, hunkerende hart is een dankbaar object voor de magische, sterke trillingen van Sardis, die méént dat hij leeft, doch dood is.

Deze trillingen worden door de gehoorzenuw (de achtste hersenzenuw) opgevangen, en direct naar het hart gevoerd, waardoor de hartvlecht (of zonnevlecht) wordt lamgelegd, en zijn onderscheidende vermogen wordt geneutraliseerd.

De pelgrim wordt zo het twee-snijdende scherpe zwaard, dat hem de doorgang zou moeten ontsluiten, uit de handen geslagen.

Zoals alle gemeenten experimenteert Sardis ook met zijn gaven, maar zijn geëxperimenteer treedt direct naar buiten en brengt de medemensen onder zijn invloed.

In occulte wijsgerige en magisch ontwikkelde kringen weet men dat hij, die het keel-chakra weet te beheersen en het in al zijn zevenvoudige magische werkzaamheid kan laten vibreren, hetzij onheilig hetzij heilig, de medemens onder zijn macht kan brengen.

Zo kan de pelgrim, die de Weg van de Trooster volbrengt en de heilige Zevenheid middels het keel-chakra naar buiten brengt, zijn medemensen injecteren met de essentie van de zieleverlossingsmogelijkheid.

De innerlijke disharmonie van de mens is te herkennen in zijn stem, niet door zijn woorden, maar door de vibratie van de stem, die in werkelijkheid een declaratie is.

Het karakter van de stem verandert noch door articulatie, noch door zangoefeningen.

Zolang het keel-chakra slechts de miserabele innerlijke zijnstoestand van de mens vermag uit te dragen is het beter te bewaren, dan te spreken!

Daarom kan men in de brief aan Sardis lezen: "Gedenk dan hoe gij het ontvangen en gehoord hebt, en bewáár het en bekeer u." 

Mercurius, de heerser van Sardis, moet in diepste wezen eigenlijk dezelfde taak volbrengen als Jupiter in Smyrna, die ook zo graag experimenteert en speelt met onbekende kracht.

Hij moet rustig worden, geen vluchtig spel bedrijven met trillingen die hij nog niet vermag te beheersen, maar hij kan beter bewaren hetgeen hij ontvangen en gehoord heeft, in de ogenblikken waarin hij luisteren en ontvangen kon.

Mercurius-Sardis moet wachten totdat alle gemeenten gereed zijn gekomen.

Vóór dat ogenblik mag hij nog niet arbeidzaam zijn, want hij is dood en vertelt van de dood.

Hij, die de zeven Geesten en de zeven sterren bezit màg niet spreken alvorens hij deze zevenheid volledig kan uitdragen.

"Sardis, waakt!", zo spreekt de engel, en zo niet dan zal Ik komen als een dief in de nacht en gij zult de ure niet weten waarop Ik komen zal."

Indien dit Sardis, dit keel-chakra niet waakzaam is, maar zijn trillingen naar willekeur uitstort, zal de Heer des Levens in- èn uitgaan zonder dat dit door de pelgrim wordt bemerkt en er zal in hem niets veranderd worden.

Hij zal de kracht van zijn Heer vermorsen en hij zal het niet bemerken.

Al zou Epheze, de nieuwe Ademhaling, tot aan Sardis' keel-chakra zijn aangekomen om het te beroeren, indien Sardis in zijn Mercurius-waan druk met andere dingen bezig is, zal de Heer, de nieuwe Adem, vluchten, zonder dat er iets zal zijn geschied.

Zijn doorlopende activiteit om de dode werken te belevendigen ontkrachten Sardis hij raakt vermoeid, leeg, dood.

Het ogenblik kan aanbreken waarop Sardis niet meer in staat zal zijn de zeven Geesten en de zeven sterren in ontvangst te nemen.

De zeven lichtende vibraties, die de zeven kleuren van de zeven gemeenten in Asia vertegenwoordigen, worden buiten de oude wilswerkzaamheid om door Sardis uitgedragen.

Op het tijdstip waarop de pelgrim de heilige zevenklank naar buiten brengt ontvangt deze de “witte keursteen” zoals de engel zegt,  “vermits hij deze waardig is.” 

Dit is de hoogste onderscheiding: het reine witte kleed van de Volbrachte Eis te ontvangen. 

"Zijn naam," zo staat er, "zal Ik geenszins uitwissen uit het levensboek."

Hier wordt aan Sardis de overwinning bekend gemaakt, mits Sardis bewaart en wacht, waakt en zwijgt, èn zijn werk uitdraagt op het moment dat ook de zesde en de zevende gemeente gereed zijn gekomen.

Daarop wordt de frivole, altijd levendige, steeds van ideeën en bezielingen wisselende boodschapper Mercurius veranderd in de Licht-afgezant, die een waardige vertegenwoordiger Gods is.

Uw tong bedwingen door strenge maatregelen, zoals sommige religieuze orden leren, is een imitatie van deze Sardis-opdracht.

Sardis moet evenals de andere gemeenten vrij zijn om te kunnen reageren en zich te kunnen declareren. De gave en de kracht van iedere gemeente ontwikkelen zich pas in vrijheid, zonder forcering, zonder gebod, zonder schijn-spiritualiteit.

Gedenk dan hoe gij het ontvangen en gehoord hebt, Sardis!

Kéér u in, Sardis, luister naar de trillingen-in-u en vergelijk deze met de oer-herinnering aan het allereerste scheppende Woord, dat gij kent en wederom hervinden moet!

Luister met uw innerlijke gehoor opdat gij weten zult hoe gij het verklanken moet. Herinner u, hoe gij het ontvangen hebt namelijk als een innerlijke beroering door trillingen teweeg gebracht.

Houdt u onbeweeglijk, Sardis, waakt! Houdt u maagdelijk, laat u niet bevlekken en versterk dóór de Stilte het overige in u, dat dreigde te sterven!

De Zevenklank welt als een vanzelfsprekendheid uit die pelgrim op, die de Weg van de Trooster volbrengt. Deze klank is gelijk aan de Onuitsprekelijke Naam Gods, waarover in verschillende boeken wordt gesproken.

Men zoekt naarstig naar deze Naam, doch hij blijft verborgen in de grond van Asia, waar hij wacht totdat hij wordt wedergevonden.

Hij ligt verborgen in Sardis, in het keel-chakra, waar hij blijft wachten totdat de Heer (de nieuwe adem) binnenkomt en Sardis deze Heer waarneemt. 

Zodra deze Heer binnenkomt op de "plaats waar de Levensboom in het Paradijs geplant staat", d.w.z. het heiligbeen aan de voet van de wervelkolom de goddelijke Adem binnenlaat, is het de taak van Sardis deze binnenkomende "Heer " te observeren, en de goddelijke essentie van iedere "gemeente" in zich te verzamelen, zodat tenslotte de volkomen Zevenheid in hem aanwezig is.

Dan zal Sardis de naam van de binnengetreden God bekend maken, de God die voor allen verborgen was, en die verborgen zàl blijven voor hen, die deze God niet vermogen te onderscheiden.

Zoek daarom niet, als een wispelturige Mercurius, de Zevenklank buiten u, want deze is in u!

Zoek ook niet onkundig, onordelijk en onbeheerst in u, want Hij maakt zich aan u bekend, op het moment waarin de pelgrim is toebereid.

Sardis moet zijn kracht bewaren - zich de kracht herinneren - en waken dat niet het overige sterft dat hij nog bezit.

Doelloos geleuter, de tijd vullen met woorden zonder enige zin, is krachtverlies.

Bewaar hetgeen gij nog bezit!

Laat schaamte u bedekken, Sardis, omdat gij dood zijt en meent levend te zijn terwijl u slechts dode werken verricht!

En keer in tot de Stilte, Sardis, gij gemeente der heilige Zevenheid!


1970 - 2019, copyright Henk en Mia Leene